Mijn eigen oude bibliotheek

Op maandagavond had ik pianoles met mijn beste vriendin. Daarna wachtte mijn moeder me altijd op in de bibliotheek, die zich in hetzelfde gebouw bevond. Ik leverde de boeken van de vorige week in (minstens vijf) en ging op zoektocht naar nieuwe.

Door mijn moeder belandde ik bij de bieb. Ik begon bij de vierkante, rode Sleutelboekjes (hebben jullie die ook gelezen vroeger?) en ging daarna over naar de echte kinderboeken. Het was geen enorme bibliotheek, dus veel boeken las ik meerdere malen. Ik griezelde bij de boeken van Paul van Loon, lachte om meester Jaap en bloosde bij boeken als ‘Zoenen enzo’ van Haye van der Hayden.

Op verjaardagen van familie deed ik niet aan small talk, want daar was ik te verlegen voor. Naast me lag een stapel boeken en oh wee als je me aansprak.

Inmiddels ben ik wel wat socialer geworden en bloos ik niet meer als personages gaan zoenen. Bij de bibliotheek van mijn geboortedorp ben ik al jaren niet meer geweest en dat zou ik eigenlijk ook niet meer willen: herinneringen zijn beter. De indeling is veranderd, de boeken die ik las zijn weg, de medewerkers herkennen mij niet meer en ik denk er liever aan terug zoals het was.

Maar later, als ik groot ben, neem ik mijn kinderen mee naar de bibliotheek. Ze mogen zoveel boeken uitkiezen als ze willen en ik doe net alsof ik dat ene boek over zoenen niet zie. Soms, als ze niet kijken, sluit ik mijn ogen en denk aan mijn eigen oude bibliotheek, om alleen opgeschrikt te worden door een: ‘Mam, ik heb de boeken, zullen we gaan?’

Het ware verhaal waarom ik bijna geen make-up draag

Zoals vele kinderen heb ik verschrikkelijke jeugdtrauma’s, waar ik nog steeds last van heb. Ik moest peer op brood eten van de oppas, coltruien aan van mijn moeder en zo heb ik er nog wel een stuk of tachtigduizend. Vandaag licht ik er weer eentje uit.

Mijn moeder is niet zo’n slons die in haar joggingsbroek met vlekken haar kinderen naar school bracht. Nee, ze draagt mascara, oogschaduw, blush en… lippenstift. Van die roze weet je wel. Nu heb ik op zich geen problemen met lippenstift (behalve dat het zo vies voelt op je lippen, je altijd een afdruk achterlaat op glazen, het er na een paar uur vanaf is, maar wel op je tanden is blijven zitten etc.), maar door mijn moeder heb ik een trauma opgelopen. Ja, jullie gaan er nu achter komen waarom ik (bijna) geen make-up draag.

Na voor de duizendste keer Marco Borsato te hebben geluisterd in de auto zet mijn moeder me af bij de basisschool (dit verhaal speelt zich zo’n twaalf jaar eerder af, niet denken dat ik nu nog naar de basisschool ga hoor, al snap ik wel dat het geloofwaardig is met mijn uiterlijk). Met het refrein van ‘Binnen’ nog in mijn hoofd stap ik de auto uit en zeg: ‘Nou doei he!’
Maar mijn moeder laat het niet daarbij.
‘Kus!’ beveelt ze.
Ik probeer nog te zeggen dat ik bijna te laat ben, maar ze houdt me al in de wurggreep en drukt twee dikke zoenen op mijn wangen.
‘Dag lieverd, veel plezier!’ roept ze me vrolijk na, terwijl ik de pijn in mijn nek weg wrijf. Snel kijk ik om me heen: heeft iemand het gezien? Pff, gelukkig niet.
Uitgelaten van blijdschap ren ik het schoolplein op, naar mijn bffs.
‘Yoooo bitsjes!’
Ze kijken me raar aan. Heb ik de verkeerde kleding aan? Ben ik mijn Pokémonkaarten vergeten?
‘Eh, wat heb je op je wang?’ vragen ze.
Ik ren als een gek naar de spiegel en begin dan onbedaarlijk te huilen.

Op mijn wangen zitten twee grote, roze vlekken. Het is de lippenstift van mijn moeder. Daar ging mijn reputatie. Om nooit meer terug te komen…

Daag jezelf uit (2)

Tien dingen om te doen tijdens een wandeling:

1. Bedenk bij elk huis waar je langsloopt of je er zou willen wonen en hoe je het dan zou inrichten.
2. Doe de hink-stap-sprong en wissel dat af met huppelen en in de plassen springen.
3. Koop een bos bloemen en leg bij random mensen een bloem voor de deur (misschien met een lief briefje erbij).
4. Zeg iedereen vrolijk gedag, ook die chagrijnige, oude meneer.
5. Zing je favoriete liedje, zo hard mogelijk, en doe op het op zo’n manier dat je niet beseft dat je eigenlijk heeeeeeel slecht bent in zingen.
6. Doe alsof je uit een ander land bent en vraag de weg (en doe alsof je het niet begrijpt: ‘Que?’).
7. Laat een keer een vijftig cent-muntstuk vallen, voor de eerlijke vinder (of een één euro-muntstuk als je echt heel rijk bent!).
8. Neem een route naar waar je nog nooit bent geweest. Probeer niet verdwaald te raken (of juist wel natuurlijk, ligt eraan hoe je gevoel voor richting is).
9. Loop alleen maar achteruit, kijk hoe mensen reageren en schrijf er eventueel een blog over (laat het me weten als je dat doet!).
10. Misschien gaat dit te ver, maar: probeer eens nordic-walking. Leen de stokken van je oma (je mag een masker dragen als je het anders niet durft) en gaan met die banaan stokken!

Uitgaan in de winter

Wanneer jij dit leest, bevind ik me waarschijnlijk tussen de hossende mensen in Utrecht samen met Nicole en Manon (of uitgeput in bed als je dit ’s ochtends leest).
Wij gaan namelijk uit of zoals de ‘ik ben lekker gek’-meisjes zouden zeggen: drankjes doen en dansjes dansen met mijn dinnetjes!!! <3 <3 <3
Uitgaan is leuk (‘OMG, volgens mij keek hij wéér naar je!’ ‘Wat een creep.’ ‘Hoeveelste wijn is dit ook alweer?’ ‘Ik had geen hakken aan moeten doen.’), maar uitgaan in de winter is wel een challenge hoor.

Buiten vriest het zo’n twintig graden. Je gaat al bijna dood als je naar buiten kijkt, laat staan als je je daar vrijwillig (en ook onvrijwillig trouwens) op glad ijs zou begeven. Maar goed, de afspraak is gemaakt. Op je hoogste hakken en in je dunste panty glibber je over straat.
‘Ik heb het zoooooo koud!’ gil je om de minuut.
‘Mijn voeten doen pijn,’ klaagt je dinnie.
Je gaat het nooit meer warm krijgen.
Maar dan kom je in de club. Het is bloedjeheet. Het zweet gutst door de zaal heen als een soort schuimparty, maar dan onbedoeld. Verdomme, je had ook geen panty aan moeten doen. Binnen tien minuten zijn je kleren, je hebt er twee uur over gedaan om dit setje uit te kiezen, helemaal doorweekt. En je hebt nog steeds pijn in je voeten.

Een paar uur later staan jullie weer buiten. Je benen vriezen vast aan je panty. Verdomme, had je maar een broek aangedaan met daaronder een thermolegging. Naast je gilt je dinnetje: ‘Ik heb zo’n pijn in mijn voeten!’

Gelukkig heeft de winter ons dit jaar overgeslagen. We will survive.

Terug naar Oegstgeest: het dorp van de doorzichtigen

oegstgeestdegekste

Het mocht wel weer eens: een blogje over Oegstgeest. Dat lieve, idyllische failliete dorp, ook wel het aanleuntafeltje van Leiden genoemd. Hieronder een overzicht van wat me in de afgelopen maanden is opgevallen:

– Na al een jaar in Oegstgeest te hebben gewoond, had ik afgelopen zomer ein-de-lijk Terug naar Oegstgeest gelezen. Felle reacties op mijn blog, want hoe durfde ik dat zo lang te laten duren? Niet verder vertellen, maar ik ken wel meer Oegstgeestenaren/Oegstgeestenezen/Oegstgeesten (die laatste is mijn favoriet, alsof er alleen maar doorzichtige mensen in Oegstgeest wonen) die het boek niet hebben gelezen. Het viel me op hoe sterk Jan Wolkers het dorp weet te portretteren op bladzijde 28: ‘Vanmiddag ben ik naar Oegstgeest gegaan. Het regende en er stond een krachtige wind.’
Ik zou het zelf niet beter kunnen omschrijven. (of jawel: VERDOMME, ALTIJD WEER DIE KLOTEWIND)

– Afgelopen week kreeg een collega-Oegstgeest(enaar/enees) een pakketje waarbij de eerste ‘g’ van Oegstgeest was weggestreept. Waarschijnlijk dacht iemand dat dat toch niet kon kloppen, die twee g’s. En ik snap het zo erg. Oegstgeest valt niet uit te spreken met de harde, Zuid-Hollandse g. Het kan beter in Brabant liggen, want met een zachte g doet hij het prima. Ik ga handtekeningen verzamelen voor de gemeente, want dit kan niet zo langer.

– Zelfs Oegstgeest heeft te maken met zogeheten hangjongeren. Ze hangen bij de trap waar ik woon (even voor de goede orde: ik woon niet op de trap, maar gewoon in een kamer, weet je wel), drinken energydrank van de Lidl en roepen schunnigheden naar vrouwpersonen. Laatst zag ik iets opmerkelijks. Normaal zijn ze minstens met zijn tweeën, maar nu was er een lonely boy van een jaar of twaalf. Hij zat op de trap. In zijn ene hand een pakje Wicky en in de andere een sigaret. Dat is nog eens moeilijk kiezen.

(Who am I kidding? Ik kies Wicky natuurlijk!)

Voor de rest gaat alles zijn gangetje in Oeggstgeest. Ik kan jullie mededelen dat ik nog steeds de leukste inwoner ben. Wat een opluchting.

Zotte en zalige zoektermen (21)

Mijn man draagt altijd coltruien

Ieeeeeeeuw. Dumpen die gozer.

mag ik bedrijven brieven sturen

God nee. Er bestaat e-mail hoor. Kom op zeg.

lol je hent de liefste van de wereld hahahahahaaaahhh xd

Klopt. Ik snap niet wat daar grappig aan is.

ik ben heel stil

Ssst.

lauracommuniceert

Bijna.

jij bent de ware voor mij

Nee.

vertel iets over jezelf wat niemand weet

Ik ben eigenlijk een zestigjarige man van driehonderd kilo die van honden houdt.

waarom wil jij een taart winnen

Lijkt me een retorische vraag.

interessante blogs

Lauradenkt.nl

Hallo, ik ben Laura en ik ben verslaafd

Het begon vorig jaar, 31 december. Ik zat te trillen als een gek. Niet van de drugs, maar door de angst voor het vuurwerk. Mijn vriend probeerde me gerust te stellen en dit keer niet met chocolade (hoe durft hij). Nee, hij nam Turks brood mee, voor bij het voorgerecht (tweekleurenpaprikasoep wat er overigens best wel heel cool uit ziet). Nu trillend én boos keek ik hem aan: ‘Had je geen chocolade kunnen kopen? Wat ben jij nou voor vriendje!’
Ik wilde nog meer zeggen, maar hij propte een stukje brood in mijn mond.

Ik denk dat de wolken in de hemel zo smaken.

Het was heerlijk. Ik wilde meer, meer, meer, NOG MEER. Het brood was al half op en we waren nog niet eens begonnen met het voorbereiden van de soep. De rest van de avond/nacht hebben we alleen maar over het brood gepraat. Volgens mij hebben we elkaar niet eens een gelukkig nieuwjaar gewenst.

Veel mensen doen aan goede voornemens. Mijn jaar is begonnen met een slecht voornemen: zoveel mogelijk Turks brood tot me nemen.

We zijn goed op weg. Elke week kopen we Turks brood, zo’n grote, en eten die binnen een paar uur op. Daarna krijgen we afkickverschijnselen, zoals woede (‘HAD JE NIET TWEE GROTE BRODEN KUNNEN KOPEN, DEBIEL?’) en een bleek gezicht. Als we bekenden op straat tegen komen, herkennen ze ons niet meer. Ik pas tegenwoordig in de kleding die mijn vriend in het pre-turksbroodtijdperk droeg.

Maar we zijn nog nooit zo gelukkig geweest.

(en nog nooit zo dik)

Eerlijk over blogs

Vandaag ga ik eerlijk zijn (voor een keertje). Ik ga jullie vandaag vertellen wat ik nou écht vind van bepaalde zaken op andere blogs (oftewel, dit is mijn mening, niet per se de enige en juiste waarheid).
Zelf zal ik het heus ook niet altijd goed doen (De foto’s zijn niet allemaal van gelijke grootte! Ik maak wel eens een spel- of taalfout! Waar is de samenhang?!), dus hierbij ook de gelegenheid om míj op een paar dingen te wijzen. Als jullie het niet met me eens zijn (kan het me niet voorstellen), dan hoor ik graag waarom. Het is namelijk niet alsof ik een allesbepalende godin ben (oké, wel). Goed, dan gaan we nu door naar het rijtje.

– Ik heb een ongelooflijke hekel aan de lees meer-knop. Ik snap dat je het doet als er veel foto’s in een blogje staan, maar als dat niet het geval is: waarom? Mensen zijn lui en willen graag zo min mogelijk klikken. De kans is kleiner dat ik het nu ga lezen (of het moet echt een leuk blogje zijn).

– Een blog is géén artikel. Het is namelijk geen tijdschrift. Nu moet ik toegeven dat ik die fout zelf ook gemaakt hebt. Als je goed kijkt, zie je de categorie ‘artikelen’ staan waar ik blogjes heb gezet die al ergens anders (op een andere website) verschenen zijn. Maakt het alsnog geen artikel. Verbeterpuntje voor mezelf.

– Ik vind een plog op zijn tijd, als je echt een superleuke en bijzondere dag hebt meegemaakt, nog wel oké, maar meer dan dat? Naar binnen kijken, terwijl je langs de buren loopt, is ook wel één keer interessant (lang leve het voyeurisme), maar na de tiende keer zien dat ze op de bank liggen, is de interesse ook wel verdwenen.

– Je wordt er misschien niet per se gelukkig van, maar geld is fijn. Vooral voor arme studentjes. Dus stel je voor, je hebt een blog en iemand biedt je geld aan! Het enige wat je moet doen, is bloggen over product x of bedrijf z (die niets met je blog te maken heeft). Prima toch? Nou, ik vind van niet. Ik heb meerdere keren een aanbod gekregen, maar het punt is dat mezelf niet wil verloochenen. Als ik opeens een blog plaats over de te gekke kleding van bedrijf y dan is dat toch niet geloofwaardig? Zeker niet bij een omniblog/persoonlijke blog als die van mij. Helaas zie ik dat veel bloggers erin meegaan en eerlijk gezegd verandert het mijn beeld wel van die blogs (naar de negatieve kant). Ik snap dat geld leuk is, maar oprecht blijven is nog leuker. Maar als het om een product gaat dat wel bij je blog past (bijvoorbeeld een boek in mijn geval), dan vind ik het uiteraard prima.

– Ik moet zeggen dat ik sowieso niet van de vlogs/filmpjes ben. Ik heb er het geduld niet voor en lees liever (zodat ik zelf het tempo kan bepalen). Wat ik belangrijk vind bij vlogs (die zeldzame keer dat ik ze kijk), is dat het niet saai is. Als je alleen achter je bureau zit en iets vertelt, kun je het net zo goed opschrijven. Wissel af met beelden, praat op een enthousiaste manier, zorg voor kwaliteit én maak het filmpje niet te lang. Filmpjes van tien minuten, ain’t nobody got time for that.

Nogmaals, je hoeft het niet me me eens te zijn, maar laten we eens een keer eerlijk zijn. Reageer niet op blogs als je ze niet gelezen hebt (‘Leuk artikel!’), verloochen jezelf niet voor geld en bedenk dat plezier voorop staat. Lang leve het bloggen!

Gênante momenten zijn er om met je lezers te delen

20130828_095618

Dit jurkje speelt een belangrijke rol. Deze foto is een kwartier voor hét moment genomen.

Gênante momenten zat in mijn leven (in een prullenbak stappen, terwijl ik midden in de aula van een andere middelbare school stond, de wcdeur vergeten op slot te doen en dat er dán juist iemand de deur open doet etc.), maar ik zal er eentje uitlichten. Overigens; ik daag de andere bloggers uit om ook over een gênant moment te schrijven!

Een mooie zomerdag. Zo mooi dat je er je leukste jurkje voor aantrekt. Ik weet niet meer waar ik naartoe op weg was, maar waarschijnlijk iets met liefde, ijsjes en liggen op het gras. Het was de laatste vrije dag voor basisschoolkindjes en daarom had de gemeente Oegstgeest een luchtkussendag georganiseerd (geniaal). Ook was er her en der wat andere plezier in de vorm van circusacts en dergelijke, kwam ik later achter.

Ik fietste er namelijk recht op af. De circusactmensen namen een groot gedeelte van de straat in beslag, dus moest ik via een krap weggetje, omgeven door hekken, mijn weg vervolgen. Een paar verstandelijk beperkte mensen liepen me tegemoet, dus moest ik mijn fiets afstappen, anders kon ik er niet langs.

Ik stapte mijn fiets af. Alle erge momenten gaan in slowmotion, dus dit ook. Mijn tip is alvast deze: stap nooit van je fiets af in de zomer, wanneer je geen panty, maar wel een jurk/rok aanhebt, en er mensen in de buurt zijn.

Mijn jurkje werkte niet mee en zo liet ik per ongeluk (ik zweer!) mijn billen zien aan de mensen die me tegemoet liepen.

Nu is dat niet heel erg, want ik heb niet zo’n kont dat je als tafeltje kunt gebruiken zo groot is hij en ik was deze keer niet van de trap gevallen zoals vorig jaar, toen mijn kont bont en blauw was. Als ik nou mijn voeten ofzo had laten zien, oké, maar nee, dit ging wel.

Maar toen gingen de verstandelijk beperkte mensen lachen. Ze lachten me gewoon uit!

Beschaamd sprong ik op de fiets en fietste zo hard als een wielrenner tijdens de Tour de France op doping. Om de hoek stond ik stil (nadat ik goed om me heen had gekeken of er niemand was). Ik hield me vast aan een paaltje en kwam niet meer bij van het lachen.

Er zijn ergere mensen aan wie je per ongeluk (echt waar!) je je billen kunt laten zien.

Laura’s liefdesletteren: tante Maartje

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Tante Maartje reed in een gele auto, uit de jaren zestig kwam hij. Dat had papa gezegd. Thijs telde op vingers hoe lang dat wel niet geleden was. Hij kwam er niet uit. Later zou hij ook zo’n auto nemen inclusief tante Maartje met haar rode haren. Wanneer ze niet op hem paste, keek Thijs op straat of hij haar auto zag. Soms zag hij een gele auto, maar nooit zo geel als die van haar. Soms zag hij een oude auto, maar nooit zo – wacht, dat was hem! De gele auto van tante Maartje!
Hij stond aan de overkant op de stoep geparkeerd, terwijl dat eigenlijk niet mocht. Thijs nam het haar niet kwalijk, want hij deed ook wel eens dingen die verboden waren. Laatst had hij drie koekjes uit de trommel gepakt toen mama net niet keek.
Auto’s zoefden als een razende voorbij, maar hij kon de auto aan de overkant nog steeds zien.
‘Tante Maartje!’ riep hij, maar ze scheen hem niet te horen.
Naast haar zat een man met een grote bril. Hij streek over de rode haren van tante Maartje en fluisterde iets in haar oor. Plotseling gaf hij haar een kus, op de mond. Thijs was helaas net te laat om zijn ogen dicht te doen. Soms, als papa en mama in de keuken waren, gaven ze elkaar ook een kus, heel lang. Mama zei dat mensen kusjes op de mond geven als ze elkaar lief vinden, maar Thijs vond het maar vies.
‘Tante Maartje!’ probeerde hij nog een keer.
Ze bleef maar staren in de ogen van die man. Na drie keer roepen gaf Thijs het op. Gelukkig zag hij tante Maartje morgen weer. Misschien kwam ome Tom dan zelfs mee. Hij verheugde zich er nu al op.