Bloemen en treinen


Een paar maanden geleden had Anne geblogd over haar bloemenactie en nog recentelijk blogden Kim en Ariska over hun treinavontuur. Ik kwam samen met Nicole op het geniale idee om deze twee dingen te combineren. En zo geschiedde.

Het plan: bloemen kopen (gerbera’s, want rozen hebben doornen en gerbera’s zijn ook mooi), kaartjes met leuke teksten beschrijven en met lint aan de bloemen vastmaken. Een dobbelsteen laten bepalen waar we naar toe gaan, in de trein springen en de bloemen uitdelen.

We gingen enthousiast (en ook bang, want eng en uit comfortzone en nou ja, het is eng!) naar Rotterdam Centraal en gooiden daar met de dobbelsteen. De uitkomst: spoor negen (geloof ik) naar Amsterdam Centraal. In de trein hebben we de teksten bedacht voor op de kaartjes.
We stapten uit (‘Oh, ik vind het echt eng, ik durf niet!’). Nicole ging eerst. Ze gaf een bloem aan een klein kindje die op de schoot van zijn opa zat en die vond het leuk! Daarna gaf ik een bloem aan een vrouw die zat te wachten en ook zij vond het gelukkig leuk. We gingen verder door het station en een aantal mensen (eigenlijk allemaal vrouwen) kregen een bloem van ons.

We stapten uit het station. En toen ging het mis. We probeerden en probeerden. Mannen, vrouwen, niemand wilde een bloem. Ze keken ons allemaal wantrouwig aan (alsof we er geld voor wilden, zien we eruit alsof we geld willen?). Uiteindelijk kwamen we op de Dam terecht, waar allemaal van die verklede mensen staan. Een vrouw in een kippenpak wilde dat ik naar haar toe kwam. Ik gaf haar dus een bloem en toen zei ze: ‘Photo!’ Dus Nicole maakte een foto. Wat de vrouw toen zei?
‘One euro!’
Dacht het dus even niet. Foto gewist en we gingen weer verder.

Eerlijk gezegd werd ik er een beetje depressief van. We probeerden alleen maar iets leuks te doen en het werd niet gewaardeerd. Waarom zijn mensen bij voorbaat al wantrouwig?
Uiteindelijk hebben we bloemen neergelegd op fietsen en terrasjes en de laatste paar bloemen aan van die eigenaars van restaurantjes die daar stonden gegeven (ik weet het, lekkere duidelijk zin, maar volgens mij in één van die zijstraatjes vlakbij het Leidseplein.

Conclusie nummer één: Je kunt bloemen het beste aan kleine kinderen of vrouwen van middelbare leeftijd geven.
Conclusie nummer twee: Veel Amsterdammers en toeristen zijn wantrouwig.
Conclusie nummer drie: Maar het is wel goed dat we het gedaan hebben (uit je comfort zone komen) en gelukkig waren er nog wel mensen die het leuk vonden.

Misschien was Amsterdam niet de juiste plaats. Ik weet het niet. Misschien ga ik het nog een keer doen, maar daar moet ik nog over nadenken. In ieder geval, hoewel de uitkomst anders dan verwacht was, wil ik wel vaker van dit soort dingen gaan doen. Weet iemand nog meer van dit soort acties?

Nu maar hopen dat de mensen die een bloem bij hun fiets of scooter hadden, het wel leuk vonden :)

Like en dislike

Bron

Gewoon, omdat het kan (en ik weet dat het niet origineel is, maar ik kan niet altijd origineel zijn). Het is trouwens in willekeurige volgorde en ik kan nog tienduizend meer dingen bedenken, maar dan wordt het zo lang. En het is al zo lang.

Like:
– Aardige, lieve, leuk-gekke mensen.
– Joseph Gordon-Levitt.
– NRC Next.
– Thuiskomen na een lange dag en dan mijn joggingsbroek a.k.a. relaxbroek aandoen.
– Pianospelen.
– Meezingen met muziek, ook al kan ik niet zingen.
– Parfum opdoen.
– In mijn eentje dansen op mijn kamer.
– Drop. Maar dan alleen de maantjes, de kleine muntjes en de visjes. Het liefst een grote zak.
– Het vriendje.
– www.froot.nl
– Aardbeien.
– Ikhebdatook-momenten met mensen.
– Vakantie.
– Harry Potter.
– Een leuke grap maken en dat iedereen er dan om moet lachen.
– Boeken.
– Een jurkje of rokje aandoen, want dat doe ik niet vaak.
– Schrijven.

Dislike:
– Stomme, gemene, niet leuk-gekke mensen.
– Ik kan er niet tegen als pennen uitgeklikt zijn, snap je? Dat je er dus mee kan schrijven. Hij moet ingeklikt zijn. Ik weet niet waarom, misschien een jeugdtrauma of iets dergelijks.
– Rtl.
– Open deuren. De deuren moeten dicht zijn. Thuis tenminste, bij anderen heb ik er geen last van.
– Het huidige kabinet.
– Disney-programma’s en mensen.
– Dat bij Hyves krabbels krabbels heten.
– De tram.
– Jongens met broeken waarvan het kruis zo laag is dat ik hun onderbroek kan zien.
– Twilight.
– Dat ik niet kan zingen.
– Onderhuidse opmerkingen.
– E-readers.
– Een jurkje of rokje aandoen en dat ik dan niet weet waar ik mijn telefoon moet laten (nee, ik vind het niet praktisch om hem in mijn tas te doen, want dan raak ik hem steeds kwijt in het labyrint dat mijn tas heet).
– Mensen die joggingsbroeken aan doen, gewoon in het openbaar en dat ze dan dus niet aan het joggen zijn.
– De grap niet snappen en iedereen om me heen wel.
– Dadels. Ik vind ze echt vies.
– De Telegraaf.
– Dat mensen soms denken dat mijn broertje (16) ouder is dan ik (20). Of dat mijn ouders ‘je broer’ zeggen, terwijl het mijn broerTJE is. Trauma.

Nu jij :D

Terug van de hel

Zoals iedereen moest ook ik er in de zesde aan geloven: mijn profielwerkstuk (pws). Ik wist bijna meteen dat ik het voor het vak geschiedenis wilde doen (ik was toen nog in de fase dat ik geschiedenis wilde studeren, daarna werd het godsdienstwetenschappen en nu is het dus literatuurwetenschap geworden, ben blij dat ik die keuze heb gemaakt!). En op een dag, toen ik in bed lag, kwam daar het idee voor mijn pws: er is wel veel bekend over het leven van joodse gevangenen in concentratiekampen, maar wat wist ik zelf eigenlijk van hun leven erna? Niet veel. Dus besloot ik om dat te onderzoeken.

Mijn stelling was: hoe pakten de joodse, Nederlandse overlevenden hun leven weer op na hun terugkeer uit de concentratiekampen?
Deelvragen: – Werd het jodendom nog net zo beleden als voor de Tweede Wereldoorlog?
– Hoe reageerde de omgeving op de verhalen van de overlevenden?
– Waarom emigreerden sommige overlevenden, naar waar emigreerden ze en was er een verschil tussen ouderen en jongeren?
– Welke psychische gevolgen hadden de kampervaringen en hoe werden en worden die gebeurtenissen verwerkt?
– Hoe hielpen de overheid en andere organisaties de joodse overlevenden bij de terugkeer uit de concentratiekampen?

Ik vond het heel erg interessant om hieraan te werken en ik ben ook veel te weten gekomen. Nadat ik mijn cijfer had gekregen (een 9,5 en op je diploma wordt dat natuurlijk afgerond, dus daar staat een 10!), besloot ik om mee te doen aan een wedstrijd voor het beste profielwerkstuk  van de KNAW. Helaas ben ik er te laat mee begonnen (ik moest mijn pws daarvoor uitbreiden), maar hierdoor heb ik wel iets interessants gedaan: ik heb twee overlevenden geïnterviewd. Voor het eerste interview was ik héél zenuwachtig, maar gelukkig ging het goed. Het heeft ervoor gezorgd dat ik me nog meer kon inleven in het onderwerp.

Ik denk dat ik er meer tijd in heb gestoken dan de gemiddelde vwo’er, maar dat was het me wel waard. Nogmaals: ik vond het enorm interessant om dit te onderzoeken en ik heb er veel van geleerd.
Mocht iemand overigens geïnteresseerd zijn, dan kun je mailen en stuur ik het naar je op.

Wat was het onderwerp van jouw profielwerkstuk?

Beugelbekkie

Bron

Vroeger keek ik graag naar Beugelbekkie (kennen jullie dat?). Stiekem vond ik zo’n beugel wel cool. Hoe onwetend was ik? Nou, ik heb het geweten hoor, hoe het is om een beugel te hebben.

Bij mij ging het zoals iedereen: de tandarts verwijst je door naar de orthodontist en voor je het weet, ben je overgeleverd aan de duivel (enigszins overdreven, maar er zit een kern van waarheid in). De Duivel, in de volksmond de ortho genoemd, is dol op jouw gebit. Correctie: dol op het werk wat nodig is voor jouw gebit. Hij prikt, hij duwt en stopt allemaal metaal in je mond. Dit metaal zorgt er bovendien voor dat je geen cola en kleverige dingen zoals toffee’s meer mag (niet dat je dat daarvoor zo vaak dronk en at, maar nu het opeens niet meer mag, wil je het wel heel graag).

Nee wacht, ik loop te ver vooruit. Voordat je zo’n ding (het schijnt een beugel  te heten) in je mond gedouwd krijgt, moet je eerst happen. Helaas is dit niet zo leuk als koekhappen. Sterker nog: het is heel vervelend. In eerste instantie lijkt dat roze spul je nog wel leuk en gezellig. Totdat ze het met veel geweld in je mond duwen. Je krijgt bijna geen lucht (het is maar goed dat je niet verkouden bent) en bovendien moet dat vieze goedje nog een paar minuten daar blijven. Maar dan komt het ergste pas: het eruit halen. Ze trekken zo hard als ze kunnen (oh nee, ze trekken mijn tanden mee!) en dan is het uit je mond. Of nou ja. De helft zit nog in restjes aan je tanden, maar dat vergeten we even voor het gemak.

Ik ben een expert op dit gebied. Vanaf groep zeven tot de zesde (reken maar uit hoeveel jaar dat is) heb ik meerdere beugels gehad (ja, ook die vreselijke buitenboordbeugel!). Tel daar ook nog drie bezoekjes bij de kaakchirurg op en dan kun je wel begrijpen waarom ik zo van de ortho houd.

Maar gelukkig heeft dit allemaal een doel. En nu ik al anderhalf jaar beugelloos de wereld door ga, ben de orthodontist – ondanks al het gedoe en soms de pijn – toch dankbaar.

Geen feut meer

Bron

Over ietsje minder dan een maand (lucky me dat ik zo lang vakantie heb!) beginnen mijn colleges weer. Zoals jullie (bijna) allemaal wel weten, studeer ik Literatuurwetenschap op de universiteit Leiden (de leukste studie die er is, ga hem ook doen ;)).

In mijn eerste jaar heb ik veel nieuwe mensen leren kennen, waaronder mijn lieve studiegenootjes! Dat is sowieso al één aspect wat leuk is van de universiteit. Daarnaast ben ik in dit jaar natuurlijk ook wijzer geworden op het gebied van literatuur. Ik heb geleerd hoe ik verhalen, gedichten, film en theater moet analyseren, heb mijn Britse accent verbeterd (nee, ik snap ook niet waarom we dit moesten doen) en natuurlijk heel veel gelezen!

In het eerste jaar had ik al een relaxt rooster, maar dit jaar al helemaal. Jawel mensen, ik hoef maar twee keer in de week naar college! Ik ben echter niet van plan om vijf dagen in de week thuis te zitten, daarom zoek ik een bijbaantje. Mochten jullie wat weten: parttime, doordeweeks, omgeving Rotterdam. Let me know!
Daarnaast ben ik  van plan om door te gaan  bloggen, net zoals nu. Ik heb een aantal nieuwe dingen in mijn hoofd zitten en natuurlijk mogen jullie straks eindelijk weten wat het ultrageheime project is ;)

Mijn conclusie na één jaar als student is: studeren is leuk (eindelijk iets doen wat je leuk vindt, leuke studiegenootjes, meer vrije tijd), behalve de tentamens natuurlijk ;) Op naar het tweede jaar!

Hebben jullie ook zin in het volgende schooljaar/studiejaar/werkperiode?

*Feut is studentenjargon voor eerstejaars.

Literatuurwetenschap

Zoals jullie misschien al weten (of niet natuurlijk), studeer ik Literatuurwetenschap in Leiden (vanaf september gaat het Film- en Literatuurwetenschap heten, maar ik hoor nog bij de oude garde zeg maar).

Als ik vertel dat ik deze studie doe, dan krijg ik altijd dezelfde vraag. Deze vraag krijgen bijna alle studenten, namelijk: ‘Wat kan je ermee?’ of anders gesteld: ‘Wat wil je ermee worden?’
Op de universiteit en bij sommige hbo-studies gaat het er namelijk niet om dat je er een beroep mee kunt leren, maar om academische vaardigheden. Zo ook bij mij. Nu schijnt bij Literatuurwetenschap de meerderheid de uitgeverij in te gaan, maar no way dat ik dat wil. Nee, het liefst zou ik journaliste willen worden.

Ik ben heel erg blij met mijn studie, omdat het veel van mijn interesses in zich heeft: literatuur (goh), maar ook geschiedenis en filosofie. Ja, ik moet veel lezen (één, soms twee boeken per week, heel veel artikelen), maar dat is natuurlijk geen straf ;). Bovendien heb je er ook wat aan als je zelf schrijft: je leert hoe bepaalde dingen in elkaar zitten, zoals de vrije indirecte rede of focalisatie (zoek dat maar op bij meneer Google).

Dus ja, het is een goede keuze geweest! En nu ben ik benieuwd naar jullie. Welke studie of beroep doe jij? En waarom?

Ik ben erg benieuwd!

Waarom ik iedere dag een stukje plaats

Vanaf 24 maart blog ik elke dag. Eigenlijk was het geeneens zo bedoeld (het originele plan was om ongeveer drie keer per week wat te plaatsen), maar ik ben er zo ingerold. Het is niet heel erg makkelijk (maar ook niet superdupermoeilijk, moet ik toegeven), want ik moet veel schrijven, elke week nieuwe onderwerpen bedenken en soms (héééél soms) heb ik ook gewoon geen zin. De vraag die jij nu wil stellen, is natuurlijk: maar dat hoeft toch niet? Je hoeft toch niet per se elke dag te bloggen? Dat klopt, in principe hoeft het niet, maar ik ben nu eenmaal perfectionistisch ingesteld en van mezelf moet het wel. Ik heb hiervoor drie redenen (die wel een beetje met elkaar samenhangen).

1. Oefening.
Het allerliefste zou ik mijn geld met schrijven willen verdienen. Dat gaat echter niet zomaar, want daar moet je toch echt wel heel goed voor zijn. Nu houd ik van schrijven en ik ben er niet slecht in (niet arrogant bedoeld!), maar een talent ontwikkelt zich niet vanzelf. Daar moet je veel voor oefenen. En als er iets een goede oefening is, dan is het dagelijks bloggen wel!

2. Discipline.
Dit is naast een oefening met schrijven, ook een oefening met discipline. Als ik het beroep van mijn dromen wil beoefenen, dan moet ik zoveel mogelijk produceren in zo min mogelijk tijd. Discipline krijg je niet door één keer in de maand te bloggen, maar met elke dag bloggen is het een uitdaging (en van uitdagingen leer je).

3. Ritme
Daarnaast is het ook gewoon zo dat ik nu eenmaal in het ritme van dagelijks bloggen zit na vier maanden. Dit is zowel een ritme voor mij als mijn lezers, want jullie weten dat jullie elke dag een stukje kunnen verwachten.

Nu moeten jullie niet denken dat ik iedereen die ‘slechts’ twee keer in de week blogt veracht of dat ik me beter voel dan andere bloggers. Helemaal niet juist!  Bloggen is leuk, hoe vaak je het ook doet, maar voor mij steekt er dus nog iets achter deze hobby.
Hopelijk begrijpen jullie het!

Hoe vaak blog jij in de week?

Laura het kuddedier

Bron

Ik heb een keer iets geschreven over Hyves. Hoe belachelijk het was. Dit schreef ik:

Eigenlijk kan iedereen het. Profiel aanmaken (Wel een leuke naam verzinnen natuurlijk! Zoals: l0v3_lAuRaH), foto’s opzetten (waarop jij met je vriendje, vrienden of bekende Nederlander opstaat) en heel, héél veel vrienden toevoegen. Want daar gaat het eigenlijk alleen maar om; hoeveel hyvesvrienden je hebt. Of je ze nou kent of niet, dat maakt eigenlijk niet uit. Als je maar weet dat je er niet bij hoort, als je slechts 120 vriendjes hebt!

Nee, ik zou echt nooit Hyves aanmaken. Drie keer raden wat ik nu heb. Om de foto’s van de Romereis met school te kunnen zien (iemand had die op Hyves gezet), moest ik er wel één aanmaken. En tot op de dag van vandaag bestaat hij. Verslaafd raakte ik eraan. Een krabbel hier, een krabbel daar. Natuurlijk elke dag even een wiewatwaar invullen. Tegenwoordig gebruik ik het amper meer.

Ik was niet zo tegen Facebook, maar wel tegen Twitter. Waar sloeg dat nou op? Waarom zou ik tegen mensen vertellen wat ik vandaag gegeten heb en of ik mijn tanden heb gepoetst. Dat kan toch niemand interesseren?
Maar toen nam ik een blog. En zei het vriendje dat Twitter daarvoor wel handig was. En hij heeft gelijk. Ik geef het toe: ik ben twitter-verslaafd.

Conclusie? In het begin ga ik keihard in tegen dergelijke social media-trends. Maar uiteindelijk ben ik gewoon net zoals de rest. Een kuddedier.

Gymnasium

Ergens (ik weet eigenlijk niet waar) ligt een gymnasiumdiploma. Ja, die is van mij. Natuurlijk met gemiddeld een acht (*AHUMGRAPJEKUCH*). Nu kreeg ik als gymnasium-scholier te maken met verschillende dingen.

Het begon al in de eerste, toen ik in de zogeheten vwo+klas zat (soort van voorloper voor gymnasium, dat begon pas in de tweede). Voor elke toets moesten wij natuurlijk hoger hebben dan havo/vwo, want: ‘Jullie zijn wel vwo+!’. Dit heb ik die vijf jaar daarna steeds weer gehoord, maar dan met: ‘Maar jullie zijn wel gymnasium/vwo hoor!’.
Ja inderdaad en dan is het wel heel raar dat we niet altijd tienen haalden.

Laat staan als je vertelt dat je gymnasium doet. De eerste reactie is: ‘Goh, wat knap zeg. Lijkt me echt moeilijk!’
‘Ach.’ antwoord je dan bescheiden.
‘Maar wat heb je daar eigenlijk aan? Aan Grieks en Latijns?’
Oei. Twee fouten.
1. Het is Latijn. Lieve mensen, het is altijd Latijn. Nooit, echt gewoon NOOIT Latijns (wat betreft het zelfstandig naamwoord). Onthoud dat alsjeblieft.
2. Ja, I know. Het zijn dode talen. Maar toch heb je er veel aan. Sowieso is het goed voor je Nederlands (ik heb daar dingen geleerd die ik bij Nederlands nooit heb gehad), het is goed voor je inzicht én je kan opscheppen. Weet je wel, door dingen te zeggen als: ‘Wist jij eigenlijk dat Mesopotamië van de Griekse woorden Μησος (tussen/midden) en ποταμος (rivier) afkomt en dat het dus tussen de rivieren betekent?’

Ach ja, het zware leven van een gymnasiast. Eeuwig vertalen, rijtjes en vertalingen uit je hoofd leren, gek werd ik er soms van.
Maar ja, ik heb nu dus wel een gymnasiumdiploma. Ergens.

They say it’s your birthday

Vandaag ben ik jarig. Traditiegetrouw luister ik dan ‘Birthday’ van de Beatles. Is veel leuker dan ‘Happy Birthday’ ;). Eén van je bijzonderste verjaardagen is als je achttien wordt. Maar eigenlijk is het vandaag ook wel een beetje bijzonder. Ik word namelijk twintig.

Twintig. Hoe oud klinkt dat? Ik weet wel dat ik vroeger mensen van twintig al volwassen vond. Maar als ik naar mezelf kijk, ben ik dat nog niet. En natuurlijk het belangrijkste: ik ben tiener-af. Nu kan ik nooit meer mijn puberhormonen de schuld geven van zaken die daar eigenlijk niets mee te maken hebben. En nu val ik al helemaal buiten de doelgroep van Spangas (ja mensen, dat kijk ik, en met mij vele studenten gelukkig).

Twintig. Mijn aftakeling begint alweer bijna. Voor ik het weet, ben ik dertig! Dan moet je al helemaal volwassen zijn over dingen zoals werk en huisjeboompjebeestje. Voor ik het weet, ben ik bejaard! Ja ja, wat een drama toch.

En nu even een berichtje voor alle mensen die mijn verjaardag maar niet kunnen onthouden: het is zo simpel, echt waar. 24 juli. Twentyfour-seven. Makkelijk toch?

Natuurlijk mogen jullie me feliciteren (graag zelfs!), maar nieuwsgierig als ik ben, wil ik ook graag weten hoe oud mijn bezoekers zijn :). Dus let me know!