Maar alles bij elkaar was het jofel evengoed

httpv://www.youtube.com/watch?v=VCA_hAlsjsc

Een jaar (?) geleden kwam er een serie op de tv: Annie M.G. Met plezier heb ik hier naar gekeken, niet alleen omdat ik in Annie M.G. Schmidt geïnteresseerd ben, maar ook vanwege de liedjes. Eén van die liedjes is me bij gebleven en eindelijk heb ik hem gevonden: het kermislied (luister er alsjeblieft naar!).

Het kermislied gaat over iemand die aan het einde van zijn/haar leven is en terug kijkt op het leven.

En dat heeft me aan het denken gezet. Hoe zou ik op mijn leven willen terug kijken wanneer ik negentig (of rond die leeftijd) ben en niet meer lang te leven heb? Wat wil ik dan gedaan en bereikt hebben?

Misschien ben je bang. Bang om aan die studie/baan te beginnen (maar wat als het niet lukt?). Bang om eerlijk te zijn tegen de persoon die je stiekem leuk vindt (wat als hij/zij me niet leuk vindt?). Bang om je leven helemaal om te gooien om iets te doen wat je stiekem heel graag wil (wat als het niet gaat en wat zal mijn omgeving wel niet denken?).
Denk dan even na. Zou je niet vol trots naar jezelf terugkijken wanneer je op je sterfbed ligt dat je je niet hebt laten leiden door die angst? Zou je spijt hebben van de dingen die je wel hebt gedaan of eerder van de dingen die je niet hebt gedaan? Wat denk je?

Als ik negentig ben en bijna dood ga, wil ik terug kijken op een leuk leven. Een leven waarin veel gekke en leuke dingen heb gedaan. Een leven vol bijzondere ontmoetingen en mensen. Een leven met liefde en geluksmomenten. Niet op een leven met angst en saaiheid.

Hoe zou jij willen terug kijken op je leven als je op sterven lag?

Er moeten mensen zijn

httpv://www.youtube.com/watch?v=Zr5wjOJ0cjs

Toon Hermans heeft veel mooie liedjes geschreven, maar ook gedichten. Dit is er één van (zoooo ontzettend mooi!).

Jullie weten inmiddels wel dat ik een beetje gek ben. Ik heb bloemen uitgedeeld met lieve briefjes eraan, post-its met quotes in boeken geplakt, warme chocolademelk uitgedeeld op het station. En ik ben niet van plan om daarmee te stoppen. Het leven is soms al zwaar genoeg.

Jullie hoeven van mij geen Winnie de Poeh voor te lezen in de trein, maar zoek het in het kleine: zeg de buschauffeur gedag met een stralende lach, stuur zomaar een kaartje naar een vriendin, knuffel je geliefden. Huilen, schreeuwen, vloeken: het mag. Maar vergeet niet om ook voor kleine geluksmomentjes te zorgen. Niet voor jezelf, maar voor anderen. Geven is zoveel fijner dan nemen. De Beatles zeiden het al: and in the end, the love you take is equal to the love you make.

Dus probeer minder te zeuren, minder te fronsen (zorg dat het lachrimpels zijn die je krijgt, geen fronsrimpels), minder na te denken, maar gewoon doen. Ja, er zal nog steeds oorlog zijn, mensen zullen dood gaan, de pijn is niet weg. Maar het gaat om de kleine momenten. Kijk een keer uit het raam (thuis, in de auto of in het openbaar vervoer) en probeer zoveel mogelijk mooie dingen op te noemen die je ziet. Vergeet je geliefden niet te vertellen hoeveel je van ze houdt. Glimlach. Luister. Heb lief. Want zulke mensen moeten er zijn.

(Ik beweer overigens niet de wijsheid in pacht te hebben ofzo of dat ik alles van het leven weet, maar ik denk dat dit soort dingen wel belangrijk zijn)

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet


C’est moi. De enige echte.

Ik ben Laura. Ik heb bruinrood haar, blauwe ogen en een rond gezicht. Ik ben klein en heb een normaal postuur. Elke dag kijk ik minstens twee keer in de spiegel (tijdens het tanden poetsen), dus ik weet echt wel hoe ik eruit zie. Toch? Of niet?

Als je erover nadenkt, is het heel raar. Je ziet jezelf bijna nooit. Ja, op foto’s, in de spiegel en misschien in een filmpje. Maar de meeste tijd toch echt niet. Weet je eigenlijk wel hoe je er van de achterkant uitziet? Hoe zie je eruit als je boos bent of verbaasd? Wat voor lichaamstaal gebruik je bij je familie en hoe zit je erbij als die leuke jongen/dat leuke meisje in de buurt is? Natuurlijk, je ziet wel een deel van jezelf, maar je gezicht niet.

Is dat niet raar? Je kent jezelf het beste, van binnen dan. Van gezicht kennen anderen jou beter (dan bedoel ik vooral de mimiek).

En als je jezelf dan in de spiegel ziet, dan zie je het weer anders dan anderen. Maar dat is sowieso natuurlijk. Ik vind Ryan Gosling (om maar even iemand te noemen) een hele knappe man, maar misschien vind jij hem wel niet om aan te zien.

En als je jezelf dan op film ziet, dan is het soms best confrontrerend: doe ik echt zo? Waarom zit ik de hele tijd aan mijn haar te plukken? Wat heb ik eigenlijk een grote/platte/kleine/vulmaarin kont!

Daarom was ik ook erg blij dat ik het filmpje niet terug kon vinden op de website van een bepaalde regionale zender toen aan Lianda en mij gevraagd werd, voor de camera, wie de burgemeester van Den Haag is. En de videoband (Jawel! Toen hadden we nog videobanden!) van de eindmusical op de basisschool durf ik ook niet terug te kijken. Om maar niet te spreken over het hele ohmijngodklinkikechtzo-gebeuren ;)

Wat denk jij hierover? En hoe vind jij het om jezelf terug te zien op film? Raar, vervelend of normaal? (‘Ik kom dagelijks op tv.’)

Origineel. Of toch niet?

Een stukje uit De Wereld van Sofie van Jostein Gaarder, waarin een meisje, heel kort samengevat, les in de filosofie krijgt:

‘In de tijd van Hume werd algemeen aangenomen dat er engelen bestonden. Met een engel bedoelen we een mannelijke gedaante met vleugels. Heb jij wel eens zo’n wezen gezien, Sofie?’
‘Nee.’
‘Maar je hebt wel eens een man gezien?’
‘Niet zulke domme vragen stellen.’
‘Je hebt wel eens vleugels gezien?’
‘Natuurlijk, maar nooit bij een mens.’

Want wat is er nou met die engelen? Ze bestaan uit twee onderdelen die in de werkelijkheid niet bij elkaar horen: een man en vleugels. Zo kun je verder gaan met voorbeelden (een sfinx, de hel, eenhoorns etc.).

Wat is het punt? Eigenlijk kun je nooit origineel zijn. Afgelopen zaterdag was ik bij een schrijfworkshop van Knof en daar was een vrouw die graag iets nieuws wilde schrijven, iets origineels. Maar het punt is: dat kan niet. Een liefdesverhaal? Het stikt ervan. Een boek over de Franse revolutie? Je bent niet de enige.

En dat is ronduit vervelend (in plaats van ‘vervelend’ mag je daar ook een ander woord invullen). Want het liefst willen we origineel zijn, uniek. Iets nieuws bedenken. Maar al bedenk je een geweldige uitvinding, het bestaat uit afzonderlijke elementen die er al waren. Het was er al, alleen misschien nog niet zo samengesteld.

Moeten we dan stoppen met schrijven, schilderen, bedenken, uitvinden? Nee, natuurlijk niet. Honderd procent origineel zijn kan niet, maar je kunt er wel naar streven, proberen er zo dicht mogelijk bij in de buurt te komen (Je zou bijvoorbeeld een boek over glinsterende vampiers kunnen schrijven. Er is wel eens over vampiers geschreven en ook over glitters, maar de combinatie samen is ongekend!)

Word jij ook een beetje verdrietig hiervan? Of denk je: nee Laura, dit is dikke onzin, originaliteit bestaat wel (graag met voorbeelden). Ik ben benieuwd wat je ervan vindt :)

I am the master of my fate

Ik heb het er wel eens vaker over gehad, maar Invictus van William Ernest Henley is één van mijn favoriete gedichten. De twee sterkste regels vind ik dit:

I am the master of my fate
I am the captain of my soul

Nee, niet alles gaat goed in mijn leven en soms maak ik verkeerde keuzes. Soms lopen dingen niet zoals ik zou willen, soms ben ik verdrietig, boos, chagrijnig etc. Maar in het algemeen leef ik er toch naar: I am the master of my fate.

En ik geloof er ook in. Ga weg met uitspraken als ‘Wanneer je als dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje.’ Natuurlijk heb je niet alles in de hand en maakt het wel uit of je in Nederland of Tanzania woont. Maar dat betekent niet dat je het allemaal los moet laten en denken: ach, het gaat zoals het gaat.

Als jij schaatser wil worden, dan moet je oefenen. Je moet trainen, over je grenzen heen gaan, pijn lijden. Misschien ga je nooit naar de Olympische spelen, maar als je het niet probeert, dan lukt het zeker niet.

Waar het mij om gaat: sommige dingen in het leven staan vast (sekse, familie, seksuele voorkeur, de omgeving tot op een bepaalde hoogte etc.), maar die dingen bepalen jouw leven niet: jij bepaalt je eigen leven. Je hebt wel degelijk een keuze, je kunt wel degelijk de dingen bereiken die je wil. Je bent meester over je lot (tot op zekere hoogte), je bent de kapitein van je ziel (klinkt toch minder in het Nederlands haha).

Dus, zeg op: welke visie vertegenwoordig jij? Ben je het met mij en meneer Henley eens of juist helemaal niet (en waarom dan niet, natuurlijk)?

‘Ik ben gewoon mezelf.’

Het is net een bloemetje. Mooi he? (‘Eh… Ja. Apart.’)

Ik doe wel eens wat aan mijn studie. Ja, het is echt waar. Eigenlijk wel meer dan ‘wat’. Maar goed, als je dan zo aan je studie zit (Literatuurwetenschap in mijn geval), dan gebeurt er wel eens wat: je kan er zomaar opeens inspiratie uit halen.

Misschien kun je het al raden, maar dat is mij dus ook gebeurd. Het had te maken met meneer Fanon en Bhabha (ja, Bhabha is een aparte achternaam, maar hé, wie ben ik om dat te zeggen?). Dat zijn hele slimme mensen die over hun bevindingen hebben geschreven.  Ik weet trouwens eigenlijk niet wat meneer Bhabha ermee te maken heeft, want volgens mij heeft alleen meneer Fanon dit bedacht, maar goed. Het staat zo in mijn notitieboekje, dus dan moet ik mezelf maar geloven.

Oké, ik heb dus al eerder over identiteit gehad (was toevallig ook studiegerelateerd) en jawel, ik ga het weer doen (‘Nee, niet alwéér!’). Maar dan op een andere manier. Meneer Fanon bedacht namelijk de relationele identiteit. Ja ja, daar ga je misschien wel punten mee scoren in een gesprek met onbekenden. Of niet, natuurlijk.

Goed, relationele identiteit dus. Fanons idee is dat relaties met anderen bepalend zijn voor de eigen identiteit. Daar kunnen we het wel over eens zijn toch? Je ouders, vrienden, collega’s – noem maar op – hebben een effect op jou, of je dat nu wil of niet. Máár Fanon voegde er nog wat aan toe: dat betekent dat je nooit autonoom (zelfstandig) jezelf kunt zijn.

‘Huh?’ denk je nu. ‘Maar ik ben toch gewoon mezelf, hoe kan ik nou niet mezelf zijn?’
Wat Fanon bedoelt, is dat jouw identiteit dus bepaald wordt door anderen en dat er bovendien een constante herdefiniëring is van jou en de ander. En dat valt weer te koppelen aan het andere blogje over identiteit, namelijk dat je meerdere identiteiten hebt en dat die veranderen afhankelijk van met wie je bent.

De grote vraag is: zijn jij en ik het met hem eens? Wat mij betreft, ik ben het met hem eens dat de relaties met anderen bepalend zijn voor je eigen identiteit. Ik snap wat hij bedoelt met dat je nooit autonoom jezelf kunt zijn, maar ik zou daarvoor in de plaats willen stellen dat je jezelf wel kunt zijn, maar dat er meerderen zelven zijn. Ik kan mezelf zijn bij mijn ouders en ik kan mezelf zijn bij mijn vrienden, maar ik heb in beide gevallen niet dezelfde identiteit/hetzelfde zelf.

Ik weet niet of jullie dit wel interessant vinden of te ingewikkeld of misschien denken jullie: wat een gezeik, lekker boeiend. Maar ik wilde het er toch even over hebben (morgen komt er weer een ander soort blogje hoor).

Dus nu (je verwacht hem waarschijnlijk al), de vraag aan jou: ben jij het met Fanon eens? Of ben je het met mij eens? Of met ons allebei niet?

Can’t buy me love

Nee, geen kerstblogje vandaag, maar wel eentje met een gedacht die je aan kerst kunt koppelen!

‘Ik wil een iPad 2 en een BlackBerry. Later wil ik in een villa wonen met een zwembad en vooral heel veel geld hebben.’
Misschien komt het je wel bekend voor dat mensen dit zeggen of misschien zeg je het zelf wel eens. In een (westerse) wereld als die van nu kun je bijna niet anders dan zo zijn: materialistisch. Je status wordt ontleend aan spullen, hoe duurder en hoe meer, hoe beter. Heb je geen BlackBerry, dan ben je echt een loser (‘Maar dan kunnen we niet pingen!’). Je onderbroeken moeten van Björn Borg zijn, anders kun je ze net zo goed geen onderbroek aantrekken. En ga jij op vakantie naar Texel? Haha, laat me niet lachen!

En dat is jammer. Ja, het is leuk om zoveel spullen te hebben (‘Handig hoor, zo’n iPad, ik kan niet meer zonder!’), maar is het nou echt belangrijk? Kijk, de Beatles, die begrepen het al in de jaren zestig: ‘I don’t care too much for money, for money can’t buy me love’. En ze hebben, natuurlijk, gelijk. Heel leuk, al die spullen, maar de belangrijke dingen in het leven kun je er niet mee kopen: liefde, geluk, vriendschap.

Dus probeer je aandacht meer te richten op je geliefden in plaats van op die iPad. Leg je telefoon eens weg. Geef een zelfgemaakt cadeautje met een lieve boodschap in plaats van die dure tas. En (om maar even in de jaren zestig-sfeer te blijven): feel the love.

Ben jij materialistisch?

Touristy

Ja, ik geef het toe. Ik maak ook foto’s die al tachtigduizend mensen (nu overdrijf ik niet, want het zijn er waarschijnlijk meer) ook hebben gemaakt.

Ik ben het geweest. Jij ook. Het is vervelend om toe te geven, maar toch is het waar: we zijn allemaal wel eens een toerist geweest.

Misschien loop je wel eens in Amsterdam (of Brussel voor de Belgen onder jullie) en dan zie je ze: he bah, irritant al die toeristen! Japanners met fototoestellen of grote groepen 60+ers die tourguides met een paraplu als herkenningsding volgen. Ze staan altijd in de weg en willen dat je foto’s voor ze maakt (de standaard foto’s die iedereen maakt, zoals bij de toren van Pisa). Ze kopen souvenirs, zoals sleutelhangers in de vorm van klompen en schrijven kaartjes (met molens erop) naar hun geliefden. De horror.

Tijdens het vak Interculterele Literatuurbenaderingen hebben we het ook over toerisme gehad en voor onderstaande theorie moet ik de heer Culler de credits geven. Wat hij zei: we zien bijvoorbeeld de Eiffeltoren als teken van de authenticiteit van Frankrijk. Maar als we het niet labelen als authentiek is het niet authentiek. Het is dan niet meer authentiek, maar een teken van iets. Bovendien hebben we voor die authenticiteit kopieën nodig (in de vorm van souvenirs) (snappen jullie het nog? :P)

Wat overigens ook onderdeel is van het toerist zijn: andere toeristen verafschuwen (zoals Culler het zegt: to be a tourist is in part to dislike tourists, they can always find someone more touristy than they). Overigens vind ik ’touristy’ een heel leuk woord, maar dat is even off-topic. Maar goed, het is wel waar: je bent bijvoorbeeld naar Rome (en je gaat naar het Colosseum en dat is een teken van de authenticiteit van Italië, maar daardoor is het niet meer authentiek) en oh mijn god, ja hoor, daar zijn ze: van die Nederlanders. Je kunt ze er zo uit halen: een rugzak volgestouwd met eten en drinken, de man draagt een korte broek en sokken in zijn sandalen. De vrouw heeft een pittig kapsel, een bril en is volslank.
‘GERARD!’ tettert ze door het Colosseum (je vraagt je af of het geheel niet gaat instorten door haar geschreeuw).
‘Gerard, hoe oud is dat Colossalum nou?’
Je rolt met je ogen. Toeristen. Bah.

Nu, geef het maar toe: wanneer was jij een toerist?

Shake it like a polaroid picture

Ik als klein meisje. En nee, ik had geen kort haar, mijn haar zat in een staart. 

Soms heb je van die momenten. Je komt het tegen bij het opruimen. Of je zag laatst die vriendin van vroeger weer. In ieder geval, je gaat ze weer bekijken: de foto-albums van vroeger. Herinneringen komen terug, je moet glimlachen bij het zien van je door oma gebreide trui en oh, wat had je toen nog een babyface.

Maar er zit iets raar hieraan, aan het bekijken van de foto’s van je vroegere zelf. Je kijkt bijvoorbeeld naar een foto van toen je tien jaar was. Jij bent het, dezelfde ogen, die bolle wangetjes. Mensen die jou nu kennen, maar vroeger niet, zouden je in één klap herkennen. Maar tegelijkertijd ben je het ook niet. Je haar is donkerder geworden, je hebt lachrimpels rond je ogen gekregen.

Het is zo raar. Want dat meisje/die jongen op die foto, dat ben jij. Jij bent dat meisje/die jongen ooit geweest. Maar je bent nu zo anders. Ouder, wijzer. Je kijkt naar iemand die er niet meer is, maar ook weer wel, want jij bent het.

Ik weet niet of jullie mij zo goed snappen, maar zo ja: vinden jullie het ook niet raar, als je erover nadenkt? Ik bedoel, door foto’s en filmpjes wordt het allemaal tastbaarder, lijkt het alsof je die persoon van vroeger weer terug kunt halen, maar je bent veranderd, jij bent die persoon niet meer. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat je vervreemd bent van jezelf.

Bovendien zien we onszelf niet zo vaak (in de zin van: je kunt niet naar jezelf kijken, behalve in een spiegel, maar dat doe je ook niet de hele dag), dus daar komt het rare gevoel ook vandaan. Denk er maar eens over na als iemand een foto van je maakt en jij bekijkt het: ‘He? Maar zo zie ik er toch helemaal niet uit?’
Nou, wel dus. Maar je kunt jezelf niet zien zoals anderen je zien (denk maar terug aan dit blogje, maar dan in relatie tot identiteit). En daarom is een foto eigenlijk ook heel raar.

Ik voel me vreselijk schuldig, want de volgende keer dat jullie foto-albums gaan kijken (als je vriend(in) bijvoorbeeld voor het eerst bij je thuis komt en je ouders zeggen: ‘En dat was Laura naakt in het badje toen ze één was.’) (dat is me overigens niet echt overkomen hoor, thank God), kunnen jullie alleen maar aan dit blogje denken: ‘Oh mijn god, wat is dit eigenlijk raar!’

Jullie zullen nooit meer normaal naar foto’s kunnen kijken. Het spijt me zeer.

(Ik merk dat mensen me verkeerd begrijpen: ik bedoel er niet mee dat ik het negatief vind, maar dat het gewoon raar is, als je er verder over na denkt.) 

Ik ben iemand, niemand en honderdduizend

Eén van de vakken die ik volg, is Historische Avant-Garde en Modernisme. Mijn lievelingsvak (of klinkt dat heel erg basisschoolachtig?). Nu is dat niet zo heel moeilijk, aangezien ik maar drie vakken heb en twee ervan niet zo superduper zijn, maar toch. Eén boek dat we voor dit vak moesten lezen, was Iemand, Niemand en Honderdduizend van Luigi Pirandello. En daar komt mijn inspiratie voor dit blogje vandaan.

Hoofdpersonage is Vitangelo Moscarda. Op een dag bekijkt hij zichzelf in de spiegel en merkt zijn vrouw op dat hij een scheve neus heeft. Oeiiii. Sowieso kun je dat soort dingen maar beter voor je houden, maar deze opmerking heeft wel erg desastreuze gevolgen.  Moscarda had namelijk nog nooit opgemerkt dat hij een scheve neus had. En het zet hem aan het denken.
Anderen zien hem blijkbaar anders dan hij zichzelf ziet. Hij kan zichzelf nooit zien zoals anderen hem zien (probeert hij wel, maar dat mislukt). Het gevolg? Een enorme identiteitscrisis en iedereen om hem heen denkt dat hij gek is.

Goed, Laura, wat is nou eigenlijk je punt? Mijn punt is: wij hebben een identiteit. Maar die identiteit bestaat uit allemaal stukjes. Ik ben niet dezelfde persoon bij mijn vrienden als bij mijn familie. Natuurlijk, ik ben nog steeds Laura bij beiden, maar op een andere manier. Zo kun je bijvoorbeeld bij je vrienden heel spontaan en uitgelaten zijn en bij je familie wat rustiger. Kortom: je bent meerdere personen tegelijk. Je bent een vrouw, een moeder, een dochter, een vriendin, een collega (of voor de mannen: een man, een vader, een zoon, een vriend, een collega). En al die rollen samen vormen jou, jouw identiteit.

Wat zijn we dus? We zijn iemand (dat is waar je vanuit gaat), maar als je erover na gaat denken: misschien ben je wel niemand (ik kan nooit volledig mezelf zijn, omdat ik bij iedereen weer anders ben). En de geruststellende conclusie? Ik ben honderdduizend. Ik ben bij iedereen weer anders en dat alles vormt mij (dus ben ik gelukkig toch weer iemand).

Dus vertel: noem eens een paar rollen die jij hebt. Hoe verschilt jouw gedrag wanneer je op je werk bent of wanneer je thuis bent? En wat ben jij eigenlijk: iemand, niemand of honderdduizend?