Liefdeslessen van tante Laura: alvast over Valentijnsdag

De veertiende dag van februari wordt gevreesd door allen: vrij gezellige vrijgezellen, happy singles, not so happy singles/vrij niet gezellige vrijgezellen, stelletjes, mannen, maar vooral door vrouwen.

Het gaat namelijk altijd zo:
‘Ja, Valentijnsdag is echt commerciële onzin,’ zegt vrouw Bezet tegen haar Bezette en Vrij(niet)gezellige vriendinnen. ‘Ik bedoel, je hebt toch niet speciaal een dag nodig om te laten weten dat je van iemand houdt?’
Iedereen, bezet of niet, is het ermee eens. Dikke onzin, die rozen en chocolade. Zo cliché.

Vrouw Bezet komt thuis.
‘Was het gezellig?’ vraagt haar Tijger/Kroeliewoelie/Mannetje.
‘Ja hoor.’
‘Mooi, zeg, ik ga binnenkort met de jongens poolen.’
God, niet weer he?
‘Oh,’ zegt mevrouw Bezet, op een zo nonchalant mogelijke manier, maar het komt er toch behoorlijk venijnig uit. ‘Goh, alweer. Wanneer dan?’
Tijger/Kroeliewoelie/Mannetje zapt er ondertussen op los, terwijl hij antwoord geeft.
‘Eh 14 of 15 februari, moeten we nog even kijken.’
Vrouw Bezet voelt iets in haar opborrelen. Woede, angst, verdriet. Beseft hij dan niet…? 14 februari!
‘Maar je vond het toch commerciële onzin?’ zegt een stemmetje in haar hoofd.
‘Ja, maaaaaar,’ zegt ze tegen het stemmetje. ‘De dag van de liefde! Ik bedoel, het is wél heel romantisch.’
‘Is er iets? Je bent zo stil.’ zegt Kroeliewoelie, die niet gewend is dat zijn Schattepatatje zo lang haar mond houdt.
Terwijl hij zapt, komt er een zoetsappige reclame van Merci op de tv, iets over chocolade en Valentijnsdag.
‘Haha onzin,’ zegt Tijger.
‘Ja, dikke onzin,’ is Schattepatatjes antwoord. ‘Supercliché haha.’

Op 14 februari ligt er niets in de brievenbus van vrouw Bezet. Ze vindt geen lief briefje op de keukentafel, krijgt geen ontbijt op bed, de bonbons zijn nergens te bekennen. Ze opent enigszins nerveus haar mailbox, maar nee, zelfs een slijmerige e-card kon er niet vanaf. Als Kroeliewoelie om zes uur thuis komt, schuift hij snel zijn eten naar binnen.
‘Leuke dag gehad, schattepatat?’
Schattepatat reageert niet.
‘Is er iets?’
‘Nee.’
Ze geeft hem geen afscheidskus wanneer hij met zijn vrienden gaat poolen. Haar zogenaamde happy single-vriendin belt haar gillend op, omdat haar crush haar een serenade heeft gebracht inclusief kaarsjes en een pad van rozenblaadjes.

Om één uur ’s nachts komt Kroeliewoelie naast haar liggen in het koude bed. Ze doet alsof ze slaapt, maar hij heeft het door.
‘Zeg nou wat er is. Het heeft toch niet met Valentijnsdag te maken he?’
‘Nee,’ snauwt ze. ‘Commerciële onzin.’
‘Gelukkig maar.’
Hij draait zich om en valt meteen in slaap. Schattepatatje huilt met het roze hartjesbeertje dat ze voor hem gekocht had in haar armen. Klotedag.

(En dat is, mannen, waarom jullie wél altijd iets moeten kopen voor Valentijnsdag, een kaartje of chocolade is prima. En dat is, vrouwen, waarom jullie niet moeten doen alsof jullie het commerciële onzin vinden, want er is tenminste één dag in het jaar waarop mannen geen excuus hebben om a-romantisch te zijn en je gratis chocolade krijgt).

Laura’s liederenanalyse: geef mij nu geen Guus Meeuwis

httpv://www.youtube.com/watch?v=s_xIy7aa6RM
‘Die blikken in je ogen’ blijft geniaal.

Dat Guus rare dingen zegt, wisten we al, maar laten we dat vooral nog een keer tonen. Ach, die Guus, die zingt zulke lieve liedjes. . Zoals dit liedje: ‘Geef mij nu je angst’. Zo schattig. Of niet?

EDIT

Het blijkt een liedje van André Hazes te zijn en dat maakt dit dus een cover. Maar besef wel, mensen, dat Guus Meeuwis dit liedje gekozen heeft om te coveren en er dus wél affectie mee heeft (en de boodschap onderschrijft). Dus lees de analyse maar op zo’n manier dan.

Je voelt je heel goed, zeg jij, je mond begint te trillen.
Ik weet dat ik jou kan helpen, maar je moet zelf willen.
Elkaar nu een dienst bewijzen, dat is alles wat ik vraag.
Oké, eerst mag ik zelf bepalen of ik je hulp aanneem, maar daarna heb je het opeens over elkaar een dienst bewijzen en dat is wel iets wat je van me vraagt. Dus je geeft niet zomaar je hulp? Maar wat wil je er dan voor terug, Guus, geld?
Zet weg nu die angst,
ik wist het al,
dit is m’n dag vandaag.
Ja, lekker egocentrisch ben jij. Als het jouw dag al is, dan is het dus niet meer de mijne. Fijn dat het met jou wél goed gaat, Guus. Leuk voor je.

Geef mij nu je angst,
ik geef je er hoop voor terug.
Oh en wat ga je dan met mijn angst doen he?
Geef mij nu de nacht,
ik geef je een morgen terug.
Pardon? Je wilt met me naar bed? Was jij niet getrouwd?
Zolang ik je niet verlies,
vind ik heus wel m’n weg met jou.♫
Je hebt me nooit gehad, Guusje.

Kijk mij nu eens aan,
nee zeg maar niets, je mag best zwijgen.
Fijn dat dat mag. Zo sympathiek.
Het valt nu nog zwaar,
maar ik weet dat ik jou kan krijgen.
Je hebt gelijk, het idee dat jij mij krijgt, valt me zwaar. Je bent wel arrogant zeg, dat je denkt dat je een meisje zomaar kunt krijgen.
Dit hoeft nooit meer te gebeuren,
als je bij me blijft vannacht.
Echt, stop met die seksuele toespelingen.
Want dan zul je zien,
als jij straks wakker wordt, dat jij weer lacht.
Dat wordt eerder huilen geblazen.

Geef mij het gevoel,
dat ik er weer bij hoor voortaan.
Waarbij? Mijn liefdesleven?
Ik ga met je mee,
want ik laat je nu nooit meer gaan.
Shit nee, alsjeblieft, ik smeek je!
Geef mij nu je angst,
ik geef je er hoop voor terug.
Geef mij nu de nacht,
ik geef je de morgen terug.
Oké, dus je wilt dat ik je de nacht geef (we begrijpen allemaal wel wat je daarmee bedoelt…), zodat jij er ’s morgens weer vandoor kunt gaan? De romantiek.

Dus. Leuk liedje he? Zo’n lieve man, die Guus.

Laura’s liefdesletteren: eenhoorns

hartjeopmijnhandomdathetkan

Blogonderwerp bedacht door: Dionne.

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het eerste knuffeltje was van hem. Urenlang had hij in de winkel gestaan. Geen beer, geen aap, geen konijn. Zijn kleinkind zou iets bijzonders krijgen. Pas op het einde had hij hem gezien. Paarse manen, roze lijfje en een zilveren hoorn. De verkoopster had het zorgvuldig ingepakt in vloeipapier en geglimlacht.
Van de andere opa en oma had ze een pop gekregen. Wat moest een baby nou met zoiets? Als ze sliep, hield ze het eenhoorntje stevig vast, alsof ze bang was dat iemand het zou afpakken. Naar de pop keek ze niet om.

Later moest de eenhoorn altijd mee, ook als ze bleef logeren. Hij stopte haar in, gaf haar een kus op het voorhoofd.
‘Kroel ook.’
Ook Kroel gaf hij een kusje, net naast het hoorntje.
‘Welterusten.’
‘Welterusten, opa.’
Hij had de deur net dicht gedaan, toen hij weer open ging. Ze trok aan zijn shirt en hij ging op zijn knieën zitten. Ze sloeg haar armen om hem heen. Haar haren roken naar lavendel.
‘Ik hou van jou.’ fluisterde ze in zijn oor. ‘Ik wil je nooit meer kwijt.’
Hij kon niets uitbrengen, terwijl hij zoveel wilde zeggen, maar ze was al terug geslopen naar bed.

Hij kijkt naar het water. De eendjes zwemmen onder de brug. Hij heeft geen brood bij zich. In je eentje is er niets aan. In mei wordt ze vijftien. Zou ze nog steeds van eenhoorns houden? Nee, kleine meisjes worden groot. Kroel ligt vast bij het vuilnis. Net als de rest van zijn cadeaus en kaarten die hij steevast blijft sturen. Zijn tranen maken kringen in het water. De tijd van eenhoorns is voorbij.

Laura’s liefdesletteren: knoflook

hartjeopmijnhandomdathetkan

Blogonderwerp bedacht door: Lenneke.

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

De mascara kleurde haar wimpers zwart. De parfum verspreidde zich behalve over haar hals ook in de kamer. Alleen de blosjes op haar wangen had ze er niet zelf op geschilderd. Die kwamen door de spanning.

Hij stond er al. Pretlichtjes in zijn ogen toen ze zich voorstelde. Zijn handdruk was stevig, maar niet te. En zijn handen zweetten niet, erg belangrijk. Hij deed de deur voor haar open, complimenteerde haar met haar jurkje en bestelde voor haar: ‘Het verrassingsmenu voor mevrouw, graag.’
De wijn deed haar ontspannen. Ze speelde met haar haren, lachte om zijn grapjes. Af en toe raakte hij haar ‘per ongeluk’ aan met zijn knie.
‘Het Vondelpark is mooi,’ zei hij. ‘We moeten er eens een keer een wandeling maken.’
Al tijdens het voorgerecht streek hij lichtjes met zijn vingers over haar hand. Het kriebelde.
Het hoofdgerecht naderde, maar ze verstond niet wat de ober zei, omdat haar aandacht bij die hand op de hare was.
‘Eet smakelijk.’
‘Eet smakelijk.’
Hij liet haar los om zijn bestek te pakken. Het was even stil, terwijl ze genoten van het eten.
‘Wat is dit heerlijk zeg!’ riep ze uit, per ongeluk met volle mond.
Hij glimlachte zwakjes.
Zij had haar gerecht al binnen tien minuten op, maar hij nog niet. Ongeduldig wachtte ze totdat hij zijn bestek neer zou leggen en haar hand weer zou pakken. Maar toen hij klaar was, pakten die handen in plaats daarvan de leuning van de stoel vast.
‘Wil je nog een toetje?’ vroeg ze.
‘Nee, het wordt al laat.’ was zijn antwoord.
Zou er iets-? Nee, nee, hij had gelijk. Het was al laat. Misschien was hij moe. Het ging niet om de duur van de avond, maar of het leuk en gezellig was. Toch?
Hij vroeg om de rekening. Ze haalde haar portemonnee ook tevoorschijn en hij protesteerde niet. Hij hielp haar niet in haar jas. Ze moest de deur zelf opendoen. Buiten was het koud.
‘Zullen we nog een keer afspreken?’ vroeg ze en ze boog al naar voren voor een kus.
Hij deinsde naar achteren.
‘Nee, het is beter van niet.’
Hij liep weg en liet haar verbouwereerd achter. Pas later op de avond begreep ze het: knoflook.

Liefdeslessen van tante Laura: hoe overleef je een slechte date?

Je hebt alles gedaan wat tante Laura heeft gezegd: een berichtje op een datingsite gezet met een mooie foto erbij en jawel hoor, je krijgt een reactie van St03ruHhb0ii34. Hij houdt van anabolen, C-films en wandelende takken, dus jullie zijn gemaakt voor elkaar (jij hebt óók een wandelende tak genaamd Harry!). Dit kan alleen maar goed gaan, toch?

Je kleedt je zoals tante Laura je dat geleerd heeft: dat jurkje waarbij je decolleté tot je navel loopt, al je foundation op je gezicht uitgesmeerd, kipfiletjes in de bh en natuurlijk een panterprintje. Jullie gaan eerst lunchen om vervolgens naar het wandelendetakkenmuseum in Oeloeboeloewoeloe te gaan. Perfecter kan niet.

Om twaalf uur hebben jullie afgesproken. Je bent een beetje zenuwachtig (oh god, ga ik eindelijk de man ontmoeten met wie ik ga trouwen). Het wordt vijf over twaalf. Oké, dat is nog acceptabel. Iets met fashionably late ofzo. Tien over twaalf. Je krijgt pijn in je voeten van die klotehakken. Kwart over twaalf. Om half één komt meneer aankakken. Of iets wat erop lijkt. Zijn spierballen blijken in het echt kippenarmpjes te zijn. Hij heeft een vlek op zijn te kleine shirt en er hangt een snottebel onder zijn neus die hij lekker aan jouw wang veegt als hij je drie zoenen geeft. Wanneer hij begint te praten, hoor je dat hij de baard nog niet in de keel heeft gehad. Hij blijkt meer van torren dan van wandelende takken te houden.

Je denkt maar één ding: JE MOET HIER WEG.

Want dit is het antwoord op de vraag hoe je een slechte date overleeft: niet. Dus maak dat je wegkomt. En gauw een beetje. Tante Laura geeft vijf tips:

1. Laat een vriendin je opbellen met de slechte smoes ooit. Zoiets als: ‘Oh god, ik moet echt naar huis, want ik ben vergeten de plantjes water te geven.’
2. Fake een allergische aanval door de garnering bij je boterhammen met kroketten en kruip al spastisch het restaurant uit.
3. Gooi rode wijn over je date. Dan gaat hij vanzelf wel weg.
4. Je kan ook in zijn gezicht niezen.
5. Of sta gewoon op en zeg: ‘Doei!’.

De vrouw in dit voorbeeld heeft duidelijk niet goed naar tante Laura geluisterd, want anders had ze wel met haar ware Jakob afgesproken. Onthoud dit: vertrouw nooit een man die zegt van wandelende takken te houden. N-O-O-I-T.

De pianostemmer die niet pianospelen kon

pingelenpingelenpingelen

Soms, als Martin met zijn autootjes of houten blokken aan het spelen was, klonk het gepingel van zijn moeder. Wanneer ze even niets te doen had, de aardappels waren geschild, de was al gedaan, legden ze haar vingers op de witte en zwarte toetsen en speelde. Beethoven. Altijd maar Beethoven. Für Elise, één, twee, drie keer achter elkaar. Meer kon ze niet.
Na een tijdje gingen bij de eerste noten zijn haren al recht overeind staan. De eerste keer kon hij nog net uitstaan, maar bij de derde herhaling bedekte hij zijn oren met zijn handen en liep geïrriteerd de kamer uit.
‘Martin, ga nou op pianoles,’ probeerde zijn moeder een paar jaar later. ‘Het is zo’n mooi instrument.’
Ze zette zijn handjes op de toetsen, maar hij gilde ‘Neeeeeeeeeeeeeeeeeeee!’ en uiteindelijk gaf ze het op.

De vingers van zijn moeder begonnen pijn te doen en ze konden het geld goed gebruiken. Dus werd de piano, een erfstuk van zijn grootvader, verkocht. Martin dacht er jaren niet meer aan, totdat hij op bezoek ging bij een vriend. Terwijl hij en zijn vriend de meisjes uit hun klas bespraken (‘En Jeanet dan?’ ‘Nee, die is te arrogant.’), klonken op de achtergrond de eerste tonen van Für Elise. Meteen voelde Martin de kippenvel op zijn huid. Maar niet vanwege het liedje.
De piano was vals.

‘Zo, hij is weer zuiver hoor,’ zegt de pianostemmer tegen mij en hij geeft een zachte klap op het hout.
‘Weet je het zeker?’
‘Ja, speel maar.’
‘Waarom speel jij niet?’
Hij glimlacht.
‘Ik kan niet pianospelen.’
Hij pakt zijn spullen in, doet de voordeur open en zwaait naar me. Verbaasd blijf ik staan.
‘Dag Martin!’ zeg ik nog, maar te laat.

(mijn pianostemmer kan serieus niet pianospelen en ik weet niet waarom, maar dit zou zomaar de reden kunnen zijn)

Literaire Laura: was


(de titel van deze blog moet u sarcastisch opvatten)

Ik zit bij een schrijversclubje. Het schrijversclubje van Film- en Literatuurwetenschap (die net het predicaat topopleiding heeft gekregen, dus jullie weten allemaal wat jullie moeten gaan studeren) onder leiding van Isabel Hoving (wellicht bekend door haar jeugdliteratuur). Zo’n schrijversclubje is naast heel leuk natuurlijk ook doodeng. Want het is de bedoeling dat mensen je werk lezen (!). En er kritiek op geven (!!).

Huiverend zat ik dan ook op mijn stoel de tweede bijeenkomst, want ik had mijn stukje ingediend. En geloof het of niet, maar ik werd niet helemaal neergesabeld. Kritiekpuntjes die ik geestelijk nog aankon, werden gegeven en ook toegepast door mij. En het resultaat kunt u hieronder lezen.

***

Was

Ik fietste er elke dag langs. Terwijl ik al puffend het heuveltje op probeerde te komen, keek ik altijd even naar het gebouwtje links. Het maakte niet uit hoe warm of koud het was, de deur was open.
‘Kom maar binnen,’ leek het te zeggen. ‘Zelfs als je geen vuile was hebt, ben je hier welkom.’
Door de opening zag ik hem dan zitten. Met zijn voeten op het bankje en zijn ellebogen op zijn knieën keek hij naar het draaien van de wasmachines. Altijd de linker, in het hoekje. Het liefst bonte was.
Eén keer gebeurde er een ongeluk op het heuveltje. Een vrachtwagen die naar achteren ging en zonder te kijken zo een oud vrouwtje aanreed. Op een paar blauwe plekken na had ze niets, maar haar gegil had men tot in het centrum gehoord. Hij had niet opgekeken, bleef maar naar de bak vol ronddraaiende slipjes en handdoeken staren. Misschien dat hij fronste, omdat dat stomme gegil hem uit zijn concentratie had gehaald. Ik weet het niet.
In mijn gedachten had hij van die blauwe, priemende ogen die recht in je ziel kijken. En een litteken boven zijn oog, omdat hij een vaas had omgestoten (‘Frank, wat heb je gedaan? Kun je nou nooit eens uitkijken?’ hoorde ik zijn moeder al schreeuwen) en een scherf hem had geraakt.
Soms dacht ik erover om naar binnen te gaan.

Gisteren fietste ik er weer. Door de harde wind was het deze keer zo mogelijk nog moeilijker om het heuveltje op te komen, ik viel nog net niet van mijn fiets af en vergat haast te kijken. Net op het laatste moment keek ik, maar ik zag zijn bruine kruin niet. De linkerwasmachine, in het hoekje, was leeg.
Net als het bankje.

Vage verpakkingen: Hot Chocolate Mix van Nestlé en Prodent-tandpasta

Verpakkingen, handleidingen, teksten achterop shampooflessen: je leest ze, omdat je iets te doen moet hebben in de bus of omdat je niet snapt hoe het strijkijzer werkt, maar eigenlijk is het supersaai. Of toch niet? Het leek me leuk om een nieuwe rubriek te beginnen waarin ik verpakkingen (de serie heet ‘Vage verpakkingen’ vanwege de alliteratie, maar het geldt ook voor handleidingen en dergelijke, mocht je trouwens een betere naam weten, let me know!) laat zien waar iets raars mee aan de hand is, iets grappigs op staat of opmerkelijk is. Mocht jij iets gespot hebben, mail het dan naar laura@lauradenkt.nl!

Tandpasta van Prodent: 

Mijn vriendje en ik waren laatste onze tanden aan het poetsen (wij zijn zo romantisch), toen me iets opviel. Hij had de rode tandpasta van Prodent en ik de blauwe. Maar wat zou eigenlijk het verschil zijn?

De één heet softmint en coolmint. Oké. Ik ging even kijken op de achterkant.  De softmint geeft een frisse adem en de coolmint een extra frisse adem. Als je dan vervolgens de ingrediënten ziet, zijn alle ingrediënten hetzelfde. Het enige verschil is dat aroma bij coolmint eerder staat (en er dus meer hoeveelheden van in zit) dan bij softmint.
Ik gebruik de coolmint en die is niet dusdanig fris dat je het uit zou willen spugen (net als van die spicy kauwgompjes enzo), omdat je het niet meer aan kan. Dus waarom bestaat in hemelsnaam de softmint, waarom zou je twee verschillende tandpasta’s op de markt brengen die eigenlijk niet zo enorm veel van elkaar verschillen? Of hebben ze speciaal aan de mensen gedacht wiens lievelingskleur rood is?
(maar toch fijn om een extra frisse adem te hebben)

Hot Chocolate Mix van Nestlé

Het enige leuke aan de winter is warme chocolademelk met slagroom. Oké, officieel is het nog geen winter, maar toch heb ik het al gedronken. Thuis maak ik het met deze zakjes van Nestlé wat ontzettend moeilijk is en maar weinig mensen als vanzelf kunnen, maar gelukkig staat erop hoe het moet. Hoewel ik WCMMS (dat is de afkorting) erg lekker vind, gaat het me toch net iets te ver om het verwenmomenten te noemen, maar oké. Daar gaat het nu niet om (kom to the point, Laura!).
WCMMS is NIET gezond. Nee, echt niet. Ik zou willen dat het wel zo was, maar helaas. Dat weten ze ook wel bij Nestlé. En daar zijn ze heel gevoelig voor, want oh jee, straks klaagt iemand hen aan van: ja, maar ik dacht dat het heel gezond was en nu weeg ik 200 kilo, omdat ik elke dag tien kopen WCMMS dronk en dat is jullie schuld.  Dat moeten ze natuurlijk niet hebben.
Maar om nou ‘DIT PRODUCT IS ECHT SUPERONGEZOND, VEEL CHOCOLADE EN SUIKER ENZO.’ op de verpakking te zetten, tja, dat is ook niet zo goed voor de verkoop.
Dus hielden ze het bij tips: ‘In vorm blijven is het in balans brengen van de calorieën die je binnen krijgt en die je verbrandt. Met een wandeling van 30 minuten bijvoorbeeld, verbrand je al snel tussen de 150 en 210 calorieën.’
Pff, denken ze bij Nestlé, hebben we dat even goed opgelost. Nou ja, niet dus. Want na zo’n koude winterwandeling heb ik júist weer zin in WCMMS.

Laura’s brieven: Josianne en Rianne

Negenenveertig mensen wilden graag een brief van mij ontvangen. Die brieven schrijven is dan ook wat ik de komende tijd ga doen! Het zijn niet alleen bloggers, maar ook onbekenden of familie. Ik stel vragen (nieuwsgierig als ik ben) en zij geven antwoord!

Josianne

Josianne is een meisje dat graag in New York zou willen wonen. Maar hoe komt ze daar eigenlijk bij?


Nou ja zeg, Josianne, wegrennen voor zombies is hartstikke normaal! Dat doen we allemaal wel op zijn tijd. Maar misschien is die voor jou nog niet gekomen. Het lijkt me overigens erg vervelend om allergisch te zijn voor je eigen kat! Dat wordt dan elke dag pilletjes slikken.

Rianne

Rianne is een vrouw die aan de andere kant van Nederland woont en veel blogt. Samen met haar knuffel Toet (en konijn meneer Bruin niet te vergeten) beleeft ze veel avonturen.

De eerste vraag die dan natuurlijk weer bij me opkomt: zijn er beelden van Rianne die de Carlton-dans (van the Fresh Prince of Bel-Air, dat kent iedereen hopelijk toch wel?) bij Harriëtte in de gang doet? Show me!

Dat is toch jammer, geen knuffel/huisdier voor mij :( Misschien toch maar een eigen Toet kopen dan!

Laura’s liefdesletteren: winter in de zomer

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het was één van de warmste dagen van het jaar. De zon kleurde onze haren goud en onze armen bruin. Het zand plakte aan mijn voeten. We hadden net verkoeling gezocht in de zee, broeken opgestroopt tot onze knieën. De druppels op mijn benen verdampten één voor één, terwijl ik bedacht wat ik moest zeggen. Iets over het weer? Dat is zo standaard. Vragen of hij zussen of broers heeft? Nee, wees eens origineel! Shit, nu was er alweer een minuut voorbij. Maar net toen ik mijn mond opendeed om het over die ene film te hebben, vroeg hij:
‘Heb je het koud?’
Verbaasd keek ik hem aan. Vanochtend stond de thermometer al op twintig graden.
‘Nee, hoezo?’
Hij glimlachte.
‘Zeg maar gewoon dat je het koud hebt.’
Ik begreep er niets van, maar hij glimlachte zo lief, dus ik moest wel.
‘Ik heb het koud.’
Hij legde zijn arm om me heen. Dat was de enige keer dat ik wenste dat het winter was.