Archive for ‘Persoonlijk’

mei 5th, 2019

We can work it out

View this post on Instagram

Frisse neuzen

A post shared by Werf& (@werfen.nl) on

Inmiddels werk ik al een half jaar bij mijn, nu niet meer zo nieuwe, baan en ik heb jullie er nog niets over verteld. Terwijl ik dat wel beloofd had. Foei, Laura.

Zoals jullie misschien weten, heb ik tachtigduizend jaar (4,5 jaar) in de social media gewerkt. Eerst als bijbaan, daarna voor het echie (maar wel vanuit huis, dus gewoon in mijn relaxkleding). Ik heb er een mooie tijd gehad en leuke collega’s (maar goed, ik heb dan ook een deel van mijn vrienden binnengesleept, dat helpt ook wel), maar op een gegeven moment leerde ik er niets meer. Op naar iets nieuws.

En zo geschiedde. Ik schreef een geniale motivatiebrief (waarin ik het sollicitatiegesprek alvast omschreef: ‘Jullie vroegen wat mijn sterke eigenschappen waren (nieuwsgierigheid, leergierigheid en doorzettingsvermogen was het antwoord) en toen was het eigenlijk wel duidelijk: ik ben het.’ – ik ben niet heel bescheiden, geloof ik), ging naar twee gesprekken en hoppa, in the pocket.

Ja, wat in the pocket? Een baan als content marketeer bij Werf&. Tenzij je een recruiter bent, heb je daar waarschijnlijk nog nooit van gehoord, want het is een online magazine over recruitment en arbeidsmarktcommunicatie. Onderwerpen waar ik he-le-maal niets vanaf wist, toen ik er begon.

Maar goed, ik had het al gezegd in mijn motivatiebrief: ik ben leergierig. Termen als employer branding, EVP en ATS schud ik nu zo uit mijn mouw. Ik schrijf artikelen, maak podcasts, sta op video (het is ZO raar om jezelf op beeld te zien, nog raarder dan je eigen stem horen) en heb zoveel geleerd en ga nog veel meer leren.

En oh ja, mijn collega’s zijn ook wel oké.

Tags:
april 29th, 2019

Vakantiegevoel

Vorige week zat ik op een bankje in het park vlakbij mijn huis. Het grasveld is wit van de margrietjes. Rechts maakt een vader foto van zijn dochter, die al op jonge leeftijd gewend is aan de camera. Links zijn twee kinderen aan het voetballen. De zon doet een poging mijn benen bruin te kleuren. Ja hoor, ik heb hem: het vakantiegevoel.

Ik heb zin om te badmintonnen. Wanneer zijn we daarmee opgehouden? Op vakantie of gewoon in de straat met je broertje. Zuchtend de shuttle steeds oppakken. Lamme armen. ’s Avonds was je de zonnebrandcrème van je armen, die vervangen wordt door de geur van aftersun of dat spul tegen muggen. Ik was vergeten dat dat bij de zomer hoorde, die stomme muggen.

Tientallen boeken en tijdschriften namen we altijd mee in de auto naar Italië. Ik las ze allemaal uit. Op vakantie was er geen moeten, zelfs niet het moeten van genieten. Nu heet het reizen en telt het niet mee als er geen foto van staat op Instagram.

Het is het vakantiegevoel dat ook een beetje pijn doet, van dingen die nooit meer terugkomen, maar ook van dingen die nog staan te wachten. Misschien moet ik toch maar weer een badmintonset kopen.

Tags:
maart 8th, 2019

Thuis

View this post on Instagram

Thuis.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ik weet nog de eerste paar dagen in dit huis. Er stond een bank (alleen geschikt voor kleine mensen), een krabpaal en in het slaapgedeelte een luchtbedje met allemaal dozen. Op het raam had ik vuilniszakken geplakt, die er ’s nachts vanaf vielen. Die week kwamen er allemaal mannetjes in huis. Ikeamannetjes, gordijnmannetjes en internetmannetjes. Ze lieten een vieze geur achter, alsof dat bij hun takenpakket hoorden.

Dit is waar ik al die maanden zo naar toe had geleefd. Weer mijn eigen plek in een stad waar ik op mijn gemak was en mijn vrienden woonden. Maar waarom was ik dan niet blij?

Nou, dat kan ik mezelf inmiddels wel vertellen na vijf verhuizingen in zeven jaar: het kost tijd om je thuis te voelen. In mijn geval betekent dat mijn boeken in de kast zetten, mijn accessoires op orde hebben (je hebt misschien al door dat blauw mijn lievelingskleur is door de foto) en de buurt verkennen. Ik weet nu dat er veel katten slapen in de volkshuisjes om me heen, dat de automatische deuren niet zo automatisch zijn bij de plaatselijke supermarkt en hoe de postbode eruit ziet.

Ik fiets door de straten van Utrecht en bedenk naar welke cafeetjes ik nog wil. Ik loop door de buurt en zie dat het huis dat te koop stond nu eindelijk bewoond is. Ik kom thuis en blijf veel te lang praten met mijn buurmeisje.

Ja, ik kom thuis en het is goed zo. Eindelijk.

februari 17th, 2019

I get by with a little help from my friends

Vroeger was het makkelijk. Je liep naar iemand toe in de speeltuin en zei: ‘Wil je vrienden worden?’ ‘Ja,’ zei de ander en de vriendschap was een feit.

Op een gegeven moment bereik je de leeftijd dat het niet meer zo makkelijk is. Je houdt je bezig met werk en de vrienden die je al hebt. Daar vallen er ook een paar van af. Je hebt het gewoon te druk voor al dat sociale gedoe. Dat is hoe het gaat toch?

Nou, bij mij eigenlijk niet. Sinds ik in Utrecht woon, kan ik het bijna niet meer bijhouden met al die leuke mensen. Ik heb de mensen die in Utrecht wonen en met wie ik al bevriend was. Dan heb ik de vrienden verspreid door het land. En dan zijn er opeens allemaal mensen die ik ontmoet.

Ik ga verhuizen naar Utrecht en kom erachter dat mijn buurvrouw óók Laura heet (heb ik weer). Zoals het de naam betaamt, blijkt ze ook nog eens aardig te zijn. Nu is het ook niet zo moeilijk om een betere buur te zijn dan mijn vorige buurman, maar toch.

Ik ga op theatersport en kom erachter dat een van mijn medespelers hetzelfde werk doet en fijn is om mee te praten.

Ik ga naar zelfverdediging en blijf uren buiten in de kou praten met degene tegen wie ik moest ‘vechten’.

Ik ga op improvisatietheater en ik speel met iemand van wie ik meteen denk: wij zouden vrienden kunnen zijn.

Ik weet niet of ik al echt vrienden ben met deze mensen (kan iemand dit even bevestigen ofwel ontkennen), maar de potentie is er in ieder geval. Ligt het aan Utrecht? Ligt het aan mijn houding? Ben ik gewoon een fantastisch persoon? Ik weet het niet, maar ik ben er blij mee.

januari 30th, 2019

Een klap voor je kanis

Na een leuk feestje fiets je terug naar huis. De lichten in de huizen branden niet meer, alleen je voorlamp schijnt nog door de nacht. Je hoort dat er iemand achter je fietst, maar je durft niet achterom te kijken. Je begint steeds harder te trappen en kijkt of er iemand op dit tijdstip nog op straat loopt, iemand die er betrouwbaar uitziet. Maar er is niemand. Wat als er nu iets gebeurt?

Ik denk dat elke vrouw dit wel herkent. De angst als je ’s avonds alleen op straat loopt. De sleutels in je handen, voor het geval dat. De snelle passen. Je voelt je machteloos in dat soort situaties, het voelt alsof er niets is wat je ertegen kunt doen. Ik wilde van dat gevoel af, dus ben ik een cursus zelfverdediging (voor vrouwen) gaan doen.

Natuurlijk is het te debiel voor woorden dat je zoiets moet doen. Wij zijn niet probleem. Maar toch liever dat dan dat ik niet weet wat te doen. Al eerder had ik Krav Maga geprobeerd, maar dat vond ik behoorlijk heftig. Ook naar deze cursus ging ik met tegenzin. We werkten met stootkussens, waardoor het geen pijn doet als iemand je slaat, maar je voelt de impact wel. De laatste les deden we examen: we moesten oefenen op een man (in beschermend pak en met een helm op) die gewoon door zou gaan met op je aflopen of je optillen als je niet hard genoeg sloeg of trapte. Dat was heftig, want voorheen oefenden we op elkaar, maar wanneer krijg je nou de kans om dit te oefenen? Als het gebeurt, gebeurt het echt.

Het is fijn om te weten dat je niet per se sterk of groot hoeft te zijn om toch iets te kunnen doen. Zo heb ik geleerd dat je niet eerst een knietje moet geven (daarvoor moet iemand echt dichtbij je staan), maar moet slaan (palm strike heet dat). Als je je handen tegen iemands heupbotten zet, dan kunnen ze je niet meer optillen. Je kan harder slaan en schoppen dan je denkt.

Ik ben blij dat ik het gedaan heb en ik kan het iedereen aanraden. Maar laten we hopen dat er een tijd komt waarin we het niet meer hoeven te gebruiken.

januari 17th, 2019

‘Kom je uit Rotterdam?’ ‘Ken je dat niet horen dan?’

View this post on Instagram

Rotterdam is niet te filmen, de beelden wisselen te snel

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Drie jaar heb ik in Rotterdam gewoond. Roffa, 010, Maasstad, hoe je het noemen wil. Ik moet het eerlijk toegeven: het waren niet de beste jaren uit mijn leven. Liefdesverdriet, een buurman die me bedreigde en de drukke stad. Ik dacht dat ik opgelucht zou zijn als ik eenmaal in Utrecht zou wonen.

Maar nu wil de ironie van mijn leven dat ik een baan vond in Rotterdam, terwijl ik net naar Uutje verhuisd was.
‘Ga je weer terug?’ vraagt iedereen.
Mijn antwoord is dan altijd: ‘No way.’
Rotterdam is te groot, onveilig en ik houd van oude stadjes.

Maar nu ben ik er toch steeds weer te vinden. Met de tram ga ik langs plekken waar ik eerst fietste, gewoon, zonder na te denken, richting bestemming. Elke keer als ik op Rotterdam Centraal ben, heb ik de neiging om naar huis te lopen. Maar dat huis is er niet meer. Er woont iemand anders.

En dan de Rotterdamse taal en mentaliteit. De natte T. Het niet lullen, maar poetsen. Alle leuke plekken (de filmhuizen, de Leeszaal, Koekela, Witte de With, Museumpark, Blijdorp en ik kan nog doorgaan) en leuke mensen (die weten zelf wel dat ze het zijn). Dichterbij familie zijn.

Maar nu woon ik in Utrecht (geen zorgen, 030, jij krijgt ook je eigen blog). En Utrecht heeft zo zijn eigen plekjes, mensen en taal. Plekjes en mensen waarbij ik me heel erg op me gemak voel. Alleen het accent heb ik nog niet door. Voorlopig houd ik dus toch maar bij de natte T. Maar dan wel in Utrecht.

december 30th, 2018

Theater is net sport

Het eerste wat ik deed toen ik in Utrecht kwam wonen, was op zoek gaan naar een cursus toneel. Geduld was een schone zaak, want in de zomervakantie wordt er weinig aan toneel gedaan (‘FAKE NEWS, wat dacht je van de Parade?’ ‘Ik bedoel qua cursussen.’ ‘Oh.’). Dit keer was ik op zoek naar iets wat me nog meer zou uitdagen: theatersport. De naam is enigszins misleidend (‘Ik dacht al: Laura die aan sport doet???’), want er komt gelukkig weinig sport aan te pas. Denk maar aan de Lama’s met hun onderdelen als het moordspel en de draaideur: allemaal games die je doet tijdens theatersport.

Uitdagend was het zeker. Waar het bij theatersport namelijk om gaat, is in het hier en nu zijn en falen. Laten dat nou net twee dingen zijn waar ik niet per se heel erg goed mee om kan gaan. Vooruit denken is geen optie bij theatersport, want er gebeurt iets NU en je hebt er geen controle over, want je speelt met een ander die zo zijn eigen interpretatie van de situatie heeft. Dit zorgt voor lastige situaties waarbij je soms wel moet falen en dat is helemaal niet erg. Huh? Ja echt.

Wat ik leuk vond, is dat je de eerste les allemaal serieuze mannen en vrouwen (in tegenstelling tot toneel zijn er bij theatersport veel meer mannen dan vrouwen) ziet en dat je bij de laatste les hebt gezien hoe ze steeds losser zijn geworden. Eigenlijk zijn we allemaal nog kinderen. Ik zou willen dat iedereen eens een cursus theatersport doet.

Als je naar theatersportwedstrijden gaat, dan weet je dat er soms ook zang aan te pas komt. Ik vreesde voor de zangles, want ik kan niet zingen en voor publiek zingen vind ik dan ook een van de engste dingen.  Op mijn elfde moest ik bij theater Hofplein een liedje zingen voor de groep, geen idee hoe ik dat heb overleefd ooit. Gelukkig was het hier minder erg. Ik bleek niet eens de slechtste te zijn en het is bevrijdend om niet goed te hoeven zingen. Waar iedereen eenvoudige kinderliedjes zong (‘Sinterklaas Kapoentje’) kwam ik met ‘Bloed, zweet en tranen’ aanzetten. Wat kan ik zeggen, gevoel voor dramatiek.

En toch ga ik niet door met theatersport. Ik merkte dat ik het serieus spelen zoals je bij toneel doet toch wel miste. Humor is leuk, maar serieus spelen is misschien nog wel uitdagender. Een combinatie van die twee zou helemaal goed zijn. Perfectie blijkt dan toch te bestaan: een cursus improvisatietheater. Kan niet wachten tot ik daarmee mag beginnen!

oktober 31st, 2018

Altijd Always On

Gisteren had ik mijn laatste shift na meer dan 4,5 jaar werken als community manager in het Always On team van Isobar. Ik werk vanuit huis, dus zat ik in mijn eentje mee te zingen met ‘Drie minuten’ van Carlo en Irene (‘Nog een, een minuut nog voordat ik stop, dat ik kap, dat ik nok’), een van de vele tradities van het team waarin ik zat. Ik verwijderde mezelf uit Whatsapp- en Facebookgroepen en vroeg mijn collega’s om nog een laatste kattenplaatje te sturen. Het voelde heel raar.

Ik heb hier nooit veel over mijn werk verteld, omdat ik niet weet wat ik wel en niet kan vertellen. Maar nu kan ik natuurlijk helemaal uit de school klappen (nee hoor, ex-baas, no worries). Ik werkte als community manager, wat inhield dat ik de social media van allerlei merken bijhield. Het begon als bijbaan en is daarna uitgegroeid tot meer. Vele dagen, avonden, weekenden en feestdagen heb ik doorgebracht achter mijn laptop, chattend met mijn collega’s op Facebook en ook nog een beetje werkend.

Veel mensen kwamen en gaan in die jaren. Je zou denken dat je geen band met elkaar opbouwt als je elkaar niet dagelijks op kantoor ziet, maar dat ging wonderwel goed. We deelden kattenplaatjes, dateverhalen en vervelende consumenten. Ik zorgde ervoor dat een deel van mijn vrienden erbij kwam, want waarom zou je werk en privé gescheiden houden? Omdat ik er het langste werkte, bombardeerde ik mezelf tot AO-mama. Hoewel sommige me eerder als AO-tiran zagen, want ik ben niet vies van wat terreur.

Zo gaf ik iedereen een allitererende bijnaam (denk aan Nare Nicole, Karige Kim en Matige Milou), schreef ik gemene Sinterklaasgedichten en had ik altijd wel een snappy comeback. Maar stiekem, heel erg stiekem vond ik iedereen gewoon heel leuk.

Na zoveel jaren is het tijd voor wat nieuws en ik ben heel erg blij met mijn nieuwe baan als content marketeer bij Werf&. Maar eens Always On, altijd Always On.

oktober 23rd, 2018

Volgende keer in een nieuwe aflevering van ‘Laura Denkt’

Ja jongens, ik was weer een beetje van de radar verdwenen, maar er gebeuren allemaal dingen waar ik snel over ga bloggen. Of eigenlijk doe ik dat nu dan al een beetje. Namelijk het volgende:

– Ik heb een nieuwe baan! Vanaf 1 november ga ik beginnen. Spoiler: het is in Rotterdam. Ja echt. Mijn leven is een en al ironie. Later meer.
– Dit betekent ook dat ik na meer dan 4,5 jaar (!!!) wegga bij mijn huidige werk. Mijn collega’s zijn al weken aan het huilen (van geluk).
– Ik doe nu een cursus theatersport en het is awesome. Ik ben natuurlijk een van de besten en heb gehoord dat ik heel goed boos kan kijken en verliefd kan spelen. Ik weet niet wat dat zegt over mij.
– Het hippe leven in een microwoning. Ja, het is even wennen om van 12, naar 21, naar 34, naar 40, naar om en nabij 60 opeens weer terug naar 28 vierkante meter te gaan. Ben ik inmiddels een minimalist geworden of niet? Spannend, spannend.
– Ze liggen al sinds augustus in de winkel, maar ik heb er nog steeds niet over geblogd: chocoladekruidnoten. Hoe vaak kan een mens schrijven over chocoladekruidnoten? Jullie gaan het uitvinden.
– Er zal ongetwijfeld nog een blog over Utrecht volgen. Voelt het al als mijn stad? Nee. Heb ik het naar mijn zin? Ja. Hoe zit het nou met het Utrechtse accent? Ik snap er geen bal van.

Zoals jullie kunnen lezen, staat er heel wat moois te wachten. Zoveel cliffhangers, het lijkt wel de laatste aflevering van een random seizoen van Grey’s Anatomy. Tot snel!

september 14th, 2018

Het leven zonder kat

Er is een week verstreken sinds Dikkie weg is. Ze heeft haren achtergelaten als souvenirs. Ze zitten op mijn kleding, in hoeken en op de mat voor mijn deur. Een week geleden had ik haar voor het laatst op schoot. Ze is zo zacht. Nadat we haar weg hadden gebracht, heb ik gehuild in de auto. Eenmaal thuis voelde het rustig. Toen wist ik dat ik de juiste beslissing had gemaakt.

In zo’n kleine ruimte heeft een kat veel impact. Ik struikel niet meer over haar als ze me achtervolgt. Maar ze achtervolgt me nog wel. Ik word wakker en vraag me in mijn halfslaap af waar ze is. Ik hoor geluid en denk: Dikkie is aan het eten. Ik kom ’s avonds laat thuis en praat tegen haar, maar Dikkie is er niet meer.

Ik kan nog wel naar andere katten kijken. Glimlachen als ik mijn sokken met kattenkoppen zie. Door het gangpad met het katteneten lopen in de Albert Heijn zonder iets te pakken.

Maar dan ben ik opeens verdrietig. Om alles. Ik wil huilen en een kat op schoot die er niets van begrijpt. Baby’s hebben huidhonger, maar ik heb aaihonger. Dikkie is er niet meer.

Ik kan niet meer zeggen dat ik een kat heb. Tegen nieuwe mensen heb ik het nog over ‘mijn kat’, want anders voelt het niet goed. Hoe moet je het anders noemen, ex-kat, voormalige kat of gewoon niet meer over hebben? Ze wordt steeds minder van mij, later wordt het ‘ik had ooit een kat’ en daar wil ik niet aan. Ze is mijn kat, ze zal altijd mijn kat blijven, alleen woont ze niet meer bij mij.

Ze zit nu in een ander huis met andere mensen. Een huis met veel ruimte en mensen met veel aandacht en liefde. Een huis waar ze haar anders noemen. Dikkie is er niet meer.