Archive for ‘Persoonlijk’

juli 7th, 2020

Een jaar

 

In twaalf maanden kan veel gebeuren. Je kunt iemand ontmoeten die op een steenworp afstand woont, die lief is en die zo goed bij je past. Je kunt verliefd worden, steeds meer en intenser. Soms ben je boos in die twaalf maanden, maak je ruzie, want perfectie bestaat niet. In een jaar kun je leren dat communicatie belangrijk is en dat je dat kan, met hem. Dat mensen die zeggen ‘En toen wist ik: dit is hem/haar’ niet liegen of in de war zijn door hormonen. Dat het niet zo uitmaakt wat jullie doen, als het maar samen is. Dat je dingen die je dwars zitten niet via WhatsApp moet bespreken.

Je kunt er in die tijd ook achterkomen dat jullie anders zijn, maar dat dat niet geeft. Dat dat niet voor afstand, maar voor verbinding zorgt. Want jij zoekt het op en hij voert het uit. Hij kookt en jij eet het op. Jij ziet donker, waar hij licht ziet. Jij schrijft, leest boeken, hebt soms tijd alleen nodig. Hij maakt muziek, houdt van gezelschap, feestjes en kan door tot diep in de nacht. Maar dat is niet waar het om gaat. Het gaat om de kern. En die is gelijk.

Ja, in een jaar kan veel gebeuren. En dat is in dit geval heel fijn.

juni 5th, 2020

Net als in de film

Precies een jaar geleden zag ik Mathijs voor het eerst. En ik ga jullie vertellen hoe dat ging.

Zoals elk stel in deze tijden kwamen we elkaar tegen op Tinder. Ik had in mijn bio staan dat ik leefde voor gifs en memes en hij reageerde met MEMES! Dit mondde uit tot twintig gesprekken in een, waardoor het me soms wel een halfuur kostte om op alles te reageren wat hij had gezegd. Er kwamen gifs voorbij, veel gifs en uiteindelijk de ontdekking: we woonden in dezelfde wijk. Ik schraapte mijn moed bij elkaar en vroeg hem mee uit. Ik had meteen al een geniaal idee: naar de kabelbaan gaan in de wijk. Mathijs, avonturier die hij is, stemde in.

Dus liep ik even later in mijn groene jurkje richting de kerk waarvoor we zouden afspreken. Het voelde goed om eens te kunnen lopen naar een date, want dat gebeurt niet vaak als je in een uithoek van de stad woont. Gelukkig bleek Mathijs geen creepy guy te zijn en kon ik hem gewoon ongemakkelijk omhelzen (er zijn verschillende soorten jongens: drie zoeners, handschudders, huggers of helemaal niets), want Mathijs is een hugger. Al vrij snel kwamen we aan bij de kabelbaan waar we foto’s van elkaar namen, want kabelbanen zijn cool.

Maar wat nu? Want ik had niet verder gedacht dan dit. Er bleek gelukkig nog een vlot naast de kabelbaan te liggen, dus gingen we naar de overkant. Aan de overkant waren speeltuintjes, heel veel speeltuintjes. Ik dacht dat Oegstgeest veel schommels bezat, maar dit sloeg alles. We besloten die ook uit te testen, maar niet voordat Mathijs besefte dat hij zijn rugzak was vergeten bij de kabelbaan. Intern raakte ik meteen in paniek, alsof het mijn eigen rugzak was, maar Mathijs bleef kalm. Er schijnen namelijk ook mensen te zijn die vertrouwen hebben in andere mensen en dit keer terecht, want de rugzak stond gewoon op zijn plek.

Met een gerust hart konden we verder spelen. Ondertussen praatten we over dieren (Mathijs is een honden- en kattenmens en ik, nou ja, jullie weten wel wat ik ben), deed ik een paar moves na die ik had geleerd tijdens mijn zelfverdedigingscursus en vertelde Mathijs een anekdote over palingen. Ik weet niet of dat zijn manier van versieren was, maar goed (‘Dat palingen op een plek geboren worden, de Atlantische oceaan oversteken om hier te paren, maar ze bevallen weer aan de andere kant van de Atlantische oceaan). Tijdens de gesprekken testten we de speeltuinen. Soms herkenden we dingen van vroeger, maar man, wat zijn er ook rare en gevaarlijke speeltoestellen tegenwoordig.

Van al dat gespeel en geklauter krijg je wel dorst, dus gingen we wat drinken bij een horecagelegenheid in de buurt. Ik legde uit wat soft boys waren. Daarna wilde Mathijs nog naar de andere horecagelegenheid in de buurt waar ik wcms nam (ik heb hem even verteld wat het is, want dat wist hij  nog niet, shocking) en we praatten over eten (voice-over: ‘Dit zou een terugkerend thema worden’). Daarna was het tijd voor werk voor Mathijs en liepen we samen naar de overkant. Ik weet niet meer of we hebben gezegd dat het gezellig was, maar we omhelsden elkaar en ik zei dat hij zijn nummer nog even moest sturen, zodat we de kabelbaanfoto’s uit konden wisselen. Allebei liepen we een andere kant op, maar niet voordat… we allebei om hadden gekeken.

Net als in de film.

mei 29th, 2020

Toeval

Het was mooi weer. Ik kwam net terug van de Albert Heijn toen ik een bekende binnen zag gaan bij het gebouw van mijn toen nog date.
‘MATHIJS!’ schreeuwde ik over de rotonde heen.
Hij hoorde me niet. Ik was al behoorlijk verliefd op deze jongen en het zou mij niet gebeuren dat hij zo dichtbij was en ik hem niet kon knuffelen. Dus belde ik hem en sommeerde hem weer naar buiten te gaan. Minstens een half uur bleven we knuffelen, vastgelegd door de huisgenoot van Mathijs (zie foto hierboven).

Laatst was het weer mooi weer. Ik kwam net terug van de Albert Heijn toen ik een jongen in hardloopkleren zag. Zijn tred kwam me bekend voor.
‘MATHIJS!’ schreeuwde ik over de rotonde heen.
Hij keek verward om zich heen en zag mij toen ook. Ik ben nog steeds behoorlijk verliefd op deze jongen. We knuffelden, terwijl mensen anderhalve meter van ons vandaan langs liepen. We zien elkaar elke dag. Elke keer ben ik weer blij als hij verschijnt in mijn deuropening. En dus ook als ik hem per toeval tegenkom op straat.

mei 20th, 2020

Het mysterie van de kat en de muis

Er was al een tijdje niets toevalligs of geks gebeurd, dus ik wist dat er weer aan zat te komen. Dat is namelijk waar mijn leven uit bestaat: toevalligheden en gekkigheid.

Ik checkte een oud e-mailadres en zag opeens een mailtje staan van Mijn Bestseller. Meteen kreeg ik flashbacks naar een editie van Manuscripta in 2011 (de echte boekenliefhebbers kennen dat nog wel) waar je gratis iets kon laten drukken. Ik verzamelde een aantal verhalen en liet een dun boekje afdrukken. Niemand die daar uiteraard ooit in geïnteresseerd was, behalve familie en vrienden.

Flash forward naar 2020. Het mailtje bevatte een doorgestuurd mailtje (bijna een inception). Wat bleek? Het team Geestelijke Verzorging in het UMC Groningen organiseert normaal altijd een herdenkingsbijeenkomst op 4 mei, maar dat was nu natuurlijk niet mogelijk. Daarom maakten ze een boekje rondom de thema’s ‘herdenken’ en ‘bevrijding’ voor patiënten en medewerkers. Ze wilden graag mijn toestemming om het toepasselijke en mooie verhaal (hun woorden) ‘De kat en de muis’ uit bovenstaand boekje in het boekje op te nemen.

Verwarring alom in mijn hoofd. Hoe kwamen ze in hemelsnaam bij mij? Waarom dit verhaal? Was het eigenlijk wel een goed verhaal, want het was negen jaar geleden geschreven en ik denk (hoop) dat ik sindsdien wel beter ben gaan schrijven. Natuurlijk staat het verhaal ook op mijn blog en ik moet zeggen tegen mijn jongere zelf: het is zo slecht niet. En: wat mooi eigenlijk dat ze daarvoor mijn verhaal willen gebruiken, wat een eer!

Maar goed, ik moest natuurlijk nog antwoord gegeven en omdat ik het nu pas zag, was de mail al een week geleden verstuurd en 4 mei kwam steeds dichterbij. Snel belde ik naar het UMCG en liet weten hoe vereerd ik me voelde dat ze mijn verhaal wilde opnemen. Ik reageerde zo enthousiast dat de geestelijk verzorger er zelf ook blij van werd, zei ze. Alleen wist ze niet zeker of het verhaal erin opgenomen zou worden, maar ze zou doorgeven dat ik toestemming had gegeven.

Een paar weken later kreeg ik weer een belletje. Het verhaal stond helaas niet in het boekje, want ze moesten een keuze maken uit veel verschillende stukken en deze paste net niet bij de rest. Jammer, maar zeker begrijpelijk. Wel vroeg de geestelijk verzorger nog om toestemming om het verhaal te gebruiken in een patiëntenbijeenkomst. Die mogen nu natuurlijk niet gegeven worden, maar wie weet, ooit.

Oh en hoe hij aan mijn verhaal kwam? Daar zijn we niet achtergekomen. Hij heeft gezocht op een aantal woorden en kwam zo bij mijn verhaal uit. Een mysterie…

mei 5th, 2020

Iedereen kan toveren

Ik had het jullie al verteld: ik heb een nieuwe baan. En inderdaad, dat betekent dat ik nog geen dag op kantoor heb gewerkt in deze tijden.

Waarom een nieuwe baan? Kijk, ik ben dol op 010, maar dat reizen naar Rotterdam viel me toch wel wat zwaar op een gegeven moment. Fietsen naar mijn werk, dat was de droom. En hoe zou het eigenlijk zijn bij een bedrijf dat wat meer maatschappelijk ingesteld was? Nou, ik ben erachter gekomen, want sinds april werk ik als Content & Community Coördinator bij de Tovertafel (eigenlijk heet het bedrijf Active Cues en het product Tovertafel, maar dat laatste klinkt zo gezellig).

Misschien heb je er wel eens van gehoord als je in de zorg werkt, maar zo niet: de Tovertafel brengt mensen met een speciale zorgbehoefte in beweging door middel van interactieve lichtprojecties. Er is een versie voor mensen met dementie, mensen met een cognitieve uitdaging en voor kinderen in de zorg/speciaal onderwijs. En dat ziet er bijvoorbeeld zo uit.

Echt jongens, ik ben blij en trots dat ik bij zo’n mooi bedrijf mag werken waar het gaat om zoveel mogelijk geluksmomenten creëren.

Maar hoe gaat het inwerken als de coronacrisis is toegeslagen en je niet naar kantoor kunt fietsen, maar gewoon thuis achter je scherm zit? Nou, het scheelt al dat mijn werk digitaal is. Schrijven kun je overal. Bovendien waren er genoeg documenten en presentaties vol met informatie. Zo weet ik nu dat je niet ‘dementerenden’ moet zeggen, maar ‘mensen met dementie’. Waarom? Je bent niet dementerend, je hebt dementie. Zo leer je nog eens wat.

Het bedrijf bestaat uit zo’n 50 mensen en je eigen team leer je natuurlijk wel kennen, maar hoe doe je dat met de rest? De coach (ja, we hebben een eigen coach!!!) gaf mij als tip om koffiemomentjes met mensen in te plannen. Dat was een succes, want het bleken stuk voor stuk leuke mensen te zijn. Sommige mensen hebben zelfs katten die je op de achtergrond ziet loeren.

Dus ondanks dat ik nog geen dag op kantoor heb gezeten en de meeste mensen nog nooit in het echt heb gezien, kan ik je alvast verklappen: het is awesome.

april 27th, 2020

Dezer dagen

Ik kan het toch niet laten: een blogje over hoe mijn leven eruit ziet dezer dagen. Zodat ik over een paar jaar terug kan lezen en denken: ik kan me het niet meer voorstellen. Hopelijk.

De dagen zien er vrijwel hetzelfde uit, maar voelen niet zo. Doordeweeks werk ik bij mijn nieuwe baan (in de volgende blog daarover meer). Ik praat in meetings over mailings, whitepapers en campagnes. Tussendoor schrijf ik teksten en lees ik documenten. Ik leer veel. In de lunchpauze ga ik wandelen, terwijl ik luister naar voice messages van mijn vrienden. Het is fijn om hun stemmen te horen.

Als de werkdag om is, komt Mathijs. Hij kookt voor me en we kijken The Good Place (afgekeken), Rundfunk (afgekeken), Ramses (mee bezig) of Brooklyn 99 (mee bezig). We zien elkaar nu elke dag, maar zijn nog steeds niet uitgepraat. Het maakt eigenlijk niet zoveel uit wat ik met die jongen doe, het is altijd gezellig.

Op dagen dat ik vrij ben, ga ik hardlopen. Evy is fier op me. Ik heb dan altijd mijn Filosofie Magazine-shirt aan. Hij is roze geworden in de was, maar eigenlijk vind ik dat juist mooier. Na het hardlopen is de supermarkt aan de beurt. We wachten allemaal netjes in een rij, want we hebben de tijd. Mensen die te dichtbij komen, kijk ik boos aan. Elke keer kijk ik of de kefiryoghurt alweer terug is bij de Albert Heijn, maar tot nu toe steeds alleen de teleurstelling.

Het is nu al een tijdje aan de gang, maar ik heb me nog geen seconde verveeld. Ik lees boeken, kijk series, bak lekkere dingen met mijn lover. Soms doe ik mee aan een online pubquiz, bel met vrienden of familie. Ik heb een racefiets gekocht, zodat ik nu een ANWB-stel ben met Mathijs, maar dan de millennialvariant.

Soms ben ik bang. Ik probeer mijn gedachten uit te schakelen, maar ze halen me in tijdens de nacht. Het is frusterend om te zien dat sommige mensen het niet serieus nemen, hoe egoïstisch ze zijn.

Kortom: ik red me wel, maar ik heb toch liever dat het niet al te lang duurt.

maart 23rd, 2020

De laatste dag

Vandaag had ik mijn laatste dag bij Werf& en het was raar. Ik heb mijn collega’s al anderhalve week niet gezien, alleen via de webcam. Ik weet nog dat ik met mijn collega naar de persconferentie zat te kijken waarin werd opgeroepen om thuis te werken. Daar ging mijn afscheidslunch bij By Jarmusch en de taart die ik zou halen (maar het is de opoffering voor de gezondheid waard hoor).

Nu zaten we allemaal via Teams samen te lunchen als afscheid. Het was een chaos. Sommige hadden hun kinderen bij zich die hun knuffels showden. Andere hun vriendje die broodjes voor hen maakten (oké, dat was ik). Tussendoor gooide een paar collega’s nog wat lieve woorden naar me toe.

Ik heb veel geleerd in die anderhalf jaar. Over schrijven natuurlijk, maar ook over het organiseren van events voor een paar honderd mensen, het maken van podcasts en communiceren. Toen ik binnenkwam, wist ik niets over recruitment. Inmiddels heb ik er 285 artikelen over geschreven.

En ja, ik heb ook lieve mensen leren kennen, hoewel ik altijd sarcastisch tegen ze doe. Ik heb er zelfs een vriendin van 48 (!!!) bijgekregen. Die uit Meppel (!!!) komt. Nou, dat had ik nooit durven dromen, dat snap je.

Wat nu? Ik heb nog een week vrij en al mijn wilde plannen (mijn huis opruimen) kan ik ook gewoon in deze tijden van crisis doen. Daarna ga ik aan de slag bij mijn nieuwe baan, waar ik ook een blog aan zal wijden. Alvast een tipje van de sluier: het is in mijn mooie Utrecht. Hoewel ik zo’n vermoeden heb dat ik eerst vooral vanuit huis ga werken…

maart 17th, 2020

Binnen

In de halflege supermarkt koop ik de snoepjes die hij zo lekker vindt. Ik verstop ze overal in mijn huis. Tussen de kussens van de bank, in een glas, onder de kaart die hij gaf voor Valentijnsdag. Natuurlijk vertel ik hem niets. Elke keer als hij er eentje vindt, is hij zo blij als een kind.

Terwijl mijn wekker gaat om het thuiswerken te starten, ligt hij nog in mijn bed. Het ontbijt is zijn taak: breakfast burrito’s, American pancakes of gewoon simpel yoghurt met fruit. In de lunchpauze wandelen we en zeggen we welke huizen we wel of niet mooi vinden. Naar alle katten in het raam wordt gezwaaid. Ik houd zijn hand vast.

’s Avonds kijken we Peaky Blinders. Ik herhaal alles wat ze zeggen: ‘SHOT OP!’ In bed smelten we weg bij alle kattenfilmpjes van Kittisaurus. Later nemen we ook een kat. Een beetje een bolle.

Buiten staat de wereld op zijn kop. Maar binnen houdt hij me vast.

februari 29th, 2020

Fake news over duo Laura & Laura in de krant


Klik twee keer op de foto om het groter te maken.

Op Facebook zag ik een berichtje. Of iemand goed contact had met zijn buur, voor een artikel in de krant. Ik dacht heel lang na. Leuke buren, leuke buren. Uiteindelijk kwam ik erop: mijn buurmeisje Laura. We zijn een stel gekkies naast elkaar, dus dat zou een geweldig artikel worden.

De voorbereiding was goed. Puntsgewijs namen we door wat we zouden vertellen: de vlaggetjes op haar deur (ze zei tegen mij: ‘Ik woon hier nu al een jaar, waar zijn mijn vlaggetjes?’ en toen had ik vlaggetjes op haar deur geplakt), de ballon op mijn deur (kreeg ik van haar toen ik jarig was), de borrels met andere buren (die iets ouder zijn dan wij en wat wij dus standaard het Zonnebloemuitje noemen) en de podcast over alle gekke dingen die gebeuren in ons gebouw. Genoeg te vertellen en nog origineel ook.

Voor de fotograaf waren we allebei zenuwachtig. ‘Is hij er al?’ appten we naar elkaar. Want ja, eigenlijk zien we elkaar niet zoveel (behalve per ongeluk in de gang en de maandelijkse pubquiz), maar we appen elke dag. We laten geen hartjes achter op elkaars tijdlijn, maar bekvechten over wie dé Laura is (jullie weten allemaal wat het goede antwoord daarop is). Kortom: we zijn niet van die gezellige buurvrouwen die elkaar buuf noemen en gezellig op de koffie komen.

Maar voor de fotograaf moesten we toch echt samen zijn, dus gingen we naar haar huis. De fotograaf maakte foto’s van ons, mensen die er niet van houden om gefotografeerd te worden. Klik, klik, klik en het was klaar.
‘De journalist gaat vast vragen wat je leuk aan me vindt,’ zei mijn buurmeisje.
Shit. Daar moest ik wel even over nadenken.

We werden allebei gebeld, deden ons verhaal en toen was het wachten op de krant. Mijn buurmeisje bemachtigde hem als eerste en… was not amused. Met grote letters stond er boven haar stukje: ‘NOOIT DURVEN DROMEN DAT IK HAAR ZOU LEREN KENNEN’. De tekst eronder maakte haar niet minder een aanbidder van mij. Het eindigde met ‘Dankzij Laura ben ik me pas echt thuis gaan voelen in Utrecht’. Maar dat is dus FAKE NEWS. Zowel de titel als die zin heeft zij nooit uitgesproken en ik kan het weten, want ik ken haar. Ze heeft nog nooit gezegd dat ze me aardig vindt, laat staan dat ze deze enigszins stalkerige zinnen zou uitspreken.

Haar appjes waren dan ook niet al te blij. Tot ik zag dat míjn foto bij dat stukje tekst stond en het dus leek alsof ik mijn eigen aanbidder was. Haar lach was zo hard dat ik het in mijn eigen huis kon horen.

februari 9th, 2020

Terug naar Oegstgeest???

De mensen die mij al duizend jaar volgen, weten dat ik ooit in een pittoresk dorp genaamd Oegstgeest woonde. Ik zou willen zeggen dat dat kwam, omdat ik toen Literatuurwetenschap studeerde en alleen in een literair verantwoorde plek wilde wonen, maar het was meer een verhaal van studentenwoningen, lotingen en geluk.

Want geluk was daar veel. Oegstgeest is voor mij gemaakt. Het is klein (just like me), heeft roodgele straatnaamborden, katten en heel veel schommels. Binnen een kwartier was ik in Leiden, de stad die de alliteratie compleet maakte (‘Ik ben Laura en ik studeer Literatuurwetenschap in Leiden’).

In Oegstgeest woonde ik voor het eerst op mezelf. In Oegstgeest verkende ik de buurt op mijn hardloopschoenen en skeelers. In Oegstgeest werd ik verliefd (of eigenlijk in Leiden, maar Oegstgeest is het bijzettafeltje van Leiden dus potato potato).

Maar het leven overkomt je. Dus verhuisde ik naar Voorschoten, kwam incidenteel terug voor een bezoekje aan een vriendin die daar nog woonde, maar c’est ca. Daarna overkwam het leven me weer en verhuisde ik naar Rotterdam. Uiteindelijk verhuisde ik naar Utrecht, wat ook niet echt dichterbij was. Sindsdien kom ik zelden nog in Leiden, laat staan in het dorp waar een stukje van mij ligt.

Tot zaterdag. Die desbetreffende vriendin woont er nog steeds. De roodgele straatnaambordjes flitsten weer voorbij en de onherkenbare herkenbaarheid van het gebouw waar ik woonde en de gebouwen waar ik zou willen wonen (Oegstgeest heeft zoveel mooie huizen!!!). Ik zag dat de lamellen nog steeds voor het raam hingen, maar de plantenbak was verdwenen. Ik struikelde over de herinneringen. Nu liep ik hier met een niet meer zo nieuwe liefde die ik overspoelde met verhalen van toen.

Maar ooit, als de niet meer zo nieuwe liefde het er mee eens is, kom ik écht terug. Terug naar Oegstgeest.

Tags: