Archive for april, 2012

april 20th, 2012

Leunstoelliefde

Vandaag ga ik het over de liefde hebben en hierbij wil ik vertellen dat ik dit (helaas) niet zelf bedacht heb, maar dat dit uit een lezing van Jan Drost komt tijdens de Soul Masqué. En om even onbetaalde sluikreclame erdoor heen te gooien: het staat waarschijnlijk ook in zijn boek Het Romantisch Misverstand (die ik overigens niet gelezen heb, maar een ieder die het mij cadeau wil doen: ik houd je niet tegen).

Ik heb jullie al eerder het verhaal van de bolvormige wezens verteld, maar voor de mensen die te lui zijn om te klikken even in het kort: het verhaal ging dat mensen vroeger bolvormige wezens waren met vier armen, vier benen en twee geslachtsdelen (soms dezelfde geslachtsdelen, soms niet). Maar op een gegeven moment werd Zeus, de oppergod, boos en spleet de wezens in tweeën. Sindsdien zijn de wezens op zoek naar hun wederhelft, want zonder hen zijn ze niet compleet.

Er is dus een romantisch misverstand gebaseerd op dit verhaal en dat is: liefde is jagen naar het hele. Zonder de ander ben je niet compleet. We willen samensmelten met hem of haar. Ja, we zijn alleen geboren en we gaan ook alleen weer dood, maar in de tussentijd horen we toch met iemand samen te zijn? Want vrijgezel zijn, dat hoort toch niet? Kijk alleen al naar de maatschappij die de voorkeur geeft aan stelletjes.

Maar, zegt Jan Drost, als er sprake is van samensmelting: wie heb ik dan om van te houden? Het is een eenheid, er is niemand om van te houden. Je kan de twee personen niet los van elkaar zien.

Relatietherapeuten zeggen dat de meeste problemen in huwelijken voortkomen uit het willen zijn van een eenheid.  Mensen denken dat je het altijd met elkaar eens moet zijn. En als dat dan een keer niet zo is, zit je met de gebakken peren.

En dat is juist wat je niet moet doen. Het is eigenlijk heel raar om te denken dat je één kunt zijn met iemand anders, dat je precies dezelfde ideeën en gevoelens en opvattingen kunt hebben als een ander. Dat jullie een eenheid zijn. Je kunt beter van een tweeheid uitgaan, die niet per se hetzelfde hoeft te zijn. De voorwaarde voor een liefdesrelatie is dat je met zijn tweeën bent (er schijnt een vrouw getrouwd met zichzelf te zijn, maar dat kan dus eigenlijk niet he). Je moet dus niet alleen vanuit jezelf denken.

Dat zou ook betekenen dat er niet zoals als de ware is. Want die tweeheid, die kun je niet per se alleen met Harry vormen. Misschien lukt het ook wel met Gerrit.

En als de ware niet bestaat, dan bestaat leunstoelliefde (geweldig woord trouwens), wachten op de ware, ook niet. Maar wat is volgens Jan Drost het belangrijkste? De films en de boeken die je goed vindt, zeggen iets over jou en wat je zoekt in de liefde. Ga geen romantische komedies kijken, want die zijn niet realistisch. Kijk góede films (hij noemde Revolutionary Road, die heb ik niet gezien, maar ik vind Blue Valentine een goed voorbeeld) en gooi de chicklits weg.

Al kan ik het zwijmelen zelf nog niet helemaal opgeven.

april 19th, 2012

Wat mijn tags over mij en mijn blog zeggen

Ik heb tags. Ja heus, geloof me maar! En niet een stuk of twee, nee eerder ehm ja, een stuk of 1050 (eigenlijk meer). Dit, lieve lezer, kan natuurlijk echt niet. Tags zijn goed (Google is er dol op), maar 1050? Is dat niet iets teveel van het goede? En wat is eigenlijk je niche, Laura? Waarom heb je een blog als het over van alles en nog wat gaat en je niet één overkoepelend onderwerp hebt zoals: opgezette honden, deurknoppen of desnoods haarelastiekjes? Dan zou je ook niet zoveel tags hebben.

Goed, dat was wel weer genoeg kritiek voor vandaag. Laten we maar naar de tags zelf kijken. Want dat is me toch wat. Ik ben blij dat ze in ieder geval relevanter zijn dan de zoektermen die ik krijg. Maar ja, ík ben dan ook degene die deze voortreffelijke tags (‘Ahum, Laura.’) verzint.

Wat meteen opvalt, is dat ik van dingen met de letter L houd, maar hoe kan dat ook anders als je Laura heet? Het meest voorkomende onderwerp op mijn blog is de brief Nu kan dat wel kloppen, want ik heb de afgelopen tijd iets van zestig brieven ofzo geschreven. En ik mag dan wel op de universiteit zitten, maar blijkbaar geeft de middelbare school (die goede, oude tijd, snik) me meer inspiratie.

En oh, wat is mijn blog zelf-reflectief, eigenlijk is het een meta-blog (een blog over bloggen), want kijk eens hoe groot het woord ‘bloggen’ daar staat! Tevens houd ik van uitdagingen, boeken, films, liefde, liedjes en geef ik enorm veel tips. Ik heb veel vragen en de trein komt ook wel eens langs.

Het enige familielid dat er tussen staat, is mijn broertje en dat is nota bene degene die mijn blog niet leest. En tóch houd ik van hem (dit leest hij ook niet, dus dat kan ik best zeggen).

Goed, nu weten jullie eindelijk waar mijn blog over gaat (pfff en dat na meer dan een jaar!). Toch nog handig, die tags.

april 18th, 2012

Waarom ik blij ben dat ik geen WhatsApp heb


Dit is dus geen BlackBerry, want zo hip ben ik niet. En er staat Samsung op, dus je had het ook wel kunnen raden.

Ik heb geen WhatsApp. Dat is nogal shocking tegenwoordig (‘Oh mijn godddd, loser! Iedereen heeft toch WhatsApp?’). Reden hiervoor is dat ik geen smartphone heb (‘Dubble loser!’). Ik mag dan pas twintig jaar zijn, maar ik ben nu al hopeloos ouderwets.

Soms sms ik. Ik heb geen idee wanneer de ander mij terug smst of wanneer ze het gelezen hebben. En ik kan daar prima mee leven (‘Wat knap van je!’).

Maar stel je eens voor dat je WhatsApp zou hebben (dit is een app waarmee je gratis kunt smsen/chatten) en net een leuke jongen hebt ontmoet.
‘We appen wel!’ had hij gezegd (ik vind overigens het gebruik van het werkwoord appen ook erg verontrustend).
Dat klinkt niet als iets ingewikkelds, maar dat is het dus wel. Want naast het probleem van ‘Zal ik als eerste contact opnemen of wacht ik?’ is er nog iets dat veel irritanter is: je kan zien wanneer iemand online is en je berichtje heeft gelezen.

Stel je gewoon eens even voor dat je dacht (ik ga er nu even vanuit dat je een veertienjarig meisje ben met een BlackBerry en veel make-up op): ‘Jeetje mina, het is al tien minuten geleden dat ik hem mijn nummer heb gegeven en hij heeft nog niets gezegd! Ik ben helemaal niet desperate als ik hem nu app, ik neem gewoon het heft in eigen handen. Hard to get is zo passé.’
Dus je stuurt iets in de trant van ‘Hey, alles goed?’ en gaat verder met het make-upremoverdoekjesritueel of iets dergelijks (het is na het uitgaan).
Eén minuut later kun je jezelf er toch niet van weerhouden. Even kijken. Oh mijn god. Het zal toch weer eens niet waar zijn. Hij is online en heeft het gelezen. Maar hij heeft niets terug gestuurd. Wat een l.. (vul hier zelf een woord in beginnend met een l).
Twee minuten later. Weer niets.
Drie minuten later.  Noppes. Nada. Niks. Je gooit je kostbare BlackBerry op je bed.
Die jongen kan het wel vergeten.

Vijf (!!!) minuten later antwoordt hij pas (‘Hey, gaat goed hoor! Met jou? Ik vond het erg gezelig :)’). No way dat je hem nog terug appt. Hij kan het vergeten.

Als je hem gewoon gesmst had (‘Smsen is voor loserssssss.’), dan zou je niet weten of hij het al gelezen had. En dan zou je binnen vijf minuten een reactie op je sms heel snel gevonden hebben. Dan zou je misschien een date met hem hebben en dan nog één en dan nog één en dan zijn vriendinnetje zijn geworden en dan zijn verloofde en dan zijn vrouw en dan de moeder van zijn kinderen. Weet je wel.

Maar helaas. WhatsApp he. En dan heb ik het nog niets eens over andere mogelijke problemen gehad (ruzie op WhatsApp, break-ups via WhatsApp, met zijn tienen op WhatsApp in een groepsgesprek en jij bent de elfde en kunt er dus niet bij etc. Eigenlijk lijkt WhatsApp wel een beetje op msn, maar dan via de telefoon).

Lang leve de sms (of eigenlijk: lang leve de brief, maar ik wil niet dat jullie oma Laura uitlachen).

Update: iemand heeft me verteld dat je niet kunt zien dat de ander jouw bericht heeft gelezen. Maar je kunt wel soort van zien wanneer iemand online is geweest. Dat zorgt ervoor dat het verhaaltje niet helemaal klopt, maar laten we het erop houden dat het fictie is en dat ik alles mag verzinnen :P

april 17th, 2012

Nederland, oh Nederland

Vandaag weer een paar mooie, Nederlandse liedjes. Gewoon, omdat het kan.

1. Boudewijn de Groot – De vondeling van Ameland.
Ik houd niet zo van Boudewijn de Groot. Hij is me te moody en ik weet niet of hij wel in staat is om te lachen. Maar dit vind ik wel een mooi en bijzonder liedje van hem. Als je naar de tekst luistert, dan merk je dat het droevig is, maar toch zit er ook iets moois aan. Goed, luisteren dus!

2. Toon Hermans – Als de liefde niet bestond.
Toon Hermans is een held. Lieve man met lieve liedjes. Zoals deze. Want wat zou de wereld zonder liefde zijn? (Als de liefde niet bestond/Zou de maan niet langer lichten/Geen dichter zou nog dichten/Als de liefde niet bestond etc.)

3. Spinvis – Bagagedrager.
Ja, Gers Pardoel is gewoon een na-aper met zijn ‘Bagagedrager’, want dit liedje bestond al langer. Zoals al vaker gezegd: je houdt van Spinvis of niet.

4. Acda en de Munnik – Kom nog even niet naar hier.
Mijn favoriete Nederlandse duo. Vooral goed in de rustige, ietwat melancholische liedjes zoals deze.

5. Peter de Koning – Het is altijd lente (in de ogen van de tandartsassistente).
Oké, het verdient niet een *vulhiereenawardvoorNederlandsemuziekin*, maar dat maakt niet uit. Want dit liedje maakt me vrolijk. En jullie gaan me vast heel irritant vinden, omdat het de rest van de dag in je hoofd zal zitten haha.

Weten jullie nog leuke, Nederlandse liedjes?

april 16th, 2012

Niet schrikken van mijn superdupergrote make-upstash!

Zoals beloofd zal ik jullie mijn make-upstash laten zien. Ja, het spijt me mensen, maar het begint er toch echt op te laten dat Lauradenkt.nl (ik ga mijn naam trouwens veranderen naar Lauramake-upt.nl) een beautyblog wordt. Een beetje beperkt vind ik dat wel, dus daarom zal ik ook over fashion bloggen. Ik heb namelijk enorm veel verstand van kleding, bovendien ligt mijn kamer er vol mee (neeeeee, dat heeft ab-so-luut niets te maken met het feit dat ik bijna nooit opruim, hoe kom je daar nou bij?). Ik hoop dat jullie het leuk vinden, maar daar ben ik eigenlijk wel zeker van.

Goed, mijn make-upstash. Ik heb heel veel verstand van make-up. Ik kan in één vloeiende lijn een lijntje onder mijn oog zetten (hebben jullie het woordgrapje al opgemerkt?), ik kan mijn gezicht shapen met behulp van foundation en dergelijke. Als ik zin heb, kan ik er zelfs voor zorgen dat ik er als Angelina Jolie uitzie met behulp van make-up (en een pruik). Ja ach, ik ben maar een bescheiden mens, maar mezelf opmaken, dat kan ik wel.

Dat is ook duidelijk af te zien aan mijn make-upstash. Zoals jullie op de foto kunnen zien, bestaat die uit een mascara. En nee, niet zomaar een mascara. Merken als Max Factor en Maybelline zijn te min voor mij. Ik ga voor het high end merk Hema. Waarschijnlijk is dit merk onbekend bij jullie (hij is ook zo duur haha, dat kan niet iedereen betalen), maar ik kan hem jullie aanraden. Bovendien heeft de Hema niet alleen een gewone variant van deze mascara, maar ook een waterproof. Dat is erg handig voor een huilebalk met lenzen, kan ik je wel vertellen.

Omdat ik enorm lui ben Omdat deze mascara me nogal veel geld heeft gekost, gebruik ik hem niet zoveel. Ik ben erg zuinig op mijn spulletjes!

Goed, sorry voor het lange verslag (dat krijg je als je zoveel spullen hebt), maar dit was dan mijn make-upstash. Ik weet dat jullie allemaal erg onder de indruk zijn, maar weet je: met wat tijd, moeite en geld kom jij er ook wel. Ooit. Op een dag.

Volgende keer een OOTD*, waarbij ik jullie zal verpletteren met mijn gevoel voor stijl!

(*Outfit Of The Day)

april 15th, 2012

Hakkuhhhhhh

Tegenwoordig zie je meisjes van twaalf die colbertjes en hoge hakken dragen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar toen ik twaalf was, droeg ik t-shirts in vrolijke kleurtjes (ik had nog net niet twee staarten in mijn haar) en zag ik er niet uit alsof ik eenentwintig was. Bij de gedachte aan hoge hakken alleen al was ik bang om te vallen.

Ja, ik was pas zeventien ofzo toen ik hakken begon te dragen (en dan niet dagelijks, maar eerder één keer in het halfjaar). Tegenwoordig lachen ze je uit als je op je veertiende de stilleto’s nog niet uit de kast hebt gehaald.

Het is zielig en grappig tegelijk. Zielig, want kindertjes moeten gewoon kindertjes zijn en kleding aantrekken die ze tien jaar later verafschuwen (‘Oh mijn god, droeg ik echt een t-shirt met Mickey Mouse erop?’). Kindertjes moeten hun gezicht niet dicht plamuren en geen seks te hebben in ruil voor een breezer (oh nee wacht, tegenwoordig drinken ze geen breezers meer, maar gaan ze gelijk over op de sterke drank).

Het is grappig, want: ze kunnen helemaal niet op hakken lopen. Ze wiebelen wat af. Heupenschuddend lopen ze het schoolplein op (‘Kijk eens hoe sexy ik ben.’), maar het is alsof ze op de rand van een klif staan: nog één stap en ze gaan vallen.

Drie keer raden wie ze niet gaat opvangen (‘Oh mijn god, Laura, dit raadsel is te moeilijk.’)

april 14th, 2012

Wie schrijft die blijft (3): columniste Marjan van den Berg


©Stephan Heijendael

Na Laura beroept zich komt er eindelijk een nieuwe interviewserie op mijn blog: wie schrijft die blijft. In deze serie interview ik mensen die voor hun beroep schrijven, op wat voor manier ook. Denk aan een romanschrijver of een columniste als Marjan van den Berg. Ik ben erg benieuwd wat jullie ervan vinden, ik vind het in ieder geval erg leuk om te doen!

Van lerares Nederlands tot columniste van de Margriet

Columns vind ik de leukste rubrieken in tijdschriften. En één van mijn favoriete columns is van Marjan van den Berg, al jaren columniste voor de Margriet. Op een grappige en vrolijke manier vertelt ze over wie ze nu weer ontmoet heeft. Maar hoe is ze eigenlijk bij de Margriet terecht gekomen?
‘Ik heb een opleiding tot lerares Nederlands gedaan. Meer dan zestien jaar heb ik voor de klas gestaan, maar al die tijd heb ik gedacht: dit is het niet.  Iedereen gaat Nederlands doen met het idee: ik wil toch een keer een boek van mezelf op de plank. Dus ben ik met drie korte verhaaltjes naar de Typhoon in Zaandam (een regionale krant) gegaan. Ze vonden het leuk en daarna heb ik stukjes voor hen geschreven. Op een gegeven moment, mijn huwelijk liep op de klippen, mijn moeder overleed, dacht ik: nu is het klaar. En ik zegde mijn baan op.’
Marjan ging aan het werk als een freelancer en kreeg daarna een telefoontje van de Margriet. Sindsdien schrijft Marjan columns voor de Margriet. Over haar drie, toen nog, puberdochters, haar werk als leraar, haar kleinzoon en tegenwoordig over de mensen die ze ontmoet.
‘Maar na twee jaar wilde de Margriet meer leesvoer. En toen heb ik samen met Tony Broekhuizen het feuilleton Sanne ontwikkelt, dat inmiddels achttien jaar draait. Het staat op nummer één van de lezers-top tien. Ongelooflijk he?’

Oh oh Den Haag

Marjans jongste dochter zat op het vwo en kreeg geen Nederlands, omdat er niet genoeg leraren waren en dreigde daarom geen diploma te krijgen. Omdat Marjan een akte had, besloot ze de eindexamenklassen les te geven. Het schooljaar daarop was er weer een leraar weggelopen, dus werd Marjan nogmaals gevraagd.
‘Ik besloot om het schrijven en het lesgeven te combineren. Dus ik schreef er column over in de Margriet. Dat was geweldig. Ik heb me ook nergens ingehouden, ik heb die hele school te kakken gezet. Ik heb er één keer ontslag gekregen en drie keer ontslag genomen. Mijn columns werden ook in Den Haag opgepikt. De columns zijn samengevat in het boekje Van den Berg stort in!! en die hebben mensen op ministeries cadeau gedaan. Het is heel breed in de pers opgepikt. De Volkskrant, het Parool, de Telegraaf, iedereen schreef erover.’

Servetten, champignons en worteltjes

Ideeën schrijft Marjan overal op: een envelop, een notitieboekje, een servet (dat deed ze ook tijdens het interview haha).
‘Ik ben gestopt met het midden in de nacht te doen. Dan word je ’s ochtends wakker en zie je opeens staan: champignons. En dan heb ik geen idee meer, maar dat was ’s nachts blijkbaar een heel briljant idee.’
Het schrijven zelf gaat met horten en stoten. Het is iedere keer weer iets dat zich moet vormen, voordat het op idee plopt. Tijdens het vormen van het stukje speelt Marjan veel spelletjes op internet: ‘Ik oogst worteltjes en ik doe heel veel Solitaire achter elkaar, met van die bliep-geluidjes. En onderwijl rijpt dat volgende stukje.’

Wat schrijven en stoelen met elkaar te maken hebben

Ik vroeg Marjan hoe ze haar schrijfstijl zou omschrijven: ‘Ik schrijf dus waarschijnlijk volgens de literatuurcritici geen literatuur, ik schrijf lectuur. Maar je hebt mensen die hele mooie meubels maken, waar je eigenlijk niet in kan zitten, maar die wel prachtig zijn om naar te kijken. Daar voel ik niets voor. Als ik een stoel maak, dan wil ik dat iemand erin gaat zitten en denkt: oh, dit is een lekkere stoel zeg. Zo wil ik schrijven. Ik schrijf om de mensen een plezier te doen. En het lijkt me heel naar als je een boek hebt geschreven wat jonge mensen met veel tegenzin voor hun boekenlijst lezen.’


Klik erop om het groter te maken.


Als je erop klikt, kun je de column lezen.

Ik vroeg Marjan of ze een stukje wilde schrijven voor de serie’wie schrijft, die blijft’ en dat heeft ze gedaan. Niet zomaar een stukje, maar een heuse column in de Margriet! Over mij! Heel erg leuk vind ik dat :) (ook al klopt dat doodverlegen dan niet :P)

april 13th, 2012

Het was een paar weken geleden


Zo keek ik toen ik erachter kwam…

Het was een paar weken geleden. Ik was alleen thuis.

Je verwacht nu natuurlijk een spannend verhaal in de trant van: opeens hoorde ik een takje breken. Het geluid kwam vanuit de tuin. Voor ik het wist, stond er een man met een bivakmuts naast me. Ik was net te laat met het pakken van de honkbalknuppel (het wapen dat het meest dichtbij stond).
Maar zo’n spannend verhaal is dit niet. Maar één ding is er wel: mijn leven zal nooit meer hetzelfde zijn.

Goed, ik was alleen thuis. Dan doe je dingen. Zoals keihard met de muziek meezingen. Of eten. Heel veel eten. En je halve kledingkast aantrekken (‘Oh, dit is eigenlijk wel leuk, dat moet ik vaker aantrekken.’ Om het vervolgens te vergeten en de kleding nooit meer aan te doen).

Het gebeurde plotseling, voordat ik het in de gaten had. Het ontglipte me gewoon. De hele situatie. Ik stond erbij en ik keek ernaar, dat idee.

Ik was in mezelf aan het praten.

Kijk, mijn moeder doet dat ook. De hele dag door. Ook tijdens haar werk (en wonder boven wonder zijn haar collega’s nog niet gillend weggelopen). En in de supermarkt. En hoewel mijn moeder nog een jonge blom is (als ik iets anders zeg, dan krijg ik klappies), is het voor moeders toch niets raar dat ze tegen zichzelf praten.

Maar ik ben een meisje van twintig. In de bloei van haar leven, nog net (niet) volwassen. Hoe kan mij dit dan overkomen? Is het dat ik zoveel te vertellen heb dat het gewoon niet te bevatten is, dat ik het aan iemand (maakt niet uit wie) kwijt moet en dat ik het dan maar tegen mezelf zeg, omdat er niemand anders is? Nee, dat kan het toch niet zijn. Ik zeg namelijk niet hele boeiende dingen tegen mezelf (‘Oh, niet vergeten een flesje water te pakken.’).

Of… (ik durf het haast niet te zeggen) is dit het begin van het einde? Ga ik ook in de metro tegen mezelf praten, maakt niet uit of er iemand naast me zit. En als ik in een wachtrij sta. Of tijdens een feestje (‘Wie is die rare die voor zich uit zit te lullen?’ ‘Oh, dat is Laura, de dorpsgek.’).

Ik weet het niet. Ik vrees het ergste. Ik doe het zelfs op mijn blog (‘Bedoel je mij?’ ‘Ja, jou bedoel ik.’).

Zo was ik dus tegen mezelf aan het praten, toen mijn broertje thuis kwam. Ik was nog niet klaar, maar ik hield meteen mijn mond. Sindsdien praat ik alleen nog maar tegen anderen. Weet je wat? Misschien komt het toch nog goed met mij.

april 12th, 2012

Like & dislike

Like

– New Girl.
– Het gedicht ‘Ik herhaal je’ van Ingrid Jonker (en nog veel meer van haar gedichten).
– Gratis Ben & Jerry’s.
– De slappe lach hebben.
– Het deeg aflikken van een lepel als je iets aan het bakken bent.
– Dagdromen.
– Alles lezen. Dus ook de achterkant van de shampoofles en stofzuigerhandleidingen (oké, dat laatste nog net niet).
– Vrolijke liedjes (iemand nog tips?).
– Het woord ‘sip’ of ‘sipjes’.
– Dat het nu langer licht is.
– Paaseitjes. Voor, tijdens en na Pasen.
– Huilen van het lachen.
– Kleine kindjes die de coupé doorrennen.
– Pianomuziek.
– Dat mijn haar in de krant heeft gestaan.
– De museumnacht.
– Wouter Hamel.
– How I Met Your Mother.
– Een net iets te grote, lekker zittende trui aan hebben.
– Franse liedjes.
– Bloesem.
– De tien minuten na een presentatie (jaaaaaa, ik ben er vanaf!).
– Jij!

Dislike

– Mensen in het openbaar vervoer die stinken.
– Dat de smaak van kauwgom zo snel weg is.
– Het feit dat ik geen vijf talen vloeiend kan spreken.
– De tien minuten voor een presentatie.
– Hoofdpijn.
– Mensen die hun kind Mensje (of Zus) noemen.
– De bedrijven die geen brief terug hebben geschreven.
– Mensen die de buschauffeur geen gedag zeggen.
– Dat Barbie’s bruiloft op tv komt in plaats van Glee.
– De betekenis achter ‘sip’ en ‘sipjes’.
– Kleine kindjes die huilen in de trein.
– De troep in mijn kamer. Iemand zin om schoon te maken?
– Van die bonbons met alcohol erin.
– Dat de rest van mijn lichaam nog nooit in de krant heeft gestaan.
– De kleur oker. Het woord alleen al.
– Mensen die aan de deurklink trekken als jij op de wc zit en hij DUIDELIJK op slot zit.
– Dat de tijd zo ongelooflijk snel gaat!
– Rennen voor de trein en het hijgen achteraf (‘Aan je conditie werken, Laura.’).

(‘Oh mijn god Laura, ik wil nog dingen weten jij (dis)liket.’ Nou, dat kan, namelijk hier en hier. Al klopt één ding niet meer, zoek zelf maar uit welke.)

Tags:
april 11th, 2012

Vijf tips voor als het even wat minder gaat

Soms is alles k-u-t. Iedereen is stom, alles gaat slecht. Daarom heb ik vijf tips voor als het even wat minder gaat. Hopelijk ga je je hierdoor ietsje beter voelen!

1. Houd een boekje bij met de dingen die je fijn vindt.
Als je je sip voelt, is het moeilijk om aan de leuke dingen te denken. Maar dat is júist wat je moet doen. Houd daarom een lijstje bij met  alle dingen die jij fijn vindt en probeer de lijst zo lang mogelijk te maken. Daarnaast kun je in een schriftje de complimenten die je hebt gekregen bijhouden. Vaak herinner je de gemene dingen beter, maar misschien helpt dit wel om juist de aardige opmerkingen te onthouden.

2. Praat erover.
Het is niet altijd makkelijk, maar: praat erover met anderen. Vaak wordt het in je hoofd een chaos en met anderen praten helpt je om het in perspectief te zetten. Krop het dus niet op. In plaats van praten, kun je het ook van je af schrijven.

3. Luister vrolijke liedjes.
Zielige liedjes sleuren je alleen nog maar dieper het donker in. Dus luister naar vrolijke liedjes en ga dansen of zing mee! Luister bijvoorbeeld naar dit liedje. Of dit liedje (maakt me niet uit dat het van een Disney-sterretje is, het gaat erom dat het vrolijk is oké).  Dit liedje kan ook.

4. Zoek afleiding.
Kijk een film, lees een boek, ga sporten, maak een wandeling, bespeel een muziekinstrument, ga de hond/kat aaien, spreek met vrienden af. Er is zoveel dat je kunt doen!

5. Huil het eruit.
Big boys/girls don’t cry? Je hoeft niet altijd stoer te zijn. Een huilbui op zijn tijd kan enorm opluchten. Wel even een zakdoekje erbij pakken.

Hebben jullie nog meer tips?