Je blog op je CV: ja of nee?

Misschien geldt dat niet voor iedereen, maar voor mij is mijn blog een belangrijk onderdeel van mijn leven. Ik heb mezelf uitgedaagd door dagelijks te bloggen (nu om de dag), leer nieuwe mensen kennen en om enge dingen te doen. Mijn blog is onderdeel van mijn ambities, laat mijn dromen zien en daarom ben ik er elke dag mee bezig.

Dus waarom zou ik mijn blog niet op mijn CV zetten? Als je op mijn naam googlet (ik ben de enige die Laura Bosua heet), vind je hem toch meteen en bovendien ben ik er trots op. Mijn blog heeft voor vele fijne momenten gezorgd. Dat mag iedereen weten.

Ik kan je daarom aanraden om je blog op je CV te zetten. Het is iets wat opvalt, iets wat wilskracht uitdrukt. Tijdens elk sollicitatiegesprek dat ik heb gevoerd, hebben mensen ernaar gevraagd. Ze reageren er zonder uitzondering positief op. Hoewel veel mensen een blog hebben, is het toch iets speciaals, iets wat jou misschien onderscheidt van de andere kandidaten. En wie weet levert het je een nieuwe bezoeker op!

Wat vind jij? Je blog op je CV: ja of nee?

Het Niets en de zin van het leven (heavy shit zouden sommigen zeggen)

Ik ben niet gelovig. Ik geloof niet in God, niet in Iets, maar in Niets. Het lastige van een atheïst zijn, is dat je zelf betekenis aan je leven moet geven. Hoe doe je dat als er niets is na de dood? Wat heeft het dan allemaal voor zin?

Voor mij heeft het leven zin, juist omdat het eindig is. Ik zou niet eeuwig willen leven, want dan kun je alles doen en zijn er geen grenzen. Omdat je door die eindigheid beperkt bent, wordt wát je kiest des te betekenisvoller.

Denk bijvoorbeeld aan de liefde, hoe speciaal is dat dan? Je hebt misschien tachtig jaar te leven (als je geluk hebt) en dan spendeer je een groot deel van die jaren met één persoon. Terwijl er zoveel keus is en zo weinig tijd. Dat maakt de liefde toch nóg bijzonderder?

Natuurlijk kan dat idee ook voor stress zorgen: wat als ik niet de goede keuze maak? Maar zelfs al gebeurt dat, dan is het nog steeds zinvol. Je weet in ieder geval wat je niet (weer) wilt.

Het blijft lastig. Veel zaken heb je ook niet zelf in de hand. Maar het idee dat ik na een jaartje of tachtig sterf en me daarbij niet druk te maken om het hiernamaals, maar gewoon verdwijn, voor altijd, stelt me gerust.

Hoe denk jij hierover? En ben je gelovig of niet?

De klappende zeehond

Je kunt veel over Nederlanders zeggen. Dat ze niet kunnen dansen. Dat ze aso direct zijn. En dat ze verdomme met alle muziek meeklappen.

Random zanger/band is aan het spelen. Dat is leuk. Je deint een beetje mee (je durft niet te dansen, want je bent een Nederlander en danst alsof je een vastgeroeste kunstheup hebt) en je neuriet het refrein. Dan komt er een catchy stukje en voor je het weet, ja, ja, daar komt het dan: het geklap.

Als een stelletje zeehonden staan de Nederlanders massaal – uit de maat – mee te klappen met muziek die niet vraagt om op geklapt te worden (het is niet We Will Rock You van Queen namelijk). Het catchy stukje loopt weer af en daarna wordt het geklap wel heel awkward. Het wordt minder, maar er blijven altijd nog wel een paar zeehonden klappen, totdat ze beschaamd om zich heen kijken en merken dat ze de laatste debielen zijn.

Beste Nederlanders en andersoortigen: kap hiermee. Jullie hebben geen ritme. Het is awkward, vooral als je een glas in je hand hebt. Bovendien verpest het de muziek. Alvast hartelijk bedankt.

Hoe de wereld nóg oppervlakkiger werd

Eerst was er het niet-daten (‘Truusje, je gaat met Flappo trouwen.’). Al snel volgde het echt-daten (‘Zullen we ergens wat gaan drinken?’). Daarna kwam het speeddaten (oh god, ik heb nog drie minuten en ik weet niks meer te vragen) en uiteraard het internetdaten (ik gooi die foto van tien jaar en vijfentwintig kilo geleden er wel op). Nu is er iets nieuws: de vleeskeuring, ook wel Tinder geheten.

Want nog meer oppervlakkigheid in de wereld kunnen we echt wel gebruiken.

Tinder is een app voor je smartphone. Er verschijnt een foto van een man/vrouw (ligt eraan waar je voorkeur naar uit gaat) en als je die persoon niks vindt, dan sleep je de foto naar links en wel leuk vindt naar rechts. Als het wederzijds is, heb je een match en kun je praten.

Uiteraard is het in de club ook een vleeskeuring, maar dat is in ieder geval minder opzichtig en oh ja: gewoon in het echt. Geen foto’s uit een goede hoek of diepzinnige tekstjes als ‘Live your life’. Je kunt elkaar zien, horen en ook heel leuk: aanraken.

Het ergste is misschien nog wel dat er ook mensen met een relatie hierop zitten. Sterker nog, ze zetten foto’s van hen met hun vriend(in) erop of met een kind. We willen allemaal misschien wel eens checken of we nog in de markt liggen, maar lach dan eens een keer vriendelijk naar een man/vrouw in de metro en laat het daarbij.

Dus sorry, ik ben er geen fan van. Een foto zegt misschien meer dan duizend woorden, maar nog steeds niet genoeg.

Zotte en zalige zoektermen (19)

kind dat niet wil douchen

Koud emmer water overheen gooien.

hoe denkt een jongen

Niet.

waarom stuurd hij geen kusjes terug

Omdat je niet normaal kan schrijven.

vrouw is de baas in huis

En daarbuiten.

als je aan zoenen of verkering denkt

Gadver. Niet doen.

wat moet je doen als iemand huilt

Zeggen: ‘Kappen nou, jankerd!’

welchicklits

nietchicklits

gedichten mijn prins op het witte paard

Mijn prins op het witte paard
Heeft verdomme een baard

hoe zie ik eruit als ik grijs ben

Grijs.

hoe draag je een jurk met leggings

Niet.

waarom studeer ik geneeskunde

Dat vraag ik me ook af.

Het leven is zwaar

Ik word wakker van mijn mens dat met een blikje rammelt.
‘Tijgertje, eten!’
Ik open één oog en besluit dat het niet de moeite waard is om die andere ook te openen. Het mens blijft echter maar doorgaan.
‘Hmm, lekker vis. Dat is goed voor je.’
Eet het dan zelf op, mens. Nee, het is nog lang niet tijd om op te staan, wat mij betreft. Ik denk aan mijn to do-list van vandaag. Een flinke wasbeurt, staren naar Witje van de overkant (ik ben zo jaloers op haar vacht) en vanavond de hele tijd geaaid worden. Ik word moe bij het idee alleen al. Misschien kan ik de dag beter beginnen met nog een dutje. Ik voel mijn oogleden zwaarder worden, mijn droom over snoepjes is al bijna in zicht, totdat ik plotseling twee armen om mijn lijf voel.
‘Poesjeeeee!’
Oh god, het andere mens is ook wakker. Agressief aait hij over mijn kop en ik voel mijn haren overeind gaan.
‘Afblijven!’ snauw ik.
‘Ja, poesje,’ zegt het mens, op dat vreselijk zoetsappige toontje van hem. ‘Wie is er een lief poesje?’
Nou, ik in ieder geval niet. Ik zet mijn nagels in zijn hand en gelukkig laat hij me los. Goed, waar was ik gebleven? Oh ja, een dutje. Maar het mens laat me niet met rust, hij houdt het muisjesspeeltje voor mijn neus (alsof ik het verschil niet kan zien met een echte muis) en pakt zelfs een kartonnen doos voor me. Dat domme wezen begrijpt niet dat het pas over een uur of drie kartonnendoostijd is.
‘Ja, jij wil wel geaaid worden he?’
Eh nee. Zoveel dommigheid kan ik niet aan. Er zit niets anders op. Ik wring me  met moeite door het luikje (iets teveel snoepjes gegeten de laatste tijd) ‘Poesje, waar ga je nou heen?’ en voorlopig kom ik niet meer terug (oké, ook omdat ik bang ben dat ik niet meer terug door het kattenluikje kan door die extra snoepjes). Sniffend laat ik mijn mens achter. Tijd voor wat rust.

Een nachtmerrie en één zonnestraaltje

Ik was in mijn geboortedorp en had een afspraak met Evy. Dat kun je natuurlijk niet afzeggen, dus trok ik mijn rozerdanditbestaatniethardloopwindjack aan (en ook wel andere kleren hoor) en begon met hardlopen.

Het ging eigenlijk best goed, zeker gezien de dramatische keer daarvoor (toen werd ik ingehaald door een slak). Er kwam leuke muziek langs, er waren weinig mensen op het pad langs het water waar ik liep en ik moest niet plassen (ook erg fijn tijdens het hardlopen). Maar opeens begon de grond te trillen. Ik hoorde het geluid van honderden trippelende stappen en evenveel zwaardere voetstappen. Ik viel bijna, zo erg was het.

Het beeld wat ik vervolgens zag, was nog erger.

Honderden border collies kwamen op me af, met hun baasjes achter hen. Mooi niet dat die baasjes zeiden ‘Fikkie, af!’. Nee hoor, ze lieten de storm van honden gewoon op me af komen. Ik werd onder de voet gelopen, het geblaf in mijn oren, haren op mijn nietmeerzoroze hardloopjack, vieze tongen over mijn gezicht.

Blijkbaar was het border colliedag in het dorp. Als ik dat had geweten, had ik gerend voor mijn leven. De andere kant op.

Ondanks deze nachtmerrie rende ik daarna weer verder. Deze dag had niet verschrikkelijker kunnen zijn en dat werd het gelukkig ook niet. Het werd ietsje beter. Ik was bijna klaar, toen er een klein meisje naast me kwam rennen. Ze schaterde het uit van het lachen en maakte het lopen net wat leuker.

Ik weet al wie mijn hardlooppartner wordt. En nee, het zijn niet de honden.

Ik heb een luxeprobleem

Nu heb ik nog gewoon een gezond gewicht, maar aan het eind van de winter gok ik dat ik een kilootje of tweehonderd weeg.

Nee, het is niet zo dat ik zelf de supermarkt leeg schrans vanwege al die kerstkransjes en chocoladeletters (oké, ook wel), maar het is vooral mijn omgeving.

Er zijn meerdere weken geweest dat ik terug kwam van een weekendje thuisthuis en een grote zak chocoladekruidnootjes in mijn kast vond. Van mijn moeder. De ochtend erna zie ik mijn schoen en blijkt die gevuld te zijn met nog zo’n zakje, van mijn vriendje Sinterklaas. Ik ga op bezoek bij een vriendin en die heeft – verrassing! – chocolade gekocht. Een paar dagen later komt er iemand bij me eten met de opmerking ‘Ik heb chocolademousse meegenomen als toetje.’
En tja, als je eenmaal chocolade krijg, probeer dan maar eens nee te zeggen en het níet op te eten.

Het is natuurlijk heel lief, maar ook heel verdacht. Want waarom doet iedereen dat? Het is niet zo dat ik een bmi van 10 heb, waardoor zoiets nodig is. Het is ook niet het geval dat de kat van de buren dood is en ik alleen maar kan huilen.

Er is maar één verklaring voor: ik word omringd door feeders. Help!

Daag jezelf uit?

Ik was net bezig met een onderwerp te verzinnen voor vandaag. En ik kwam achter iets heel stoms: ik heb al een paar maanden geen ‘Daag jezelf uit’ meer online gezet.

Daar zal vast van alles achter zitten en daarom moet ik het misschien anders aanpakken. Ik zal eens in de zoveel tijd weer opdrachten in deze categorie plaatsen, maar niet meer maandelijks. Je mag dus zelf bepalen wanneer je ze uitvoert, dat hoeft niet per se in deze maand te zijn. Ik hoop dat jullie ze leuk vinden!

1. Koop rozen (of andere bloemen die je mooi vindt) en laat er telkens eentje op een random plaats achter met een kaartje eraan. Denk bijvoorbeeld aan een bankje in het park of voor iemands deur.

2. Hang je kamer vol slingers. Nee, het maakt me niet uit dat je nog lang niet jarig bent. Je kunt het geheel afmaken met ballonnen.

3. Stuur al je vrienden een kaartje om ze te bedanken voor de vriendschap.

4. Probeer een dag lang blauwe (of groene of rode of oranje of extra uitdaging: roze) dingen te eten. Voor deze ene keer mag je het instagrammen.

5. Maak een lijst van minstens vijftig dingen die je mooi vindt aan jezelf of goed vindt van jezelf (en niet zeggen dat dat niet kan).

6. Doe als meisje iets wat als typisch mannelijk wordt gezien (bijvoorbeeld krachttraining in de sportschool) en als jongen iets wat als typisch vrouwelijk wordt gezien (bijvoorbeeld zumba).

7. Reageer en vertel me wat jou hoop geeft.

Ton Rozeman – Wat ik van liefde weet (+ winactie!)

Rozeman, Tom. Wat ik van liefde weet

Ton Rozeman leerde ik kennen op Manuscripta waar hij een workshop korte verhalen gaf. Het viel me al meteen op dat het een rustige, vriendelijke man is, die nadenkt over zijn woorden voor hij ze uitspreekt. Ik besloot hem te interviewen voor de serie ‘Wie schrijft die blijft’  en heb ook een keer zijn boek over korte verhalen schrijven verloot. Nu heeft hij een nieuwe verhalenbundel geschreven, ‘Wat ik van liefde weet’ en daar zal ik jullie wat meer over vertellen!

De bundel begint al met een geweldige zin: ‘Soms wil ze dood, soms wil ze een kind van je.’ Het klinkt veelbelovend en maakt ook de beloftes waar. Ton Rozeman schrijft ogenschijnlijk eenvoudig, maar als je het verhaal uit hebt, besef je dat er meerdere lagen inzitten. Je krijgt als lezer veel ruimte om dingen toe te voegen, wat zorgt voor diepgang.

Helaas worden verhalenbundels veel minder gelezen dan romans. Toch zou je het moeten doen, volgens Rozeman: “Korte verhalen gaan over de essentie, maar dan wel een essentie die zich niet laat benoemen, over een essentie die zich in het echte leven nauwelijks laat betrappen. In een kort verhaal is het er even, in een glimp, vanuit een ooghoek. Wil je het benoemen, dan is het meteen weg.”
Zelf noemde ik het iets wat je makkelijk tussendoor kan lezen, omdat het minder tijd in beslag neemt. Ton reageert er zo op: “Als een kort verhaal een tussendoortje is, dan is het wel een heel essentieel tussendoortje, eentje waarin de film van een leven wordt stilgezet zodat we heel nauwkeurig kunnen aanschouwen waar we anders aan voorbij gaan. En waar we misschien ook wel bang voor zijn.”
Waarom is het thema liefde? En waarom staan er geen positieve verhalen over de liefde in? Ton: “Ik denk dat de verhalen aandachtig iets blootleggen, dat ze iets laten zien waar we gewoonlijk niet de moeite voor willen doen om het te zien. Misschien omdat het pijnlijk is. Maar het is wel positief er aandacht aan te geven. Echte aandacht en echte bereidheid kunnen liefdevol zijn. Misschien is dat wel liefde: durven kijken.”
Het is dus een verhalenbundel om over na te denken of zoals Ton het zelf zegt: “Een verhalenbundel voor een blik op onszelf en op elkaar.”

Als je meer wilt lezen over de totstandkoming van de verhalen kun je Tons blog lezen.

Ik kan het jullie zeker aanraden om deze bundel te lezen. Gelukkig mag ik er eentje weggeven. Als je wil winnen, vul dan een geldig e-mailadres in en zet duidelijk in een reactie dat je meedoet. Na een week zal ik via random.org iemand uitkiezen en ontvangt de winnaar een mail.