The battle of the bitches

Bron

Meisjes zijn gemeen. Als jongens ruzie hebben, gaan ze vechten. Na een paar slagen schudden ze elkaar de hand en het is klaar. Ze denken er nooit meer aan. Meisjes vallen eerder aan met woorden, venijnige opmerkingen. Een meisje zal nooit vergeten wat jij vijf jaar geleden tegen haar hebt gezegd. Meisjes roddelen achter je rug over je en werpen woedende blikken op je. Deze ruzies zijn nooit na vijf minuten over met een simpele handdruk. Nee, daar gaat heel wat tijd over heen.

Soms gaat het nog verder. Een fenomeen dat we allemaal wel kennen: de bitchfight (denk aan de film Mean Girls). Haren worden uitgetrokken, nagels worden als klauwen ingezet: het beest komt los. Gekrijs stijgt op en is in de verte te horen. Nepwimpers worden uitgetrokken, de mascara loopt uit en er verschijnen rode krassen op de armen. Eromheen staat een joelende massa. Mobieltjes worden er snel bijgepakt en de eerste tweets verschijnen al na een minuut. Uiteindelijk worden de twee meisjes uit elkaar gehaald. Laat ik het zo zeggen: ze zijn er niet zonder kleurscheren vanaf gekomen.

Ook hierna gaat de strijd door. Opmerkingen worden heen en weer geslingerd.
‘Oh mijn god, moet je zien wat ze aan heeft!’
‘Wat een arrogant mens zeg.’
Als blikken konden doden, oei…

Na de zomervakantie lijken ze het te zijn vergeten. Ze zijn weer bffs en iedereen mag weten dat ze ntb (niet te breken) zijn. Ruzie? Ach, dat was al weer zolang geleden!

Dit is natuurlijk enigszins overdreven, maar wel iets wat ik vaak zag op mijn middelbare school. Misschien hoort het ook een beetje bij de puberteit, maar pfff, wat een gedoe.

Maar stiekem toch wel leuk om naar te kijken: the battle of the bitches.

Laura de rasoptimist: positief over de PVV

Afgelopen jaar, juni 2010,  heb ik op de PvdA gestemd. Jawel, die partij met enorm zetelverlies en een partijleider die niet helemaal geschikt is voor deze baan (Job Cohen lijkt me overigens een hele sympathieke man, maar hij is te lief voor de Tweede Kamer, vind ik). En zoals het een echte PvdA’er betaamt (ik moet toegeven, tijdens de gemeenteraadverkiezingen heb ik op GroenLinks gestemd), ben ik fel tegen de Partij Voor de Vrijheid en zijn geblondeerde voorman.
Ik kan er wel uren over doorgaan wat er fout is aan deze partij. Maar dat ga ik niet doen. Nee, ik ga het eens van de positieve kant bekijken. Jawel, ik ga onmogelijke der onmogelijke doen. Wish me luck.

1. We hebben iets om over te klagen.
Klagen doen wij veel en graag. Over het weer, de buren. En over de PVV. Dit is zelfs één van mijn favoriete bezigheden. Zonder deze club van idioten zou ik toch heel wat minder gespreksstof hebben.

2. Het laat de diversiteit van onze maatschappij zien.
Ja. Helaas. In ons land zijn er mensen met een IQ van 50 (dat is dus minder dan een aap, want die heeft een IQ van 70), die vaak uit Limburg schijnen te komen (goh, welke geblondeerde man komt daar ook vandaan?) en een bord voor hun kop hebben die de PVV steunen. Ach, wat zal ik zeggen. Naast dit soort apen (oh nee, geen apen, want die zijn slimmer) lijken wij alleen maar intelligenter, toch?

3. Het biedt werk voor journalisten, striptekenaars, columnisten en andere creatievelingen.
De PVV wordt overspoeld met schandaal na schandaal. De journalisten hoeven er geeneens diep voor te graven, het ligt allemaal op straat. De kranten moeten vol, nou, de PVV zorgt voor genoeg materiaal!

Zo. Het is me maar mooi gelukt. Ik heb het positieve in de PVV gevonden. Vanaf nu mag ik mezelf een echte rasoptimist noemen.

Het leven van een veertienjarige is niet makkelijk: emo of huppelkutje

Bron

Het leven van een veertienjarige is niet makkelijk. Je zit op de middelbare school en dat is niet zo leuk als het lijkt in series en films. Je bent geen lief basisschoolkindje meer, maar wordt verscheurd door puberhormonen. Het lijkt wel alsof je als veertienjarig meisje maar twee keuzes heb: je wordt emo of je wordt een huppelkutje.

De emo, vijf kenmerken:
1. Zwart, zwart, zwart. Kleding, make-up, haar, accessoires. Alles.
2. Knuffelen als ze een soortgenoot tegenkomen.
3. Permanent depressieve blik in de ogen.
4. Outfit: bandshirts. Van bands als 30 seconds to mars, paramore etc.
5. Doet uitspraken als: ‘Ik ben niet emo, ik ben mezelf.’

Het huppelkutje, vijf kenmerken:
1. De laag foundation is zo dik als karton. De wimpers zijn net spinnenpootjes. Ik voel de lipgloss al plakken als ik er alleen maar naar kijk.
2. Fervent liefhebber van afkortingen als: bff, wjnmk, ntb.
3. Permanent arrogante blik.
4. Rookt een sigaret, terwijl ze staat te pingen op haar roze BlackBerry met haar bff.
5. Ontmaagd op haar 10e, gezoend met minstens dertig jongens en is nu bezig met haar vijftiende vriendje, maar ze zijn wel ntb hoor!

Gelukkig ben ik (bijna) twintig en zit ik niet meer op de middelbare school. Ik ben niet emo of huppelkutterig, ik ben gewoon mezelf. En ik en mezelf zijn ntb!

Disclaimer: dit is uiteraard met een knipoog geschreven, vandaar de generalisaties, vooroordelen en overdrijvingen.

(Ook mijn blogcollega Marc heeft over emo’s en huppelkutjes geschreven, lees het maar!)

Red me! Gespreksonderwerpen tijdens verjaardagen

Niet alleen het zoenen is irritant aan verjaardagen. Nee, ook de gespreksonderwerpen zijn vervelend. Het gaat namelijk altijd hetzelfde.
‘Goh, wat ben je groot geworden.’
Oké, ik geef het eerlijk toe, die heb ik al jaren niet gehoord (ik ben niet zo lang). Maar mijn broertje (die wel langer is, maar wel alsnog mijn broerTJE is) maar al te vaak. Ja mensen, kindertjes groeien nu eenmaal, dat is een feit. Een feit waar je niet steeds op hoef te wijzen, want iedereen weet het al.
Na uitvoerig te hebben besproken dat ze (de kinderen dus) zo snel groot worden, gaan we door op het volgende onderwerp.
‘Hoe gaat het op school?’
Volgens mij weet 99% niet hoe mijn opleiding heet, maar oké. Natuurlijk zeg ik altijd ‘goed’. En natuurlijk krijg ik dan altijd dit antwoord: ‘Ja, van jou hadden we niets anders verwacht.’
Tja, ik ben nu eenmaal een genie.

En dan komt het allerergste, in ieder geval als je vrijgezel bent (wat ik niet ben, maar ik weet nog hoe het voelt).
‘Hoe gaat het met de verkering?’
Ten eerste. Verkering is hopeloos ouderwets. Verkering is basisschooltaal. Gebruik dat woord n-o-o-i-t meer.
Ten tweede. Als je vrijgezel bent, is dit een pijnlijke vraag. Want ja, je bent al achttien/negentien/ouder en nog niet aan de man. Mens, je zou allang getrouwd moeten zijn en twee kinderen uitgepoept moeten hebben! Bovendien word je dan weer met je neus op de feiten gedrukt dat de huidige activiteiten in jouw liefdesleven nul komma nul zijn. En bedankt.

Ik ben niet voor niets literatuurwetenschap gaan studeren: mijn manier om die vervelende gesprekjes te ontwijken, was dan ook door in een boek te duiken. Helaas waren er dan nog mensen zo flauw om hun hand op de bladzijde te leggen en te zeggen: ‘Laatste woord!’
Nu ik een volwassen vrouw ben (volgens de wet), kan ik me helaas niet meer verschuilen achter een boek tijdens verjaardagen. Braaf beantwoord ik bovenstaande vragen en luister ik naar de andere gesprekken: politiek (mannen) en roddels (vrouwen).
Het enige wat ik wil, is hard wegrennen.

Gelukkig is er ook iets positiefs aan verjaardagen: taart.

Truus, net zo erg als de eindbaas van Wario

Het is inmiddels drie zomers geleden. Mijn eerste vakantiebaantje. Ik was zestien (going on seventeen), verlegen en onbekend in de werkende wereld.

Het was in een bejaardentehuis. De eerste twee weken moest ik schoonmaken. ‘He bah, wc’s onder de poep, zeurende bejaarden en stofwolken in de lucht.’ denk je misschien. Dat viel wel mee. Nee, dat was niet het ergste. Het vervelendste vond ik mijn collega’s.

Om maar even te generaliseren: vrouwen van in de veertig met kort haar, die alleen maar kunnen zeuren. Als je vriendelijk gedag zegt, kwam er nog net een chagrijnige ‘Hallo’ uit. Bovendien zijn ze niet bepaald aardig voor de oudjes. Een opmerking: niet alle bejaarden zijn doof. Je hoeft dus niet altijd te schreeuwen. En je kan ook gewoon op een áárdige toon vragen of ze op willen staan.

Maar mijn collega’s waren nog niet het ergste. Nee. Mijn baas. Truus. Ja, dat is haar echte naam. Truus was zeg maar de eindbaas in Wario. Had je net een pauze volgehouden met gezeur over kinderen en de was (waar je erachter komt dat er serieus mensen zijn die ‘hullie’ zeggen), loop je de Osama Bin Laden van het bejaardentehuis tegemoet.

Voorbeeld 1: Ik had samen met een ander meisje een kamer schoongemaakt. We deden er alleen wel lang over, want die vrouw had een kat: overal haren. Wie kreeg de schuld? Ik.
Truus: ‘Ja en nu moeten alle schoonmaaksters veel harder werken om het af te krijgen, blablablabla.’
Was het zo? Nee. Op vrijdag was zoals gewoonlijk niks meer te doen, waardoor we onzinnige dingen zoals leuningen en liften moesten schoonmaken.

Voorbeeld 2: Laatste dag. Ik moest de schoonmaakkar terugbrengen. Truus keek ernaar. Truus boorde me de grond in. Waarom? Ik had de kar niet goed schoongemaakt. Jawel mensen, je moet ook de bakjes schoonmaken en de producten zelf. Want anders vergaat de wereld. (overigens heeft Truus ook een keer tegen een schoonmaakster gezeurd dat ze de deurbel niet had schoongemaakt, zo erg is ze dus).
Wat ik had willen doen:
1. Keihard huilen.
2. Truus in haar gezicht slaan.
Ik heb het niet gedaan. Ik heb geknikt alsof ik het heel erg logisch vond. Nadat Truus me de huid had vol gescholden, had ze nog een laatste opmerking: ‘Kom je volgend jaar weer hier werken?’

Hell no!

Heb jij wel eens een (vervelend) vakantiebaantje gehad?

Rare dingen, wenkbrauwen

Eigenlijk zijn wenkbrauwen rare dingen. Maar wel rare dingen die voor een groot deel je gezichtsuitdrukking bepalen. Er zijn twee soorten wenkbrauwen die mijn voorkeur niet dragen.

1. De dunne streepjes.
Je wenkbrauwen epileren is pijnlijk. Dat weet elke vrouw. Maar blijkbaar zijn er toch mensen die het zó leuk vinden om te epileren dat ze dan maar gelijk negentig procent van het wenkbrauwoppervlakte weghalen. Gevolg: twee dunne streepjes.
Dit type wenkbrauwen gaat vaak gepaard met een bepaald soort type mens. Panterprintjes worden sexy gevonden, net zoals een decolleté van hier tot Tokio (en dat is ver hoor). Een feest is geen feest als je niet met tien mannen naar bed bent geweest. Inderdaad: type Barbie van Oh Oh Cherso/Tirol.

2. De monobrauw.
Ik zat laatst in de metro. Dat is opzienbarend nieuws, ik weet het, maar daar gaat het niet om. In de metro zat een meisje. De helft van haar gezicht werd ingenomen door een harige explosie, ook wel monobrauw genoemd. Meid, meid, wat doe je jezelf aan. Het is dat ik geen pincet bij me had, maar anders had ik haar toch even flink onder handen genomen.
Op mijn middelbare school zat een jongen. Hij stond bekend als Monobrauw. Wat zijn echte naam is, heb ik nooit geweten. Kijk, mannen hoeven geen perfecte wenkbrauwen te hebben, maar dit is toch wel een enorme afknapper (nog erger dan witte sokken in sandalen). Vrouwen vinden het namelijk niet erg sexy om naast een look-a-like Bert van Sesamstraat in bed te liggen. Echt niet.

Tja, lastig dingen, die wenkbrauwen. Misschien kunnen we ze maar beter massaal afscheren? Eh nee. Dan heb ik nog liever een monobrauw.

Waarom ik wel van mailen houd, maar niet van telefoneren

Het vriendje speelt al bijna een jaar in een rol in mijn leven. Dat is leuk, maar er zit ook een schaduwzijde aan. We wonen namelijk niet op loop- of fietsafstand van elkaar en dus moet je andere manieren verzinnen om toch elke dag contact te houden. Daar heeft Alexander Bell voor gezorgd: de telefoon. Punt is: ik houd van niet van telefoneren. Het vriendje wel. Dus neem ik elke keer met lichte tegenzin de telefoon op. Niet vanwege het vriendje, maar het bellen zelf. Ik zal hieronder verkondigen waarom telefoneren stom is en mailen leuk:

1. Stiltes.
Telefoneren: Stiltes. Die mogen er niet vallen als je aan het bellen bent. Kun je in real life elkaar nog een veelbetekende blik toewerpen, de enige die dat tijdens het telefoneren ziet, is je mobieltje. Dus moet je praten. Dat is vooral vervelend als die ene tante wanhopig een gesprek met je begint, als je ouders niet thuis zijn. ‘Lekker weer he’ is dan vaak het enige wat eruit komt.
Mailen: Je kan zolang doen over een mail als jij wil. Je kunt eeuwen nadenken of je eindigt met ‘x’ of ‘xx’. Niemand die het merkt. Je hoeft geen stiltes te vullen, want die zijn er niet. En je kan het zo kort of lang maken als je zelf wil.

2. Vervelende mensen.
Telefoneren: Geen enkel telefoonnummer is tegenwoordig nog veilig. Nee, we worden allemaal geplaagd door belletjes van callcenters, energiemaatschappijen en wat nog meer. Soms kom je er af met een ‘Maar mijn ouders zijn niet thuis.’, maar dan heb je toch áááál die moeite gedaan om de telefoon op te nemen. Energieverspilling noem ik dat.
Mailen: Klik klik. En weg is de spam. Je hoeft het mailtje geeneens te lezen, er tettert geen vervelende stem in je oor, je hoeft geen smoesjes te verzinnen. Easypeasy!

3. Geen zin of tijd.
Telefoneren: Je wordt altijd gebeld als je het net niet kan. Je favoriete serie is op tv, je wilt net naar bed of je hebt simpelweg geen zin. Uit beleefdheid praat je met je vriendin over de laatste drama’s in haar leven, maar ondertussen kijk je op de klok. ‘Goh, is het al zo laat?’ zeg je soms, maar ze snapt de hint niet. Je zucht en vraagt je af wat er in Glee is gebeurd.
Mailen: Ik kan (terug)mailen wanneer ik wil. Drie uur ’s nachts? Doesn’t matter! Ik hoef niet binnen een paar secondes te reageren op de mailtjes die ik krijg. Baas in eigen e-mailbox noem ik dat.

Voor sommige mensen maak ik wel een uitzondering, zoals bijvoorbeeld het vriendje of mijn ouders. Dus ik heb het bellen nog niet volledig opgegeven. Maar voor de rest: lang leve het mailen!

Zoenen op verjaardagen: was ik maar een man

Was ik maar een man. Niet omdat ik dan overal kan plassen en nooit ongesteld ben of hoef te baren. Nee, zodat ik (bijna) niemand meer hoef te zoenen op verjaardagen.

Ik snap het sowieso niet. Waarom hebben we de stompzinnige Nederlandse gewoonte om op verjaardagen iedereen van de visite te feliciteren? Ik zie werkelijk geen enkel voordeel hiervan. Je verstoort gesprekken, het kost tijd en het ergste: het betekent fysiek contact met mensen die je liever op een afstandje houdt.
Als vrouw zijnde is er nog een nadeel: je moet iedereen zoenen, zowel man als vrouw. Natuurlijk geldt dit alleen voor mensen die je kent, maar toch: het is too much. Die drie zoenen zorgen voor veel complicaties:

1. Snorren die een stippelpatroon op je wang achterlaten.
2. Jij wil een hand geven, maar de ander jou drie zoenen: zorgt voor veel verwarring en awkwardness.
3. Die ene oom stinkt wel heel erg uit zijn mond.
4. Dikke smakkerds van je oma inclusief slijmafdruk.
5. Jij wil de ene kant op en de ander ook: hoofden botsen tegen elkaar.
6. Je tante heeft die verschrikkelijke paarse lippenstift op.
7. Waar moet je je handen laten?

En dan heb ik het nog geeneens gehad over het feit dat we drie zoenen geven in plaats van twee zoals de rest van de wereldbewoners.

Wat kunnen we er tegen doen? Demonstratief een hand uitsteken werkt niet bij de volhardende zoeners. Ik stel voor dat het driezoenengeven officieel verboden moet worden. Ik ga een petitie beginnen en een brief naar de overheid sturen. Desnoods richt ik er een politieke partij voor op. Als je mee wil doen, kun je je contactgegevens achterlaten op www.wegmetdiedriezoenen.nl
Nederland is aan verandering toe, doe mee  en help mij in deze ontzettend belangrijke strijd!

 

Voetbal en avondeten

Minimaal drie keer per week gaat het bij ons tijdens het avondeten over voetbal: twee keer training en één wedstrijd van mijn broertjes team, gecoacht door mijn vadertje worden dan uitvoerig besproken.  Als Feyenoord speelt, mag ik nog een keer genieten van termen als counter, hattrick of schwalbe.

Even voor de duidelijkheid: ik houd niet van voetbal.

Dat is een groot probleem in zo’n gezin als de mijne.  Als ze vragen voor welke club ik ben, zeg ik ‘Feyenoord’, maar diep van binnen ben ik voor geen enkele club (ik kan maar één speler van Feyenoord opnoemen en dat vind ik al veel). Ik hoor allerlei details over de voetbaltechnieken van jongetjes in mijn broertjes team die ik nog nooit heb gezien. Maar mensen, ik weet wel als één van de weinige vrouwen wat buitenspel is. Daar mag best voor geklapt worden.

Ik ben alleen enthousiast met het WK of EK. Dan kan ik het wel aan om onzinnige uitspraken te horen als ‘Ze gaan niet diep genoeg!’ en ‘De bal kust de lat.’ van de voetbalcommentatoren. Dan weet ik opeens de namen van álle spelers. Ik ga zelfs juichen.

Dus misschien zit het toch wel in me, ergens diep verstopt: het voetbalgevoel. En toch zou ik het niet erg vinden als mijn zoon later niet van voetbal hield (maar mijn vader wel).

 

Ze zijn overal

Ze zijn overal. Gewoon, in het openbaar. Kleffe stelletjes. Ze lopen hand in hand. Om de vijf minuten staren ze dromerig in de ogen van de ander om vervolgens een stevig potje te gaan tongworstelen. Soms legt hij stiekem zijn hand op haar billen, maar iedereen ziet het. Zij giechelt om zijn grapjes. Hij doet de deur voor haar open en draagt haar tasjes. De hele aura om hen heen straalt intens geluk uit.

Ik loop achter ze. Ik heb een bad hairday en mijn allerstomste kleren aan. Een puist versiert mijn neus. Ik heb wallen, niet van hier tot Tokio, maar nog verder. Geen enkele jongen kijkt naar me, ze kijken allemaal naar het meisje dat achter me loopt. Miss Perfect. Heb ik weer. Loop ik tussen een verliefd stelletje en het mooiste meisje van de klas.

Het vriendje belt. Hij is toevallig in de buurt. Snel loop ik naar de plaats van bestemming toe. Ik zie hem al staan. Ik zoen hem vol op de mond, staar dromerig in zijn ogen en houd zijn hand vast. Ik bekommer me niet om de jaloerse blikken.

Hypocriet? Néé, hoe kom je erbij? ;)