Archive for ‘Persoonlijk’

maart 8th, 2019

Thuis

View this post on Instagram

Thuis.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ik weet nog de eerste paar dagen in dit huis. Er stond een bank (alleen geschikt voor kleine mensen), een krabpaal en in het slaapgedeelte een luchtbedje met allemaal dozen. Op het raam had ik vuilniszakken geplakt, die er ’s nachts vanaf vielen. Die week kwamen er allemaal mannetjes in huis. Ikeamannetjes, gordijnmannetjes en internetmannetjes. Ze lieten een vieze geur achter, alsof dat bij hun takenpakket hoorden.

Dit is waar ik al die maanden zo naar toe had geleefd. Weer mijn eigen plek in een stad waar ik op mijn gemak was en mijn vrienden woonden. Maar waarom was ik dan niet blij?

Nou, dat kan ik mezelf inmiddels wel vertellen na vijf verhuizingen in zeven jaar: het kost tijd om je thuis te voelen. In mijn geval betekent dat mijn boeken in de kast zetten, mijn accessoires op orde hebben (je hebt misschien al door dat blauw mijn lievelingskleur is door de foto) en de buurt verkennen. Ik weet nu dat er veel katten slapen in de volkshuisjes om me heen, dat de automatische deuren niet zo automatisch zijn bij de plaatselijke supermarkt en hoe de postbode eruit ziet.

Ik fiets door de straten van Utrecht en bedenk naar welke cafeetjes ik nog wil. Ik loop door de buurt en zie dat het huis dat te koop stond nu eindelijk bewoond is. Ik kom thuis en blijf veel te lang praten met mijn buurmeisje.

Ja, ik kom thuis en het is goed zo. Eindelijk.

februari 17th, 2019

I get by with a little help from my friends

Vroeger was het makkelijk. Je liep naar iemand toe in de speeltuin en zei: ‘Wil je vrienden worden?’ ‘Ja,’ zei de ander en de vriendschap was een feit.

Op een gegeven moment bereik je de leeftijd dat het niet meer zo makkelijk is. Je houdt je bezig met werk en de vrienden die je al hebt. Daar vallen er ook een paar van af. Je hebt het gewoon te druk voor al dat sociale gedoe. Dat is hoe het gaat toch?

Nou, bij mij eigenlijk niet. Sinds ik in Utrecht woon, kan ik het bijna niet meer bijhouden met al die leuke mensen. Ik heb de mensen die in Utrecht wonen en met wie ik al bevriend was. Dan heb ik de vrienden verspreid door het land. En dan zijn er opeens allemaal mensen die ik ontmoet.

Ik ga verhuizen naar Utrecht en kom erachter dat mijn buurvrouw óók Laura heet (heb ik weer). Zoals het de naam betaamt, blijkt ze ook nog eens aardig te zijn. Nu is het ook niet zo moeilijk om een betere buur te zijn dan mijn vorige buurman, maar toch.

Ik ga op theatersport en kom erachter dat een van mijn medespelers hetzelfde werk doet en fijn is om mee te praten.

Ik ga naar zelfverdediging en blijf uren buiten in de kou praten met degene tegen wie ik moest ‘vechten’.

Ik ga op improvisatietheater en ik speel met iemand van wie ik meteen denk: wij zouden vrienden kunnen zijn.

Ik weet niet of ik al echt vrienden ben met deze mensen (kan iemand dit even bevestigen ofwel ontkennen), maar de potentie is er in ieder geval. Ligt het aan Utrecht? Ligt het aan mijn houding? Ben ik gewoon een fantastisch persoon? Ik weet het niet, maar ik ben er blij mee.

januari 30th, 2019

Een klap voor je kanis

Na een leuk feestje fiets je terug naar huis. De lichten in de huizen branden niet meer, alleen je voorlamp schijnt nog door de nacht. Je hoort dat er iemand achter je fietst, maar je durft niet achterom te kijken. Je begint steeds harder te trappen en kijkt of er iemand op dit tijdstip nog op straat loopt, iemand die er betrouwbaar uitziet. Maar er is niemand. Wat als er nu iets gebeurt?

Ik denk dat elke vrouw dit wel herkent. De angst als je ’s avonds alleen op straat loopt. De sleutels in je handen, voor het geval dat. De snelle passen. Je voelt je machteloos in dat soort situaties, het voelt alsof er niets is wat je ertegen kunt doen. Ik wilde van dat gevoel af, dus ben ik een cursus zelfverdediging (voor vrouwen) gaan doen.

Natuurlijk is het te debiel voor woorden dat je zoiets moet doen. Wij zijn niet probleem. Maar toch liever dat dan dat ik niet weet wat te doen. Al eerder had ik Krav Maga geprobeerd, maar dat vond ik behoorlijk heftig. Ook naar deze cursus ging ik met tegenzin. We werkten met stootkussens, waardoor het geen pijn doet als iemand je slaat, maar je voelt de impact wel. De laatste les deden we examen: we moesten oefenen op een man (in beschermend pak en met een helm op) die gewoon door zou gaan met op je aflopen of je optillen als je niet hard genoeg sloeg of trapte. Dat was heftig, want voorheen oefenden we op elkaar, maar wanneer krijg je nou de kans om dit te oefenen? Als het gebeurt, gebeurt het echt.

Het is fijn om te weten dat je niet per se sterk of groot hoeft te zijn om toch iets te kunnen doen. Zo heb ik geleerd dat je niet eerst een knietje moet geven (daarvoor moet iemand echt dichtbij je staan), maar moet slaan (palm strike heet dat). Als je je handen tegen iemands heupbotten zet, dan kunnen ze je niet meer optillen. Je kan harder slaan en schoppen dan je denkt.

Ik ben blij dat ik het gedaan heb en ik kan het iedereen aanraden. Maar laten we hopen dat er een tijd komt waarin we het niet meer hoeven te gebruiken.

januari 17th, 2019

‘Kom je uit Rotterdam?’ ‘Ken je dat niet horen dan?’

View this post on Instagram

Rotterdam is niet te filmen, de beelden wisselen te snel

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Drie jaar heb ik in Rotterdam gewoond. Roffa, 010, Maasstad, hoe je het noemen wil. Ik moet het eerlijk toegeven: het waren niet de beste jaren uit mijn leven. Liefdesverdriet, een buurman die me bedreigde en de drukke stad. Ik dacht dat ik opgelucht zou zijn als ik eenmaal in Utrecht zou wonen.

Maar nu wil de ironie van mijn leven dat ik een baan vond in Rotterdam, terwijl ik net naar Uutje verhuisd was.
‘Ga je weer terug?’ vraagt iedereen.
Mijn antwoord is dan altijd: ‘No way.’
Rotterdam is te groot, onveilig en ik houd van oude stadjes.

Maar nu ben ik er toch steeds weer te vinden. Met de tram ga ik langs plekken waar ik eerst fietste, gewoon, zonder na te denken, richting bestemming. Elke keer als ik op Rotterdam Centraal ben, heb ik de neiging om naar huis te lopen. Maar dat huis is er niet meer. Er woont iemand anders.

En dan de Rotterdamse taal en mentaliteit. De natte T. Het niet lullen, maar poetsen. Alle leuke plekken (de filmhuizen, de Leeszaal, Koekela, Witte de With, Museumpark, Blijdorp en ik kan nog doorgaan) en leuke mensen (die weten zelf wel dat ze het zijn). Dichterbij familie zijn.

Maar nu woon ik in Utrecht (geen zorgen, 030, jij krijgt ook je eigen blog). En Utrecht heeft zo zijn eigen plekjes, mensen en taal. Plekjes en mensen waarbij ik me heel erg op me gemak voel. Alleen het accent heb ik nog niet door. Voorlopig houd ik dus toch maar bij de natte T. Maar dan wel in Utrecht.

december 30th, 2018

Theater is net sport

Het eerste wat ik deed toen ik in Utrecht kwam wonen, was op zoek gaan naar een cursus toneel. Geduld was een schone zaak, want in de zomervakantie wordt er weinig aan toneel gedaan (‘FAKE NEWS, wat dacht je van de Parade?’ ‘Ik bedoel qua cursussen.’ ‘Oh.’). Dit keer was ik op zoek naar iets wat me nog meer zou uitdagen: theatersport. De naam is enigszins misleidend (‘Ik dacht al: Laura die aan sport doet???’), want er komt gelukkig weinig sport aan te pas. Denk maar aan de Lama’s met hun onderdelen als het moordspel en de draaideur: allemaal games die je doet tijdens theatersport.

Uitdagend was het zeker. Waar het bij theatersport namelijk om gaat, is in het hier en nu zijn en falen. Laten dat nou net twee dingen zijn waar ik niet per se heel erg goed mee om kan gaan. Vooruit denken is geen optie bij theatersport, want er gebeurt iets NU en je hebt er geen controle over, want je speelt met een ander die zo zijn eigen interpretatie van de situatie heeft. Dit zorgt voor lastige situaties waarbij je soms wel moet falen en dat is helemaal niet erg. Huh? Ja echt.

Wat ik leuk vond, is dat je de eerste les allemaal serieuze mannen en vrouwen (in tegenstelling tot toneel zijn er bij theatersport veel meer mannen dan vrouwen) ziet en dat je bij de laatste les hebt gezien hoe ze steeds losser zijn geworden. Eigenlijk zijn we allemaal nog kinderen. Ik zou willen dat iedereen eens een cursus theatersport doet.

Als je naar theatersportwedstrijden gaat, dan weet je dat er soms ook zang aan te pas komt. Ik vreesde voor de zangles, want ik kan niet zingen en voor publiek zingen vind ik dan ook een van de engste dingen.  Op mijn elfde moest ik bij theater Hofplein een liedje zingen voor de groep, geen idee hoe ik dat heb overleefd ooit. Gelukkig was het hier minder erg. Ik bleek niet eens de slechtste te zijn en het is bevrijdend om niet goed te hoeven zingen. Waar iedereen eenvoudige kinderliedjes zong (‘Sinterklaas Kapoentje’) kwam ik met ‘Bloed, zweet en tranen’ aanzetten. Wat kan ik zeggen, gevoel voor dramatiek.

En toch ga ik niet door met theatersport. Ik merkte dat ik het serieus spelen zoals je bij toneel doet toch wel miste. Humor is leuk, maar serieus spelen is misschien nog wel uitdagender. Een combinatie van die twee zou helemaal goed zijn. Perfectie blijkt dan toch te bestaan: een cursus improvisatietheater. Kan niet wachten tot ik daarmee mag beginnen!

oktober 31st, 2018

Altijd Always On

Gisteren had ik mijn laatste shift na meer dan 4,5 jaar werken als community manager in het Always On team van Isobar. Ik werk vanuit huis, dus zat ik in mijn eentje mee te zingen met ‘Drie minuten’ van Carlo en Irene (‘Nog een, een minuut nog voordat ik stop, dat ik kap, dat ik nok’), een van de vele tradities van het team waarin ik zat. Ik verwijderde mezelf uit Whatsapp- en Facebookgroepen en vroeg mijn collega’s om nog een laatste kattenplaatje te sturen. Het voelde heel raar.

Ik heb hier nooit veel over mijn werk verteld, omdat ik niet weet wat ik wel en niet kan vertellen. Maar nu kan ik natuurlijk helemaal uit de school klappen (nee hoor, ex-baas, no worries). Ik werkte als community manager, wat inhield dat ik de social media van allerlei merken bijhield. Het begon als bijbaan en is daarna uitgegroeid tot meer. Vele dagen, avonden, weekenden en feestdagen heb ik doorgebracht achter mijn laptop, chattend met mijn collega’s op Facebook en ook nog een beetje werkend.

Veel mensen kwamen en gaan in die jaren. Je zou denken dat je geen band met elkaar opbouwt als je elkaar niet dagelijks op kantoor ziet, maar dat ging wonderwel goed. We deelden kattenplaatjes, dateverhalen en vervelende consumenten. Ik zorgde ervoor dat een deel van mijn vrienden erbij kwam, want waarom zou je werk en privé gescheiden houden? Omdat ik er het langste werkte, bombardeerde ik mezelf tot AO-mama. Hoewel sommige me eerder als AO-tiran zagen, want ik ben niet vies van wat terreur.

Zo gaf ik iedereen een allitererende bijnaam (denk aan Nare Nicole, Karige Kim en Matige Milou), schreef ik gemene Sinterklaasgedichten en had ik altijd wel een snappy comeback. Maar stiekem, heel erg stiekem vond ik iedereen gewoon heel leuk.

Na zoveel jaren is het tijd voor wat nieuws en ik ben heel erg blij met mijn nieuwe baan als content marketeer bij Werf&. Maar eens Always On, altijd Always On.

oktober 23rd, 2018

Volgende keer in een nieuwe aflevering van ‘Laura Denkt’

Ja jongens, ik was weer een beetje van de radar verdwenen, maar er gebeuren allemaal dingen waar ik snel over ga bloggen. Of eigenlijk doe ik dat nu dan al een beetje. Namelijk het volgende:

– Ik heb een nieuwe baan! Vanaf 1 november ga ik beginnen. Spoiler: het is in Rotterdam. Ja echt. Mijn leven is een en al ironie. Later meer.
– Dit betekent ook dat ik na meer dan 4,5 jaar (!!!) wegga bij mijn huidige werk. Mijn collega’s zijn al weken aan het huilen (van geluk).
– Ik doe nu een cursus theatersport en het is awesome. Ik ben natuurlijk een van de besten en heb gehoord dat ik heel goed boos kan kijken en verliefd kan spelen. Ik weet niet wat dat zegt over mij.
– Het hippe leven in een microwoning. Ja, het is even wennen om van 12, naar 21, naar 34, naar 40, naar om en nabij 60 opeens weer terug naar 28 vierkante meter te gaan. Ben ik inmiddels een minimalist geworden of niet? Spannend, spannend.
– Ze liggen al sinds augustus in de winkel, maar ik heb er nog steeds niet over geblogd: chocoladekruidnoten. Hoe vaak kan een mens schrijven over chocoladekruidnoten? Jullie gaan het uitvinden.
– Er zal ongetwijfeld nog een blog over Utrecht volgen. Voelt het al als mijn stad? Nee. Heb ik het naar mijn zin? Ja. Hoe zit het nou met het Utrechtse accent? Ik snap er geen bal van.

Zoals jullie kunnen lezen, staat er heel wat moois te wachten. Zoveel cliffhangers, het lijkt wel de laatste aflevering van een random seizoen van Grey’s Anatomy. Tot snel!

september 14th, 2018

Het leven zonder kat

Er is een week verstreken sinds Dikkie weg is. Ze heeft haren achtergelaten als souvenirs. Ze zitten op mijn kleding, in hoeken en op de mat voor mijn deur. Een week geleden had ik haar voor het laatst op schoot. Ze is zo zacht. Nadat we haar weg hadden gebracht, heb ik gehuild in de auto. Eenmaal thuis voelde het rustig. Toen wist ik dat ik de juiste beslissing had gemaakt.

In zo’n kleine ruimte heeft een kat veel impact. Ik struikel niet meer over haar als ze me achtervolgt. Maar ze achtervolgt me nog wel. Ik word wakker en vraag me in mijn halfslaap af waar ze is. Ik hoor geluid en denk: Dikkie is aan het eten. Ik kom ’s avonds laat thuis en praat tegen haar, maar Dikkie is er niet meer.

Ik kan nog wel naar andere katten kijken. Glimlachen als ik mijn sokken met kattenkoppen zie. Door het gangpad met het katteneten lopen in de Albert Heijn zonder iets te pakken.

Maar dan ben ik opeens verdrietig. Om alles. Ik wil huilen en een kat op schoot die er niets van begrijpt. Baby’s hebben huidhonger, maar ik heb aaihonger. Dikkie is er niet meer.

Ik kan niet meer zeggen dat ik een kat heb. Tegen nieuwe mensen heb ik het nog over ‘mijn kat’, want anders voelt het niet goed. Hoe moet je het anders noemen, ex-kat, voormalige kat of gewoon niet meer over hebben? Ze wordt steeds minder van mij, later wordt het ‘ik had ooit een kat’ en daar wil ik niet aan. Ze is mijn kat, ze zal altijd mijn kat blijven, alleen woont ze niet meer bij mij.

Ze zit nu in een ander huis met andere mensen. Een huis met veel ruimte en mensen met veel aandacht en liefde. Een huis waar ze haar anders noemen. Dikkie is er niet meer.

september 5th, 2018

In mijn huisje woont een echte prinses

Waar ging je naar toe? Disney.
Hoe lang? Drie dagen.
Met wie? Mijn ouders, broer en broertje.
Waarom? Omdat mijn ouders dit jaar veertig jaar getrouwd zijn.
Waren jullie niet al naar Londen gegaan om dat te vieren? Ja.
Is dat niet een beetje too much? De liefde moet je zo vaak mogelijk vieren.
Oké dan. Oké.
Waar ben je allemaal ingegaan? Pirates of the Caribbean (twee keer), It’s a Small World, Buzz Lightyear Laser Blast (drie keer), Ratatouille (twee keer), het treintje in het park, de bus langs allemaal sets, Crush’s Coaster en misschien wel meer, maar weet ik niet meer.
Ben je niet in een achtbaan gegaan? Nou nee, want ik ben fysiek nog niet honderd procent in orde en ik vind het ook een beetje eng, hoewel ik tien jaar geleden nog wel durfde. Ik had niet door dat Crush’s Coaster ook een halve achtbaan was, dus daar heb ik heel hard gegild.
Waarom sta je niet op de foto met Mickey? Mickey is niet famous genoeg voor mij.
Wat viel je op? Dat kinderen heel veel huilen, dat iedereen zo’n diadeem met Mickey Mouse-oren heeft, dat het eten op het park vies en duur is.
Waar hebben jullie dan gegeten? Het hotel zat buiten Disney, dus we hebben een keer Koreaans gegeten (ik kan nog steeds met stokjes eten, thank you Taiwan) en twee keer bij een brasserie waar ze natuurlijk eerst Frans begonnen te lullen en wij zo reageerden: ??????????.
Wat was een veelvoorkomende uitspraak? ‘De waarheid is niet de waarheid’.
Wat is de achtergrond van deze uitspraak? Ik zou het niet meer weten.
En wat was dat nou met die bus op die filmsets? Er zat een tv in de bus en daar gingen acteurs uit allerlei landen iets zeggen, zoals ‘Auf Wiedersehen, liebe Menschen blablabla’ en nog meer leuke dingen. En toen kwam Famke Janssen, dus dan denk je, die gaat wat leuks zeggen. Wat zei ze? ‘Nou dag!’ Oké, bedankt voor de moeite, Famke.
Heb je die jurk nog gekocht? Nou, ik was aan het klagen dat ik vroeger nooit zo’n prinsessenjurk had gekregen van mijn ouders, maar ik snap het helemaal. Die dingen kosten verdomme zeventig euro!!!!!!!!!!
Maar heb je hem nou gekocht? Nee, want ze hadden de bijpassende schoenen niet in mijn maat (ging maar tot maat 33). Dus ik ben huilend de winkel uitgerend.

augustus 30th, 2018

Dag Dikkie

Jullie dachten misschien: die Laura is lekker aan het genieten van de zomer en Utrecht aan het ontdekken. Niets is helaas minder waar, want na mijn eerste verstandskiesramp (ontsteking) werden er nog meer verstandskiezen getrokken, kreeg ik veel antibiotica en omdat antibiotica alles kapot maakt, kreeg ik een bacterie. Ik ben nog nooit zo ziek geweest en nu nog steeds bezig met herstellen (mijn energie terugkrijgen), but I’m back. Helaas met nog meer vervelend nieuws.

Mijn zoektocht naar een huis in Utrecht was lastig, want ik had een kat en je mag niet overal een kat. Bovendien wil je niet met zo’n beestje in een klein hok zitten. Uiteindelijk vond ik mijn huis en hoewel het aan de krappe kant was, hoopte ik dat het nog wel zou lukken met Dikkie. Je voelt hem al aankomen: Dikkie is hier niet gelukkig.

Het is gewoon te klein. Ze kan zich niet zo vrij bewegen als in de vorige huizen (die groter waren) en ik merk aan alles dat ze niet blij is. Dan kan ik wel lekker egoïstisch gaan doen en haar toch bij mij houden, maar dat is uiteindelijk voor niemand leuk. Ik heb dus besloten dat ze helaas weg moet en dat was een hele moeilijke beslissing. De afgelopen dagen heb ik heel veel gehuild, omdat ik haar zo ontzettend ga missen. Ze is de liefste en mooiste kat van de wereld en bovendien míjn kat, die ik vier jaar heb gehad en die er altijd was als ik thuis kwam.

En nu gaat ze weg. Volgende week zaterdag breng ik haar terug naar de fokkers waar ze vandaan kwam. Ze moest toentertijd weg, omdat ze bang werd gemaakt door een andere kat en meer rust nodig had. Maar nu zijn haar vorige baasjes gestopt met fokken en is er veel meer rust en aandacht voor haar en bovendien is Dikkie stiekem hun lievelingspoes (begrijp ik helemaal). Dat verzacht het verdriet wel een beetje.

Ik weet dat het heel erg moeilijk gaat worden als ze weg is, omdat ik enorm aan haar gehecht ben. Maar ik weet ook dat het de beste beslissing is.

Voor mezelf heb ik nog een lijstje gemaakt met dingen die ik niet wil vergeten van Dikkie:

– Dat ze het liefst onder haar kinnetje geaaid wordt en haar kopje dan ook helemaal omhoog doet.
– Dat ze altijd achter de deur zit te wachten als ik thuis kom.
– Hoe ze zich helemaal oprolt als ze slaapt en een pootje voor haar ogen doet.
– Dat ze op een bolletje lijkt als ze haar pootjes onder zich verbergt.
– Hoe lief ze kijkt als ze op haar rug ligt en hoe aaibaar de krullen op haar buik dan zijn.
– Hoe zacht ze is.
– Dat mijn moeder haar altijd kleine Dikkie noemt, ook al is ze niet zo klein (behalve als ze geschoren is, dan ziet ze eruit als een eekhoorntje).
– Hoe lief ze naar me knipoogt.
– Dat ik haar in Voorschoten vaak in het raam zag zitten als ik buiten was.
– Dat ze zo graag naar buiten kijkt en alles in de gaten houdt.
– Dat ze precies weet wanneer ze iets niet mag en ik dan alleen maar heel streng ‘Dikkie!’ hoef te zeggen.
– Dat ze eerst niet opgetild wilde worden, maar dat ik haar steeds wilde optillen als een baby als ik thuis kwam en ze dat op een gegeven moment gewoon toeliet.
– Dat ik een lijstje had gemaakt met potentiële namen (vele namen hadden met filosofie te maken) en mijn ex daaruit Dikkie koos.
– Het praten tegen haar, ook al is het niets boeiends (‘En nu gaat baasje dit doen, ben jij zo lief? Ja, jij bent zo lief.’).
– Haar gespin.
– Dat ze heel slecht in jagen is en in die vier jaar tijd slecht één keer iets gevangen heeft (een vlieg die ze daarna opat, heel lekker).
– Haar liefde voor kaas en Griekse yoghurt.
– Dat ze eruit ziet als een leeuwtje en al helemaal met haar wintervacht.
– Hoe lief ze kan kijken, maar ook hoe grumpy.
– Hoe mooi ze is.
– Haar gemiauw.
– Dat ze altijd wil knuffelen als ik wakker ben.
– Dat ze niet zelf op schoot gaat, maar als je haar op je schoot zet, ze toch lekker lang blijft kroelen.
– Haar oortjes, staart en groene ogen.
– Haar pootjes en dat ik daar altijd aan wil zitten, maar dat zij dat niet leuk vindt.
– Dat ik vaak ‘Dikkie, je bent de liefste van de wereld’ voor haar zing en dat ze dat niet helemaal lijkt te waarderen.
– Dat ze steeds weer iets nieuws doet. Zoals op de kast springen, terwijl ik dacht dat ze daar niet bij kon of opeens op het kussen naast me slapen.
– Mijn hoofd tegen haar kop aan of mijn neus tegen die van haar.
– Dat haar pootjes, de puntjes van haar oren, een deel van haar rug en het einde van haar staart zwart is.
– Hoe schuw ze was toen ik haar voor het eerst zag en hoe ze nu elke dag steeds om mijn aandacht vraagt en kopjes geeft.
– Precies weten wanneer ze iets niet leuk vindt.
– Gekrabbel aan de deur als je in de badkamer bent.
– Dat ze te lui is om te spelen met de hengel en dus al snel gaat liggen en dan een halve poging doet om de veertjes te pakken.
– Hoe dol ze wordt van haar valeriaankussentjes en die keer dat Charmander slaapthee voor me gekocht had en Dikkie het zakje helemaal uit elkaar had gehaald, omdat er valeriaan in zat.
– Die keer dat ik een zakje met snoepjes op de tafel had laten liggen en ze die helemaal op had gegeten.
– Dat ze overal in en op gaat zitten. Tasjes, kasten, papiertjes.
– Haar gekke momentjes als ze het hele huis door sprint en miauwt.
– Hoeveel ik van haar houd.