Liefdeslessen van tante Laura: hoe moet ik communiceren via Whatsapp?

Praten, brieven schrijven, faxen: nee, de jongeren van tegenwoordig weten niet eens meer wat sms’en is. Al het contact verloopt via Whatsapp. En dat is niet erg, want Whatsapp is gratis (praten ook, maar dat terzijde). Maar het is zo verdomde moeilijk. Gelukkig kan tante Laura hiermee helpen.

Allereerst is het belangrijk om zoveel mogelijk groepen aan te maken. De welke sokken trek jij aan-groep, de ik verveel me-groep en natuurlijk de beoordeel je scharrel op de schaal van koetjesrepen tot Ferrero Rocher-groep. Zet de geluid- en trilfunctie hierbij vooral aan, zodat iedereen kan horen hoe populair je bent.

Op Whatsapp kun je zien wanneer iemand online is geweest en dus jouw berichtje heeft gelezen. Maak gebruik van deze informatie! Vooral wanneer je met een potentiële lover aan het communiceren bent. Was hij wel online, maar heeft hij niet gereageerd op jouw prangende vraag/smileyvaneenwillekeurigbeest, zorg dan dat hij hier niet mee weg komt. Wat nou andere prioriteiten? REAGEREN ZUL JE!

Maar zelf reageer je uiteraard niet meteen, want dan ben je wanhopig. Wacht minstens een uur met reageren, wanneer hij/zij degene is die het gesprek begint. Want zo makkelijk ben jij niet te vangen.

Mocht je toevallig ruzie krijgen met je (potentiële) lover, spreek dan vooral niet af (in het echt dus, real life), want dat is stom. Vecht de ruzie uit via Whatsapp, zodat het nog meer explodeert. NIET BELLEN, want bellen is niet gratis.

En last but not least: zet een hartje en de naam van je lover in je schermnaam. Uit nostalgie naar MSN (of wacht, jullie weten natuurlijk niet meer wat dat is, laat maar).

Laura’s liefdesletteren: voor de gek

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

‘Ober,’ begon zij steeds. ‘Mijn man vindt de biefstuk te rauw, maar naar mijn mening is hij prima. Wat denkt u?’
Eerst de twijfelende ogen van de één naar de ander, dan het gestamel.
‘Eh ja, mevrouw, uh dat kan, m-maar ja ehm…’
Koortsachtige gedachtes en dan de opluchting op het gezicht: ‘Zal ik anders een nieuwe biefstuk voor u halen, meneer?’
Beiden probeerden hun lach in te houden.
‘Schat,’ zei hij op scherpe toon. ‘Moet je me nou echt voor lul zetten in dit restaurant? Alwéér?’
‘Lieverd,’ antwoordde zij geroutineerd. ‘Ik kan jouw gezeik gewoon niet langer aanhoren.’
Stoelen die schuiven, omgedraaide hoofden, uitpuilende ogen.
En als ze thuis kwamen, proesten van het lachen en de avond op een hele fijne manier voortzetten.

‘Kijk nou wat je doet!’
De caissière keek geschrokken naar hem, terwijl hij haar hoofdschuddend aankeek en fluisterde: ‘Ze is ongesteld.’
‘Dat hoorde ik wel!’
Haar gezicht zo dicht mogelijk bij de zijne: ‘Ik weet wel wat er vanavond níet gaat gebeuren, mannetje.’
Hopeloos stond de caissière met het pakje sigaretten in haar handen. Wel of niet onderbreken? Kuchen of het laten gaan?
‘Krijg ik mijn peuken nog of hoe zit dat?’
Met een rood hoofd gaf de caissière ze aan haar, kreeg nog een vernietigende blik op de koop toe.
Buiten sloeg hij een arm om haar heen, gaf haar een kus in de nek.
‘Wat doen we die arme mensen toch aan.’
Ze glimlachte.
‘Plagen mag.’

‘Het gaat ook altijd hetzelfde met jou!’
Zij stond aan de ene kant van hun kleine appartement, hij aan de andere. Een bord in haar handen. Hij probeerde weg te duiken, maar een deel van de scherven kwam over hem heen, verspreidde druppels bloed op zijn overhemd.
‘Ik ben jou zo zat.’
Dreigend kwam ze op hem af. Hij schoof op, stootte met zijn voet tegen de hoek van de bank, struikelde over haar kleding op de grond, reikte naar de deurknop en was verdwenen.
‘Waar ga je naar toe?’
Deze keer geen publiek om voor de gek te houden. Deze keer geen gelach achteraf.

Laura’s brieven: Mariska en Jana

Negenenveertig mensen wilden graag een brief van mij ontvangen. Die brieven schrijven is dan ook wat ik de komende tijd ga doen! Het zijn niet alleen bloggers, maar ook onbekenden of familie. Ik stel vragen (nieuwsgierig als ik ben) en zij geven antwoord!

Mariska

briefmariska

Ik vind het echt supercool dat Mariska bij een bibliotheek werk(te). Maar is het dat wel? En zal ik Mariska in elkaar moeten slaan of gaat ze toch Film- en Literatuurwetenschap in Leiden studeren?

antwoordmariska1

antwoordmariska2

Allereerst: wat een superleuk briefpapier! Helaas was werken in de bieb volgens Mariska niet zo leuk, maar ik zou het alsnog graag willen. En dan tja, het meest verschrikkelijke ooit: ze gaat niet in Leiden studeren. Ik heb nu haar adres, dus als ik binnenkort tijd heb, zal ik haar wel opzoeken en haar overtuigen dat ze toch naar Leiden moet komen.
Nee, ik kijk niet elke dag naar Pingu, want ik weet niet hoe laat dat komt, maar ik vrees heel vroeg. Zes uur ofzo, als alle kindertjes al wakker zijn en helemaal hyper op het bed van hun ouders gaan springen.

Jana

briefjana

De blog van Jana heeft no time for tea or lemonade en dat vind ik wel heel gek. Kijk, dat je geen tijd hebt om voor een marathon te oefenen, oké, maar om even een kopje thee of glaasje limonade te drinken?

antwoordjana1

Het wordt maar weer eens duidelijk: Jana heeft gelogen. Ze heeft wel tijd voor limonade en thee. Ik weet nog niet hoe ik dit nieuws ga verwerken.
Soepstengels met Nutella is trouwens wel een geniaal idee.

antwoordjana2

antwoordjana3

Nou ja zeg, het wordt dus nog erger. Jana kiest voor rood in plaats van blauw! En ze maakt geen keuze tussen regen en wind en ook niet tussen boek en film! Ik wilde bijna haar óók in elkaar slaan, maar toen las ik dat ze mijn blog leuk en origineel vond en bedaarde ik. Voor deze ene keer laat ik je gaan, Jana, maar oh wee als je nog een keer zo vervelend doet!

Laura’s liefdesletteren: vlokken in bed

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het zonlicht spiekt door de gordijnen, valt precies in zijn ogen waardoor ze nog blauwer lijken. Ik kruip dichter tegen hem aan. Als ik mijn hand op zijn borst leg, voel ik zijn hart. Bonk bonk op het ritme van een liedje waarvan ik de naam niet meer weet. Een kusje net naast zijn oor. Een kusje in zijn nek. Een kusje op het puntje van zijn neus dat hem wakker maakt. Hij glimlacht. Sluit zijn ogen, doet ze open, knijpt ze weer dicht tegen het zonlicht.
‘Wat wil je op brood?’ vraag ik.
Hij kust me zachtjes mijn wang, alsof ik breekbaar ben en gooit het dekbed van zich af.
‘Ik ben zo terug, lieverd.’
Op de grond liggen zijn kledingstukken verspreid. Broek naast de lamp. Shirt op de stoel. De ring op het nachtkastje, blinkt in de zon. Ik sluit mijn ogen en doe ze pas open als hij zijn hand op mijn haar legt.
‘Eet smakelijk.’
Versgeperste jus d’orange, croissantjes en, dat heeft hij goed onthouden, boterhammen met vlokken. Op mijn manier gesneden. De helft valt eruit als ik ze oppak, maar dat is juist de bedoeling. De lekkerste vlokken zijn die zijn overgebleven op het bord. Ik kruip tegen hem aan, mijn hoofd tegen zijn schouder. Hij heeft drie moedervlekjes op zijn linkerschouder, dat heb ik gisteren geteld. Straks ga ik de moedervlekjes op zijn rug tellen.
Ik wil het glas net naast me neerzetten, als het getring begint. Een standaarddeuntje van de Nokia. Wanneer verandert hij dat nou?
‘Hallo schat. Ja, ik heb op kantoor ontbeten. Hoe laat heb je je afspraak bij de verloskundige? Oké, ik kom eraan.’
Snel, sneller, snelst. Het kost hem drie seconden om in zijn broek te komen, dat is een record. Het boord van zijn overhemd zit omhoog, ik wil het goed doen, maar hij laat me niet. Een vlugge kus op de mond.
‘Ik bel jou wel.’
De wind uit het open raam speelt met de verloren kruimels op mijn bord. Als ik ga verzitten, voel ik de vlokken die in mijn bed liggen. Zijn lege plek naast me is nog warm.
Maar ik heb het koud.

Laura’s brieven: Ivar

Negenenveertig mensen wilden graag een brief van mij ontvangen. Die brieven schrijven is dan ook wat ik de komende tijd ga doen! Het zijn niet alleen bloggers, maar ook onbekenden of familie. Ik stel vragen (nieuwsgierig als ik ben) en zij geven antwoord!

briefivar

Het is schandalig lang geleden dat ik een brief in deze serie online heb gezet en dat heeft te maken met tijdgebrek. Ook brieven schrijven hebben ik niet meer gedaan, maar binnenkort wanneer ik het ein-de-lijk minder druk krijg (hoop ik dan), ga ik iedereen weer even mailen in verband met eventuele adreswijzigingen en flink brieven schrijven!

Ivar is één van de mensen die ik heb geschreven. Hij reageert vaak op mijn blog en dat doet hij altijd in dichtvorm. Dat maakt uiteraard nieuwsgierig!

ivar1

Het is misschien lastig leesbaar, dus een samenvatting wat Ivar zegt: hij heeft geen briefpapier, dus versiert hij het met tekeningetjes (ook leuk!). Het verschilt per dag hoeveel hij schrijft, maar gemiddeld één gedicht/woordspeling per dag. Hij las als kind veel, maar kreeg op zijn veertiende een ongeluk en raakte in coma. Hij moest veel opnieuw leren, wat goed ging, maar later bleek dat hij toch hersenletsel had opgelopen, zoals: beperkte concentratie en moeite met het aanleren van nieuwe dingen.

ivar2

Gelukkig gaat het lezen tegenwoordig beter. Door Sinterklaasgedichten en Loesje kwam zijn interesse in het dichten. Het bleek een goede uitlaatklep te zijn. Ivar heeft twee bundels uitgegeven en is een blog begonnen. Romantische gedichten schrijft hij niet en ook doet hij niet aan rijm.

ivar3
I
 Ivar is 48 jaar en heeft twee zonen. Hij werkte door zijn beperking in de schoonmaak. Hij heeft geprobeerd ander werk te vinden, maar dat is niet gelukt.

ivar4

Nu werkt hij in een revalidatiecentrum. Hij maakt schoon en schenkt koffie en thee in. Als ervaringsdeskundige heeft hij vaak gesprekken met de mensen die daar komen.

Het is interessant om zo meer te weten te komen over een lezer/blogger. Het is niet makkelijk wat Ivar heeft meegemaakt, maar gelukkig helpt het dichten hem!

Fictief interview met mijn eenzaam onkruid

pasopditonkruidiseenzaam

Mijn geluk kon niet op toen ik mijn kamer in Oegstgeest kreeg. Het was ruim, relatief goedkoop en… er zat een balkon bij. Vol enthousiasme ging ik kijken. Maar hoe goed ik ook keek, nergens een balkon te vinden.
‘Ja, daar!’ wees de studentbeheerder.
Ik volgde de lijn van haar vinger en verdomd, er was inderdaad een balkon. Van één vierkante meter. Die ik moest delen met de buurvrouw.

De vorige bewoonster had duidelijk groene vingers, want uit de plantenbakken groeide iets. Geen viooltjes. Geen geraniums. Ik kon het niet zo goed definiëren, maar ik heb dan ook geen verstand van planten. Ik besloot ermee te praten.

‘Hoi onbestemde plant.’
Hij keek me niet eens aan, terwijl hij antwoordde: ‘Zeg maar Onkruid.’
‘Hoe bevalt het je zo hier, op mijn balkonnetje, Onkruid?’
Een diepe zucht.
‘Slecht. Het is zo eenzaam hier.’
‘Maar je hebt toch een plantenbak naast je?’
Van de buurvrouw.
‘Hallo, wil jij beweren dat jíj contact hebt met je buren?’
Ik mompelde dat ik me een keer had voorgesteld, maar dat ik geen contact meer wilde, nadat ik erachter kwam dat de buurvrouw op het balkon rookte.
Gelukkig kwam ik op een briljant idee.
‘Zal ik anders zorgen voor plantjes in jouw bak?’
Voor het eerst verscheen er een, spottende dat wel, glimlach op zijn gezicht.
‘Hoe wil je dat gaan doen dan? Jij kan een narcis nog niet eens van een roos onderscheiden.’
Pfff, dat was echt niet waar, een narcis heeft stekels en een roos is geel. Duh.
‘En bovendien…’
Zijn stem kraakte.
‘Die gaan toch dood. En ik verga niet. Ik overleef alles en iedereen.’
Stilte. Over twee jaar, als ik hier weg ben, dan is Onkruid er nog. Zelfs over honderd jaar, wanneer 121 ben, staat hij daar, in die plantenbak. Hij is wat wij mensen zo graag zouden willen zijn: onsterfelijk.
‘Ach, ondankbare rotplant.’ riep ik. ‘Jij gaat tenminste nooit dood!’
Beledigd draaide hij zich om en weigerde me nog aan te kijken. Ik deed de balkondeur dicht en ging verder met de belangrijke dingen des levens (social media, TLC kijken). Toen ik vandaag weer keek, had ik geen uitzicht meer: Onkruid besloot om dusdanig veel te groeien dat ik de flat aan de overkant uit het raam niet meer kon zien.

Morgen ga ik een nieuwe plantenbak kopen.

Laura’s liefdesletteren: drie april

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het was op drie april.

De vroege zonnestralen gluurden door de kleine opening tussen de gordijnen. Iris had zich die ochtend vastgeklampt aan haar roze prinsessendekens.
‘Ik heb geen zin.’
‘Je moet, lieverd.’ had Sofie geantwoord. ‘Vandaag gaan jullie toch de kaboutertocht maken?’
‘Ik wil slapen.’
Het kostte een paar vermanende woorden, maar uiteindelijk klom Iris toch haar bed af. Met tegenzin at ze de met chocopasta besmeerde boterham, kauwde expres zo langzaam mogelijk.
Mischien wil ze liever bij mij blijven, dacht Sofie. Een warm gevoel overspoelde haar, maar schuldgevoel nam het vrijwel meteen over.
Het kind moet naar school. Ze kan niet voor altijd bij je blijven.

Hoe dichterbij ze bij de school kwamen, des te harder trapte Iris op haar fietsje. Sofie keek naar de gekleurde zijwieltjes. Binnenkort gingen die eraf.
Hand in hand liepen ze naar het hek, zoals elke dag. Het kleine handje voelde warm in de hare. In de verte stond een jongetje te gillen en te zwaaien, Bram: ‘Kaboutertocht!’
Iris rukte zich los, de wangen rood.
‘Wat is er?’
Ze wendde haar hoofd af.
‘Dat is kinderachtig.’
Zonder om te kijken en een kus te geven, rende ze naar Bram toe: ‘Kaboutertocht!’
Sofie bleef stilstaan, naast de schommels en het klimrek. De wind schuurde langs haar wangen.

Er zouden meer momenten komen. Slaapfeestjes, uitgaan, vriendjes, op kamers. Maar nooit meer zo pijnlijk als dit eerste moment van verwijdering.

Tante Laura beantwoordt al uw vragen

Lange tijd geleden kreeg tante Laura een paar vragen over de liefde. Ze was echter druk bezig met trouwen en haar huwelijksreis naar de Bahama’s. Gelukkig heeft ze nu de liefde wat is bekoeld (ze is al twee hele maanden getrouwd) wel tijd om antwoord te geven!

Rianne: ‘Hoe vaak bent u getrouwd geweest?’
Wat een brutale vraag! Je vraagt een vrouw toch ook nooit naar haar leeftijd? Maar goed, ik ben de slechtste niet. Momenteel ben ik getrouwd met Gerrit-Jan-Pieter. Hij is mijn toyboy, want we schelen twintig jaar (nee, ik ga niet vertellen hoe oud ik ben). Hoeveelste man hij is? Ehm laten we het erop houden dat hij niet de tiende, maar ook niet de twintigste is. Ik heb al mijn trouwjurken bewaard, dus als jullie nog wat zoeken, dan hoor ik het wel!

Wanhopig meisje met smetvrees: ‘Lieve tante Laura mijn vriendje heeft het uitgemaakt omdat ik nooit hand-in-hand wil lopen, maar dat komt omdat hij zijn handen nooit wast en ik smetvrees heb. Daarbij zit er allemaal aarde onder zijn nagels, en smeert hij ze nooit in met bodylotion. Ik wil hem niet kwijt! Wat moet ik nu doen?’
In situaties zoals deze kun je maar twee dingen doen: zijn handen afhakken of een andere manier van liefde uiten tonen. Heeft hij wel schone oren? Anders pak je hem gewoon bij de oor. Of desnoods bij zijn haar. Je kan hem natuurlijk ook handschoenen geven, maar niets zo fijn als huid-op-huidcontact!

Vivian: ‘Lieve tante Laura, hoe vind ik de liefde van mijn leven als ik nooit uitga?’
De liefde van je leven is een prins op het witte paard. En waar zijn paarden? Op de manege natuurlijk! Of ga eens naar een paardwedstrijd. Je kan ook gewoon thuis op de bank zitten, dan komt hij vast vanzelf wel eens een keer langs. Mocht dat niet lukken, ga dan eens naar een biljartcafé of kaartenclub. Wanhopige mannen zat!

José: ‘Lieve tante Laura, Partner en ik zijn alweer 10 jaar samen en we houden nog steeds heel veel van elkaar. Dat zou na 10 jaar toch onderhand wel over moeten zijn? Wat is er mis?’
Oei, dat klinkt zeer ernstig. Zelf houd ik het nooit meer dan twee maanden (soms drie) uit met mijn mannen. Maken jullie wel genoeg ruzie? Heeft hij niet een vervelende eigenschap, zoals zijn teennagels knippen tijdens het eten of in je gezicht hoesten? Misschien kun je zelf ook proberen om vervelender te zijn. Zeur dat hij niet genoeg thuis is en vraag of hij je te dik vindt en geloof hem niet als hij ‘Nee.’ zegt. Komt goed!

Heb jij nog vragen of problemen met betrekking tot de liefde? Stel ze hieronder en wie weet helpt tante Laura jou de volgende keer met haar oneindige wijsheid!

Fictief interview met mijn kledingrek

kamerrrrrr

Met mijn kledingrek heb ik een haat-liefdeverhouding. Ik heb hem nodig voor mijn kleding (ik heb ook een ladekast, maar daar past lang niet alles in), maar hij valt elke week minstens één keer uit elkaar.

Tijd voor een goed gesprek.

‘Yo Laura, alles goed?’ riep mijn kledingrek, toen ik mijn kamer binnen stapte.
Ik keek hem chagrijnig aan.
‘Ik denk dat je daar het antwoord wel op weet.’
Mijn kledingrek lachte breeduit.
‘Goed dus?’
Ik zuchtte. Wat zijn kledingrekken toch dom.
‘Alles behalve.’
Met mijn rug naar hem toe ging ik aan de tafel zitten. Dat schijnheilige gezicht hoefde ik voorlopig niet meer te zien. Maar ik had mijn laptop nog niet opgestart of hij kwam al naast me zitten en legde een arm om me heen.
‘Wat is er dan, lieverd?’
Ik sloeg zijn arm van me af. Viezerik.
‘Dat weet je heus wel.’
Hij keek me aan, maar ik vermeed zijn blik en deed alsof ik heel druk bezig was met Twitter.
‘Zeg het nouuuuuuuuuu.’
Waarom had ik niet gewoon een grote kledingkast gekocht in plaats van zo’n nutteloos, dom, irritant ding? Kledingkasten schijnen heel lief te zijn.
‘Je bent gisteren weer in elkaar gestort. ’s Nachts. Bovenop mij. Ik schrok me dood!’
Nu hield hij wel zijn mond. Lekker rustig. Maar na een paar minuten kwam er toch wat gebrabbel uit.
‘Oh… Eh, ja. Het spijt me… Ik zit gewoon niet lekker in mijn vel de laatste tijd.’
Verbaasd keek ik mijn kledingrek aan.
‘Maar je bent altijd zo vrolijk!’
‘Nou ja, niet dus. En dat reageer ik dan op jou af. Sorry.’
‘Eet je wel genoeg chocolade?’ vroeg ik.
Hij schudde zijn hoofd.
‘Ik ben op dieet. De kleding past me niet meer.’
Ik zuchtte. Dom, dom kledingrek.
‘Diëten is niet goed. Ga maar gewoon weer chocolade eten. Ik houd niet van droevige kledingrekken en zeker niet als ze mijn nachtrust verstoren. Hier, een bonbon.’
Mijn kledingrek keek er even naar, maar at hem toen in één keer op. Er verscheen een gelukzalige glimlach op zijn gezicht.

Sindsdien is hij niet meer in elkaar gestort.

Laura’s liefdesletteren: wat liefde met je kan doen

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het geluid van de wekker. De nachtmerrie die haar hoofd nog niet uit was. Het licht van de lantaarnpalen om iets te kunnen zien in het duistere van de ochtend. Dat doffe gevoel. Haar bed was veel te warm om nu al te verlaten. Snel, snel, douchen (dan weer te heet, dan weer te koud, maar nooit gewoon goed), wat ontbijt naar binnen proppen, tanden poetsen, wat moest ze in hemelsnaam aan? Het haren föhnen duurde te lang, nog vijf minuten en waar was dat parfumflesje gebleven? Pas na tienen was ze meestal weer aanspreekbaar. Niets haatte ze meer dan vroeg opstaan.

Ze kust het zachte plekje in zijn hals, zijn wang, uiteindelijk zijn mond. Hij streelt haar haren.
‘Aan niemand doorvertellen,’ fluistert ze in zijn oor. ‘Maar ik vind je heel lief.’
Hij glimlacht.
‘Ik jou ook. En dat mag iedereen weten. Kom schat, we gaan slapen.’

6:15 uur vertelt het rode licht op haar nachtkastje. Gepiep. Ze drukt zachtjes de knop in en kijkt naar de man naast haar.
‘Goedemorgen, lieverd.’ zegt ze tegen hem.
En glimlacht.