Archive for november, 2012

november 15th, 2012

Wat ik nodig heb om de winter te overleven

Ik bibber me rot met 15 graden, 20 graden is nog net te doen voor mij. Bij elke temperatuur die onder de 10 graden komt, kan ik me echter niet meer bewegen, omdat ik al doodgevroren ben. Mijn ouders wisten dit niet van tevoren, anders hadden ze op mijn geboortecertificaat wel Koukleum als tweede naam aangegeven.

Nu is er een klein probleempje. Elk jaar gebeurt het weer. Eerst is het nog herfst en dat is al erg genoeg, maar dat kan ik nog net aan. Ik ben moeilijk te verstaan door het geklapper van mijn tanden, maar vijf minuten op de trein wachten overleef ik wel.

Maar nee, dan de winter. Die heeft niets. Geen mooie bladeren, geen warm zonnetje, geen bloesem. Ja, sneeuw. Dat is dan één minuut mooi, voordat de auto’s er modder van maken en wanneer je een sneeuwbal in je nek krijgt, weet je ook plotseling niet meer wat er nou zo leuk aan was. Elke keer rond oktober/november weet ik het dan ook zeker: aankomende winter overleef ik niet.

Ik ben 21 en ik leef nog, dus blijkbaar is het voorafgaande jaren toch gelukt (maar het was op het randje hoor!). Dat komt alleen maar omdat ik een aantal hulpmiddelen had en zelfs met deze hulp is het nog tricky. Ik zal een overzicht geven:

– De kachel.
Hij verwarmt zowel mijn lichaam als mijn hart. We zijn onafscheidelijk.

– Warme chocolademelk met slagroom.
Het enige leuke aan de winter is dat ik dit mag drinken. Maar let wel: mét slagroom. Anders kun je het net zo goed niet drinken.

– Minnie Mouse-handschoenen.
Om te voorkomen dat mijn vingers eraf vallen tijdens het fietsen (zou toch jammer zijn), draag ik deze geniale handschoenen.

– Rode winterjas mét capuchon.
Ik wild een blauwe trenchcoat met een capuchon. Die, lieve mensen, zijn niet te vinden. Gelukkig wel een rode. Heeft voor een nieuwe bijnaam gezorgd (Roodkapje). Voor de capuchon ben ik eeuwig dankbaar, want Roodkapje houdt niet van natte haren door de regen.

– Goede films en boeken.
Naar buiten gaan kan niet, want dan ga je dood. Wat moet je dan doen? Films kijken en boeken lezen natuurlijk. Mét warme chocolademelk met slagroom.

– Sjaal.
Mijn delicate nek kan niet zonder. En het is al helemaal fijn als je verkouden bent (nóg een nadeel van de winter!).

– Kerst.
‘Wat moeten we doen om de winter toch nog een beetje leuk te maken voor de mensen?’ ‘Ik weet het, een feestdag!’ Kerst betekent vrij zijn (ik zeg expres niet kerstvakantie, want ik heb voor mijn studie alsnog altijd deadlines, dus dat kan je geen vakantie noemen), gezelligheid, familie, de kerstboom vol met de lelijkste basisschoolprutsels gemaakt door mij en mijn broer/broertje, lekker eten, chocola (heeeeeeeeeeeeeeeeel veel chocola), films die je al tachtigduizend keer hebt gezien (Home Alone, the Sound of Music enzo) en oh ja, cadeautjes (laten we het maar niet hebben over de stress die het zoeken van cadeautjes voor anderen oplevert). Twee dagen ontspannen, fijn!

– Chocoladekruidnoten.
Om een extra vetlaagje te creëren. En omdat ze lekker zijn. Ik geniet er nog maar van, voordat ze in januari weggaan. In maart komen ze namelijk pas weer in de schappen te liggen.

– Een vriendje.
Toegegeven: ik heb ook winters zonder een vriendje overleefd. Maar ze zijn toch wel heel erg fijn. Ze kunnen de winter zelfs romantisch maken en ze houden je warm. En je kunt hen persoonlijk aansprakelijk houden voor als je de winter niet overleeft. Alleen heb je er zelf dan niet meer zoveel aan.

Dat moet goed komen, zou je zeggen. Maar ik beloof niets. Mocht het verkeerd aflopen: jullie weten wie jullie de schuld moeten geven!

november 14th, 2012

Je jas of je leven?

Afgelopen zaterdag was ik op het Lezersfeest in de bibliotheek van Rotterdam. Daar waren allerlei dingen georganiseerd, zoals lezingen (door Paulien Cornelisse!), signeersessies en optredens. Manon en ik wilden net op de foto gaan, toen er opeens een snerpend geluid klonk: het brandalarm.

Dit is wat je zou verwachten dat er gebeurde: iedereen kijkt paniekerig om zich heen, laat wat ze dan ook in hun handen hebben (jus d’orange, boeken, baby’s) vallen en rennen als gekken naar de deur, waarbij een aantal mensen onder de voet wordt gelopen. Er klinkt geschreeuw, gehuil en gevloek. Mensen proberen zo snel mogelijk naar beneden en naar buiten te komen en denken maar aan één ding: hun eigen leven redden.

Dit is wat er gebeurde: verbaasd kijkt iedereen om zich heen. Huh, waarom gaat het brandalarm nou af? Hmm nee, niets te ruiken of te zien. Zullen we naar beneden gaan of niet? Tja, andere mensen gaan ook niet naar beneden. Nou ja, weet je wat, laten we gewoon gaan. Op hun dooie gemakje lopen mensen naar beneden, na eerst getwijfeld te hebben of ze het boek waarmee ze in hun handen stonden toch hadden moeten kopen. Beneden is het dringen bij de garderobe, iedereen wil zijn of haar jas hebben, want tja, is toch koud buiten, zo zonder jas. Ze hebben absoluut geen haast om zich naar de uitgang te begeven, terwijl het loeiharde alarm ondertussen nog steeds afgaat.
‘Brrr koud.’ zeggen de mensen die zonder jas buiten staan. ‘Ik had toch beter mijn jas kunnen halen.’

Toegegeven, ik dacht ook: wat moet ik nou doen? En keek naar de anderen om te zien wat zij deden. Maar ik snap niet waarom mensen eerst hun jas gingen halen. Ik weet niet hoor (ook al zie of ruik je niets, toch kan er iets aan de hand zijn en misschien was er wel beneden brand), ik vind persoonlijk mijn leven belangrijker dan mijn jas, maar dat kan ook aan mij liggen.

Het belangrijkste is natuurlijk dat we allemaal nog leven en dat er geen brand of iets dergelijks was. Maar ik blijf het raar vinden.

november 12th, 2012

Like & dislike (5)

Like

– Mijn vriendje.
– Meeten met Laura en José (niet tegelijkertijd).
– Mensen die ‘Lieve Laura’ zeggen/schrijven/typen. Vanwege de alliteratie, maar vooral ook omdat het natuurlijk leuk is om lief genoemd te worden!
– Mijn rode winterjas (valt nog eens op tussen al die zwarte vuilniszakjassen).
– Toneel.
– De wereld schijnt op 21 december toch niet te vergaan, heb ik geleerd toen ik naar museum Volkenkunde in Leiden ging. Maar de wereld gaat wel veranderen. Hoe? Tja, dat gaan de Maya’s natuurlijk niet verklappen, dan is de verrassing er vanaf!
– De kleuren van de bladeren.
– Dit liedje en de clip.
– Na één winkel inlopen al meteen de perfecte jas te vinden en bij de volgende week de perfecte laarzen (beiden zijn normaal gesproken moeilijk te vinden voor mij, dus dit mag wel een wonder genoemd worden).
– Over anderhalve maand is het kerst!
– De oude huizen in Oegstgeest.
– Dit gedicht van Toon Tellegen (en zoveel andere gedichten van hem).
– Weten waar ik mijn scriptie over ga schrijven en een scriptiebegeleider hebben (komt vast een keer een blog over).
– Mijn Minnie Mouse-handschoenen (ik zal binnenkort wel een Outfit Of The Day laten zien).
– De film (500) Days of Summer.
– Hakken.
– Paulien Cornelisse die tijdens het Lezersfeest in de bibliotheek van Rotterdam een stukje voorlas over iemand uit het programma ‘Ik vertrek’. Die zei iets van: ‘Ja, ze kwijlt helemaal weg op die berg.’ in plaats van ‘kwijnt’. Hilarisch!

Dislike

– Dat het zo snel donker wordt.
– De winter die steeds dichterbij komt en elk jaar weer de vraag: hoe ga ik dat overleven?
– Vuilniszakjassen.
– Over anderhalve maand is het kerst! (en ik moet nog cadeautjes verzinnen voor iedereen).
– Dat ik geen tijd heb om voor de derde keer (500) Days of Summer te zien.
– Hakken.
– Dat ik een scriptie moet schrijven.
– Dat ik al in mijn derde jaar zit en het allemaal zo snel gaat en boehoeeeee, waarom kan de universiteit niet zes jaar duren en de middelbare school vier jaar, dat is toch veel leuker?
– Katten die geen hallo terugzeggen als ik ze gedag zeg.
– Dat ik denk van: jeeeeej, weer een nieuwe aflevering van How I Met Your Mother/New Girl kijken en dan blijkt die week erna pas weer een nieuwe aflevering te zijn en jeeeeeeeetje, moet je superduperlang wachten en dan kan dus echt niet.
– Me boek, jou jurk, zowiezo, ik wordt, hun hebben, hij wilt etc.
– Dat het wel twee hele seconden kost om mijn lenzen uit te doen en dat zijn dus mooi twee seconden teveel.

Tags:
november 11th, 2012

Waar je mee te maken krijgt als je je haar verft


Deze is niet representatief voor mijn huidige haarkleur, maar ik ben te lui om een nieuwe foto te nemen en het verandert toch elke week door wassen en zonlicht enzo, dus lekker boeiend!

Mijn natuurlijke haarkleur heeft zich, behalve als ik uitgroei heb, al jaren (en dan bedoel ik echt jaren, sinds mijn elfde ofzo) niet laten zien. Verfde ik mijn donkerblonde haar eerst blond en daarna bruinroodblondachtighetverschiltelkeweekzowat. Als je je haar verft, dan krijg je veel vragen. Namelijk deze:

Als mensen je nog niet zo goed kennen: ‘Is je haar nou geverfd of-?’
Wat ik zeg: ‘Ja.’
Zij (het zijn altijd vrouwen): ‘Oh nou, het past wel bij je hoor, ziet er natuurlijk uit!’
Wat ik denk: Als het er zo natuurlijk uit zag, dan zou je niet hoeven vragen of het geverfd was.

Als mensen je wel al kennen en je bent weer naar de kapper geweest om het opnieuw te laten verven: ‘Heb je je haar geverfd?’
Wat ik zeg: ‘Ja.’
Wat ik zou willen zeggen: Wat?! Nee? Ik werd vandaag wakker en opeens was mijn haar donkerder geworden!

Mannen die horen dat ik mijn haar heb geverfd: ‘Huh? Is je haar geverfd?’
Wat ik denk: Zo typisch dat mannen het nooit zien.

Random mensen: ‘Waarom verf je je haar?’
Wat ik zou willen zeggen: ‘Vanwege interne psychische processen waardoor ik mijn eigen haarkleur niet kan accepteren.’
Wat ik echt zeg: ‘Vind ik leuk.’

Die vragen zijn al vermoeiend, maar nog erger is het verven zelf. Of nee, de periode eraan vooraf. Want je krijgt namelijk uitgroei. Er is dan niemand meer (behalve mannen dan, want die zien toch niets) die je kan overtuigen dat je echt echt echt van jezelf rood haar hebt. En dan ga je naar de kapper en moet je er eerst een uur belachelijk uit zien (thank God heb ik een thuiskapper, dus dat bespaart me gênante ontmoetingen met bekenden in de kapperszaak) en de week erna stinkt je haar nog naar verf.

Terwijl je het zelf alweer vergeten bent, kom je die week mensen tegen.
‘Heb je je haar geverfd?’ vragen ze.
‘Ja.’ antwoord ik.
‘Oh.’ zeggen ze dan. ‘Ik vond je vorige kleur leuker.’

november 10th, 2012

Ezelsoren

Blijkbaar zie ik er erg betrouwbaar uit. Dat ben ik uiteraard ook, maar zelfs onbekenden weten dat. Ik zat een keer in de trein een boek te lezen, toen er een vrouw met een meisje van rond de vijf jaar (ik ben zo slecht in het schatten van leeftijden van kinderen, dus ze kan net zo goed vijftien zijn geweest) naast me kwam zitten. Het meisje verveelde zich dood, deed wat kinderen dan doen (‘Maaaaaahaaaaaaaam!’) en kreeg af en toe een pak slaag om haar stil te krijgen. Terwijl ik zat te bedenken wat ik in godsnaam moest doen (Je slaat je kind toch niet? Moet ik er wat van zeggen?) stond de moeder opeens op.
‘Wil jij op haar letten?’ vroeg ze aan me en was al weg, voordat ik ‘Wtf.’ kon zeggen. Ik wachtte op de moeder die naar de wc ging (hoopte ik). Het kind leek niets door te hebben, maar begon verwoed de bladzijdes van mijn boek om te slaan (ze hield wel van ezelsoren, geloof ik). Twee gedachten speelden door mijn hoofd:

1. Je laat je kind toch niet bij een wildvreemde achter? Dan ben je toch achterlijk? Nu ben ik wel te vertrouwen, maar hallo, dat weet je toch niet?
2. Wat als die moeder niet terugkomt?

Ze kwam terug. Zachtjes pakte ik het boek uit de handen van het meisje en borg het op in mijn tas.  Bij de volgende halte sleurde de moeder het kind mee, dat haar hoofd nog omdraaide en met grote ogen naar me keek. Ik haalde het boek maar weer uit mijn tas, keek naar de dubbelgevouwen bladzijdes die het meisje had achtergelaten en zuchtte. En niet vanwege de ezelsoren.

november 8th, 2012

Laura’s liefdesletteren: winter in de zomer

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het was één van de warmste dagen van het jaar. De zon kleurde onze haren goud en onze armen bruin. Het zand plakte aan mijn voeten. We hadden net verkoeling gezocht in de zee, broeken opgestroopt tot onze knieën. De druppels op mijn benen verdampten één voor één, terwijl ik bedacht wat ik moest zeggen. Iets over het weer? Dat is zo standaard. Vragen of hij zussen of broers heeft? Nee, wees eens origineel! Shit, nu was er alweer een minuut voorbij. Maar net toen ik mijn mond opendeed om het over die ene film te hebben, vroeg hij:
‘Heb je het koud?’
Verbaasd keek ik hem aan. Vanochtend stond de thermometer al op twintig graden.
‘Nee, hoezo?’
Hij glimlachte.
‘Zeg maar gewoon dat je het koud hebt.’
Ik begreep er niets van, maar hij glimlachte zo lief, dus ik moest wel.
‘Ik heb het koud.’
Hij legde zijn arm om me heen. Dat was de enige keer dat ik wenste dat het winter was.

november 7th, 2012

Mijn gedachten tijdens het fietsen van Oegstgeest naar Leiden

Oh god nee, het regent toch niet he? Zal ik mijn tussenjas of mijn winterjas aantrekken? Het is volgens mij best koud. Ja, maar als ik dan weer ga fietsen, krijg ik het superwarm. Ja maaaaaar, het regent. Helemaal niet, dat was schijn! Nou oké, dan doe ik mijn leren jasje wel aan.
Oké, welk liedje zal ik luisteren? Nah, Candy van Robbie Williams heb ik al te vaak gehoord. Hmm, even kijk-, kut, donder bijna van de trap af. Voor je kijken, Laura. Oké, ik doe dat liedje wel.
Aaaaaah, het is zo koud, ik ga dood en dan zeggen ze: ‘Oh god nee, waaraan is Laura overleden?’ ‘Ja, aan de kou, ze kon het niet meer aan.’ Lekker is dat. Alsnog beter dan door een föhn, dat wel. Of een ingeslikte pen.
Zal ik mijn handschoenen aan doen? Nee, dan moet ik ze heeeeeeelemaal zoeken in mijn tas en shit, ik moet echt weg nu, maar ja, dan heb ik wel hele koude handen en dat is echt niet leuk en kut, moet echt weg. Oooh, waarom werkt dat slot niet mee?
Goed, ik zit op de fiets. Ein-de-lijk. Oh god, dat was al bijna mijn eerste ongeluk voor vandaag. Waarom letten mensen nooit op? Ah mooi, het stoplicht staat op groen, kom op Laura, gebruik die beentjes van je, even hard fietsen en dan is het… weer rood. Fijn. Net nu ik al aan de late kant ben. Ja nee, laat de mensen aan de overkant maar eerst voorgaan. En de mensen van links en rechts ook. Heb alle tijd. Echt helemaal niets te doen. Nee, geef ons maar geen groen, is nergens voor nodig. GROEN YES! Even die slome mevrouw inhalen. Nou nou mevrouwtje, hoef je me niet zo boos aan te kijken, U BENT DEGENE DIE ZO FUCKING SLOOM GAAT. Waag het niet om me straks in te halen.
Waarom staat er hier altijd zoveel wind? Argh, mijn haar zat net goed. HALLOOOOO, IK HEB VOORRANG. Oké, misschien niet, maar toch. Was bijna dood geweest hoor, stomme auto.
Serieus, waarom gaan die stomme middelbare scholiertjes altijd breeduit naast elkaar fietsen en dan supersloom, ik zweer dat ze dat expres doen. TRING TRING. Zo, die ben ik voorbij. Woooow pas op, ontwijk de regenplas! Oh, die blaadjes zijn echt wel mooi eigenlijk. Al die kleuren…
Aaaaaah bijna tegen die meneer opgebotst. Niet zo boos kijken, meneertje, ziet u die blaadjes dan niet? Oh, u heeft haast. Ja, anders ik wel! Wacht, over een klein stukje komt er een klok. Wat? Ik heb nog een kwartier? Hoe kan dat nou? Ik dacht dat ik te laat zou komen. Oké, dan doe ik wel lekker rustig aan. Bah, dit is echt een stom nummer. Mijn handen bevriezen.
Ik moet echt een brommer kopen. Maar ik heb geen geld voor een brommer. Het is slecht voor het milieu, Laura. En fietsen is goed voor je. Gezond enzo. Hoe denk je anders nog chocoladekruidnoten te kunnen eten? Het is maar een kwartiertje. Ja, maaaaaar het waait zo hard en ik vind de route nu al saai en – niet zeuren. Je bent er bijna.
He he, ik ben er. Nu nog kijken of ik mijn fiets ergens kan plaatsen in het rek. Er is hier ook nooit plaats. Oh. Toch wel.

Voor de rest ben ik dol op fietsen en ook heel vrolijk tijdens het uitvoeren van deze bezigheid hoor!

(ik heb besloten om voortaan op vrijdagnacht en dinsdagnacht geen blogjes meer te plaatsen, dus niet schrikken!)

november 6th, 2012

Twijfels

Ik heb dit blogje al drie keer geschreven, maar elke keer kwam ik er niet uit en eerlijk gezegd wil ik hem ook niet publiceren, maar ja. Het zit zo: sinds ik op kamers woon, heb ik het gigantisch druk. Een overzicht:
– Ik doe de minor Journalistiek en Nieuwe Media.
– Daarnaast heb ik één vak van mijn hoofdstudie Literatuurwetenschap en om de week ook een vak met betrekking tot het scriptie schrijven.
– Ik blog dagelijks.
– Eén avond in de week heb ik toneel.
– Ik geef bijles (de huur moet ook betaald worden).
– Eén dag in de week doe ik de dagredactie voor het programma ‘Nieuwsradio’ van omroep Hoeksche Waard en meestal ben ik op zaterdagochtend tussen tien en twaalf ook bij/in de uitzending.
– Ik doe vrijwilligerswerk als taalcoach bij het Rode Kruis.
– Ik schrijf artikelen voor studenten.net.
– Heel af en toe (schiet er nu heel erg bij in) schrijf ik columns voor Whoopsiedaisy.nl.
–  En oh ja: ik heb ook nog een sociaal leven.

Het probleem is: ik vind het allemaal heel leuk, maar elke week heb ik het enorm druk en vraag ik me af hoe het me allemaal weer moet gaan lukken. Dat laatste heb ik vooral bij mijn blog. Had ik voorheen minimaal tien blogjes ingepland, moet ik nu bijna elke dag bedenken wat ik die nacht online ga zetten. Dit heeft niet zozeer met inspiratie als wel met tijd te maken. Ik heb geen tijd om inspiratie te zoeken, veel blogjes te schrijven en vooruit te plannen, dus moet het allemaal vlug, vlug, vlug. Nu denk (hoop) ik niet dat jullie daar heel veel van gemerkt hebben (behalve misschien dat er bij sommige blogjes geen foto’s zitten, omdat ik geen tijd heb om die te maken/zoeken), maar het blijft vervelend.

Ik blog sinds maart 2011 dagelijks en natuurlijk wist ik dat dat niet voor altijd ging lukken (zeker in het tweede semester niet met scriptie en stage en dergelijke), maar het is zo lastig om zoiets op te geven. Voor het grootste gedeelte is dat iets wat in mezelf zit: het voelt een beetje alsof ik faal wanneer ik niet meer dagelijks blog (terwijl dat nergens op slaat, want het is sowieso al knap dat ik het tot nu toe heb volgehouden) en bovendien vind ik het bloggen wel heel erg leuk. Maar ik voel ook een bepaalde druk en ik weet dat jullie het niet zo bedoelen, maar probeer je er maar eens aan te onttrekken! Het is ontzettend leuk als mensen vertellen dat ze uitkijken naar je blogjes en ze lezen bij het ontbijt en dergelijke. Maar het zorgt er ook voor dat ik denk: oh, maar als ik niet dagelijks blog, dan vinden die mensen dat jammer en dat is ook niet leuk.

Ik ben er nog niet over uit wat ik ga doen. Ik zit erover na te denken om één dag in de week als rustdag te houden (dinsdagnacht of woensdagnacht), maar eerlijk is eerlijk: dat wil ik helemaal niet! Maar ik zal toch iets moeten veranderen aan de dingen die ik allemaal doe, want anders gaat het op een gegeven moment niet meer (en stoppen met al die dingen wil ik niet). Maar ik weet het dus niet zeker. Ik zou ook om de dag kunnen bloggen, maar dat wil ik nu al helemaal niet. Maar het zou kunnen dat dat het later wel gaat worden.

Sorry voor de zeikblog, maar het is wel iets waar ik mee zit en ik ben benieuwd wat jullie erover denken. Ik denk dat ik net even dat zetje nodig heb om deze beslissing echt te nemen. Het klinkt misschien heel stom, misschien denk je: ‘Doe het gewoon, lekker boeiend!’ Maar als je iets anderhalf jaar doet en je hebt er zoveel ingestopt (en uit gekregen), dan is dat echt niet makkelijk.  Zoals ik al zei, voelt het toch een beetje als falen.

Maar goed: helemaal stoppen ga ik sowieso niet, daar is bloggen veel te leuk voor!

Tags:
november 5th, 2012

Terug naar Oegstgeest: de complicaties van het op kamers wonen

Inmiddels woon ik meer dan twee maanden op kamers in Oegstgeest en ik heb gemerkt dat dat ook wel eens problemen oplevert. Een overzicht (en er zijn er waarschijnlijk nog meer die ik vergeet):

– Ik  heb oneindig veel kledingproblemen. Binnen heb ik het koud, buiten ook, totdat ik op de fiets stap, dan krijg ik het ontiegelijk warm. Tot een paar weken geleden droeg ik nog mijn zomerjas (nu mijn tussenjas, ik snap mensen niet die geen tussenjas hebben, een winterjas is nu toch te warm? En bovendien is tussenjas een leuk woord, dus dat lijkt me wel reden genoeg.) en op de fiets deed ik die niet dicht en dan kijken mensen je raar aan. Zeker als je dan nog wel een sjaal draagt, omdat je verkouden was (nee, ík ben niet degene die raar is). Daarnaast heb je nog het welkekledingmoetikmeenemennaarmijnoudersenwelkeweerterugnemenprobleem. Dit probleem is vooral groot als ik op zaterdag uitga, omdat al mijn leuke kleding natuurlijk in Oegstgeest ligt. En natuurlijk het altijd terugkerende probleem van watmoetikvandaagweeraan. Zucht. Het leven van een oppervlakkig meisje is zo zwaar.
– Ik heb een douche die uit zichzelf wisseldouches geeft. Zo. Ontzettend. Fijn.
– Dat je uit het raam kijkt en dan je halfnaakte overbuurman ziet. Ik zal je zeggen: dit was niet de manier waarop ik mijn overbuurman graag had willen leren kennen.
– Wat moet ik vanavond nou weer gaan eten?
– Er is niemand die mijn zooi opruimt. Zo flauw.
– Een koffer en het openbaar vervoer gaan niet goed samen. En er is ook niet één galante jongeman geweest die mijn koffer de trap af heeft gedragen (wat ik ook niet zou accepteren, omdat ik bang ben dat hij met mijn koffer ervandoor gaat, maar het gaat om het idee, mensen).
– Fietsen in de regen en dat je dan geen paraplu kunt gebruiken, omdat het te hard waait daarvoor en dat je dan haast hebt en mensen die supersloom fietsen en stoplichten die zodra ze jou zien op rood gaan enzo. Of nog erger: dat je hardop wil zingen, maar dat er net iemand achter je fietst! (en nee, ik ga de ochtend van die mensen niet verpest met mijn valse stem, zo gemeen ben ik nou ook weer niet)
– Dat ze zomaar geld van je rekening afhalen onder het mom van ‘De huur moet ook betaald worden’. Nou ja zeg. Het gore lef!
– Altijd teveel dan wel te weinig rijst koken.
– Dat er een houdbaarheidsdatum op eten zit en dat die natuurlijk altijd te vroeg is.
– Om twee uur ’s nachts je deur proberen open te maken zonder je huisgenootje wakker te maken (dus zonder het licht in de keuken aan te doen, dit is praktisch onmogelijk).  Natuurlijk stoot je dan net weer tegen het één en ander aan en valt er van alles om.

Maar ondanks al deze supergrote problemen is het gelukkig toch wel leuk!

november 4th, 2012

‘Wat moeten ze wel niet van me denken?’

Er is een eigenaardig fenomeen waar we allemaal last van hebben: we zijn enorm egocentrisch. Dat is ook logisch: jij bent toch de persoon met wie je je hele leven opgescheept zit, waarom zou je niet zo vaak aan jezelf denken? Maar wat we niet beseffen is dat dus ie-de-reen egocentrisch is (ja, zelfs moeder Theresa was dat).

Je loopt op straat in je lievelingsshirt, kijkt omlaag en ziet: een enorme vlek. Het ziet er werkelijk niet uit. Maar je kan niet meer terug naar huis, je moet echt naar je afspraak en oh mijn god, wat moet iedereen wel niet denken. De hele dag kijk je ofwel angstig om je heen (‘Nu denkt iedereen dat ik een smeerkees ben die zijn kleding niet wast en dat ik onverzorgd ben en en en.’) of beschaamd naar de grond.
Maar tot je verbazing zegt niemand er wat van. Je collega’s, vrienden, familie, niemand valt het op. Hoe kan dat nou?

Het is winter. De fietspaden lijken wel ijsbanen. Terwijl je het schoolplein zo voorzichtig mogelijk oprijdt, knijp je hard in je stuur (alsof dat helpt), maar je voelt je banden slippen en voor je het weet, lig je op de grond met een lachsalvo van heel het schoolplein galmend in je oren. Echt gênant. En de jongen/het meisje dat jij leuk vindt, lacht nog het hardst van iedereen. Dagenlang negeer je hem/haar, totdat je eindelijk weer de moed hebt om wat te zeggen.
‘Stom he, dat ik viel? Deed best wel pijn, maar zag er vast grappig uit haha.’
Je crush (stom woord, maar bij gebrek aan een ander woord) kijkt je raar aan.
‘Eh waar heb je het in hemelsnaam over?’
Huh, hoe kan dat nou?

Nou, simpel. Niet iedereen is zoveel met jou bezig als jijzelf. Iedereen denkt aan zichzelf en hoe zij op anderen overkomen, terwijl anderen dus ook zo denken (die zin klopt niet helemaal, maar jullie snappen wat ik bedoel). Het moraal van dit verhaal? Maak je niet zo druk om wat anderen over je denken. De kans is groter dat ze helemaal niet aan je denken.

(en dat klinkt misschien ook negatief, maar jullie snappen wat ik bedoel)