september 26th, 2016

Daag jezelf uit?

Afgelopen nacht lag ik wakker en zoals altijd rond die tijd kreeg ik een geniaal idee. Alleen was ik te moe om op te staan en het op te schrijven. Het risico is dat je al die geniale ideeën weer bent vergeten de volgende ochtend, maar dit is mijn tactiek: eerst duizend keer in je hoofd herhalen wat je geniale idee was en dan lekker gaan slapen.

Ik herhaalde duizend keer in mijn hoofd: ‘Daag jezelf uit, daag jezelf uit, daag jezelf uit.’

‘Eh oké weirdo.’ Ja, dat betekent natuurlijk iets. Een paar jaar geleden begon ik namelijk met een rubriek op mijn blog die, hoe raad je het, ‘Daag jezelf uit’ heette. Hiervoor bedacht ik elke maand vijf uitdagingen voor die maand, want dat is leuk. En het is weer helemaal in, want self-improvement enzo. Maar het was vooral leuk om te bedenken.

Dus over een paar dagen herintroduceer ik het weer, maar voor nu leek het me leuk om de grappigste/beste/leukste daag jezelf uits van duizend jaar geleden (van 2011 tot 2014) met jullie te delen. Geen zorgen, ze zijn voor deze ene keer niet verbonden aan een bepaalde maand.

– Ren door een winkelstraat, terwijl je in paniek ‘BANAAN BANAAN!’ gilt.
– Loop alleen maar achteruit, kijk hoe mensen reageren en schrijf er eventueel een blog over (laat het me weten als je dat doet!).
– Probeer een dag lang blauwe (of groene of rode of oranje of extra uitdaging: roze) dingen te eten. Voor deze ene keer mag je het instagrammen.
– Stop een kaartje met een aardige tekst in de brievenbus van een onbekende.
– Ga op bed liggen en kijk naar het plafond. Bedenk hoe het eruit zou zien als het plafond de grond was en andersom. Dit deed ik vroeger soms (oké, nu nog steeds). Misschien ben ik gewoon gek. Maar het is weer wat anders.
– Douche een keer in het donker. Deze heb ik ergens gelezen, maar ik weet niet meer waar. Ik moet hem zelf nog uitproberen, maar het lijkt me wel grappig. Pas op: niet doen als je je benen gaat scheren.
– Vertel een onzinverhaal en probeer het mensen te laten geloven. Zeg dat je naar Oeganda gaat emigreren, omdat de liefde van je leven (die je alleen via Skype kent) daar woont. Of dat je een fruitist wordt. Of dat je Twilight hebt gelezen en leuk vond. Wel even je pokerface oefenen. (ik heb een keer iemand laten geloven dat ik 1.70 ben, terwijl ik 1.55 ben en in een ruimte vol mensen stond)
– Koop vlaggetjes en slingers en versier een random plaats. De treincoupé. Het trappenhuis. De wachtkamer van de dokter. Je zusjes kamer. De openbare toiletten. Het maakt me niet uit, als je het maar doet! En vergeet de confetti niet.
– Ga vanavond met je hoofd aan het voeteneind van je bed slapen (deze heb ik niet zelf bedacht, maar komt uit Psychologie Magazine).
– Ga naar de Kruidvat en vraag waarom de chocoladekruidnootjes nu pas in de winkel liggen.

 

september 20th, 2016

Ik ging in mijn eentje naar Levend Stratego

Vandaag ga ik jullie een verhaaltje vertellen over enge dingen doen. Een tijdje geleden zou ik Levend Stratego gaan doen, georganiseerd door Rotown (in Rotterdam uiteraard), samen met de jongen met wie ik toen aan het daten was. Maar de dag daarvoor besloot ik daarmee te stoppen en er was niemand anders die meekon. Maar hoe gaaf is Levend Stratego? Ik weet nog dat we dat op kamp deden in groep 8 en sindsdien heb ik het nooit meer gedaan.

Ik besloot dus in mijn eentje te gaan (ja ja, de titel verklapt dit al, spoilers).

Nu ben ik geen held met dingen in mijn eentje doen. Winkelen is geen probleem, maar in München ging ik voor het eerst alleen lunchen (in het kattencafé, want duh) en dat voelde toch licht ongemakkelijk. Laat staan dat ik in mijn eentje naar Levend Stratego ging, waar ik echt helemaal niemand kende en je toch enigszins sociaal moet doen. Ik ben niet zo’n persoon die binnen no time met vreemden aan de praat raakt, dus hoe zou dit zijn?

Ik ga niet liegen. Ik vond het best wel eng toen ik eraan kwam. Daar bleek ook dat het verzamelen een half uur later was, dus bestelde ik maar een ijsthee aan de bar (alcohol leek me geen goed idee, aangezien ik snel aangeschoten ben). Ik wist zeker dat ik eruit zag als iemand die een Tinderdate had, maar dan zonder dat die ander op kwam dagen. Alles in me wilde weggaan, maar ik had al aan de barman gevraagd waar het verzamelen was, dus ik kon niet weg.

Na tien helse minuten (die ik heftig probeerde weg te whatsappen) was de hele groep er. Die bestond uit stelletjes en vriendengroepen. Geen mensen in hun eentje. Alleen ik, de loser. Natuurlijk moesten we nog een heel stuk lopen naar het Park en iedereen liep in groepjes. Tot er een jongen naast me kwam lopen.
‘Ben jij in je eentje?’
‘Ja.’
‘Stoer hoor.’
Eenmaal aangekomen bij het Park begon het spel en viel het niet meer op dat ik alleen was gekomen. Het winnende team (mijn team duh) kreeg in Rotown shotjes. We proostten. Daarna werden de groepjes weer groepjes en was het tijd voor mij om naar huis te gaan.

Maar trots dat ik even was op mezelf. Poeh.

september 17th, 2016

Hoe ik wekenlang binnen overleefde met dertig graden celcius

‘Goh, wat was het warm hè.’
‘Ja, maar mensen mogen niet zeuren. Eerst de hele zomer zeuren dat het lekkere weer wegblijft en als het dan komt, is het ook niet goed.’

Zo, hebben we die ook weer gehad. Goed. Ik woon ergens in Rotterdam op de bovenste verdieping van een gebouw (je moet wat zeggen om de stalkers weg te houden). Het gebouw heeft een plat dak en mijn ramen mogen op het heetst van de dag de zon verwelkomen. Ik heb kleine kiepramen en een kat. Eh oké, boeiend dat je een kat hebt? Ja, want daardoor kan ik de voordeur naar de gang niet opendoen om het extra te laten luchten.

Wat heeft dit allemaal tot gevolg? Dat het al minimaal een maand niet onder de 25 graden is gekomen binnen. Momenteel zou ik een moord doen voor 25 graden, want de laatste dagen kwam het niet onder de 31.

Dan denk je: ‘Maar Laura, ga dan naar buiten. Daar waar de vogeltjes fluiten, zoals je ouders altijd zeggen. Misschien word je dan een keer bruin.’
Dat is allemaal leuk gezegd, betweterige lezer, maar ik heb een s-woord. Nee je mag nog steeds niet vragen hoe het gaat (het gaat iets beter). Een s-woord kun je niet in het park schrijven, ook al zijn er mensen die dat denken, maar die mensen denken gewoon verkeerd. Een s-woord schrijven doe je binnen, met zo min mogelijk geluid en zoveel mogelijkheid tot SOG (S-woord Ontwijkend Gedrag). Bovendien ziet niemand het als je dan in huilen uitbarst, omdat je net een goede zin had, maar hem alweer vergeten bent.

Gelukkig had ik twee ventilators. Het kostte bol.com een bepaald bedrijf drie pogingen om er eindelijk eentje te sturen waarbij er geen onderdeel ontbrak, maar dat geeft niet. De nood was niet hoog. Ik ging alleen maar bijna dood.

En nu is de zon nergens meer te bekennen. Iedereen is het zweet, het benen scheren en ander ongemak alweer vergeten, want oh, wat zouden ze niet doen voor nog een zomerdag. De herfstblaadjes dwarrelen langzaam omlaag. En in mijn huis is het nog steeds 29 graden. Verdomme.

Tags:
september 12th, 2016

Waarom ik nooit een (serieuze) photo diary zal doen

Ik heb natuurlijk deze wel eens gedaan.

Photo diaries/pictures of my life/my week in pictures/etc zijn onwijs populair. Je kunt jezelf niet serieus nemen als je blogger wanneer je niet de hele wereld verveelt deel uit laat maken van je week. Ik zal dan ook nooit bovenaan de ranglijsten staan, want pff, denk eens aan al deze dingen:

– Je moet per se allerlei leuke dingen doen met allerlei fotogenieke mensen. Liefst mensen die bekender zijn dan jij.
– Veel selfies maken. Dat kan mijn hoofd niet elke dag aan.
– Een dag in bed doorbrengen, omdat alles even kut is? Kan niet. Je moet altijd blij zijn. En minstens tien foto’s per dag hebben.
– Er staan bovendien allemaal andere verboden dingen op de lijst: geen foto’s, terwijl je op de wc zit, geen niets vermoedende Tinderdates fotograferen en het moet ook wel onduidelijk blijven waar je precies woont. Pff, alsof er dan nog iets over blijft om foto’s van te maken.
– Wat dacht je van al die filters en Photoshop die je er eerst tegenaan moet gooien om het er een beetje profi uit te laten zien?
– Je moet koken. Fotogeniek koken. Ik kan dat eerste niet eens.
– Zonder huisdier ben je niet geloofwaardig.
– Je moet allemaal hipsterdingen doen, zoals havermout eten en een smoothie drinken uit zo’n mok met een rietje.
– En als je dat dan allemaal gedaan hebt, duurt het eeuwen voordat die duizend foto’s geüpload zijn. En dan moet je nog bedenken welk ontbijt ook alweer bij welke dag hoorde. Zucht.

Wat een gedoe. Maar goed, ik blijf ze zelf alsnog bekijken van andere mensen, want tja, je bent een voyeur of je bent het niet.

augustus 30th, 2016

No shame, only love

No shame, only love. #choocladekruidnotenzijnmijnalles

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Vandaag ben ik weer herenigd met mijn grootste liefde. We hebben elkaar toch wel zo’n zes weken moeten missen en dat waren de langste weken van mijn leven. Bovendien gaan we elk jaar door dezelfde hel. Gelukkig hebben de chocoladekruidnoten van Kruidvat en ik nu vele maanden samen te gaan.

Ik weet eigenlijk niet wanneer het allemaal begon. Waarschijnlijk bij hun geboorte, dat eerste jaar. Ik zag ze liggen en ik wist gewoon dat ze mij me hoorden. Ik ben altijd al gevallen voor chocolade (kan het niet helpen dat ik iets heb voor foute types) en zij waren de perfecte combinatie: chocolade én kruidnoten. Er bleek een hele familie van te zijn, Hema, Albert Heijn, maar uiteindelijk koos ik voor die van de Kruidvat. Beter dan dit werd het niet.

Het werd slechter. Eind mei vertelden ze dat ze weg moesten. Naar Spanje. Zogenaamd omdat hun baas dat eiste, maar ik had ergens het vermoeden dat ik niet de enige in hun leven was. Soms zag ik ze op feestjes of bij andere mensen in hun keuken. Misselijk werd ik ervan. Heb ik hier nou al mijn geld aan uitgegeven?

Maar de liefde was groter. Want hoewel dit ritueel zich elkaar jaar herhaalde, kon ik de chocoladekruidnoten simpelweg niet weerstaan. Een haat-liefdeverhouding is óók een verhouding.

Het geeft niet dat ik ze in mijn koelkast moet doen om te zorgen dat ze niet smelten (ik smelt ook, van liefde). Het is niet erg dat mijn halve salaris besteed wordt in de Kruidvat. Het is oké dat kassameisjes, mensen op Twitter en random voorbijgangers me uitlachen. Maar verlaat me alsjeblieft niet weer, chocoladekruidnoten. Blijf voor altijd bij me. Want ik weet niet hoe lang ik dit nog aankan.

augustus 26th, 2016

Een jaar in Roffa

Een beetje Roffa in Rotterdam, gewoon omdat het kan. #jatochnietdan

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Vandaag woon ik een jaar in Rotterdam. Ik zal eerlijk zijn: het was niet een makkelijk jaar. Mijn relatie ging uit en binnen een maand (want we woonden samen) verhuisde ik naar 010. Dat was puur geluk hebben, want ik bleek nog ingeschreven te staan voor sociale huurwoningen in Rotterdam, zo’n vijf jaar, en bij de eerste bezichtiging had ik al een huis.

In dit jaar moest ik natuurlijk dealen met liefdesverdriet en de onverwachtheid van de hele situatie. Daarnaast verhuisde ik van een dorp (ik heb altijd in dorpen gewoond) naar een grote stad. En dat is waar ik nu wel achter ben: de (grote) stad is niets voor mij. Te druk, veel rare of onaardige mensen, weinig groen. Als ik hier wil hardlopen (wat ik niet wil), dan moet ik eerst minimaal tien minuten fietsen voordat ik bij een park kom waar dat kan. Ja, ik kan ook op straat hardlopen, maar daar word je niet vrolijk van met alle stoplichten en mensen. ‘Maar Laura, je doet sowieso niet meer aan hardlopen.’ ‘Nou en, het gaat om het idee.’

Ik woon op vijf minuten lopen afstand van Rotterdam Centraal, maar als ik weet dat ik ‘s nachts terugkom met de trein pak ik altijd de fiets. Nu ben je in een dorp ook nooit volledig veilig, maar achter het station heb je wel eens louche types staan waar ik liever niet in mijn eentje langs loop. In Leiden en omgeving heb ik niet zoveel engerds meegemaakt (oké, een keer een jongen die vroeg of ik seks met hem wilde op de wc van de universiteit, nee bedankt).

Nee, het beste was toen ik in Oegstgeest en Voorschoten woonde. Veel groen, lekker rustig, maar wel op een kwartier fietsen afstand van de stad (en die stad was niet immens). Niet dat Rotterdam zo verschrikkelijk is, want je hebt hier ook veel leuke dingen (en natuurlijk het geweldige Rotterdamse taalgebruik), maar ik ben er niet zo geschikt voor. Maar voordat ik uit huis ging, wilde ik altijd al een keer in de stad gewoond hebben, voordat ik een burgerlijk leven ging leiden. Dus dat kan ik in ieder geval weer van mijn niet bestaande bucketlist afstrepen.

Wat ook lastig was, is dat ik voor het eerst helemaal in mijn eentje ging wonen. Oké, met Dikkie, maar die doet de afwas niet. Voorheen heb ik altijd met familie, een huisgenoot of een vriendje gewoond. Zelfs als introvert had ik er moeite mee. Want als je mensen wil doen, moet je de deur uit. Maar mijn vriendengroep is nogal verspreid, dus ik kon niet naar iedereen even op de fiets (of het kon wel, maar dan gaan ze verhuizen naar Den Haag, ik noem geen namen, Jeannine).

Gelukkig is dat nu al een stuk beter. Ik ben er inmiddels aan gewend. Op mijn verjaardag had ik besloten dat komend jaar gewoon veel beter gaat worden (niet alleen door liefdesverdriet en verhuizen, maar ook andere dingen die jullie geen drol aangaan). Is ook niet zo moeilijk, maar toch. En er is slechts een maand voorbij sinds mijn verjaardag, maar echt waar: het is nu al een beter jaar.

augustus 23rd, 2016

Ik was in München, hier is het kortste reisverslag ooit

Satan is ready to see you now.

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Waar was je? In München, dat staat al in de titel, dombo.
Met wie was je? Ik ging naar Rosa (die niet meer blogt, maar blogde op o.a. Rosies Fluffie Fantasy World en Emma, Rosa en Maaike), want die woont daar.
Voor hoe lang? Vier dagen.
Wat heb je allemaal gedaan? Naar het kattencafe geweest (3x), films gekeken (4x), musea bezocht inclusief geniale snapchats (3x), cocktails gedronken (2x), gegeten (1000x).
Heb je weer gênante voice messages gestuurd naar mensen en appjes met ‘ik ben drinken’? Geen commentaar.
Jullie gingen toch ook naar de karaoke bar? Ja, maar we waren best laat daar en toen konden we geen goed liedje uitkiezen, want de beste liedjes zijn Nederlands (‘Bloed, zweet en tranen,’ ‘Why tell me why’). Daarna was het te laat om nog aan de beurt te komen en Rosa was ziek.
Oké dan. Was er nog een themaliedje? ‘Why the fuck you lying?’
Is dat een hint? Misschien.
Wat was de beste ontdekking? Dat Earth girls are easy de beste slechtste film ooit is. Plot: harige aliens zijn op zoek naar vrouwen. Storten neer op aarde. Worden geschoren door een kapster en blijken knappe mannen te zijn. Let wel: het is een musical uit de jaren tachtig. Geniaal.
Welke stad staat er voor de volgende keer op de lijst? Gent.
Wat ga je daar doen? Naar het kattencafé.
Hjb.

P.S. Ik ga morgen de Snapchat van Marktplaats overnemen voor mijn werk. Als je benieuwd bent naar leuke plekken voor studenten in Rotterdam (of om mij te zien natuurlijk), voeg dan marktplaats.nl toe op Snapchat! #nospon #okémisschiensemispon

augustus 15th, 2016

Roll over Beethoven

In die meer dan vijf jaar op deze blog heb ik volgens mij nog nooit verteld hoeveel ik van muziek houd. Er schijnen dus mensen te zijn die echt niet van muziek houden, maar dat kan ik me niet voorstellen. Ik heb altijd muziek op staan, tenzij ik mijn goede vriend Netflix bezoek of echt heel erg geconcentreerd moet zijn (iets met het s-woord). Tijdens pubquizen kijk ik uit naar de muziekronde, want dat is waar ik punten maak.

Ik weet namelijk niet alleen iets van de top veertig af (eigenlijk niet zoveel als de meeste mensen van mijn leeftijd vermoed ik, ja heel erg #specialsnowflake van me), maar vooral ook van de jaren zestig en zeventig. Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar muziek is iets wat mijn ouders me hebben overgebracht. Mijn moeder, die zeven jaar jonger is dan mijn Vati, de jaren zeventig en mijn vader de jaren zestig. Donna Summer (door mijn broertje en mij steevast Donna Flubber genoemd, net als in de Donald Duck) kreunde door de auto heen tijdens de vakantie. Daar werd ik niet zo blij van. Of wat dacht je van Tom Jones’ Sex Bomb? Ja, dat luisterde mijn moeder gewoon, terwijl haar kindjes op de achterbank zaten (en geen flauw benul hadden van de betekenis). Liever heb ik the Beatles van mijn vader en Frank Sinatra van mijn opa.

Zoals het een echte hipster betaamt, heb ik dan ook een platenspeler (die eerst van mijn broer en daarvoor van mijn vader was) met platen van bovengenoemde en daarnaast ook namen als Chopin en Debussy. Zoals elke bejaarde luister ik tussen kerst en oud en nieuw naar Top 2000 en ja, ik kijk ook elke aflevering van Top 2000 a gogo. Maar geen zorgen, ik zal niet zeggen dat er geen goede muziek meer wordt gemaakt (Paul McCartney maakt nog steeds muziek).

Dus. Wie heeft er nog muziektips?

augustus 7th, 2016

Volwassen zijn is soms wel een feessie

Vroeger moest ik uiteraard mee naar alle verjaardagen, want toen beseften mijn ouders nog niet dat ik de baas ben. Nu is dat niet zo leuk als je introvert en verlegen bent. Slim als ik was, nam ik altijd een stapel boeken mee. Dit hield namelijk alle vragen tegen (‘Hoe gaat het op school?’ keer duizend) en zo ging de tijd lekker snel. Ondertussen toastjes eten en gesprekken afluisteren en ik was een tevreden kind.

Helaas is het als volwassene niet meer sociaal geaccepteerd om boeken te lezen tijdens verjaardagen. Je mag niet eens te lang de kat des huizes aaien en er worden nóg vervelendere vragen gesteld (‘Hoe gaat het met de studie?’ ‘Wat kun je daar eigenlijk mee worden, filosofie?’ ‘Heb je al een nieuwe vriend?’). Zelfs de hapjes zijn niet meer zo’n feest als toen, want nu moet je letten op wat je eet.

Gelukkig hoef ik daar op mijn eigen verjaardag niet bang voor te zijn. Mijn vrienden aaien Dikkie om de beurt, bekijken mijn boekenkast (ik heb er nu trouwens twee, eat your heart out, Belle!), stellen originele vragen (ik probeer nu heel erg hard zo’n vraag te bedenken, maar er komt niets in me op, oeps) en eten m&m’s. Als ik zou willen, kon ik zo tijdens het feestje een boek lezen.

Oké, misschien is volwassen zijn soms toch wel beter.

juli 31st, 2016

Het is stil aan deze kant

Je hebt van die mensen die heel graag hun eigen stem horen. Ik behoor niet tot die types. In groepen zeg ik alleen iets als ik denk dat het slim of grappig genoeg is (bijna nooit dus), want ik ga niet voor minder wanneer alle ogen op me gericht zijn en ik ongemakkelijk aan mijn mouw pluk. Of het moet een groep zijn waar ik me helemaal op mijn gemak voel (mijn vrienden), dan zijn alle remmen los.

Het probleem hiervan is alleen dat mensen het niet oké vinden. Op mijn zestiende streef ik nog een carrière in de journalistiek na en dat wist mijn collega bij de winkel waar ik toen werkte ook.
‘Waarom zeg je niks? Zeg eens wat meer!’ zei ze. ‘Je wil toch journalist worden? Dan moet je toch praten.’
Dankje. Je hebt een woordenstroom bij me losgemaakt door dit te zeggen, vanaf nu ben ik niet meer verlegen en introvert. Wat fijn dat je me verlost hebt van deze last.

Je zou denken dat het niet zo erg is als iemand niet zoveel praat. Lekker rustig. Maar op de een of andere manier maakt het iets los in mensen. Je bent gevaarlijk, want ze kunnen niets van je aflezen, weten niet wat je denkt. Wie denk je wel niet dat je bent, arrogant wijf. Is er iets mis met je ofzo? Of als ze iets goeds in zich hebben, vragen ze: ‘Gaat het wel goed met je? Je bent zo stil.’ (En, omdat ik nog blanker ben dan de gemiddelde Brit: ‘Ben je ziek? Je ziet zo wit.’) Of het ergste geval: ze vergeten dat je bestaat.

Inmiddels heb ik small talk helemaal onder de knie (‘Wat een weer hè. Ja, het is wel warm/koud/regenachtig.’) en ik zit ik niet meer in een hoekje angstig te kijken naar wat Andere Wezens schijnen te zijn. Toch zal ik nooit degene zijn met de grootste verhalen, de oooh’s en aaah’s, het gelach en alle ogen op me gericht. Bij een stage zei een vrouw die zelf ook niet al te luidruchtig was: ‘Ik zag het meteen toen je binnenkwam bij je sollicitatie. Dat je er een van ons was.’

Want dat is het mooie. Je bent nooit in je eentje. Er zijn er altijd meer.