De strijd van de bloggers

Jij hebt er last van en ik ook. En we zijn niet de enigen. Nee, de hele bloggerwereld heeft er helaas wel eens mee te maken: inspiratieloosheid. Je ziet het streepje in Word flikkeren en het blad blijft maar leeg. Hier een aantal manieren om inspiratie te krijgen (al is het soms echt onmogelijk):

1. Ik heb een Moleskine-boekje gekocht en daardoor behoor ik nu officieel tot de hippe Moleskine-mensen. Ik kies elke week als ik in de trein zit één dag uit waarop ik tijdens de treinreis niet ga lezen (wat ik normaal doe, ik moet veel lezen voor mijn studie), maar een stuk of vijf onderwerpen voor mijn blog op moet schrijven in mijn boekje. Wonderbaarlijk genoeg is het me tot nu toe altijd gelukt.

2. Neem even rust. Ik krijg meestal inspiratie tijdens het afwassen, of vlak voordat ik in slaap val (wel opschrijven, anders vergeet ik het!). Dat komt, omdat ik meestal met meerdere dingen tegelijk bezig ben en de tijd niet neem om rustig na te denken. Dus ga op bed liggen en laat de inspiratie maar komen.

3. Maak op een moment dat je wel inspiratie hebt een lijst met onderwerpen. Die kun je dan gebruiken voor latere inspiratieloze momenten.

4. Inspiratie zit overal. De opmerkingen van je nichtje, het nieuws, films, muziek, noem maar op. Overal zit een verhaal in.

5. Of het makkelijkste: vraag aan iemand anders of hij/zij een gastblog wil schrijven! ;)

Gelukkig gaat ook de periode van inspiratieloosheid voorbij. Geef niet op, maar ga samen met mij de strijd aan tegen dit kwaad! ;)

Nederland is leuk: vijf redenen

Wij Nederlanders zeuren een partijtje af met zijn allen. Over het weer, de politiek en het verkeer. Daar moet verandering in komen! Daarom zal ik nu vijf redenen geven waarom we blij mogen zijn dat we in dit landje wonen.

1. Het is een welvarend land.
Dit valt niet te ontkennen. De supermarkten liggen vol, we kunnen naar school en de ziekenhuizen zijn goed. Bovendien is er geen oorlog, ook altijd fijn.

2. We hebben lekker eten.
Dan heb ik het niet over de stamppot (tenminste, dat vind ik niet lekker). Nee, heerlijk die drop en stroopwafels! En wat dacht je van de Bossche bollen?

3.. We hebben leuke steden.
Ja, Londen en Parijs zijn mooi. Maar Amsterdam is dat ook. En wat dacht je van Leiden en Utrecht?

4. Er zijn leuke feesten en festivals.
Nogmaals, een klein landje, maar weerhoudt ons dat ervan om een leuk feestje te bouwen? Natuurlijk niet! We vieren Koninginnedag, maar hebben ook festivals zoals Pinkpop en Lowlands en nog veel meer.

5. We hebben onze eigen rare gewoontes.
Eten uit de muur trekken. De schooltas aan een vlagstok hangen als iemand geslaagd is. Sinterklaas. En nog veel meer!

Waarom ben jij blij dat je in Nederland woont?

Het is het perfecte huis

Later, als ik groot ben, heb ik heel veel geld. Zoveel geld dat ik meerdere huizen heb en auto’s, waaronder vooral oldtimers. Natuurlijk heb ik ook een huis in Nederland (en in Italië en in New York), maar mijn favoriete huis staat in Engeland, in een schattig Brits dorpje.

Het is het perfecte huis.

Het komt uit de achttiende eeuw en is eigenlijk een klein kasteeltje. Ik heb een prachtige tuin met bloemen in allerlei kleuren en vormen. Middenin is een klein meer en de planten weerspiegelen in het water. Aan de oever ligt een roeibootje. Soms vaar ik daarin om vervolgens te picknicken op mijn eigen grasveld.
Ik heb ook een doolhof in mijn tuin, net zoals in Disneyland Parijs, inclusief Alice in Wonderlandfiguren. Af en toe hoor je geschater vanachter de heggen, want de buurtkinderen komen natuurlijk geregeld langs om te spelen en limonade te drinken. Soms geef ik ze een snoepje, maar dat zeg ik natuurlijk niet tegen hun ouders.

Ik heb een eigen werkkamer en mijn bureau staat voor het raam, zodat ik uitkijk op de tuin. Mijn bureau is van hout en er staan inspirerende quotes in gekrast. In een hoek staat een grammofoonspeler en een stapel elpees van de Beatles. Naast mijn computer staat een ouderwetse typemachine waarop ik liefdesbrieven tik voor mijn geliefde.

Aan deze kamer grenst de grootste kamer van het huis. De bibliotheek. Deze zaal is net zoals in Belle en het Beest. Ik heb een ladder nodig om bij sommige boeken te komen. Er staan twee grote stoelen in, van die stoelen waar dandy’s in zitten. Het vuur van de openhaard verwarmt me tijdens het lezen.

Natuurlijk zijn dit niet de enige kamers. Vanzelfsprekend heb ik een woonkamer (tevens met openhaard en heel veel zachte kussens), keuken (+ kookeiland) en een eetruimte met een hele lange houten tafel en iedereen mag altijd mee eten (ik heb een kok in dienst). In mijn slaapkamer staat een heel groot bed en als ik op een knopje druk, gaat het dak open en kan ik naar de sterrenhemel kijken. Mijn badkamer heeft een enorm bad met heel veel kranen waar allerlei bubbels en andere dingen uit komen, net zoals in Harry Potter. Natuurlijk heb ik ook diverse gastkamers, want als je wil, mag je blijven slapen. En ik heb een muziekkamer met een vleugel in het midden en akoestische gitaren eromheen. Dat ik geen gitaar kan spelen, vergeet ik maar even voor het gemak.

Ja. Dat is mijn huis. Mijn lievelingshuis voor in de toekomst. Later. Als ik groot ben.

Flirten: een taal die ik niet machtig ben

Bron

Flirten is een taal die ik niet machtig ben. Op de één of andere manier heb ik toch het vriendje weten te veroveren met mijn gebrek aan flirttechniek, maar dat laat ik even erbuiten.

Het komt wel eens voor. Bijvoorbeeld in de trein. Tegenover je zit een jongen, jawel, zo’n raar wezen waar de helft van de wereld uit schijnt te bestaan. Je observeert alle mensen, dus ook deze jongen. Opeens merk je dat hij naar je kijkt. Je slaat je ogen neer. Je richt je blik weer op hem. Hij kijkt nog steeds. Je werpt een blik uit het raam, maar vanuit je ooghoeken kijk je naar hem. Jawel, hij kijkt nog steeds naar je. Je wordt een beetje zenuwachtig en begint aan je shirt te friemelen. Wat zou er aan de hand zijn? Heb je tandpasta op je gezicht? Je bekijkt je gezicht in het scherm van je mobieltje, maar nee hoor, geen tandpasta en je haar zit ook niet raar. Waarom kijkt hij dan de hele tijd? Zou het…? Nee, nee, zo’n jongen vindt mij niet leuk. Misschien is hij gewoon stoned.
Het volgende station. De jongen glimlacht naar je, terwijl hij op staat. Verlegen glimlach je terug en terwijl je hem nakijkt, denk je: shit! Blijkbaar flirtte hij tóch met me.

Leuke website: Froot

Bron

Plaatje die ook op Froot staat.

Ik heb laatst een geweldige website ontdekt. Ik zag namelijk bij mijn suggesties op Twitter dat veel mensen die ik volg, ook Froot volgen. Nieuwsgierig als ik was, ging ik kijken en sindsdien ben ik verknocht!
Het is een website waar allerlei leuke dingen op staan, zoals grappige filmpjes en foto’s of bijzondere uitvindingen. Om jullie er mee kennis te maken, staat hieronder een lijst van tien leuke dingen op Froot.

Het leven is vol ironie

Creatief adverteren op straat

De vijftienjarige Sam met Michael Buble

Social networking in het echte leven

Hoe maak je een succesfilm

Veel beter dan dit worden mutsen niet

Nostalgische mp3-speler

29 manieren om creatief te blijven (mijn favoriet)

Er was eens een meisje

Als de wereld een dorp zou zijn

Dus ik zou zeggen: kijk op Froot.nl en volg Froot op Twitter, you won’t regret it!

Artikel voor Girlscene: Klein maar ‘fijn’?

Toen ik zestien was (dat is, voor de oplettende lezertjes, bijna vier jaar geleden) heb ik een aantal columns voor Girlscene geschreven. De column in deze post gaat over mijn lengte, want hoewel ik in het land van de langste mensen woon, bevestig ik die regel niet.
Het grappige van deze column is dat ik erin gelogen heb (oh no, you didn’t!). Ik had namelijk een goede eindzin nodig. Als je wil weten wat de laatste zin is, dan moet je de column maar lezen. Ik kan je in ieder geval al vertellen dat het niet waar is. Oftewel: ik geef het toe, ik heb de lezers van Girlscene voorgelogen. Het spijt me. Hier het artikel:

Klein maar ‘fijn’?

Ik ben klein. Nou zijn er veel mensen (voornamelijk meisjes) die dit roepen (en die zijn dan nog niet eens écht klein, met hun één meter vijfenzestig), maar ik ben het echt. Eén meter vijfenvijftig, niets meer en niets minder. Nou is dit op zichzelf niet zo’n schokkend probleem, toch? Ja, al mijn broeken moeten korter gemaakt worden en ik kan niet bij de bovenste plank in de supermarkt, maar voor de rest kan ik gewoon normaal functioneren.

So what’s the big deal? Niet het feit dat ik geen lange jurkjes aan kan (lijk ik nog kleiner) of dat ik nooit scoor bij basketbal, maar juist de reacties van de mensen in mijn omgeving. Op de één of andere manier maken ze áltijd dezelfde grapjes, die ze ook áltijd even leuk vinden. Al tientallen (honderdtallen?) keren heb ik ‘kaboutertje’, ‘ik kan lekker op je steunen, zeg’, ‘ik vond mezelf altijd zo klein, maar vergeleken met jou ben ik eigenlijk best groot!’ en ‘Wat? Ben jij zestien? No way!’ moeten verduren.

Vooral dat laatste is vervelend. Als tiener wil je er juist ouder uitzien, zodat je naar discotheken kan waar je eigenlijk nog niet in mag en zodat je alcohol kan drinken als je daar eigenlijk de leeftijd nog niet voor hebt. Dat gaat niet als iedereen denkt dat je minstens twee jaar jonger bent dan je echte leeftijd. Wat helemaal erg is als mensen tegen me zeggen: ‘Wat ben je schattig!’ Ik wil al sinds mijn tiende niet meer schattig gevonden worden, ik ben geen kleuter meer! En als ik heel veel aankom, lijk ik net een Michelin-mannetje, terwijl iemand met een lengte van één meter zeventig wel héél veel moet eten, wil dat het geval zijn.

Meestal gingen we vroeger met basisschool op schoolreisje naar één of ander pretpark. Hartstikke leuk natuurlijk, maar wat minder was, was dat ik som te klein was om in een attractie te mogen, waar de meeste van mijn klasgenoten wel in konden.

Vooral op verjaardagen wordt er vaak de nadruk op mijn ‘handicap’ gelegd. Tegen mijn broertje wordt volmondig: ‘Wat ben je gegroeid!’ gezegd, terwijl ik me de laatste keer dat iemand dat tegen mij zei niet meer kan herinneren. En natuurlijk de onvermijdelijke:
‘Jij gaat na de vakantie toch naar de vierde?’
’Eh nee, de vijfde.’
En ook al lach ik om de vergissingen, treiterijen en bijnamen (ik heb geen zin om dan met mijn chagrijnige kop meteen de sfeer te verpesten), het blijft vervelend. Als je dik bent, kun je afvallen, maar ik zal zelfs met hakken aan nog klein zijn.

Alleen maar treurigheid, dat klein zijn? Nee, dat niet. Op mijn veertigste zal iedereen denken dat ik vijfendertig ben. Ik kan in een grote menigte overal tussendoor glippen (handig bij een concert!) en omdat mensen verwachten dat ik vanwege mijn lengte niet sterk ben, zorgt dat voor een verrassingseffect in een gevecht, als blijkt dat ik wel degelijk een zekere kracht bezit.
Bovendien schijnt Orlando Bloom op kleine vrouwen te vallen!

©Laura Bosua

La vita è bella

httpv://www.youtube.com/watch?v=pysuUJhOnv4

De Italiaanse Roberto komt samen met zijn vrouw (die hij echter daarna niet meer ziet, omdat de mannen en vrouwen gescheiden zijn) en zijn zoontje Giosué in een concentratiekamp terecht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Roberto probeert zijn zoon te beschermen door te doen alsof het allemaal een spel is. Iedereen moet proberen zoveel mogelijk punten te krijgen en degene die duizend punten heeft, is de winnaar en krijgt als prijs een tank cadeau.

Er is veel ophef geweest over deze film. Sommige mensen vonden het cru om te doen alsof het allemaal een spelletje was. Deze mensen hebben het, vind ik, niet goed begrepen. Natuurlijk was het geen spelletje, maar deze film laat zien hoe groot de liefde van ouders voor hun kinderen is, dat ze alles zullen doen om hen te beschermen.

Ik moet zeggen, het is een hele indrukwekkende film. Een film waar je zeker nog over na zult denken, nadat je hem gezien hebt. Maar, hoe raar dit ook klinkt, er zit ook humor in. Zo krijg je te zien hoe Roberto zijn vrouw heeft geprobeerd te veroveren en dat doet hij op een grappige manier.

Wel kijken: als je geïnteresseerd bent in de Tweede Wereldoorlog.
Niet kijken: als je een lichte film wil zien.

Leukste quote (misschien is het een beetje wrang om het leukste quote te noemen, maar ik weet niet hoe ik het anders moet zeggen):

Giosué: ‘No Jews or Dogs allowed. Why do all the shops say, no Jews or Dogs allowed?
Roberto: ‘Oh that. No allowed-signs are the latest trend! The other day, I was in a shop with my friend the kangaroo, but their sign said, no Kangaroos allowed, and I said to my friend: well, what can we do? They don’t allow kangaroos.’
Giosué: ‘Why doesn’t our shop have not allowed-sign?’
Roberto: ‘Well, tomorrow, we’ll put one up. We won’t let in anything we don’t like. What don’t you like?’
Giosué: ‘Spiders.’
Roberto: ‘Good. I don’t like Visigoths. Tomorrow, we’ll get a sign: no spiders or Visigoths allowed.’

The battle of the bitches

Bron

Meisjes zijn gemeen. Als jongens ruzie hebben, gaan ze vechten. Na een paar slagen schudden ze elkaar de hand en het is klaar. Ze denken er nooit meer aan. Meisjes vallen eerder aan met woorden, venijnige opmerkingen. Een meisje zal nooit vergeten wat jij vijf jaar geleden tegen haar hebt gezegd. Meisjes roddelen achter je rug over je en werpen woedende blikken op je. Deze ruzies zijn nooit na vijf minuten over met een simpele handdruk. Nee, daar gaat heel wat tijd over heen.

Soms gaat het nog verder. Een fenomeen dat we allemaal wel kennen: de bitchfight (denk aan de film Mean Girls). Haren worden uitgetrokken, nagels worden als klauwen ingezet: het beest komt los. Gekrijs stijgt op en is in de verte te horen. Nepwimpers worden uitgetrokken, de mascara loopt uit en er verschijnen rode krassen op de armen. Eromheen staat een joelende massa. Mobieltjes worden er snel bijgepakt en de eerste tweets verschijnen al na een minuut. Uiteindelijk worden de twee meisjes uit elkaar gehaald. Laat ik het zo zeggen: ze zijn er niet zonder kleurscheren vanaf gekomen.

Ook hierna gaat de strijd door. Opmerkingen worden heen en weer geslingerd.
‘Oh mijn god, moet je zien wat ze aan heeft!’
‘Wat een arrogant mens zeg.’
Als blikken konden doden, oei…

Na de zomervakantie lijken ze het te zijn vergeten. Ze zijn weer bffs en iedereen mag weten dat ze ntb (niet te breken) zijn. Ruzie? Ach, dat was al weer zolang geleden!

Dit is natuurlijk enigszins overdreven, maar wel iets wat ik vaak zag op mijn middelbare school. Misschien hoort het ook een beetje bij de puberteit, maar pfff, wat een gedoe.

Maar stiekem toch wel leuk om naar te kijken: the battle of the bitches.

Vrijwilligerswerk

Eén ding had mijn tijd bij het bejaardentehuis en Truus wel opgeleverd: ik ontdekte dat ik het leuk vond om met ouderen te werken en wilde vrijwilligerswerk doen.
Dat bleek nog niet zo makkelijk te zijn. Er zijn in mijn dorp twee bejaardentehuizen. De ene reageerde niet. De andere was het bejaardentehuis waar ik zelf gewerkt had. Ik wilde bij ouderen langs gaan en leuke dingen met ze doen.
‘Je mag niet met ze buiten het pand gaan.’ was het antwoord.
Waarom niet? Omdat er dan wel eens iets zou kunnen gebeuren. Sneu. Heel sneu dat die mensen daarom niet meer buiten komen.
‘En waar ga je het dan met ze over hebben?’
Eh ja. Sorry. Ik heb mijn onderwerpenlijstje nog niet samengesteld.
Conclusie: ‘Je bent te jong.’ (ik was achttien jaar).
Oké. Sommige bejaardentehuizen staan te springen om vrijwilligers, maar als jullie zo moeilijk doen, dan hoeft het van mij ook niet.

Uiteindelijk kwam ik terecht bij een appartementencomplex voor verstandelijk gehandicapten. Elke week bracht ik Annette naar streetdance, en terwijl zij aan het dansen was, deed ik spelletjes met de andere bewoners.
Annette was een vrouw met het syndroom van Down en ze bevestigde het stereotype beeld van een vrolijke Down-patiënt niet. Ze had nooit zin om naar streetdance te gaan en sloot zich dan huilend op in de wc (als ze er was, vond het ze het wel leuk hoor).
Het is lastig om daar mee om te gaan, maar ik moet zeggen dat ik er veel van heb geleerd. Uiteindelijk ben ik ermee gestopt vanwege mijn eindexamens.

Laatst kreeg ik een boekje van de ASVZ (een organisatie voor zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke handicap) om de vrijwilligers te bedanken. Er stonden inspirerende teksten in, die ik ook in het appartementencomplex had zien hangen:

Zorgen moet je doen, niet maken.

Als het tegenslagen regent, gebruik dan je glimlach als regenscherm.

Jij hebt de dingen niet nodig om te kunnen zien. De dingen hebben jou nodig om gezien te worden.

Het is aardig om belangrijk te zijn, maar het is belangrijker om aardig te zijn.

Na de zomervakantie wil ik weer vrijwilligerswerk gaan doen, met vluchtelingen. Je wordt dan gekoppeld aan een vluchteling en probeert hem/haar te helpen met Nederlands leren.
Ik kan iedereen aanraden om vrijwilligerswerk te gaan doen. Sommige mensen denken dat het veel tijd kost, maar vaak is het maar een uurtje per week. Het levert veel op voor de ander, maar ook voor jezelf. Bovendien is 2011 het Europees jaar voor vrijwilligerswerk, nog een reden om het te doen!

Heb jij wel eens vrijwilligerswerk gedaan?

Laura de rasoptimist: positief over de PVV

Afgelopen jaar, juni 2010,  heb ik op de PvdA gestemd. Jawel, die partij met enorm zetelverlies en een partijleider die niet helemaal geschikt is voor deze baan (Job Cohen lijkt me overigens een hele sympathieke man, maar hij is te lief voor de Tweede Kamer, vind ik). En zoals het een echte PvdA’er betaamt (ik moet toegeven, tijdens de gemeenteraadverkiezingen heb ik op GroenLinks gestemd), ben ik fel tegen de Partij Voor de Vrijheid en zijn geblondeerde voorman.
Ik kan er wel uren over doorgaan wat er fout is aan deze partij. Maar dat ga ik niet doen. Nee, ik ga het eens van de positieve kant bekijken. Jawel, ik ga onmogelijke der onmogelijke doen. Wish me luck.

1. We hebben iets om over te klagen.
Klagen doen wij veel en graag. Over het weer, de buren. En over de PVV. Dit is zelfs één van mijn favoriete bezigheden. Zonder deze club van idioten zou ik toch heel wat minder gespreksstof hebben.

2. Het laat de diversiteit van onze maatschappij zien.
Ja. Helaas. In ons land zijn er mensen met een IQ van 50 (dat is dus minder dan een aap, want die heeft een IQ van 70), die vaak uit Limburg schijnen te komen (goh, welke geblondeerde man komt daar ook vandaan?) en een bord voor hun kop hebben die de PVV steunen. Ach, wat zal ik zeggen. Naast dit soort apen (oh nee, geen apen, want die zijn slimmer) lijken wij alleen maar intelligenter, toch?

3. Het biedt werk voor journalisten, striptekenaars, columnisten en andere creatievelingen.
De PVV wordt overspoeld met schandaal na schandaal. De journalisten hoeven er geeneens diep voor te graven, het ligt allemaal op straat. De kranten moeten vol, nou, de PVV zorgt voor genoeg materiaal!

Zo. Het is me maar mooi gelukt. Ik heb het positieve in de PVV gevonden. Vanaf nu mag ik mezelf een echte rasoptimist noemen.