november 27th, 2021

Molly de sloper

“Ze is heel rustig,’ zeiden de vorige eigenaren.” We besloten dan ook voor deze kat te gaan: schuwer dan haar zusje, maar daarom had ze ook juist meer liefde en geduld nodig. We noemden haar Molly.

En Molly was inderdaad schuw. In de avond dat we haar thuis brachten, kwam ze haar reismandje niet uit. Maar ’s nachts ging ze op onderzoek uit. Door middel van een camera (echt, huisdiereigenaren, koop dat, het is zo leuk om te zien) kon ik zien dat ze wat at, wat rondliep en jawel, zelfs speelde. We waren heel trots op onze dappere kat.

In de dagen erna verstopte ze zich vaak. Onder de boekenkast, in de tv-kast of achter de vaatwasser. Al die enge geluiden, buren die verbouwen en dan die twee grote rare wezens die de hele tijd rondlopen en op hoge toon tegen je praten. Doodeng. Maar soms kwam ze tevoorschijn. En speelde ze met de hengel. Of keek wat je aan het doen was op de laptop. Elke dag een stapje erbij.

En nu, anderhalve week later? Ze verstopt zich nog steeds als de waterkoker aangaat, maar komt ook veel sneller weer tevoorschijn. Overdag verdeelt ze haar aandacht tussen de vier stoelen aan tafel, dan weer duttend op de een, dan weer duttend op de ander. Ze laat het toe dat we haar aaien over haar kopje, geniet er zelfs van.

En ’s nachts? Dan gaat ze los. Geen papiertje is veilig, overal wordt mee gespeeld. Rommel laten slingeren is er niet meer bij, wat nogal lastig is voor twee chaoten. We noemen haar wel eens Molly de sloper of Molly de sloopkogel. En Molly is achteraf gezien goed bedacht: ze molt alles.

Maar dat geeft niet. Want ze is heel lief en zacht en schattig. En in een huis vol liefde zonder dominante katten die haar het leven zuur maken. Hier is ze thuis.

november 10th, 2021

Nieuwe dromen

Af en toe droom ik nog steeds van haar. Ze ontsnapt dan altijd: van een feestje, van een huis dat ik niet ken of uit mijn armen. Maar als ik wakker word, ben ik niet bang. Ik kijk uit naar deze dromen, want dan is ze weer even bij me. Ook al gaat dat in het echt nooit meer gebeuren. Ook al noem ik haar nu mijn vorige kat.

Het afscheid van Dikkie was een opluchting, omdat ik wist dat het beter was voor haar. Maar ik heb nog lang bij elk geluid gedacht dat ze er nog was. Ik ging op katten passen om in ieder geval in de buurt te komen. Maar op een kat passen is niet hetzelfde als wakker worden met een poes op het kussen naast je of die op je staat te wachten bij de deur wanneer je thuiskomt. Updates naar baasjes sturen is niet hetzelfde als duizend foto’s maken van je eigen kat. Het komt niet in de buurt, op hoeveel katten ik ook pas.

Ik bleef nog een tijd in het kleine huis wonen. Er kwam een liefde, eentje die ook van katten hield en voor de verandering niet allergisch was. Er kwam een ander huis, een grotere. Eentje waar je met zijn tweeën kunt wonen en met een kat.

Eerst hij. Even wennen, even settelen, even wachten. Eerst een vakantie en dan gaan zoeken. En wie zoekt, vindt.

En nu zij. Alle katten zijn anders, maar het helpt wel als de ene niet dezelfde kleur vacht heeft als de ander. Als de ogen anders zijn. Het karakter waarschijnlijk ook. Zal ik deze net zo lief vinden als Dikkie? Vast wel. Maar ik zal Dikkie nooit vergeten.

oktober 27th, 2021

(Ver)hip

Ik ben niet heel hip. Dat kun je al aflezen aan mijn gebruik van het woord ‘hip’. Maar ook daarnaast: ik weet wel een beetje wat de modetrends zijn, maar ga daar compleet aan voorbij. Het enige waar ik naar kijk in de kledingwinkel is: is het mijn kleur en is het geschikt voor mijn lengte? (Het antwoord hierop is vaak nee)

Bloggen is ook niet hip. Zelfs met vloggen kun je niet aankomen tegenwoordig, je moet op zijn minst een succesvol TikTok-account hebben.

Ik loop hopeloos achter met de straattaal. Ik weet niet precies wat ‘yeet’ betekent en dat is vast ook alweer niet meer hip.

Nooit ben ik eens een early adaptor, eerder behoor ik tot de late majority en af en toe zelfs de laggards.

Soms ben ik per ongeluk hip. Ik heb Squid Game gekeken en nou ja, ik zie er in ieder geval uit alsof ik Gen Z ben. Maar daar houdt het ook wel een beetje bij op.

Maar dat geeft niet. Want diep van binnen ben ik een oude oma die houdt van lezen en ongevraagd advies geven. Verhip.

oktober 15th, 2021

Viva Valencia

Waar ging je heen? Valencia
Met wie? Mathijs jwt
Voor hoe lang? Een week
Was je wel eens in Spanje geweest? No, nunca
Wat hebben jullie allemaal gedaan? Eten, strand, musea, the usual dus
Hadden jullie nog een terugkerend woord? Ja, het ironisch gebruik van het verschrikkelijke ‘muy chill’ wat een bepaalde vlogger heel vaak zei in een bepaalde realityserie op een bepaalde zender
Wat viel je het meeste op? Dat er heel veel honden zijn in Valencia en nul katten
Nog meer dingen? Mondkapjes zijn binnen verplicht, maar veel Spanjaarden dragen ze ook buiten (???)
Nog meer dingen? De huizen hebben van dat felle, witte licht in plaats van warm sfeerlicht en dat snappen Mathijs en ik niet
Wat moet je weten als je naar Spanje gaat? Dat de winkels ’s middags dicht zijn en je ’s avonds pas vanaf acht uur kan eten, het is goed om wat Spaans te leren (lang leve Duolingo en Mathijs die Spaans heeft gehad op de middelbare school), je kan fietsen in Valencia, maar ik vond het niet zo fijn (dat het kan, betekent niet dat je het moet doen, want auto’s zijn er niet per se aan gewend en het is nogal druk en vermoeiend), auto’s rijden gewoon door rood als jij niet kordaat oversteekt als je groen licht hebt, tapas is tha best, wc-papier mag je niet altijd doorspoelen vanwege slechte leidingen…
Waar moet ik eten in Valencia? Bij Swagat (Indiaas eten, maar echt een van de lekkerste keren dat ik Indiaas heb gegeten in mijn leven) en bij Malafama (good old tapas). Die zijn allebei wel buiten het centrum.
Hoe is de overgang van zon naar de Nederlandse herfst? Terrible

september 27th, 2021

Geelblauw

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Vandaag is het: “Hij is fijn.”
Soms een opmerking over een foto, eet smakelijk en wat een leuk shirt.
“Hij is fijn.”
Het gepiep. De gele, plastic, kaarten.
“Hij is fijn.”
De mensen die in paniek, waar is hij, ik had hem net nog.
‘Hij is fijn.”

Gisteren had hij “In orde.” geprobeerd, maar dat voelde niet lekker in zijn mond. Ook “Prima.” dekte de lading niet.
“Hij is fijn.”
Wat lulde hij nou. Fijn. Fijn. Fijn. Hij kon het woord godverdomme niet meer uit zijn strot krijgen. Zijn mondhoeken trilden bij elke poging tot een glimlach. Het pakken van het pasje, onder het apparaat halen, piep, piep, akkoord, hij is fijn, volgende, volgende, volgende, volgende, komt er ooit een einde aan?

Oh nee, pas als het niet lukt, dat is waar het allemaal om draait.
“Meneer heeft niet ingecheckt?”
Meneer kijkt schuldbewust of juist brutaal, diep in de ogen. Het vragen van het identiteitsbewijs, de kick als die er niet is, en het schrijven van het bonnetje.
“Hij is fijn.”
Ja, dát was pas fijn.

september 15th, 2021

Om de tuin geleid

Sinds ik in dit huis woon, heb ik een tuin. Ik heb nog nooit een tuin gehad. Ja oké, mijn ouders hebben een tuin, maar daar wroette ik niet in de aarde, want ik had al betere dingen te doen zoals ehm ja dingen.

In deze tuin kon ik daar niet omheen. Er was jaren niets aan gedaan, getuige de centimeters dikke laag mos op de tegels en het onkruid dat overwoekerde. Maar hoe doe je dat eigenlijk, tuinieren?

Gelukkig heb ik een handige schoonmoeder en zij bracht me de basisprincipes bij. Ik ontdekte wat onkruid is en wat niet (dat is namelijk niet zo makkelijk, maar daar heb je tegenwoordig ook allerlei apps voor) en wanneer ik wat kon planten. Ik stopte wat teentjes knoflook in de grond en werd enthousiast toen ik zag dat daar iets uit begon te groeien. Van mijn broer nam ik een tuinbak over die ik vulde met moestuintjes van de Albert Heijn, wat groeide als een gek.

Elke keer dat ik aan de slag ging in de tuin – ondertussen had ik een heel stash vol harken, kindertuinhandschoenen en tuinaarde – voelde ik me zen worden. Ik ben normaal vooral bezig met mijn hoofd, maar het was verrassend ontspannend om ook eens iets met mijn handen te doen. Ik wist het zeker: ik zou een tuiniergoeroe worden.

Maar toen kwamen de buurtkatten. Eerst aaide ik ze nog enthousiast, totdat ik erachter kwam dat zij ook heel enthousiast de boel onder poepten en plasten.

En toen kwam het onkruid weer op. Het wikkelde zich om mijn mooie bloemen en liet zich niet zomaar uit de grond trekken.

En toen kwam de regen. En met de regen kwamen de naaktslakken. Tachtigduizend, zo niet meer, godvergeten naaktslakken. Ze verslonden alles en kwamen zelfs in de tuinbak. Ze bleven, wat ik ook probeerde.

En nu? Nu weet ik niet meer zeker of ik nog tuiniergoeroe wil worden…

augustus 29th, 2021

Ons huis

Ja, je kan dingen zeggen over dit huis. Dat het veel te duur is (dat zeggen vooral mensen buiten de randstad die niet snappen dat je hier niets kunt vinden voor een paar honderd euro per maand). Dat zo’n jaren 30-huis wel echt gehorig is. Dat de keuken wel erg klein is. Dat het weliswaar twee kamers heeft, maar toch krap kan zijn met twee mensen.

Maar je kan ook andere dingen zeggen. Dat het een tuin heeft. Dat het in een fijne wijk staat. Dat het wel twee kamers heeft, waardoor de één kan slapen als de ander wakker is zonder elkaar te storen. Dat er een bank past waar je languit op kunt liggen met daarachter een mooie blauwe muur. Dat Mathijs (bijna) altijd lekker eten maakt in de keuken.

Dat het wel óns huis is.*

* Of nou ja, niet helemaal, want huur, maar jullie snappen me.

augustus 11th, 2021

What’s going on? No.4

Ik wilde een titel voor deze blog en besloot toch maar even te zoeken of ik die vaker had gebruikt: en jawel, maar liefst drie keer (zie hier, hier en hier). Tijd voor nummer vier dus na zes jaar (hoewel het leuk is om te lezen hoe mijn leven is veranderd in al die jaren).

 

  • Jullie denken vast dat het is, omdat ik nu oud ben, maar ik ga sinds een tijdje naar de fysio. Squats, lunges, rekoefeningen, op één been staan: ik houd me er dagelijks mee bezig. Enorm saai vind ik het en irritant, maar ik zal wel moeten. Ik heb namelijk al een aantal jaar last van mijn linkerknie en nee, dat komt dus nogmaals niet door ouderdom, maar door een val (“Maar ouderen vallen heel vaak.” “HOUD JE MOND.”). Al zuchtend en steunend worstel ik me door de oefeningen heen, maar wel met resultaat, want mijn linkerbeen begint steeds sterker te worden. Is dit hoe crossfitters zich altijd voelen???
  • Work, work, work natuurlijk, vooral nu ongeveer al mijn collega’s op vakantie zijn.
  • Verder speel ik vooral veel toneel en daar word ik heeeeeel erg blij van. En ook wel een tikkeltje vermoeid, want ik ben het niet meer gewend om ergens van 10.00 tot 17.00 uur te zijn (#prikkels).
  • Ik brand mijn vingers eraf met al het typewerk dat ik doe, want ik ben met allerlei schrijfprojecten bezig. Die vooralsnog geheim zijn. Wat heel irritant is. Ik weet het. Ooit, mensen, ooit.
  • De tuin krijgt ook aandacht, want mijn moestuintjes van de AH gaan als een gek, als de slakken er tenminste niet mee vandoor gaan (IK HAAT SLAKKEN).
  • En nou ja, vrienden, familie en Mathijs krijgen natuurlijk ook wel eens wat aandacht toegegooid.
  • Ik doe een poging mijn boekenkast leeg te lezen en ik denk dat ik daar in 2098 wel mee klaar ben.
  • Er worden wellicht al wat kleine voorbereidingen getroffen om ergens in het najaar een kat te nemen…
  • En vast nog veel meer, maar dat ben ik even vergeten met mijn oude hoofd.
juli 30th, 2021

Flirty thirty

Ja, het heeft wat jaartjes geduurd, maar het is nu for real: ik ben 30 geworden (om precies te zijn afgelopen zaterdag op 24 juli). Dit is wat dat betekent:

– Mensen maken je bent oud-grapjes. Inclusief ikzelf.
– Waar je in je twintiger jaren nog wat kon aanklooien, beginnen nu toch Echte Serieuze Dingen. Als je kinderen wil, is dat handig om dat tussen de 30 en 40 jaar te doen (tenzij je een man bent grrrr). Volgens de statistieken kopen mensen geen huizen meer na hun 35e als ze dat daarvoor niet al hebben gedaan, dus ik moet maar snel gaan sparen. Iemand nog een poppenhuis te koop?
– Je hebt een excuus om een fancy taart te kopen.
– Je vriend blaast 50 ballonnen op (zonder pomp ja en waarom 50? ‘Omdat er 50 ballonnen in het zakje zaten), je vrienden blazen een verjaardagskat op (de kop van de kat was jarig, zijn pootjes vierden feest) en eisen dat je een rok in de vorm van een ballonnentaart aandoet (beeld hiervan kan niet aangevraagd worden).
– Mensen schrikken als je zegt dat je 30 bent: ‘Oei… Gelukkig zit ik zelf niet niet aan de verkeerde kant van de 20.’
– Rimpels, grijze haren: ze horen bij deze jaren als yin bij yang. Tenzij je Laura heet en goede genen hebt (huidige stand: 0 rimpels en 0 grijze haren).
– Daarover gesproken. Ik ben gelukkig laatst nog 22 geschat, dus een gelukje: ik zie er in ieder geval niet uit als 30.
– En natuurlijk is 30 eigenlijk helemaal niet zo oud. Of zoals Kwangie zei: “Eerlijk gezegd werd het vanaf 30 pas écht leuk.’

Beter heeft ze gelijk.

juli 22nd, 2021

Vriendschap is een illusie

Zeg het niet tegen mijn vrienden, maar ik heb nieuwe. Ze zijn bij me als in de zon lig in de tuin of als ik fiets naar het huis waar ik op een kat pas. Tijdens wandelingen lopen ze naast me, maar ze laten geen schaduw achter.

Ze heten Marc-Marie en Aaf en ik hoor hun stemmen in mijn hoofd.

Het is ook wel een gekke vriendschap. Ik zeg eigenlijk nooit iets terug. Altijd maar babbelen zij. Ze vertellen me eerst hoe hun week was, maar vragen niet naar de mijne. Daarna praten ze over één onderwerp, iets heel randoms. Fietsen. Beleg. Kapitalisme. Ze geven sterren, maar willen niet weten dat ik vind dat ze veel te veel sterren geven voor honden. Ze bladeren door een roddelblad, ook al schamen ze zich daar een beetje voor. Ze zijn altijd heel eerlijk, zelfs over Bekende Mensen die stom tegen hen doen. Soms hebben ze een suikeroom- of tante, want dat klinkt beter dan #spon. Daarna bespreken ze een probleem van iemand die hen ook in zijn of haar hoofd heeft. Ze bespreken nooit mijn problemen.

Het komt vaak voor dat ik hardop moet lachen en de toevallige voorbijganger op straat me raar aankijkt. Alsof ik alleen ben. Alsof ik gek ben.

Mijn vrienden praten niet alleen tegen mij. Ik wil niet weten hoeveel andere vrienden ze hebben. Soms denk ik zelfs dat we niet echt vrienden zijn, maar dan komen ze weer met een nieuwe update en ben ik verkocht. Ik denk dat ik een beetje verliefd op ze ben, maar ik wil niets op het spel zetten.

Misschien kan ik ze inspiratie bieden voor onderwerpen om over te praten. Zakdoekjes. Cadeaus. Verwarring. Het concept concept.

Ik draag ze dicht bij me, in mijn hand, in mijn hoofd, in mijn broekzak. Ooit zal ik tegen hen praten. En zij zullen luisteren.