juli 27th, 2016

De maximalist

sleutelbos
Jullie mogen raden welke sleutelbos van wie is.

Monica is een van mijn beste vriendinnen en een schat van een meid. Ze heeft alleen een gebrek: ze is een minimalist. Wekelijks marie kondo’t ze alle spullen in haar kamer (dat zijn er waarschijnlijk maar een stuk of vijftig) en raakt gefrustreerd als dat niet lukt, omdat ze al zo weinig spullen heeft. Als ze in een kledingwinkel is, denkt ze eerst even na of ze dat ene rokje wel nodig heeft. En wanneer ze thuis komt, ruimt ze haar tas op. Ze bedankt haar sokken nog net niet (dat doet Marie wel), maar het scheelt niet veel.

Mijn studio is altijd een zooitje, tenzij er iemand op bezoek komt (die dan alsnog zegt wat een rommeltje het is). Mijn boekenkast zakt bijna in elkaar door alle boeken (die lukraak door elkaar staan en niet op alfabetische volgorde). Op mijn eettafel liggen kranten van weken geleden en ik heb de gehele collectie van de Flying Tiger in mijn bezit. De laatste keer dat deze ruimte er minimalistisch uitzag, was vlak voordat ik er naar toe verhuisde.

Soms lijkt het me heerlijk. Om ‘s nachts niet te struikelen over een tas als je naar de wc gaat. Of om geld en tijd te hebben (weet je niet hoeveel tijd en geld ik gemiddeld in een boekenwinkel spendeer?). Maar het is gewoon geen optie. Ik heb nu eenmaal het talent om overal een troep te maken en zo’n talent moet je niet onbenut laten.

Ja, ik ben een maximalist. Hopelijk wordt dat de volgende blogtrend.

juli 24th, 2016

They say it’s my birthday

blaasdekaarsjesmaaruit

Mijn geboortedag was heel bijzonder. Natuurlijk, omdat ik – de famous Laura denkt – toen ben geboren, maar ook om andere redenen. Ik kwam namelijk 24 juli op deze aardbol. Dat is 24/7, wat al heel cool is. In het jaar 1991, een palindroom van cijfers. En op welk tijdstip? Je gaat dit niet geloven, maar het is echt waar: om 22.22 uur. Nu jij weer.

Voor de mensen die kunnen rekenen: dat maakt mij dus 25 jaar. Zoals het een echte volwassene betaamt, heb ik donderdag pre Birthday cake op, ga ik vandaag weer taart eten en woensdag nog een keertje. Dat wordt flink sporten, want hoewel ik eruit zie als een veertienjarige, heb ik daar niet meer het metabolisme van.

Ja, 25 is een mooie leeftijd. Precies in het midden. Volgend jaar daarentegen, dan zit ik meer richting de dertig. Laten we het daar nog maar even niet over hebben.

Tags:
juli 19th, 2016

Het Grote Mensenleven

Ik ben bijna 25. Vroeger vond ik mensen van die leeftijd al heel oud en volwassen. 25, dan heb je een huwelijk en kinderen of op zijn minst een Echte Baan en een Echt Huis. Ik heb… een s-woord.

Oh, ik doe heus wel volwassen dingen. Ik betaal rekeningen. Ik doe de was, haal boodschappen en praat met mensen over het weer. Maar het voelt zo raar. Soms heb ik het idee dat ik alleen maar speel dat ik volwassen ben. Vroeger, en soms nog steeds, leek het alsof de Grote Mensen alles voor elkaar hadden. Ze raakten nooit in paniek, wisten wat ze gingen koken ‘s avonds en hadden het allemaal heel erg op een rijtje.

Ik heb bijna niks op een rijtje. Ik weet niet waar ik wil wonen, waar ik wil werken, wat ik vanavond ga eten. Ik doe maar wat. Dat schijnt te mogen als twintiger, maar hoe zit het over tien jaar? Voelt het dan wel echt? Of blijf je stiekem voor altijd een kind dat maar wat aanrommelt?

Ach, wat maakt het ook uit. Als ik maar voor altijd mag schommelen en warme chocolademelk met slagroom mag drinken.

juni 27th, 2016

Mijn ware aard

Laten we het hebben over het drinken van alcohol. Als je 1.55 m bent.

Nu weet ik niet of dit voor iedereen geldt die twee keer zo klein is als de gemiddelde inwoner van Nederland, maar jeetje, wat kan ik weinig hebben. Eén glas wijn voel ik. Bij twee ben ik sowieso aangeschoten. Meer dan drie kan ik beter niet nemen. Een goedkope drinker noemen ze dat ook wel.
‘Ah joh, dat gaat wel over als je vaker drinkt.’
Waarom zou ik dat doen? Ik ben een sociale drinker. Ik kan niet eens iets anders dan een sociale drinker zijn, want in mijn eentje doe ik vijf weken over een fles wijn.

Oefening heb ik bovendien wel gehad. Het begon al op mijn dertiende (ik weet eigenlijk niet of mijn ouders, die dit ook lezen, dat wel weten…). Het was op een verjaardag van een vriendin die een paar klassen hoger zat (dat was toen heel cool) en we dronken Blue Curaçao met sinaasappelsap. Dat is dus niet te drinken. Maar groepsdruk en cool zijn enzo.

Gelukkig ben ik, dronken droppie, van het goede soort. Ik word niet agressief wanneer aangeschoten. Ik ga niet schreeuwen of tegen onbekende mannen aanrijden. Nee, het is veel erger.

Ik word affectief en emotioneel.

Ik kijk mijn vrienden aan, die ik heb uitgezocht op hun aversie tegen knuffelen en zoenen op de wang, en roep: ‘Ik ben ZO BLIJ dat we vrienden zijn.’ Ik steek mijn armen uit en ze kijken me aan van wat ben jij nou aan het doen en beseffen dan dat ze zelf ook aangeschoten zijn en vliegen me in de armen.

Ja, ik ben een snel aangeschoten sociale drinker. En alleen na een paar wijntjes komt mijn ware aard naar buiten. Ik kan het bijna mijn strot (oké toetsenbord) niet uitkrijgen, maar… ik kan dus best lief zijn. Eerlijk waar.

Pfffff.

juni 2nd, 2016

Een droevige dag

Gisteren was een droevige dag. Zoals altijd liep ik naar het station. De zon scheen en om me heen leek iedereen te lachen, te fluiten of te kussen. In mijn hoofd vormde zich echter een donderwolk.

Duizenden ritjes. Een paar jaar lang bus, metro, trein, alles. Naar Utrecht. Leiden. Den Haag. Amsterdam. Rotterdam. Mijn god, waar ben ik niet geweest? Je zou me een reiziger kunnen noemen, ware het niet dat ik moet kotsen van het woord ‘wanderlust’ en nou ja, ook omdat het alleen in Nederland was.

Optimaal heb ik ervan genoten. Oké, ik ben er niet heel vaak mee naar Groningen gegaan, maar hallo, dat is dan ook honderd uur reizen. Mijn studentenov heeft me van hot naar her gebracht, omdat ik op een jaar na (en ik studeer al vijf a zes jaar, dus reken maar uit) nooit in dezelfde stad woonde als waar ik studeerde. Ik las boeken, artikelen, deed een armzalige poging tot flirten of staarde gewoon uit het raam, allemaal op kosten van de staat.

En nu is dat voorbij. Het studeren echter nog niet. Mijn rijke en vrije dagen zijn geteld. Voortaan moet ik zoals het een gewone burger betaamt betalen voor het ov. Maar god, ik ben er nog lang niet klaar voor.

mei 28th, 2016

Dit is voor iedereen die over mijn s-woord begint (de hele wereld dus)

‘Eh s-woord?’
‘Ja.’
‘Bedoel je je seksleven?’
‘NEE. Scriptie. En nu gaan we dat woord niet meer noemen.’
‘Oké dan…’

Goed, het s-woord dus. Ik heb er wel eerder blogs over geschreven dat mensen er gewoon niet over moeten beginnen, tenzij ze me willen zien huilen of een pak slaag willen. Maar mensen luisteren niet naar mij, ook al heb ik altijd gelijk.

De laatste paar dagen is het alleen nog wat pijnlijker geworden, die vraag. Het plan was namelijk om over een paar weken mijn s-woord af te hebben en dan tegen iedereen te vertellen dat ze me nu ook officieel Master kunnen noemen. Maar dat liep wat anders.

Van tevoren had ik al zo’n vermoeden, maar zo eigenwijs als ik ben, negeerde ik dat gewoon. Normaal gesproken schrijf je je masterscriptie in twee blokken met een vak ernaast of in één blok zonder vak ernaast. Ik zou het doen in één blok met een vak ernaast (waarnaast ik ook werk en nou ja, ik zie mijn vrienden wel eens weet je) vanwege mijn fulltime stage (+ één dag werken) in het vorige blok. Vorige week leverde ik mijn eerste hoofdstuk in en deze week las ik het commentaar en toen dacht ik oh mijn god, hoe ben ik ooit toegelaten op de universiteit: oké, hoe ga ik dit herschrijven en nog twee hoofdstukken schrijven in minder dan drie weken?

Je kunt het antwoord misschien al raden: dat ga ik niet doen. Hoewel mijn scriptiebegeleider wel schijnt te snappen waarom ik toegelaten ben op de universiteit denkt ook hij dat het verstandiger is om wat meer tijd te nemen voor mijn scriptie, omdat ik anders het risico loop dat de tweede lezer zegt dat ik nooit toegelaten zou moeten worden op de universiteit het niet goed genoeg vindt en alsnog uitloop heb en een burn-out en geen familie en vrienden meer, omdat ik die allemaal geslagen en uitgescholden heb.

In de zomer mogen ze bij mijn universiteit geen begeleiding geven, omdat de docenten dan aan hun eigen onderzoek moeten zitten, dus ga ik er wel zoveel mogelijk aan zitten in de zomer en hopelijk daarna in een paar maanden afstuderen. Het is niet leuk, want dit is niet waar ik vanuit ging, maar er zijn ergere dingen. Ik moet toch tot ik dood neerval mijn honderdtachtigste werken, dus wat maken die paar maanden nou uit?

En nu niet meer over beginnen hè, flapdrollen.

mei 17th, 2016

Ik ben geen echt kattenvrouwtje, scusi

IMG_20160419_192411

Dat had je vast wel verwacht toen ik Dikkie in huis nam en al helemaal toen ik verklaarde weer vrijgezel te zijn. Maar helaas:

– De blogjes en foto’s van Dikkie zijn op een hand te tellen. Oké, twee.
– Ik app mijn vriendinnen (van wie bijna niemand zelf een kat heeft en de helft allergisch is, dus ik heb ook niet de juiste vrienden) niet elke dag met: WAT DIKKIE NOU WEER GEDAAN HEEFT. KIJK HOE SCHATTIG ZE IS OP DEZE FOTO.
– Maar toen ik samenwoonde, deed ik dat wel met ex-lover.
– Ik noem mezelf niet ‘het vrouwtje van’.
– Of Dikkie ‘mijn kindje’.
– Ik zeg mijn kat geen gedag als ik wegga. 
– Ik heb maar één kat, niet tien.
– Ik heb Dikkie nog nooit iets van kleding aangetrokken, hoogstens een dekentje over haar heen gelegd.
– Er hangt geen canvasfoto van mijn kat aan de muur.
– Ik praat niet met een hoog stemmetje tegen mijn kat. 
– Over foto’s gesproken: ik plaats niet dagelijks een foto van haar op Instagram. Niet eens wekelijks.
– Ik geef niet mijn halve maandsalaris uit aan kattenspeeltjes.

Valt reuze mee dus.

mei 5th, 2016

Tinder Trouble

Sinds ik vrijgezel ben, heb ik een andere functie gekregen bij mijn (vooral bezette) vrienden. De functie van verhalenverteller. Ze smullen van mijn date-avonturen, gruwelen bij vieze openingszinnen en troosten als ik weer eens een sukkel heb ontmoet.
‘Je moet erover bloggen!’ zei een van hen.

Iets hield me tegen, maar ik weet niet precies wat. Misschien schaamde ik me ervoor. Of wilde ik al die jongens niet te kijk zetten. Maar nu ik op het punt sta om voor de duizendste keer Tinder te verwijderen (en te herinstalleren), zal ik toch een paar observaties doen:

– Mannen vinden het belangrijk om hun lengte te vernoemen. Let wel: alleen als ze bóven de 1.80m zijn.
– ‘Ik zal niet vertellen dat we elkaar op Tinder ontmoet hebben.’ is een bio die vaak voorkomt. Als jij te laf bent om dat te zeggen, dan wil ik je überhaupt niet ontmoeten, gast.
– Foto’s van halfnaakte mannen, mannen op exotische plaatsen en afgeknipte (ex)vriendinnen zijn overvloedig. Maakt geen indruk op me.
– Originaliteit voert geen hoogtij op Tinder. Het lijkt soms net MSN: ‘Hey.’ ‘Hoi.’ ‘Hoe gaat het?’ ‘Goed met jou?’ ‘Met mij ook goed. Nog wat gedaan in het weekend?’ etc.
– Vertrouw het niet als ze maar één foto hebben.
– Het is awkward om bekenden tegen te komen.
– Het is nog awkwarder als je een match met ze hebt.
– Niet iedereen gaat voor een one night stand. Sommige mannen doen zelfs de deur voor je open tijdens een date. Ja ja.
– Superlikes zijn voor sukkels en het zijn ook alleen de sulletjes die ze aan je geven. Helaas.
– Zelf geef ik wel vaak superlikes weg, maar dat is altijd per ongeluk en vaak als ik ze juist naar links wil swipen. Oeps.
– Ik heb ‘bloggen’ in mijn bio staan (nee, niet alleen dat). Soms vragen ze naar mijn blog en geef ik de url. Dat is nog eens een goede manier van marketing kan ik je vertellen en je bereikt zo ook een moeilijke doelgroep #tipvandedag #blogbaas.
– Ze zijn daarna wel bang dat ik over ze ga bloggen.
– Maar ik zou zeggen: doe gewoon leuk en je hoeft je geen zorgen te maken.
– Tenzij we gaan trouwen, dat mag de hele wereld weten.

Oftewel: verwacht voorlopig maar niet een uitnodiging voor mijn bruiloft.

april 29th, 2016

Het was een (Filosofie) Nacht

Laatst kwam ik mijn filosofieleraar van de middelbare school tegen. Ik was net uit de trein gestapt na een lange dag stage.
‘Meneer!’ riep ik, zoals ik jaren daarvoor vaker had gedaan.
Hij keek om en meteen verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht. Vrijwel direct begon hij over de Filosofie Nacht en dat ik hem daar maar mee bleef bestoken op Facebook. Ik kon een grijns niet onderdrukken.

Zeven jaar geleden zijn we namelijk met de filosofieklas (vier mensen) naar de Filosofie Nacht gegaan. En die ervaring heb ik gebruikt in de sollicitatiebrief voor mijn stage (ik houd niet van standaard sollicitatiebrieven):

De eerste keer dat ik naar de Filosofie Nacht ging, was een cultuurshock voor mij. Als zestienjarig provinciaaltje ging ik met de filosofieklas en bijbehorende docent voor het eerst naar Amsterdam. In Rotterdam was ik wel vaker geweest – dat was dan ook dichterbij -, maar het grote Amsterdam was daar niets bij.
Op de heenweg liepen we langs de Wallen, ik probeerde maar niet naar de halfnaakte vrouwen of de blik van mijn docent te kijken en op de terugweg waren toeristen cocaïne aan het snuiven op de inklaptafels in de trein. Dit alles kon me echter niet afleiden van het enthousiaste gevoel dat ik had gekregen van de Filosofie Nacht. Wat wij in de schoolbanken leerden, kon blijkbaar ook in de praktijk worden gebracht!

Wist ik veel dat ik daar jaren later zelf stage zou lopen. Dat ik de Nacht zelf zou organiseren (en mijn begeleider natuurlijk). En dat dat nu voorbij is.

Man, wat heb ik veel geleerd. Mijn liefde voor filosofie begon met publieksfilosofie, maar door de academische filosofie verdween hij ergens in een hoekje, als een stout kind. Want is publieksfilosofie wel echte filosofie? Ik wist het niet. Ik weet het nog steeds niet helemaal, maar daarom ga ik er ook mijn scriptie over schrijven (weer s-woord genaamd vanaf nu). Mijn stage bij de Filosofie Nacht heeft me weer teruggebracht bij de publieksfilosofie.

Want wat ik in ieder geval wel weet: publieksfilosofie is awesome. En nog lang niet van mij af.

april 17th, 2016

De Filosofie Nacht 2016: een verslag

Wow. Zo zou ik afgelopen vrijdag beschrijven. Het klinkt stom, maar toen ik aan deze stage begon (productie en programmering van de Filosofie Nacht) had ik niet bedacht dat die Nacht er daadwerkelijk zou komen. Als in: dat ik van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat (drie uur ‘s nachts) in de weer moest zijn en verantwoordelijkheid zou hebben. Dat waar we al 3,5 maand mee bezig waren echt plaats zou vinden. Dat de sprekers die ik had uitgenodigd zouden komen en naast hen ook heel veel bezoekers. Umglaublich.

Een paar dagen voor de Filosofie Nacht was ik dan ook enorm zenuwachtig en gestrest. Ik lag in bed, want alle angstige gedachten komen natuurlijk pas als je wil slapen. Hoe ging ik dit in godsnaam doen? Ik had de verantwoordelijkheid gekregen voor de vrijwilligers, 22 mensen. Ik heb nog nooit 22 mensen gecoördineerd. Was mijn begeleider gek geworden dat ze mij deze taak had gegeven? Ik. Kon. Het. Niet.

Dat bleek enorm mee te vallen. Ik deelde mijn onzekerheid met mijn begeleider en die had er vertrouwen in. Naarmate de dagen vorderden, begon de stress af te nemen, tot vlak voor de Nacht, want je moet op zo’n dag altijd meer doen en die dingen kosten meer tijd dan je denkt.

Maar jongens, oh mijn god. Het is helemaal goed gekomen. Je zou denken dat er een heel team achter de Filosofie Nacht zit, maar het was eigenlijk mijn begeleider en ik (en een programmadeel dat DOTTED LINES heette, wat Renate Schepen heeft opgezet), natuurlijk wel met hulp en advies van onder andere de redactie van Filosofie Magazine. Een spreker zei tegen me: ‘Ik wil niet weten hoeveel mailtjes je hebt gestuurd.’ Dat wil ik inderdaad ook niet weten.

Naast de vrijwilligers was ik ook druk bezig met andere dingen. Het filosofisch bordspel Nomizo werd gespeeld (aanrader, lees hier de recensie van Filosofie Magazine), Nieuwsuur kwam langs (!!!) en ik mocht met ze overleggen (!!!). Ik sprak sprekers aan zonder starstruck te zijn, vertelde de vrijwilligers duizend keer hoe fijn ik het vond dat ze er waren en pleegde oneindig veel telefoontjes. De adrealine stroomde door mijn lijf, maar ik raakte het overzicht niet kwijt en de paniek bleef ook afwezig. Ik heb zelfs een paar dingen mee kunnen pikken (dat is het jammere van organiseren, je bent te druk met alles regelen, waardoor je de programma’s die je zelf hebt bedacht niet kunt bekijken, gelukkig bestaan er podcasts en video’s), zoals het uitgevers-spreekuur (ik ga as we speak een mail sturen met wat blogjes, iemand toevallig nog een idee wat mijn beste blogs zijn?) en het gesprek over vrije liefde, hedonisme en erotiek.

Nu zijn we twee dagen verder, maar eigenlijk kan ik het nog steeds niet bevatten. Iets organiseren is één ding, maar het daadwerkelijk meemaken en ontdekken dat je de controle kunt behouden, terwijl er zoveel tegelijkertijd gaande is. Het is awesome.

Ik ben best een beetje trots op mezelf.