Juli: Daag jezelf uit

Elke maand plaats ik vijf uitdagingen om het leven mooier, spannender en gekker te maken. Aan jou de keuze om ze uit te voeren of niet.

1. Ga vanavond met je hoofd aan het voeteneind van je bed slapen (deze heb ik niet zelf bedacht, maar komt uit de laatste Psychologie Magazine).
2. Kijk een week niet op Facebook.
3. Neem de trap in plaats van de roltrap.
4. Ga onder de douche staan en draai de kraan steeds kouder. Het gaat erom dat je constant buiten je comfortzone zit, dus niet wennen aan de temperatuur en dan kouder, maar de hele tijd langzaam aan de knop draaien. Meet hoelang je het volgehouden hebt! Ik heb het ook gedaan en ik ging van 50 graden naar 28 in ongeveer 43 seconden (deze heb ik niet zelf bedacht, maar ik kreeg de tip van Jaap, bedankt daarvoor!).
5. Reageer en vertel me iets wat je eerst niet durfde, maar toch gedaan hebt (zo ben ik bijvoorbeeld in achtbanen geweest die over de kop gingen, terwijl ik dat eerst niet durfde).

Enjoy!

Ik ben heel volwassen, dat zal wel blijken uit dit blogje

httpv://www.youtube.com/watch?v=_wdI5EsdDIo

Het was een paar jaar geleden. Ik was waarschijnlijk zestien, zeventien, zoiets. Eindelijk had ik een semi-moderne telefoon (ik loop altijd een beetje achter op dat gebied, vandaar dat het semi is, want het was wel moderner dan mijn vorige telefoon: een Nokia 3310). Alleen jeetje, wat een stomme ringtones had die. Oké, beter dan die Nokia (weet je wel, je had nog niet echte muziek, maar van die tonen, ik kan het niet uitleggen), maar toch.

Redder in nood was een vriendin. Zij had een ringtone die ik erg leuk vond. Het eindliedje van Spongebob. Hoewel Spongebob van oorsprong een kinderprogramma is, vonden wij het erg leuk. Met behulp van Bluetooth (zo modern!) kreeg ik hem.

Nu ben ik bijna 21 en heel volwassen. Ik studeer en binnenkort ga ik op mezelf wonen. Ik denk na over het leven, heb mijn rijbewijs, sla niet meer met de deuren als ik boos ben. Ja, het is echt waar, ik behoor nu (figuurlijk) tot de grote mensen.

Maar die ringtone heb ik nog steeds. Mensen kijken me raar aan in de bus  of moeten lachen als ik gebeld word, maar mij maakt het niet uit. Ik word er blij van. Want wat zeggen ze vaak? Koester het kind in jezelf. Dus dat ga ik doen ook.

En ik beloof het je: op mijn 50e heb ik nog steeds deze ringtone.

Laura’s brieven: Loesje

De afgelopen weken heb ik enorm veel brieven (twintig om precies te zijn) geschreven naar verschillende bedrijven en instanties. Daar stonden vragen in en soms ook suggesties (niet allemaal even serieus). Waarom? Omdat brieven schrijven leuk is. Omdat het kan en omdat ik benieuwd ben wie er (überhaupt) terugschrijven en wat dan precies! (Nogmaals: let niet op mijn handschrift, daar gaat het niet om!)

Loesje

Loesje kennen jullie wel toch? Van de posters met grappige/bijzondere/opvallende/kritische opmerkingen. Ik vind Loesje echt een geweldig initiatief en daarom moest er zeker wel een brief geschreven worden. Dit kreeg ik terug:

Dat wordt dus verhuizen naar Berlijn!
Nee, ik vind het een leuk antwoord en ook leuk met dat kasteel op wolken enzo. Wel jammer hoor, dat Loesje niet in Rotterdam zit. Overigens is mijn vraag over het liedje niet beantwoord. Ik weet niet of jullie het kennen, maar dat is een oud liedje waar later een remix van gemaakt is, die kun je hier luisteren.

Dat was alweer de laatste brief! Volgende week komt de altijd spannende schandpaal met bedrijven die niet teruggeschreven hebben.

UPDATE: Ik kreeg een mailtje van Loesje met het antwoord op de vraag over het liedje:

Wel, eigenlijk hebben we een hekel aan het lied. We worden er vaak mee geassocieerd, maar Loesje is niet het meisje van de drummer van de band. En als ze het wel zou zijn geweest (in die tijd dat het liedje geschreven is), is het vast nu uit met die drummer ;-)
Nee, we luisteren dus nooit naar.

Het koffieritueel

Elke avond rond een uur of zeven doen wij koffie in huize Bosua. Ja koffie doen, officieel geen werkwoord, maar daar zitten we niet mee. Dat koffie doen (ook al drink ik thee) is een heel ritueel.

Mijn moeder zet het eerste bakje en roept: ‘Laura, KOFFIEEEEEEEEEEEEE!’. Hetzelfde roept ze naar mijn broertje, maar dan tien keer, want die jongen is zo sloom als wat.
Wanneer we dan eindelijk beneden zitten, worden eerst de koekjes uitgedeeld (mijn lievelings zijn van die kaakjes van Verkade, omdat je die in de thee kunt dopen of natuurlijk chocoladekoekjes).

Vervolgens komt het sssst-spel. Dit speelt zich af tijdens het kijken naar De Wereld Draait Door. Eén iemand in het gezelschap kijkt en de anderen praten.
‘Ssssssst.’ hoor je dan.
Dit spel wordt tijdens het gehele koffieritueel gespeeld.

De ouders (en tegenwoordig ook het broertje) hebben inmiddels hun koffie op. Dan begint de strijd. Want: wie zet het volgende bakje?
‘Ik was gisteren!’ zegt mijn broertje.
‘Nee hoor, ik was gisteren al!’ stelt mijn vader.
‘Nou, ik ben ook niet aan de buurt hoor.’ lieg ik vervolgens.
Uiteindelijk geeft één van ons toe en komt het tweede bakje eraan.

De koektrommel gaat weer rond, er wordt nog een aantal keer ge-ssssst en daarna vertrekken de jong-en-lui weer naar boven.

Het koffieritueel is over. Morgen weer.

Hebben jullie ook zoiets, een vast tijdstip om koffie/thee te drinken?

Laura de voetbalster (dat laatste woord graag op beide manieren opvatten)


Dit is dus één van de vele voetbalprijzen (voor topscorer) die ik niet heb gewonnen. Balen.

‘Huh, maar jij houdt toch helemaal niet van voetbal?’
Dat klopt. Maar er was een tijd, lang, lang geleden, toen ik dat nog niet zo goed besefte.

Het was op de basisschool. Ik was nog naïef. Ik deed al mee aan schoolkorfbaltoernooien (ik geloof niet dat ik ooit gescoord heb, maar het gaat om het plezier toch?). Vanaf groep zeven kon je echter ook meedoen aan het schoolvoetbaltoernooi. Ik moet wel erg in de war zijn geweest, want: ik gaf me ervoor op. No pressure van mijn ouders, helemaal vrijwillig. Aan de drugs was ik niet, dus waarom dan? Geen idee.

Mijn broer zat op allerlei sporten, behalve voetbal en mijn broertje was nog te jong om naar de F-jes te gaan. Mijn vader (voetbalgek) was dan ook razend enthousiast dat ik meedeed.

Dat heb ik geweten ook.

We speelden wedstrijden tegen andere scholen en waren, net zoals bij korfbal, superslecht. Dat maakte mijn vader niet uit. Hij stond langs de zijlijn en schreeuwde de longen uit zijn lijf: ‘PASS DIE BAL NAAR LAURA!’
Hij moet wel blind van liefde zijn geweest, want ik was niet bepaald een talent en het was veel veiliger om de bal naar iemand anders te schoppen.
Terwijl mijn vader allerlei adviezen riep (‘Naar voren, naar voren!’), schaamde ik me kapot. Het was al erg genoeg dat ik aan die wedstrijden mee deed (ik was er inmiddels achtergekomen dat het verstandiger was om niet te voetballen) en dan kon bovendien het hele elftal mijn vader horen roepen.

Sindsdien heb ik de voetbalschoenen nooit meer aangetrokken. Gelukkig voor mijn vader ging mijn broertje wel op voetbal.

Ik houd het voortaan bij het kijken van de einde van de wedstrijden op tv als de voetballers hun shirts uit trekken. Daar ben ik wél goed in.

Acht dingen die ik geleerd heb over het dragen van hakken

Mijn nieuwste aanwinst. 

Tegenwoordig dragen de meisjes op hun tiende al de eerste hakken, maar ik was zestien toen ik ermee begon. Sindsdien ben ik op dit gebied veel wijzer geworden en die kennis zal ik uiteraard met jullie delen (overigens zijn het niet allemaal fouten die ik zelf heb gemaakt, maar ook een paar die ik bij anderen heb geconstateerd).

1. Nooit rennen op hakken als je je trein moet halen.
Geloof me, je mist nog liever je trein dan dat je dit risico neemt. Waarom? Je verliest altijd wel een hak Assepoesterstyle (op de knappe prins na), je hebt een rentempo van één meter per kwartier en als je geluk hebt, krijg je daar gratis een paar blaren bij. Bovendien  haal je je trein meestal toch niet.

2. Draag geen hakken tijdens concerten of het uitgaan.
De eerste tien minuten gaan nog wel, maar de meeste concerten duren wel wat langer. Op een gegeven moment gaan je voeten zo branden dat je bijna zou willen dat je helemaal geen voeten meer had. Het maakt niet uit hoe leuk ze zijn, je gaat de hakken die je draagt haten. Oh en na die twee uur kun je alleen maar strompelen.

3. Altijd inlopen.
Het is niet de bedoeling dat je een week erna nog niet kunt staan, omdat je zoveel pijn aan je voeten hebt.

4. Draag alleen hakken als je erop kan lopen.
Ik moet toegeven: hilarisch is het wel, om vrouwen te zien die niet op hakken kunnen lopen. Je vermaakt er mensen dus wel mee. Maar uitgelachen worden is niet leuk, dus doe toch maar die ballerina’s aan als je niet op hakken kunt lopen (en altijd eerst thuis oefenen!).

5. Hakken in neonkleuren kun je beter in de schoenenwinkel laten staan.
Ik ken geen enkele outfit die er beter op wordt door neonkleurige hakken. Als je licht nodig hebt in het donker kun je beter een zaklamp kopen.

6. Doe ze aan, omdat jij het leuk vindt. Niet omdat je denkt dat de mannen het sexy vinden.
Ik denk dat mannen stiekem bang zijn voor hakken, omdat je ze ook als wapens kunt gebruiken.

7. In de winkel lopen ze nog lekker, thuis waarschijnlijk niet.
Altijd hetzelfde liedje met die hakken.

8. Het maakt niet uit hoe hoog de hakken zijn, ik zal altijd klein blijven.
Dat is echter niet iets om over te huilen, want: klein maar fijn, groot is idioot. Echt waar (ik hoop niet dat de club van de lange mensen nu boos op me worden…)

Waar ik in hemelsnaam de tijd en inspiratie vandaan haal


De notitieboekjes voor mijn blog. Mijn redders in nood.

Bij het blogje van een paar dagen geleden over mijn schrijfactiviteiten kwam één reactie vaak naar voren: Laura, waar haal je in hemelsnaam de tijd en inspiratie vandaan?

Dat zal ik jullie uiteraard vertellen.

Dagelijks verschijnt er een blogje en daarnaast schrijf ik dus ook drie a vijf stukjes voor andere websites. Dat laatste doe ik nog niet zo lang, maar ik denk dat het net zoals met mijn blog is: het is niet makkelijk in het begin, maar het moet een ritme worden. Als iets in je systeem zit, dan zul je het moetenmoetenmoetengevoel minder hebben (althans, dat heb ik) en gaat het steeds beter. Inspiratie is niet iets waar je passief mee om moet gaan, dat wil zeggen (iets wat veel mensen denken en ik snap het hoor, daar niet van): zitten en wachten tot er iets komt. Je moet er iets actiefs van maken. Hoe doe je dat? Maak een wandeling of doe een huishoudelijk klusje, want daar hoef je niet bij na te denken en dan komen juist de ideeën. Lees boeken of andere blogs. En vooral: schrijf je ideeën meteen op! Je hoeft er niet gelijk een blogje over te schrijven, maar dan kun je het later nog gebruiken.

Dan de tijd. Waar haal ik de tijd vandaan? Allereerst heb ik nu bijna vakantie, maar voorheen had ik maar twee dagen college in de week. Dat betekende niet dat ik de rest van de week niets hoefde te doen, maar wel dat ik mijn eigen tijd in kon delen. En het ligt er maar net aan waar je prioriteiten liggen. De één besteedt veel tijd aan televisiekijken (iets wat ik zelf weinig doe), de ander schrijft. Maar wat vooral belangrijk is natuurlijk is dat je er tijd voor vrijmaakt. Een bepaald tijdstip of een bepaalde dag ervoor uitzoeken kan handig zijn (bijvoorbeeld de luie pyjamazondag, ideaal!).

En het allerbelangrijkste natuurlijk: ik doe het, omdat ik het leuk vind en omdat ik het wil. Als dat niet het geval is, dan wordt het al heel moeilijk natuurlijk haha.

En hoe zit het dan met jullie? Waar halen jullie de tijd en inspiratie vandaan om te bloggen/schrijven/creatief bezig te zijn?

Fictief interview met mijn bureau Johan


Ik moet eerlijk bekennen dat ik voor deze foto hele hopen troep heb verwijderd die zich voorheen wel op Johan bevonden.

Het is best raar dat ik het nog nooit over Johan heb gehad. Johan is geweldig. Elke dag zit ik aan hem. Hij draagt mijn laptop, papieren en soms boeken. Zoals je op de foto kunt zien, is hij daardoor erg gespierd geworden. Hoewel ik Johan erg goed ken, leek het me toch een leuk idee om hem te interviewen en meer over hem te weten te komen. Hier mijn verslag.

‘Hoi schatje!’ zei ik tegen Johan. ‘Ben je klaar voor het interview?’
Deze keer zei Johan geen ‘Kroelbeertje’ tegen me, hij keek zelfs een beetje nors.
‘Nee. Voordat je met het interview begint, wil ik nog wat zeggen.’ begon hij.
‘Maar lieverd, daar hebben we toch ons wekelijkse spreekuur op vrijdagmiddag voor?’ antwoordde ik.
Dit was echter van dusdanig ernstige aard dat het niet kon wachten.
‘Ik ben de manier waarop je me behandelt zat.’
Zo, kwam die even hard aan. Ik had geen idee waar het over ging. Waarom had Johan me dit niet eerder verteld?
‘Je hebt nagellak op me gemorst en dat gaat nooit meer weg.’
‘Maar Johan,’ riep ik. ‘Dat is al maanden geleden! Je hebt er nooit iets van gezegd, ik dacht dat je het niet erg vond.’
‘Ik loop voor gek, Laura! Billy de boekenkast, mijn beste vriend, lacht me de hele tijd uit. Ik bedoel, het is rood met glitters. Erger kan niet.’
Ik liet mijn hoofd hangen.
‘Het spijt me. Ik zal mijn best doen om het eraf te halen.’
Maar dat bleek niet genoeg te zijn.
‘Dat is nog niet eens het ergste. Weet je wat ik ongelooflijk irritant vind? Dat je alles wat je niet kwijt kan op mij gooit. Ik bezwijk zowat onder die troep van jou. Je weet dat je moeder het met me eens is, maar toch doe je er niks aan.’
Hmm, hoe kwam ik hier nou weer onderuit?
‘Maar je bent zo sterk!’ prees ik hem. ‘Ik bedoel, moet je die spierballen van jou zien. Ik wil gewoon dat je fit blijft.’
Johan schudde met zijn hoofd.
‘Je snapt er helemaal niets van.’
Er viel een stilte. Zenuwachtig plukte ik aan mijn shirt. En toen begon Johan opeens te schreeuwen.
‘En waarom heet ik eigenlijk Johan? Je bent echt een debiel dat je me die naam hebt gegeven, TRUT!’
Ik begon te lachen, maar stopte ermee toen ik zag hoe boos Johan keek.
‘Ik? Dat heb ik niet verzonnen, maar de Ikea!’
Dat had ik niet moeten zeggen. Johan begon te huilen. Na zes jaar heeft hij nog steeds heimwee naar zijn geboortestreek. Ik legde mijn hand op zijn schouder.
‘Je hebt Billy toch? En mijn bed, ook al weet ik niet hoe hij heet. En de ladekast. En de kledingkast. Al je vrienden van de Ikea zijn hier.’
Johan glimlachte.
‘Je hebt gelijk. Ik mag niet klagen.’
Ik was blij dat Johan weer een beetje vrolijk was en dus vroeg ik:
‘Eh Johan, dat interview?’
Hij keek meteen weer boos.

Vandaar dat ik geen interview heb met Johan. Sorry. Hij is nog steeds boos op me.

Laura’s brieven: oproep


Hier zit het nieuwe briefpapier in. Spannend he?

Ik heb nieuw briefpapier.
‘Dus?’
Dat is goed nieuws. Want briefpapier betekent brieven schrijven. Naar wie? Naar jullie!

Voor de mensen die nog niet lang genoeg mijn blog lezen om het te weten: ik ben begonnen met een versie van Laura’s brieven waarin ik brieven met vragen aan bedrijven stuurde. De eerste serie was een succes, dus wilde ik een tweede serie (die nu dus bezig is, er komt nog één brief en daarna de altijd spannende schandpaal van bedrijven die niet geantwoord hebben!). Maar het schrijven van brieven naar bedrijven kost veel tijd en het wachten op antwoord nog meer.

Toen kreeg ik een idee.

In de tussentijd een ander brievenproject, namelijk met mensen in plaats van bedrijven. Ja ja. Als je ze wil lezen, moet je hier klikken en en een beetje naar beneden scrollen (en als je een paar keer op older entries klikt, kun je ook de vorige serie van brieven naar bedrijven lezen). Zo heb ik naar bloggers geschreven, maar ook naar een studiegenootje, mensen van twitter, een ex-bijleskindje en een oude bekende van de middelbare school.

De tweede serie brieven naar bedrijven is bijna afgelopen, maar het leek me leuk om in de tussentijd (er komt wel een derde serie hoor) weer te schrijven naar mensen (dat klinkt zo raar, maar je snapt wel wat ik bedoel). Dus nu komen er twee vragen.

1. Naar welke bedrijven/instanties/merken moet ik écht een brief sturen?
2. Wie wil er meedoen en een brief van mij ontvangen? Het maakt niet uit of je een blogger bent of niet, zolang je maar een mens bent (en geen robot bijvoorbeeld)! Je mag alleen niet meedoen als je vorige keer al een brief hebt gekregen (sorry). Maar let wel: als je denkt dat je niet zal antwoorden, doe dan niet mee. Straks kom je nog aan de schandpaal!
Het werkt hetzelfde als bij de brieven aan bedrijven. Ik zal dus zowel mijn brief naar jou als jouw antwoord naar mij op mijn blog zetten. Je achternaam en adres komen er uiteraard niet op te staan, maar je voornaam (tenzij je een pseudoniem wil gebruiken, ik vind het best) en eventueel je blog (promotie!) wel. Dat is dus wel de voorwaarde om mee te doen, dat je toestemming geeft om de brieven online te zetten. Ik zal overigens geen superpersoonlijke vragen stellen als: wanneer heb je voor het laatst gehuild? en dergelijke.

Overigens: het is niet de bedoeling dat het een penvriendenproject wordt (ik denk niet dat ik met zoveel mensen tegelijk penvrienden kan zijn :P). Maar het is eigenlijk net zoals bij de bedrijven, alleen weet je al dat je de brief krijgt. Ik stuur je een brief met allerlei vragen en jij antwoordt (hopelijk!).

Nou, hopelijk is dat duidelijk. Als je mee wil doen, reageer of mail naar laura@lauradenkt.nl en dan heb je binnenkort een (hopelijk leuke) brief van mij in de bus! :)

Aanrader: Joris Luyendijk – Het zijn net mensen

 

In de boekenkast zag ik dit boek staan en hoewel ik het al eerder gelezen heb, vond ik een herlezing geen kwaad kunnen (dat was maar goed ook, want ik was veel vergeten).

Joris Luyendijk was vijf jaar lang correspondent voor het Midden-Oosten (voor de Volkskrant, NRC Handelsblad, het Radio 1 Journaal en het NOS Journaal). Wat dit boek duidelijk maakt, is dat journalistiek bedrijven moeilijk is, zeker wanneer er sprake is van een dictatuur of een bezetting.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zoveel over het Midden-Oosten wist, maar alles wordt op een goede manier uitgelegd, zodat het voor iedereen begrijpelijk is. Het is een boek over journalistiek, maar de schrijfstijl is niet journalistiek, wat misschien wel logisch is. Het is duidelijk geschreven van een mening, maar dat is niet iets waar ik me aan stoor.

Dit boek zou ik vooral aanraden aan mensen die interesse hebben in journalistiek of het Midden-Oosten. Het is ook interessant als je veel naar het nieuws kijkt, omdat het ook over beeldvorming gaat. Een goed voorbeeld is dit: ‘In Ramallah merkte ik voor het eerst hoe televisie je beeld van de werkelijkheid bepaalt: je weet niet wat je níet te zien krijgt, en wat je wel te zien krijgt maakt veel grotere indruk dan krantenartikelen of radioreportages zouden doen. Zoals een collega het bondig samenvatte: woorden raken je in je hoofd, beelden in je maag.’ (blz. 120)

Je wordt je bewust van de grenzen van journalistiek en je gaat anders denken over hoe oorlogen en dergelijke in beeld worden gebracht (vooral op tv). Het is wat dat betreft geen boek waar je vrolijk van wordt, maar je leert er wel veel van.

Dus ik zou zeggen: lezen allemaal, hup!

(En als iemand nog meer van dit soort boeken weet, laat het me dan alsjeblieft weten. Ik zou er wel meer willen lezen :))