Archive for februari, 2014

februari 7th, 2014

Elke dag patatdag

Als je interessante gesprekken wilt horen, moet je in de Rotterdamse metro gaan zitten. Zo zat ik eens achter een telefonerende man die aan de ander vroeg: ‘Wat heb je aan?’
Mij leek het niet zo handig om sexy talk in de metro te doen, maar het bleek een blind date te zijn. Kan ook.

Nu wil het toeval dat ik vandaag in de metro zat. Na een nacht van vijf uur (ik had gala de avond ervoor) sukkelde ik van de ene bijna-slaap in de andere. Niets kon me nog wakker houden, totdat er een paar emo-jongens instapten.

Voor de mensen die niet weten wat ‘emo’ betekent of het hebben verdrongen vanwege een traumatische ervaring in de puberteit: denk aan zwart/rood/paars geverfd haar met een schuine pony, zwarte kleding met een beetje kleur, een constante droevige blik in de ogen en zeggen dat je niet emo bent, je bent ‘gewoon jezelf’. Dat is nou emo.

Het was wel schattig. De emo-jongetjes vonden zichzelf helemaal te gek. Leren jasjes, schoenen van Vans, droevige blik, het was allemaal daar. Nu waren ze nog vijftien (aww, kon ik maar in hun wangetjes knijpen), maar hoe zouden ze eruit zien op hun veertigste? Hopelijk dragen ze dan minder eyeliner.

Zoals elke tiener hadden ook zij zo hun liefdessores.
‘Ik kan me niet voorstellen dat ik een relatie van twee jaar zou hebben,’ zei de één, terwijl de ander zijn zwarte nagellak zat bij te werken o.i.d. ‘Het is net als patat.’
Ik moet zeggen dat ik veel fantasie heb, maar in welke zin hadden relaties en patat met elkaar te maken? Dat je er allebei uiteindelijk dik van wordt?
Nee.
‘Ik vind patat wel lekker,’ zei de liefhebber. ‘Maar als ik het elke dag zou moeten eten…’

Ja, dat is toch ook wel verschrikkelijk. Dan is het niet vrijdag patatdag, maar elke dag patatdag. Ik belde meteen mijn vriendje op en zei: ‘Schat, ik heb trek in iets anders dan patat.’

Thank god voor de wijsheid van vijftienjarige emo’s.

februari 5th, 2014

Van denker tot denker: Martine Prange

Foto Martine Prange

“Je moet ook een vrouw interviewen,” zei Jan Sleutels tijdens mijn interview met hem. Hij raadde mij Martine Prange aan, universitair docent en post-doc  aan het Instituut voor wijsbegeerte van de Universiteit Leiden. En zo geschiedde.

Nietzscheaanse migraineaanvallen

In Groningen schreef Prange haar eerste proefschrift over de vrolijke wetenschap van Nietzsche. Daarin heeft Nietzsche het over  het integreren van het zuiden in het noorden. Hoe kwam Martine Prange aan dit onderwerp? “Iedereen die studeert, heeft wel eens het gevoel dat hij te vaak met zijn neus in de boeken zit en dat het echte leven aan hem of haar voorbij gaat. Ik had pas toen ik in Turkije woonde, omdat ik daar ging voetballen, het gevoel dat ik enorm in het leven stond.  Daar zag ik dat Nietzsche in staat was zo’n levensfilosofie te ontwerpen. Ik was benieuwd naar het belang van het zuiden voor zijn vitalistische filosofie en dat is de vraag geweest van mijn eindscriptie, dat later gepubliceerd is als Lof der Mediterranée.”
Zelf probeert Martine ook hier die levenswijze toe te passen, maar dat lukt niet altijd: “Ik was afgelopen jaar op onderzoeksbezoek in Zuid-Italië en kreeg Nietzscheaanse migraineaanvallen hier, omdat ik het vreselijk moeilijk vond om me weer aan te passen aan de noordelijke levensstijl. Maar voor zover mijn leven dat toe laat, probeer ik binnen mijn dagelijkse bezigheden het zuidelijke genieten te integreren.”

Vrouwenvoetbal en filosofie

Nu combineert Martine Prange in haar onderzoek haar twee grote passies: voetbal en filosofie. Zelf voetbalde ze professioneel in België en Turkije. Bij dit onderzoek, dat Prange sinds september leidt, zijn momenteel 9 onderzoekers en 6 maatschappelijke partners betrokken. Prange: “Wij onderzoeken de maatschappelijke impact van meiden- en vrouwenvoetbal in Nederland en zijn onder meer benieuwd naar de weerstanden die meiden ondervinden in de sport en door hun keuze voor deze sport. Helpen of hinderen die weerstanden hen in hun talentontwikkeling en bij het verwerven van een maatschappelijke rol? En hoe combineren zij sport, religie en cultuur bij de ontwikkeling van een bepaalde levensstijl ? Om deze antwoorden te formuleren, gebruiken we het denken van Kant en Nietzsche over weerstand en conflict. Ik ben vanuit mijn Kant-Nietzsche onderzoek al geïnteresseerd naar het belang van weerstand en conflict voor een vitale samenleving.  Juist in sport zijn zie je het belang van competitie, conflict en weerstand als het ware onder een vergrootglas.”

Nut van filosofen

Hoewel veel mensen niet weten wat je met filosofie kunt doen, blijkt het (uiteraard) toch nuttig te zijn. Volgens Prange zit dat hem in de kritische reflectie: “Ik merk dat de filosoof dieper en abstracter weet te reflecteren op concepten dan veel sociale wetenschappers. Dat komt, omdat wij andere vragen stellen. Ik vind het erg belangrijk om te kijken welke methoden worden gehanteerd bij wetenschappelijke onderzoeken. Er wordt namelijk ongelooflijk veel geld aan gespendeerd. Bijvoorbeeld het idee dat ‘wij ons brein zouden zijn’ wordt redelijk onkritisch overgenomen. Het is dan de taak van de filosofen om daar vraagtekens bij te zetten.”
Een andere vaardigheid van filosofen is hermeneutiek, teksten lezen. Helaas is die vaardigheid aan het verdwijnen. Prange: “Studenten krijgen geen tijd meer om überhaupt een boek te lezen, laat staan om te leren hoe ze zo’n boek goed en kritisch moeten lezen. Daarmee is ook de basis voor het kritische denken bedreigd. “
Prange: “Begrippen als “vrijheid” en “racisme” worden te pas en te onpas gebruikt in Nederland, zonder dat iemand daar een heldere definitie van geeft. Als je in het maatschappelijk debat onnauwkeurig omgaat met begrippen, dan ga je ook onnauwkeurig om met ideeën en krijg je dus nooit een fatsoenlijke discussie en dus ook geen goed beleid. De één weet al niet wat hij zelf zegt, laat staan dat hij begrijpt wat de ander zegt. Dat ontbreekt volkomen in het maatschappelijk debat dat in Nederland plaatsvindt en dat komt volgens mij, omdat filosofen niet voldoende worden betrokken in dat debat.”

Het fijne van deze interviews vind ik dat ik steeds meer redenen ontdek waarom filosofie belangrijk is. Ook Martine Prange heeft daaraan bijgedragen. Hoe kunnen we een goed debat volgen als de fundamenten al niet goed zijn? Gelukkig hebben we de filosofie.

februari 3rd, 2014

Mijn bruiloft

Mijn vriend weet het nog niet, maar wij gaan trouwen. Nu nog niet, maar over een jaar of vijf. Ik kan het me al helemaal voorstellen: de mooiste jurk evah (wit met een strak lijfje en de onderkant die een beetje uitloopt), mijn vriend in pak (!!!), ons poesje dat de ringen komt brengen (!!!!!!!), allemaal lieve mensen, lekkere taart, pure romantiek en tranen van geluk. De perfecte dag.

In werkelijkheid zal het waarschijnlijk zo gaan:

‘Pfff, moeten we nou echt trouwen?’ vraagt mijn hubby-to-be.
‘Jahaaaa,’ snauw ik, want ik ben gestresst, omdat ik geen tijd had om mijn hakken in te lopen (ik moest de bloemen op tafel regelen en de bruidsmeisjes gingen zeuren over dat ze dik lijken in hun jurken, ja duh, dat is de bedoeling).
Gisteren was ik mijn bruidsjurk aan het passen (er zat verdomme een vlek op) en toen kwam hij net binnen. Lekker is dat. Al een verrot huwelijk, voordat we getrouwd zijn.

Maar goed, vandaag is de mooiste dag van mijn leven. Ik neem afscheid van mijn nunogvriend en kleed me aan (één uur), laat mijn make-up (twee uur) en haar doen (drie uur) in mijn ouderlijk huis. Om één uur heeft mijn future husband nog steeds niet aangebeld. De bel blijkt kapot te zijn. Ik doe maar open.
‘Wat heb jij nou op je hoofd?’ is zijn eerste reactie.
De camera’s flitsen, terwijl ik gil dat het een sluier is.
‘Vind je niet dat ik er mooi uit zie?’
‘Misschien kun je die sluier beter afdoen.’
Ik stamp met mijn voeten gaten in het tapijt.
‘Dat hoort erbij,’ sis ik.
Ik trek hem mee naar de tweedehands Fiat Panda (de witte oldtimer die we wilden huren is in een greppel gevallen). Mijn jurk past er niet in, dus de helft hangt erbuiten. Ik doe de ademhalingsoefeningen die ik geleerd heb op de tlcbridezillacursus. Het helpt niet.

Als ik aan de arm van mijn vader naar binnen loop, staat die flapdrol op mijn jurk. De afdruk van een zwarte voet staat erop en volgens mij is hij gescheurd. Maar oh, daar staat mijn nutochechtheelbijnaechtgenoot en wat is hij mooi in pak! Maar waarom heeft hij zijn gulp open laten staan?
Na een hele toespraak van de gemeentelijke ambtenaar over liefde en romantiek (waar dan?), het ja ik wil (mijn overéénsecondeman: ‘Ja hoor.’) is het tijd voor de kus. Er zit rode lippenstift op de mond van mij nutochechtechtgenoot, maar hij laat het me er niet vanaf halen.
Tijdens de receptie moet ik minstens tachtigduizend mensen zoenen (ook die met baarden) en bijna allemaal gaan ze op mijn sleep staan. Bij de eerste dans staat mijn man op mijn voeten (en ik kon al bijna niet lopen, omdat ik die godsgruwelijke hakken van tachtig centimeter niet heb ingelopen). Ik drink de hele avond niets, omdat iedereen me aanspreekt, voordat ik de dranktafel heb bereikt.
Om vier uur ’s nachts zijn we dan eindelijk in het hotel. Ik plof op het bed en heb niet eens de kracht om mijn schoenen uit te trekken. Mijn hubby kijkt me verwachtingsvol aan.
‘Hoe zit het met de huwelijksnacht?’

Laat ik het erop houden dat het huwelijk niet lang heeft geduurd.

februari 1st, 2014

Van niets naar iets

In december ben ik gestopt met de master Algemene Cultuurwetenschappen aan de UvA. Nu zul je misschien zeggen: ‘Maar Laura, waarom heb je ons dat niet verteld?’

Ik zal allereerst uitleggen waarom ik gestopt ben. De studie viel tegen en ik haalde onvoldoendes. En dat is gek, want hoewel ik geen streber qua cijfers ben, heb ik in mijn universitaire carrière niet veel onvoldoendes gehaald. Dat zei wel genoeg en aangezien de tijd om die onvoldoendes op te halen beperkt was en ik het niet zag zitten, ben ik gestopt.

Hoewel het de goede keuze is geweest om te stoppen, was het moeilijker dan ik had gedacht. Je beseft pas hoeveel een studie betekent als het er niet meer is. Ik was op zoek naar een stage, maar in de tijd dat ik die nog niet had, voelde ik me een beetje verloren. Je ontleent je identiteit aan het student-zijn. Ik was niets. Geen student, geen werkende (ik heb wel een klein bijbaantje, maar dat mag geen naam hebben), geen werkloze, niets. Als mensen vroegen: ‘Wat doe je?’ wist ik niet wat ik moest antwoorden, want er was geen groter geheel, geen rode draad.

Ik kan pas in september weer beginnen met een (pre-)master. Daar heb ik nog geen beslissing over genomen, maar misschien wordt het filosofie. Wat moet je dan doen in de tussentijd? Het plan was sowieso om in 2014 een stage te doen en dus begon ik met die zoektocht. Dat was niet makkelijk, want veel stages begonnen in januari en daarvoor was ik te laat.

De reden dat ik dit nu allemaal vertel, is omdat ik nu wél goed nieuws heb! Ik ga in maart aan een heeeeeeele toffe stage beginnen, namelijk een stage PR & Marketing bij Dutch Media Uitgevers. Dat bedrijf heeft vier uitgeverijen (Lebowski, Moon, Mistral en Carrera) en dat betekent dat ik me vier dagen in de week, voor vijf maanden lang, tussen de boeken mag begeven. Ik ben echt superblij dat ik dit mag gaan doen en kijk er dan ook heel erg naar uit.

Vanaf maart ben ik niet meer ‘niets’. Dan ben ik een stagiaire!