Het leven zonder kat

Er is een week verstreken sinds Dikkie weg is. Ze heeft haren achtergelaten als souvenirs. Ze zitten op mijn kleding, in hoeken en op de mat voor mijn deur. Een week geleden had ik haar voor het laatst op schoot. Ze is zo zacht. Nadat we haar weg hadden gebracht, heb ik gehuild in de auto. Eenmaal thuis voelde het rustig. Toen wist ik dat ik de juiste beslissing had gemaakt.

In zo’n kleine ruimte heeft een kat veel impact. Ik struikel niet meer over haar als ze me achtervolgt. Maar ze achtervolgt me nog wel. Ik word wakker en vraag me in mijn halfslaap af waar ze is. Ik hoor geluid en denk: Dikkie is aan het eten. Ik kom ’s avonds laat thuis en praat tegen haar, maar Dikkie is er niet meer.

Ik kan nog wel naar andere katten kijken. Glimlachen als ik mijn sokken met kattenkoppen zie. Door het gangpad met het katteneten lopen in de Albert Heijn zonder iets te pakken.

Maar dan ben ik opeens verdrietig. Om alles. Ik wil huilen en een kat op schoot die er niets van begrijpt. Baby’s hebben huidhonger, maar ik heb aaihonger. Dikkie is er niet meer.

Ik kan niet meer zeggen dat ik een kat heb. Tegen nieuwe mensen heb ik het nog over ‘mijn kat’, want anders voelt het niet goed. Hoe moet je het anders noemen, ex-kat, voormalige kat of gewoon niet meer over hebben? Ze wordt steeds minder van mij, later wordt het ‘ik had ooit een kat’ en daar wil ik niet aan. Ze is mijn kat, ze zal altijd mijn kat blijven, alleen woont ze niet meer bij mij.

Ze zit nu in een ander huis met andere mensen. Een huis met veel ruimte en mensen met veel aandacht en liefde. Een huis waar ze haar anders noemen. Dikkie is er niet meer.

6 Comments to “Het leven zonder kat”

  1. Oh, ik snap het zo goed. :-(

  2. Het went mettertijd. De haren verdwijnen. Er komen ineens voordelen in je op (nooit meer nagels in je been of haakjes in je kleding).

  3. Wat een verdrietig nieuws is dit.

Leave a Reply