mei 27th, 2015

Laura’s liefdesletteren: Bob of Rik

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Bob of Rik.
Ze staarde uit het raam, maar zag niets. Bob had een zwembad in de tuin. Ze ging daar wel eens zwemmen, maar de vorige keer duwde hij haar hoofd onder water.
Rik heeft geen zwembad, niet eens een opblaasbadje. Soms hing er een snottebel onder zijn neus. Maar hij gaf haar laatst wel een bloem, stiekem geplukt uit de achtertuin van de enge buurman.
Bob of Rik.
Maar Bob was de grootste jongen van de klas. Zo groot dat zelfs sommige kinderen uit groep vijf bang voor hem waren. Rik was laatst in huilen uitgebarsten, midden op het schoolplein. Hij had zand in zijn neus gekregen. Bob heeft ze nog nooit zien huilen, maar die heeft ook nooit gezegd hoe mooi haar haren zijn als de zon erop schijnt. Rik wel. Hij bloosde zelfs een beetje toen hij het vertelde.
Bob of Rik.
Op het ene briefje omcirkelde ze ‘ja’, op het andere briefje ‘nee’. Het was de eerste keer in haar haar leven dat ze een jongenshart had gebroken.

mei 22nd, 2015

Voor het laatst

Het is het moment dat elke student ooit kan verwachten: de dag van je laatste studiefinanciering EVAH. Als je niet oplet, gaat het zo verder in een lening, maar weldenkende mensen zoals ikzelf zetten hem op de dag dat je je laatste overheidscentjes hebt gekregen op 0 (zodat je nog studentenov hebt).

Het is een trieste dag, want ik ben nog niet klaar met studeren. Wat zeg ik, verre van. Hierna moet ik nog een jaar en dan is het na 5,5 jaar (iets met een verkeerde master kiezen en een premaster moeten doen dus) echt voorbij.

De vraag is natuurlijk: hoe ga ik de resterende maanden overleven? Nou, maken jullie je daar maar geen zorgen over, lieve lezertjes. Ik beloof dat ik geen advertorials over autobanden, fotoboeken of maandverband zal schrijven. Het is niet alsof ik nu op straat moet leven. Zo lang ik maar niet meer wekelijks naar boekenwinkels, kledingwinkels of de Flying Tiger ga (hoe ga ik dat in godsnaam doen).

Ook heb ik besloten om dit jaar toch maar niet naar Engeland te gaan. Het is het leukste land evah, maar ook een behoorlijk duur land, zeker als je een student bent zonder stufi. We gaan nog wel een midweek ofzo ergens in Nederland spenderen (en dan niet Voorschoten dus), dus ik ben niet helemaal zielig.

En hé, ik heb tenminste nog langer dan een jaar om na te denken over wat ik nou echt wil doen (in ieder geval iets met schrijven). Suggesties zijn welkom. Merci.

mei 20th, 2015

SCOOP!!! Dé waarheid over Jeroen (ook wel bekend als Laura’s slaaf)

11021235_876933982372333_2605559844172836969_n
We kunnen wel lief zijn. (Foto door Miranda Huibers)

De laatste tijd krijg ik steeds vaker opmerkingen als: ‘Wat vindt Jeroen er eigenlijk van dat je hem neerzet als een lulletje lampekatoen?’
Zelfs mijn moeder zei ‘Arme jongen.’, nadat ze dit stukje had gelezen. En omdat ik gek word van het gezeur, hier dan de echte, ekte, echte waarheid.

Beloofd.

Jeroen is geen lulletje lampekatoen. In tegendeel. Als je hem voor het eerst ziet, denk je dat het een arrogante lul is met een bekakt accent en uitzonderlijk mooie krullen. Als wij in gezelschap zijn, is het enige dat we doen tegen elkaar bitchen, terwijl we elkaar ondertussen stiekem kusjes geven. Het is wel eens voorgekomen dat ik voor hém heb gekookt (een halve keer, maar toch). Ik moet zelfs bekennen dat ik wel eens naar zijn verhalen luister (ook al zijn ze niet interessant).

Ik laat mijn blogs over hem altijd eerst lezen. Bij de blog over Berlijn was híj zelfs degene die met het laatste stukje kwam (dit stukje dus: Waar wil Laura trouwens heen de volgende vakantie: Engeland Waar wil Jeroen heen de volgende vakantie: daar heeft hij niets over te zeggen).

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het komt minimaal één keer per week voor dat Jeroen vraagt of ik wil stofzuigen en dat ik het dan ook nog doe. Met tegenzin, dat wel. Ik strijk zijn overhemden. Ik heb zelfs een keer ‘Gezondheid!’ gezegd toen hij moest niezen.

Dus maak je geen zorgen, deze jongen kan mijn neiging tot dictatorschap echt wel aan. Hij is immers zelf net zo erg.

(maar uiteindelijk blijf IK wel de baas, wat hij ook doet of zegt)

mei 16th, 2015

Het (wederom) verboden s-woord

Is het seks, is het sokken of toch sla? Nee, niets van dat allen, het gaat natuurlijk over het woord scriptie. Ik ben momenteel bezig met mijn tweede scriptie en volgend jaar moet ik er nog één schrijven (love my life). Hier is een handleiding voor hoe je met me om moet gaan de komende weken:

1. Begin NOOIT over het s-woord. Tenzij je graag in elkaar geslagen wordt.
2. Dus ook niet over het onderwerp van mijn s-woord.
3. Heb het ook niet over leuke activiteiten die we samen kunnen ondernemen, want ik mag niet verleid worden.
4. Oh en praat al helemaal niet over andere dingen die ik moet doen (‘Jeetje, je huis is wel een zooitje hè.’ ‘JAHAAA.’).
5. Geef complimenten over de dingen die ik wél heb gedaan (‘Wow, je hebt al het woord ‘Inleiding’ opgeschreven, goed hoor!’).
6. Zorg ervoor dat ik niet uit paniek alleen maar chocolade eet.
7. Accepteer het dat ik je wel eens zal slaan uit frustratie.
8. Of dat ik jou de schuld geef dat het niet lukt.
9. Troost me als ik huil, omdat het dus allemaal even niet lukt.
10. En juich met me mee als ik het eindelijk af heb!

mei 12th, 2015

Mijn filosofievriendjes

Aan het begin van mijn premaster Wijsbegeerte aan de UU had ik een America’s Next Top Model-instelling: ‘I’m not here to make friends.’

Dat ging de tweede collegedag al mis toen ik Char Mander ontmoette. Sindsdien leerde ik bij elk vak superleuke mensen kennen en nu is het wel erg ver gevorderd: er is een premasterclubje ontstaan. We hebben een whatsappgroep die ‘filosofieslet’ heet en we spreken zelfs vrijwillig (!!!) buiten de colleges af. We praten dan uiteraard over docenten die niet terugmailen, wetenschapsfilosofie, Kant, maar ook over onze liefdeslevens of etensvoorkeuren.

Behalve filosofie hebben we nog twee dingen gemeen: we zijn enorm awesome en we zijn enorme gekkies. En ondanks mijn voormalige ATNM-instelling ben ik héél blij dat ik mijn filosofievriendjes heb ontmoet.

mei 9th, 2015

Zotte en zalige zoektermen (26)

bestaat er ook zoiets als jersey shore in nederland

Gelukkig niet.

tekst liedjes ik wil meer Laura

Ik wil meer Laura
Maar dat wil iedereen
Ik wil meer Laura
Maar ik heb er niet één

mailconact met oude liefde veertig jaar geleden

Veertig jaar geleden bestond mailen nog niet hoor.

ben ik een aandachtstrekker

Ja.

ik snap de wereld niet

Wie wel?

wat is cultuur en wetenschap

Linkse hobby’s.

hoe komen er jongens naar je toe tijdens het uitgaan

Je moet wapperen met een briefje van vijftig.

schrijver geef mij nu je angst

Oké, hier is mijn angst.

voorbeeldbrief niet gewonnen niet getreurd

Ik ben blij dat je zo positief in het leven staat.

engen dingen doen met je vrend

Wiskunde.

beste antwoord op hoe gaat het

STEL EENS EEN ORIGINELERE VRAAG, HET ANTWOORD KAN JE TOCH NIET BOEIEN.

mei 7th, 2015

Drie dagen Berlijn in drie minuten

vogel

Wat: een weekend dat niet in een weekend viel naar Berlijn
Met wie: Jeroen, beter bekend als mijn slaaf
Wanneer: 4 t/m 6 mei
Waarom: gewoon
Wat hebben jullie gedaan: vooral gegeten en een beetje cultuur
Wat hebben gegeten: niet-Duits eten zoals crêpes met Nutella en ijs (oeps)
Wat voor rare dingen deed Jeroen: Nederlands terug praten als iemand in het Duits iets tegen hem zei
Wat voor rare dingen deed jij: ik doe nooit rare dingen
Wat was het hoogtepunt: het eten en het musje dat rijst van mijn wijsvinger at (zie foto)
Was er nog een hoogtepunt: de schommelstoel bij het eerste terras en dat Jeroen er vanaf pleurde
Welke zin werd het meest gesproken: ‘Ik heb pijn in mijn voeten.’
Door wie: geen commentaar
Zijn jullie nog uit geweest: we zijn alleen out gegaan in bed (als in: slapen)
Hoe vaak zeiden jullie dat jullie Dikkie misten: minstens vijfentwintig keer per dag
Hoe blij was Dikkie dat jullie er weer waren: net zo (niet) blij als wanneer we tien minuten weg zijn geweest
Wat gaan jullie nu doen: huilen om de verplichtingen die we probeerden te vergeten toen we in Berlijn waren

Back to reality.

(Waar wil Laura trouwens heen de volgende vakantie: Engeland
Waar wil Jeroen heen de volgende vakantie: daar heeft hij niets over te zeggen)

april 28th, 2015

Gek kind

Zoals je wel verwacht had, was ik vroeger geen normaal (voor zover te bepalen wat normaal is natuurlijk) kind. Een aantal voorbeelden:

– Als ‘Het tietenlied’ kwam op de Kinderen voor Kinderen-CD drukte ik hem snel naar het volgende nummer. Stel je voor dat mijn ouders dat zouden hoor! Gelukkig ging het liedje daarna over een gitaar.
– Nog even over KvK: ik was helemaal fan (stiekem nog steeds) dus vertelde ik aan mijn moeder dat ik er ook bij wilde. Ze moest keihard lachen. Trauma nummer zoveel dus.
– Als mijn ouders hun koffie in een restaurant op hadden, gooiden mijn broertje en ik die helemaal vol met troep (denk aan suiker, zout, peper etc). Arme bediening.
– In plaats van ‘eet smakelijk’ zei ik ‘eet je smaak.’ En Jip en Janneke? Noemde ik ‘janke janke’.
– Tijdens verjaardagen nam ik een stapel boeken mee, want lezen was (en is) veel leuker dan sociaal doen tegen mensen die alleen maar kunnen vragen hoe het op school gaat.
– Ik werd op mijn elfde ongesteld en ik was één van de oudste van de klas, dus het was nog een taboe. Ik had het echter wel tegen een meisje gezegd dat al op haar tiende (!!!) ongesteld werd gezegd en die lulde het door. Op een gegeven moment kwam er een meisje op me af: ‘Ja, ik hoorde dat je al ongesteld bent geworden.’ ‘Wat?!’ riep ik met mijn beste toneelskills. ‘Echt niet!’  Gelukkig geloofde ze me en een jaar later was het al geen taboe meer.
– Ik was dol op boeken waar ‘overleven’ een rol speelde, zoals Ronja de roversdochter, brief voor de koning en de boeken van Laura Ingalls Wilder. Ik speelde dan ook vaak dat ik een hut had onder mijn bureau en eten moest maken van dummy (dat kneedgum).
– Ik heb veel jeugdtrauma’s, zoals peer op brood, gedwongen coltruien dragen, lippenstiftvlekken en nog veel meer. Helaas ontkennen mijn ouders ze bijna allemaal en dat heeft dan weer een extra trauma opgeleverd.

april 19th, 2015

Detective Laura B. en het mysterie van de verdwenen fiets

Zoals altijd was ik nog nét op tijd vertrokken. Mobiel en een flesje water nog even snel in mijn tas gepropt, de kat aaien en daarna rennen naar de schuur. Krakend ging de deur open.

Mijn fiets stond er niet.

Het kwam pas na een paar seconden bij me binnen. Mijn fiets was verdwenen. Nu moet je weten dat een fiets het belangrijkste in je leven is als je in Voorschoten woont. Je moet namelijk OVERAL naar toe fietsen: het station, Leiden, de sportschool, de supermarkt. Als ik moest kiezen tussen mijn fiets en mijn slaaf… Dan verhonger ik liever.

Mijn eerste gedachte was: dit ga ik niet tegen mijn moeder zeggen. Huh? Ja, kijk, ik heb een geschiedenis met fietsen. Iets met twee fietsen die na een paar weken gestolen werden in Leiden, lekke banden, kapotte spaken en geld van mijn ouders. Als ik zou vertellen dat mijn fiets gestolen was uit mijn eigen schuur (‘Heb je hem wel goed op slot gedaan?’ ‘Uh…’), dan zou ik onterfd worden.

Dus in plaats daarvan zette ik het op een hollen, want ik moest naar het station (gelukkig die op tien minuten lopen van mij vandaan en niet Leiden Centraal), anders zou ik te laat komen. Ondertussen vlogen de vloeken over de straten van Voorschoten. Verdomme. Welke buurman/vrouw/kat heeft dit op zijn/haar geweten? Mijn fiets is mijn allesie. Wat moet ik nou?

Na het werken kwam mijn slaaf mij ophalen. ‘Heb je al bij het winkelcentrum gekeken?’ probeerde hij voorzichtig. Ik schold hem uit, want waarom zou hij daar staan? Het is verdomme één minuut lopen vanaf ons huis. Maar ja, ik had geen zin in meer gezeik, dus ik ging toch maar kijken.

U voelt hem al aankomen: hij stond bij het winkelcentrum. Normaal ga ik altijd lopend, maar een paar dagen geleden kwam ik vanuit Leiden en had ik geen zin om eerst naar huis te gaan en dan weer naar de winkels te lopen (nee joh, ben niet lui). Maar eenmaal uit het winkelcentrum met mijn gekochte spullen vergat ik dat mijn fiets daar stond.

Behalve een hoop frustratie, rimpels en woede heeft dit alles me toch wat goeds gebracht: ik doe voortaan ALTIJD mijn fiets op slot, ook in de schuur.

(een paar dagen later werd ik overigens gestraft voor mijn domme actie, want mijn ketting viel eraf, zucht)

Tags:
april 12th, 2015

Vijf dagen zonder slaaf: een verslag

Jeroen ging naar Istanbul. Ja. Niet met zijn minnaar ofzo, maar gewoon met zijn studie. Scholen bezoeken (hij studeert voor leraar economie, I know, boringgg), een beetje cultuur en vooral veel eten en drinken.

Ondertussen zat ik thuis. Zonder slaaf. Ik heb het nog nooit zo moeilijk gehad in mijn leven. Wie moest nu mijn eten koken, mijn rug masseren, horen welke gekke dromen ik nu weer heb gedroomd? Het was een hel. Maar ik heb het overleefd. Hier mijn verslag.

Aantal keer dat ik gekookt heb: 0 (lang leve restjes en patat)
Aantal minuten dat het me kostte om in slaap te vallen zonder een knuffel/kacheltje van 1.85 m naast me: 80.000
Aantal stukjes spekkoek gegeten met Manon als troostvoer: zeg ik niet
Hadden jullie ook niet al een groot stuk kwarktaart genomen daarvoor:
Hoeveel keer genoten, omdat ik kon föhnen zonder dat iemand klaagde over hoofdpijn, of een hersenloze serie kon kijken zonder dat iemand klaagde over hoofdpijn, of klagen zonder dat iemand klaagde over het klagen: 80.000
Aantal keer geskypt met slecht internet en een hoop lawaai op de achtergrond (niet van mijn kant): 2
Aantal kleffe whatsappjes: 50
Hoeveel heb je hem gemist: ontelbaar veel
Wat was het eerste dat hij deed toen hij je zag: klagen over dat de paspoortcontrole zo lang duurde
Hoe houd je het met hem vol: hij kookt voor me
Hoe blij ben je dat hij er weer is: ligt eraan wat hij vanavond gaat koken
Hoe houdt hij het met je vol: ik weet niet waar je het over hebt

Tags: