december 6th, 2016

Liefdesletteren: kleine jongen

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Zijn te grote rugzak puilde uit met boeken. In de gang stonden verloren schoenen zonder eigenaar. Basisschoolschoenen. Opeens was er gel. Platgedrukte krullen. Meisjes die langer waren dan hij en wiens lichaam hij stiekem bekeek. Weggefrummelde strips. Kinderachtig, mam. Maar bij het slapengaan nog steeds een knuffel en een kus. Voorlopig. Maak je vooral geen illlusies.
Met zijn drieën breeduit fietsen op de weg. Zijn zadel net te hoog, zodat hij altijd op zijn tenen moest fietsen. Hoe was school – gewoon – nog iets geleerd – nee –  en dan gezwijg. Huiswerk zonder hulp. Boemboemmuziek. Slokjes wijn met toestemming en proberen zijn walging niet te tonen. Selfies zonder te glimlachen. Talloze boterhammen met hagelslag, maar wel die met snoepjes erin.

Kleine jongen en toch al veel te groot.

december 2nd, 2016

Hoor wie klapt daar, kind’ren?

Eigenlijk vertel ik nooit wat over mijn werk, want ik weet niet zo goed wat ik wel en niet mag vertellen. Maar vooruit, vandaag maak ik een uitzondering. Ik werk als community manager, wat kort gezegd inhoudt het bijhouden van social media voor allerlei merken. Dat doe ik in het Always On team, waar ik de Always On mama ben, omdat ik de baas ben ik er het langste werk. We werken vooral ’s avonds en in het weekend en dat kan gewoon vanuit huis, want het enige wat je nodig hebt, is een laptop en wifi.

Dat betekent dat we elkaar bijna nooit zien. We hebben elk kwartaal een meeting, maar zijn verspreid over het hele land (er woont zelfs iemand aan het einde van de wereld in Groningen!!!). Als AO-mama acht ik het mijn taak om elkaar tussen de meetings ook een keer te zien voor een broodnodige afspraak met pizza, want daar houden we allemaal van (daar word je ook op geselecteerd tijdens het solliciteren).

Deze maand wilden we graag Sinterklaas vieren, alleen lukte het helaas niet om bij elkaar te komen. Ik ben de kwaadste niet en zei: ‘Als je toch een gedicht van me wil, geef me je adres.’
Zo geschiedde. Dit was al een tijdje geleden, dus die domme kinders waren allang vergeten dat ze een gedicht van me zouden krijgen.

Een paar dagen geleden was het eindelijk zo ver. Het waren ontzettend gemene gedichten (‘Hoe jij in het team bent gekomen, snap ik nog steeds niet/want met je minachting voor katten doe je ons verdriet’ en ‘Ik zie je zo’n vier keer per jaar/maar dat is echt al veel te zwaar), maar toch kreeg ik louter positieve reacties.
‘Ik heb tranen in mijn ogen,’ zei de een. ‘Ik word helemaal warm van binnen.’ zei de kilste van het stel. En ik maar lachen. Want ik had er nog een goede grap in gedaan. Bij iedereen had ik namelijk dit als laatste regel:

‘Lieve *naam*, we zijn zo ver weg en toch ook zo dichtbij
Maar mijn favoriete collega, dat ben jij’

Na het delen van de gedichten in de WhatsAppgroep kwamen ze erachter.

Displaying Screenshot_20161202-172811.png

Ik weet niet hoe lang ik nog AO-mama mag blijven.

november 28th, 2016

Verhip(ster)

Kijk, ik ben natuurlijk een semi-hipster. Ik heb een platenspeler, een kat en draag wel eens een bloemetjesjurk (aan de baard werk ik nog). Maar ik draaf hierin niet te ver door. Ik hoef niet per se een retro wielrenfiets aan mijn muur (liever niet eigenlijk), ik koop nog steeds nieuwe kleding (hoe durf ik) en ik heb wel eens gedanst op top 40-muziek, gewoon vrijwillig.

Toch ga ik wel eens naar hipsterevenementen, want je moet toch zo af en toe de deur uit om niet te verpieteren in je huis vol schoolplaten (check), typemachines (helaas niet check) en oude koffers (check). Dus ging ik naar iets dat Vintage Atelier heet met mijn moeder, dan zie ik haar ook nog eens.

Het was in de Van Nelle-fabriek in Rotterdam, lekker old school. Elk kraampje verkocht wel een schilderijtje met gedroogde bloemen erin. Mijn stiekeme halve hipsterhart ging tekeer door al die spulletjes en mijn moeder herkende alles van vroeger in het huis van haar ouders. We vermaakten ons dus wel. Maar god, wat word je toch dorstig van al dat stof.
‘Ik neem koffie, wat wil jij?’ vroeg mijn mutti.
Ik wilde thee.
‘Koffie graag,’ zei mijn moeder tegen de vrouw van het pop-up karretje in klassiek zwart met witte letters.
‘Met melk?’ vroeg de vrouw.
‘Graag.’
De vrouw haalde diep adem: ‘Wilt u dan een latte, cortado, cappuccino of *nog duizend andere soorten koffie*?’
Het bleef even stil.
‘Eh,’ zei mijn moeder. ‘Ik wil gewoon koffie.’
‘Oh ja, dat hebben we ook!’ antwoordde de vrouw. ‘Filterkoffie.’
Mijn moeder had de kracht niet meer om te antwoorden, dus knikte maar. Ze vroeg welk smaakje thee ik wilde.
‘Oh, maar we hebben hier geen smaakjes,’ zei de tachtigduizendsoortenkoffiemevrouw.
‘GROENE THEE!’ schreeuwde ik, voordat ze kon uitleggen wat ze dan allemaal wel had.
Mijn moeder kreeg haar filterkoffie. Ik kreeg mijn groene thee (met zakje, dus hoezo is dat geen smaakje). We waren er allebei even stil van. Je hoort wel eens dingen van een cabaretier, maar dit was gewoon een live sketch. Verhip(ster).

Tags:
november 22nd, 2016

Papa, ik lijk steeds meer op jou

Ik vond deze oude foto terug. Ik denk dat ik een vies, eng mannetje was in mijn vorige leven.

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Mijn vader zag er wel minder eng uit met snor dan ik.

Tientallen lichtjaren geleden besloot mijn vader om een snor te laten staan. Ik weet niet waarom hij dat heeft besloten. Misschien was dat toen in de mode, net zoals de knotjes die mannen nu dragen. De snor was bruin tijdens de bruiloft met mijn moeder, maar vergrijsde algauw (ik weet niet of het een kwam door het ander). Mijn moeder had hem nog nooit zonder snor gezien, zelfs niet na meer dan 25 jaar samenzijn. Ken je iemand dan wel echt, vroegen wij als kinderen ons af op een gegeven moment. Wie was onze vader nou werkelijk, onder die borstelige snor?

Het moment van de waarheid was gekomen.

De eerste dag van de vakantie schoor hij hem af. Dan kon hij hem altijd nog weer aan laten groeien. De schok was groter dan gedacht. Wie was deze man met dat blotebillengezicht? Hij leek zo… kaal, hoewel hij nog genoeg haar bovenop zijn hoofd had. Het was net alsof onze moeder hem had ingeruild voor een jonger en gladder exemplaar. Elke keer als ze naast hem wakker werd, schrok ze van deze onbekende. Maar toegegeven, het had ook wat. Ze schelen zeven jaar en met dat grijze haar leek het leeftijdsverschil tussen hen toch wel minstens vijftig jaar. Op een gegeven moment glimlachte ze zelfs als ze hem zag. Sterker nog: ze voelde vlinders in haar buik.

De snor is nooit meer teruggekomen. Af en toe verschijnt de baard, iets met te lui om te scheren, maar die bonjourt mijn moeder gauw weg met de woorden ‘Vieze zwerver!’. Deze nieuwe man voelt inmiddels net zo vertrouwd als de vader 1.0. Helaas hebben mijn broer en broertje er niks van geleerd.

Tags:
november 18th, 2016

Spicy nuts

Sinds augustus krijg ik dagelijks bericht van mijn fans en haters.
‘Oh Almachtige Laura Denkt, heb je het al gehoord?’
Goedhartig dat ik ben, antwoord ik maar met: ‘Wat gehoord, jij nederige fan?’
‘De chocoladepepernoten liggen weer in de winkel!’
Mijn goedhartige hart stopt. Om twee redenen.
1. ‘Eindelijk,’ denk ik. ‘Daar heb ik wel een week of zes op moeten wachten.
2. Mijn ogen bloeden. ChocoladePEPERNOTEN? Nee. Nee. Nee. Dit is niet oké.

Ik leg het jullie nog één keer uit. Die dingen op dat plaatje hierboven weet je wel, waar ik verslaafd aan ben en die mensen zomaar naar mij opsturen (dat krijg je als je Goddelijk bent), die hebben een naam. Een nogal duidelijke naam vind ik zelf. Het zijn kruidnoten met een laagje chocolade. Dat maakt de naam dus chocoladekruidnoten.

Maar je hebt mensen. En het zijn er zoveel. Die zeggen: chocoladepepernoten. Nee. Nee. Pepernoten zijn van die kleffe, hoekige dingen. Die blijven plakken aan je kiezen. Als je daar een laagje chocolade om doet, zijn ze al helemaal niet meer te vreten.

En toch blijven mensen het zeggen. Sterker nog, er worden winkels pepernotenwinkels genoemd, terwijl ze kruidnoten verkopen. Ik snap echt niet waarom men het maar verkeerd blijft doen.
‘Ja, maar je begrijpt toch wat ik bedoel?’
Ik begrijp ook wat je bedoelt als je ‘ik wort un beetjuh geck fan de werelt’ schrijft (dat deed enorm veel pijn trouwens), maar dat moeten we toch ook niet willen?

Dus lieve mensen, zeg voortaan chocoladekruidnoten. Mocht je toch het woord ‘chocoladepepernoten’ in de mond nemen, dan gooi ik net zo lang chocoladeKRUIDNOTEN naar je totdat je het begrijpt (om ze vervolgens op te rapen van de grond, want zonde).

november 13th, 2016

I (don’t) want to ride my bicycle

fietsenfietsenfietsen

Ik ben een lief meisje. Dat geloven jullie misschien niet na vijf jaar gemene blogs schrijven, maar het is echt zo. Ik zeg dankjewel in restaurants, stuur kaartjes als vrienden jarig zijn (soms zelfs als ze niet jarig zijn) en ik heb wel eens iemand voorgelaten in de rij voor de kassa.

Maar soms verander ik in de duivel.

Dit gebeurt met name als mensen chocoladeladepepernoten in plaats van chocoladekruidnoten zeggen mensen vragen wat kun je daar nou mee met filosofie ik denk aan de aankomende Amerikaanse president ik op de fiets zit. Fietsen in de stad is een hel voor licht ontvlambare mensen in het verkeer. Als een ware Jan Mulder, maar dan leuker en minder rimpelig ga ik jullie dan ook mijn ergernissen vertellen:

– Mensen die oversteken waar er geen voetpad is en dan ook niet eens kijken of er een fietser aankomt.
– Auto’s die haaientanden negeren.
– Scholieren die met zijn tachtigduizenden naast elkaar gaan fietsen, maar dan wel heel sloom.
– Dat er in Rotterdam en met name rond het Centraal Station waar ik dus negen van de tien keer langs moet er altijd wel iets te verbouwen valt en dat dan dan tien jaar kost, net als het station zelf.
– Flikkerende fietslichtjes. Hallo epilepsie-aanval.
– Regen en dat je dan je capuchon op doet, maar eigenlijk is je hoofd te klein of de capuchon te groot en dan moet je hem vasthouden met een hand, want anders valt hij weer van je hoofd af, maar dan kun je weer niet goed remmen of je hand uitsteken en ik kan niet kiezen wat belangrijker is, mijn veiligheid of mijn haar.
– Dat ik altijd tachtigduizend keer bijna doodga tijdens fietsritjes van vijf minuten (laat staan langer).
– De kou.
– Mensen die opeens rechts- of linksaf gaan, zonder een hand uit te steken en dat je dan bijna tegen ze opbotst.
– Honderd fietssloten hebben en dat ik er daarom duizend jaar over doe om mijn fiets op slot te zetten of van het slot te halen en dat je dan ook nog die pleurislampjes erop moet doen, want je echte lichten doen het al jaren niet meer.
– Automobilisten.
– Voetgangers.
– Scooterrijders.
– Mensen in het algemeen.

(eigenlijk vind ik fietsen voor de rest best leuk, maar je hoort Jan Mulder ook nooit zeggen dat hij dingen leuk vindt, dus doe maar alsof je dit niet gelezen hebt)

Tags:
november 9th, 2016

Jeugdtrauma: ik wil alleen maar zwemmen

‘We zeggen niet wat we gaan doen, maar neem je zwemkleding mee!’
Discozwemmen. Dat was wel duidelijk. Dansen op kabouter Plop waar ik stelselmatig weigerde aan mee te doen en vooral heel veel discolichten. Iedereen ging in de draaikolk. Eigenlijk durfde ik niet. Daar stond de stroming (dat was het hele leuke eraan, volgens die andere mensen), kwam je er dan wel uit? Het was bovendien te diep om te staan. Maar ik was een schaap. En een schaap volgt de kudde.

Ik sprong. Mijn kin klapte tegen de stenen boog aan de overkant. Tand door de lip. Als een bloedende rund werd ik afgevoerd door mijn vriendinnetjes naar de moeder van. Geen draaikolk meer voor mij.

Vijftien jaar later. Voor het eerst gaan mijn Birmese vrienden naar het zwembad en ik ga met ze mee. We beginnen in het kleuterbadje, maar zien al gauw het hele zwembad. De jacuzzi’s, het stukje buiten, de glijbaan. En de draaikolk. Ik ben inmiddels een grote sterke meid, dat moet ik wel aankunnen. Vol goede moed ga ik naar het begin van de draaikolk. Ik kan er nog steeds niet staan, maar het is goed te doen. Al snel kom ik bij het einde… en weer bij het begin. Ik blijf maar rondjes draaien, want ik kom niet uit de stroming. Al mijn kinderangsten schieten weer door mijn hoofd. Mijn lip begint een beetje pijn te doen van oud zeer. Over vijftien jaar zit ik nog steeds vast hier.

Gelukkig grijpen mijn (sterkere) Birmese vrienden me vast en redden ze me uit deze hel. Hyperventilerend ga ik in het kleuterbadje zitten. Ik denk dat ik daar voortaan maar bij houd.

november 4th, 2016

Laura’s liefdesletteren: de vergetelheid

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Opa weet niet meer wie we zijn, maar hij doet alsof. Zijn ogen zitten vol met stof, zoals de meubels in zijn ongebruikte huis. Zijn zinnen maakt hij zelden af. Hij lacht erbij, zonder vreugde.
‘Ik word gek,’ zegt hij.
Hij wijst ons op het plantje op tafel. De auto’s buiten. Vergeten zoons komen weer naar boven drijven in zijn afgebroken zinnen.
‘Ik word gek,’ zegt hij.
De rolstoel is te groot voor zijn lichaam. Vroeger sjouwde hij dozen en draaide hij ons in het rond. We voelen zijn botten zuchten als we zijn hand vastpakken.
‘Ik word gek,’ zegt hij.
De wielen van de rolstoel piepen als een vorm van protest. Door de gang lopen schimmen. Ergens staat de radio zachtjes te zingen. We kussen opa’s ongeschoren wangen, links, rechts, links. Met elke stap richting de deur wordt hij kleiner.
‘Ik ben zo blij dat jullie er zijn,’ zegt hij, maar we horen het niet meer.

november 1st, 2016

Daag jezelf uit: november

Een paar jaar geleden begon ik met een rubriek op mijn blog die, hoe raad je het, ‘Daag jezelf uit’ heette. Hiervoor bedacht ik elke maand vijf uitdagingen voor die maand, want dat is leuk. En guess what: de rubriek is weer terug. Dit zijn de uitdagingen voor november om het leven mooier, spannender en gekker te maken. Aan jou de keuze om ze uit te voeren of niet.

1. Leer de standaardzinnen (Hallo, ik ben, hoe gaat het etc.) in een compleet andere taal. Denk bijvoorbeeld aan Fins of Macedonisch.

2. Ga naar Nederland Cares en probeer in ieder geval aan één activiteit mee te doen. Dit is een website voor vrijwilligerswerk, waarbij je je inschrijft voor een activiteit (bijvoorbeeld taalles aan kinderen, dansen met ouderen, meehelpen bij de voedselbank etc.) en je dus niet meteen een verplichting hebt voor een langere periode, maar het gewoon kan doen wanneer jij tijd hebt. #nospon

3. Probeer een week lang elke dag een outfit te dragen die je hiervoor nooit aangetrokken hebt.

4. Maak net als vroeger een kaboutertocht in het bos (inclusief opdrachten en rode kaplaarzen).

5. Reageer en vertel me welke angst jij overwonnen hebt.

oktober 28th, 2016

Wanderbluh

Je bent net klaar met je bachelor, maar wil nog niet beginnen aan je master. Wat moet je nu gaan doen? Werken heb je nog lang geen zin in en je wil wel origineel zijn. Opeens heb je het: je gaat op vakantie reis. Het is ideaal. Je kunt veel feesten, zuipen en floepsedewoepen leert er heel veel van en het zorgt voor de beste Instagramfoto’s. Iedereen zal jaloers op je zijn.

Maar waar moet je naar toe? Je twijfelt tussen Australië en Bali. Je kent maar honderd mensen die naar Bali zijn gegaan en tweehonderd die voor Australië hebben gekozen, dus hop naar Bali.

Voor vertrek plaats je inspirerende quotes en allerlei varianten van ‘wanderlust’ op social media. Iedereen moet weten hoe speciaal jij bent. In eerste instantie is je reis ook geweldig. Alle geneugten des levens zijn aanwezig. Maar soms is het best wel eenzaam. Je mist je vrienden (de paar die dan niet ook zelf op reis is naar Bali) en familie. Je mist je retro wielrenfiets, waar je overigens nooit mee ging fietsen, want hallo, straks wordt hij gestolen. Soms heb je geen bereik, terwijl je net de duizendste strandfoto met ‘Explore. Dream. Discover.’ wilde plaatsen.

Je bent blij als je na zes weken (of zoals je zelf zegt: twee maanden) weer terug bent. Je vertelt iedereen over je geweldig unieke reis.
‘Ja en toen ging ik skinny dippen in-‘
‘Oh ja, dat heb ik ook gedaan!’ zegt je gesprekspartner. ‘Dat was echt moeilijk leuk.’
‘Ik heb zelfs met de lokale bewoners gepraat, want ik wilde wel de echte ervaring-‘
‘Die oude man met dat hoedje? Hij is zó hilarisch.’

En dan komt het besef. Het slaat zo hard in dat je Bokeh-sterretjes ziet.

Je bent een enorme basic bitch.