A(l)so

Zoals ik al eerder vertelde, had ik een tijdje een Annie M.G. Schmidt-obsessie. Vorige week was dan eindelijk de dag dat ik naar de musical ‘Was getekend, Annie M.G. Schmidt’ ging met mijn Mutti. We hadden er zin in, zelfs toen we zagen dat er geen enkele bezoeker onder de vijftig jaar was, behalve ik. Iets met een oude ziel, weet je wel.

En de musical was ook echt leuk en een aanrader. Oké, af en toe zongen er mensen heel vals mee met de muziek, maar ik was nog wel bereid dat te laten gaan. Totdat er een schermpje opflikkerde in het donker.

De vrouw voor ons vond het blijkbaar niet echt leuk en een aanrader. Even Facebook checken, waarom ook niet. Nou, omdat het heel storend is, mevrouw. Het meest irritante wat je kan doen tijdens een voorstelling, naast praten, is op je telefoon kijken. Ik ben geen boos persoon, behalve in het verkeer en als mijn broertje irritant doet en als mensen harde muziek luisteren in de trein en als mijn kat niet geaaid wil worden en met dit soort dingen.

Dus zat ik in een dilemma. Deze vrouw zat namelijk schuin voor ons, dus het was moeilijk voor mij om bij haar te komen (ik ben niet zo lang). Maar ik wilde er wel wat van zeggen, want dat licht is enorm storend voor iedereen boven haar en het is gewoon enorm asociaal. Maar wat zeg je dan? En moet je überhaupt iets zeggen?

Ik kwam er niet uit en heb uiteindelijk niets gezegd, maar zo’n situatie komt onvermijdelijk nog een keer voor. En daarom wil ik jullie advies: moet je iets zeggen (ik vind van wel) en zo ja, hoe moet je het dan zeggen? Of moet je gewoon die telefoon uit haar handen slaan? Ik hoor graag jullie wijze woorden.

Moeilijke momenten in het leven van de kleine medemens

https://www.instagram.com/p/BZtPWfGBEeP/?taken-by=lauradenktwel

Ik zou niet willen zeggen dat ik een heel zwaar leven (nee, maar echt héél zwaar) heb, maar of is het nou makkelijk is om zo klein te zijn? Nee, zeker weten niet. Regelmatig moet ik het kleine beetje waar ik uit besta bij elkaar rapen en de moed hervatten om door te gaan in deze lange, lange wereld. Ja, het is een moeilijk bestaan voor uw kleine medemens:

– Er zijn nooit broeken voor mijn lengte. Gelukkig bestaat er zoiets als kleermakers. Maar hoe zit het dan met sportbroeken? Hier is uw gratis tip van de dag: koop een driekwart sportbroek en u zult merken dat die het hele been bedekt doch niet de grond raakt.
– Over kleding gesproken: een leuk shirtje zien dat heel hoog hangt en dan maar niet de moeite doen om erbij te komen.
– Sowieso altijd Lange Mensen om hulp moeten vragen in de supermarkt, omdat je er soms zelfs met krukje niet bij kan.
– Als ik twee staartjes in doe en een kleurrijk T-shirt aantrek, kan ik dus echt door voor twaalf jaar. Oké, veertien.
– Mijn favoriete hobby is om mijn handen te vergelijken met die van random mensen, omdat niemand kleinere handen heeft (kinderen niet meegeteld).
– Kleine handen zijn alleen best wel lastig als je probeert gitaar te leren spelen. Missie mislukt.
– Barkrukken zijn het equivalent van een klimwand en mijn voeten raken de grond zelden als ik op een stoel zit.
– Heel misschien moest ik een keer in een restaurant van tafel wisselen, omdat de tafel te hoog was om goed aan te kunnen eten.
– Zelfs in Azië ben ik niet lang (maar wel normaler).
– Chronische nekpijn van het omhoog kijken gegarandeerd.
– Net heel strategisch een plekje in de bios gekozen (zo hoog mogelijk in het midden) en dat er dan net een Lang Persoon voor je gaat zitten.
– Ik had nieuwe handschoenen nodig en dacht: laat ik voor de grap kinderhandschoenen passen bij de Hema. Nou jongens, mijn leven is tot een nieuw dieptepunt gekomen: ik pas handschoenen voor achtjarigen.
– Waarom verbaasde me dat zo? Ik was er immers een paar maanden geleden achtergekomen dat mijn negenjarige achterneefje net zo lang is als ik. Tot groot vermaak van de de rest van de familie.
– En de uitspraak die nooit niet gedaan zal worden: ‘Huh, je bent echt klein??????’ (meestal door lezers van deze blog, #danmaarnietfamous).

Eerlijk over reizen #faketravelblogger

Fake travelblogger coming through.

Iemand vroeg zich na deze blog met de dubieuze titel af of ik mijn vakantie in Taiwan nou leuk vond. Ik kan me die vraag wel voorstellen, want ik weet het antwoord eigenlijk niet zo goed. Oh ja hoor, tegen kennissen zeg ik ‘Leuk!’ als ze vragen hoe het was. Maar ik zeg ook ‘Goed!’ als ze vragen hoe het gaat, terwijl dat ook niet altijd zo is. Het was namelijk niet alleen leuk in Taiwan.

Laat ik beginnen met dat ik niet aan wanderlust lijd. Hiervoor was ik nooit buiten Europa geweest en daar zat ik ook niet zo mee. Mijn moeder heeft vliegangst, dus vroeger waren we aangewezen op de auto en daarna had ik nooit echt veel geld (of: nooit echt veel geld ervoor over). Reizen schijnt je leven te verrijken en hoewel dat deels ook klopt, vind ik mijn leven op deze manier ook gewoon prima. Er zijn ook andere manieren om je leven te verrijken (boeken, mensen, boeken!).

Bovendien ben ik een semi-verwend kind. Kamperen deden we niet aan. Onder geen enkele voorwendsel zal ik in een tent slapen. Dat heb ik dan ook nooit gedaan. Ik zie er echt niet de lol van in om op vakantie primitiever te gaan leven dan je normaal doet. Met een wcrol ’s nachts over de camping naar de wc lopen? ’s Ochtends uit je tent branden? Het zal wel erg zen en alles zijn, maar ik zou er doodongelukkig van worden. Ook backpacken (hallo, mijn rug doet al pijn als ik mijn laptop in mijn rugzak doe) gaat hem echt niet worden. Die gatachtige constructies wat ze wc’s noemen in Taiwan vond ik al erg genoeg. Niet dat ik all inclusive op een strand mijn billen wil branden (doe mij maar iets meer cultuur) of nooit meer op vakantie zou willen, maar reizen zoals de echte ékte travelbloggers doen? Niet voor mij.

Dus. Taiwan. Het was mooi, het was anders, er was lekker eten. Maar na anderhalve week wilde ik gewoon naar huis. Niet vanwege heimwee, maar álles was anders daar. En ik wilde weer iets bekends zien. Ik was bijna blij om af en toe de grote, gele M te zien, terwijl ik daar nooit eet. Kun je nagaan.

Ik ben blij dat ik Taiwan heb gezien, want het was een kans (hoeveel vrienden kennen jullie die in Taiwan wonen?) en ik wist echt niet wat ik kon verwachten. Ik heb me er ook zeker wel vermaakt en er van geleerd. Maar voorlopig wil ik het vliegtuig niet inspringen en al helemaal niet naar een of ander ver land. En dat is oké. Er zijn al genoeg travelbloggers.

Laura’s liefdesletteren: (g)een betekenis

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Maandag hadden ze nog gekibbeld over het eten. Hij wilde iets met mie, zij wilde pizza bestellen. Hij wees haar op hun uitgaven. Zij wees hem op de exclusieve koffie die hij per se moest drinken. Maar dat betekende niks. Zij hadden geen ruzie, maar meningsverschillen die altijd eindigden in kussen en grapjes.
Soms legde hij voor het slapen zijn hand op haar dijbeen. De laatste tijd duwde ze die steeds vaker weg. Maar dat betekende niks. Ze was moe. Druk op werk. Iedere relatie kent die momenten.
Via Facebook kwam ze weer in contact met vriendinnen van de middelbare school. Hij hoorde ze lachen in de woonkamer, zelf verbannen naar het kantoortje. Ze stopten als hij binnenkwam en keken hem meewarig aan. Maar dat betekende niks. Gepraat over vrouwendingen, dat was niet bestemd voor mannenoren.

En nu belde ze hem op, terwijl ze normaal gesproken altijd appen. Maar dat betekende niks. Ze liet een stilte vallen toen hij ‘Hallo lieverd’ zei. Maar dat betekende niets. Ze zei: ‘We moeten praten.’ Maar dat betekende niets. Als je het niet ziet, is het niet aanwezig.