april 23rd, 2017

Laura’s liefdesletteren: stap voor stap

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Al tien jaar lang nam ze de bus naar het gemeentegebouw waar ze werkte. Het was slechts vijf minuten lopen naar de halte, maar vaak voelde het als vijftig. De terugweg was altijd erger, want ze kon niet wachten om thuis te zijn. Schoenen uit, bovenste knoop van haar nette broek los, restje spaghetti in de magnetron. Vaak keek ze ’s avonds series van vroeger, geen puf om achter vriendinnen aan te bellen of ze een keer tijd voor haar wilden vrijmaken.
In de winter was het donker als ze naar huis liep en keek ze stiekem naar binnen. Gezinnen etend rond de tafel, een ouder stel wachtend op het niets in hun leunstoelen. Vaak voelde ze de steek van jaloezie, die ze probeerde te negeren. Ze kon alles doen wat ze wilde. Ze deed het alleen niet.
Het viel haar op als de heg van het huis op de hoek gesnoeid was. Of als de schommels scheef hingen. Ze vroeg zich af waarom de klinkers nog niet uitgehold waren van haar schoenen die daar tien jaar lang, dag in dag uit, overheen liepen. Had ze zo weinig effect op de wereld dat ze zelfs dit niet voor elkaar kon krijgen? Alleen ontkenning hielp haar vooruit.

april 14th, 2017

Laura op WhatsApp

Mijn telefoon en ik zijn echte rapperts, bitches be jealous.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ooit was ik zwaar tegen WhatsApp, maar zoals al mijn principes gooide ik ook die overboord (alhoewel ik nog steeds nooit gerookt heb, dus laten we dat vooral zo houden). Nu kan ik me geen leven meer zonder voorstellen. Hoe moet ik anders contact houden met vrienden, via e-mail? Wow, superouderwets. En zoals iedereen heb ook ik zo mijn gewoonten op deze app. Ik zou willen zeggen ‘kijk maar mee’, maar ik vind het superstom als bloggers dat zeggen, dus kijk maar niet mee.

– Ik doe vaak alsof ik boos ben op Whatsapp en dat uit zich in HEEL VEEL HOOFDLETTERS EN BOZE SMILEYS :@ :@ :@ :@.
– Goed typen kost tijd. Ik heb geen tijd. En geen zin. Inmiddels zijn mijn vrienden getraind in het ontcijferen van alle typefouten. Zo typ ik automatisch ‘njet’ in plaats van ‘niet’, maar dat krijg je als je er Oost-Europees uit ziet.
– Ik ga niet alles in een bericht typen, want het is leuker om twintig berichten met één zin of woord te sturen.
– Voice messages zijn geweldig. Ik spreek ze ook schaamteloos in op straat en dan gaat het vaak ook over schaamteloze dingen: ‘Jaaaa even over Boer zoekt Vrouw, maar hoorde je wat ze zei? Dat hij het tweede cadeau op de citytrip zou krijgen, ze is echt oversekst oh my god.’
– Ik app vaak random lyrics naar mijn broertje en hij naar mij. Zoals: Schreeuw. Schreeuw. Schreeuw het maar uit. Dit zijn de dingen waar ik zonder kan. Kom op, ik praat tegen je. Kom op. Of: Ik ben echt niet te beroerd voor een extra bordje voer. Maar Edwin zijn broer die doet echt veel te stoer. Fok jullie allemaal, de helft is van mij.
– Mijn favoriete smiley is de lachende drol.
– Mijn groepsgesprekken hebben namen als ‘LTW is lauw’ (met vrienden van mijn bachelor Literatuurwetenschap), ‘Filosofieslet’ (met vrienden van mijn master Filosofie), ‘OKÉ OKÉ OKE’ en ‘stelletje treurwilgen’.
– Ook heb ik om de een of andere reden twee groepsgesprekken met mijn broer en mijn broertje. De een heet ‘jong en lui’, omdat onze ouders ons ‘jongelui’ noemen en de andere ‘kinderen van ’t hele land’, omdat mijn moeder ons zo noemt.
– Ik heb de blauwe vinkjes aanstaan, ook al zorgt dat soms voor frustratie #confrolfreak.
– Ik weet nog steeds niet hoe je gifs via Android moet versturen en dat is heel irritant, want gifs zijn mijn leven en een van mijn vele talenten.
– Zelden geef ik het grote hartje (die krijg je als je alleen een hartje doet, voor de rest geen tekst of andere smileys), maar áls ik het doe, moet je er heel blij mee zijn.
– Ik kan niet tegen veranderingen op WhatsApp (of andere media). Zoals die Snapchatachtige tijdelijke status die er nu is. Doe gewoon niet oké.

Tags:
april 7th, 2017

Omdat het kan.

Zoals jullie misschien wel weten, zit ik bij een studententoneelvereniging (RISK in Rotterdam). Ik had meegedaan aan het eerste halfjaarlijkse project, maar die was in het Engels. Dat is niet erg, want altijd goed om dat te oefenen en dat ging eigenlijk prima, maar toch is het lastiger om te spelen in een taal die niet de jouwe is. Toen ik hoorde dat de stagiair, Sander, een stuk wilde opvoeren, deed ik eigenlijk alleen mee aan de open repetitie onder het mom van ‘even kijken wat het is’, maar zonder de intentie om zelf mee te doen. Ik merkte echter hoe leuk het was om weer in het Nederlands te spelen en bovendien was het idee van het stuk geweldig (‘De Twintigers’ van Don Duyns voor de geïnteresseerden), dus besloot ik mee te doen.

Het stuk gaat over mijn generatie, dus de twintigers. Alleen speelt het zich af in de jaren negentig, waardoor we het een en ander aan hebben moeten passen (maar het is verrassend om te zien hoeveel er nog klopte met meer dan twintig jaar terug). De titel is nu ‘Omdat het kan’ en de samenvatting/teaser is als volgt: Wij twintigers. Wij zitten vol idealen, maar zijn te lui om ernaar te streven. Wij willen indruk maken, maar zijn eigenlijk doodsbang. Wij zoeken echte vriendschap, maar praten vooral over onszelf. Wij: de generatie zonder ruggengraat. De generatie die haar dagen doorbrengt met Netflixen en slapen. Gewoon. Omdat het kan.

Het is een fragmentarisch stuk, dus zijn er weinig terugkerende personages en je gaat van de ene ‘wtf’ naar de andere. Ik wil natuurlijk niet teveel verklappen, maar denk aan de pseudo-intellectueel die denkt dat hij heel filosofisch bezig is (‘De vraag is het antwoord, maar het antwoord is de vraag niet…’) en een verpleegster die HEEL ERG gelukkig is. Oh en de Pokémon theme song speelt ook een rol.

We zijn nog druk bezig met repeteren, maar jongens, ik vind het zo leuk. Het is een stuk dat helemaal bij me past, maar wat me ook uit mijn comfort zone haalt. Elke keer na een repetitie (niet alleen voor dit project, maar ook bij de halfjaarlijkse groep) besef ik weer dat ik energie krijg van dit soort dingen en dat het belangrijk is om dingen te doen die ik eng vind, want dat brengt me echt zoveel moois.

Dus mocht je denken: ik wil die famous Laura denkt wel eens zien shinen of houd je van gratis, kom dan vooral kijken! Dan beloof ik dat ik geen tien euro voor een handtekening zal vragen.

maart 31st, 2017

Was het nog maar vroegergevoelens

Mijn favoriete boeken van vroeger kwamen van een schrijfster met dezelfde naam: Laura Ingalls Wilder. De televisieserie vond ik geen drol aan, maar die boeken, jongens. Die heb ik sowieso het meest herlezen van alle boeken die er beschikbaar waren in de bibliotheek van het dorp. Ik wilde dat mijn vader ook een huis van hout voor ons bouwde. Dat al het snoep een cent kostte. En ik maakte naamkaartjes, net als Laura, maar ik wilde ze niet uitdelen aan mijn vrienden, want zoiets was al honderd jaar niet meer in.

Ook las ik Ronja de Roversdochter. Dat speelde ik na door te doen alsof buddy (weten jullie nog wat dat was? Van dat kneedgum wat toen hip was) het brood was dat zij maakte, onder mijn bureau zittend op een deken.

Een paar jaar geleden heb ik ‘Brief voor de koning’ weer herlezen. Alles zag ik weer hetzelfde voor me als vroeger. Ik wilde ook ridder zijn en spannende avonturen beleven, al was het maar in mijn hoofd.

Maar nu zit mijn hoofd vol zorgen. Studie, werk, toekomst. Dat is wat ik nu aan mijn bureau doe, ik zit er nooit meer onder. Geen plek voor kinderlijke fantasieën, landen ver weg die niet bestaan, het bouwen van hutten. Maar heel soms komen ze toch weer tevoorschijn: die was het nog maar vroegergevoelens.

 

maart 24th, 2017

De wonderen zijn de wereld nog niet uit: Lauradenkt.nl bestaat zes jaar!!!

Bloggen schijnt al heel lang dood te zijn (en toch zijn er nog oneindig veel mommyblogs) en daar zeuren we dan ook graag over met zijn allen. Op onze blog, wat heel ironisch is. Want bloggen leeft dus gewoon, jongens, nog steeds. Het is alleen steeds een ander soort blog dat met name leeft. Nu is het de mindstyle, hiervoor de lifestyle, daarvoor de foodblogger en als we even helemaal teruggaan naar iets wat voor lange tijd helemaal hip was: de persoonlijke blog. Maar dat is nu niet meer zo trendy en daarom denken al die bloggers dat het dood is, waardoor ze er zelf ook mee kappen en nou ja, dan wordt het een soort van selffulfilling prophecy. WAAR IK WEIGER AAN MEE TE DOEN. IK BEN GEEN MOORDENAAR.

Goed, dat gezegd hebbende: die van mij bestaat dus zes jaar vandaag. Het doet me eigenlijk vooral beseffen dat ik al pijnlijk lang studeer, aangezien ik begon met bloggen tijdens mijn eerste jaar van de bachelor Literatuurwetenschap. Maar ik ben echt bijna klaar met mijn s-woord, beloofd.

Beginnen met deze blog was mijn beste beslissing ooit, zelfs beter dan mijn beslissing om een Cinevillepas te kopen. Ik heb er zoveel leuke mensen door leren kennen, gekke dingen meegemaakt en het heeft me van de straat gehouden. Dat er nog maar vele jaren mogen komen.

LONG LIVE THE BLOG!

Tags:
maart 19th, 2017

Ergernissen in de bioscoop

Ja joh, af en toe lekker zeuren mag. Zoals jullie misschien wel weten, heb ik een Cinevillepas (#nogsteedsgeenspon) en dat betekent dat ik minimaal een keer in de week in een bioscoop te vinden ben. Niet die van Pathé (te druk en te commercieel), maar filmhuizen, want ik ben niet voor niets een elitaire linkse semi-hipster. Meestal is de ervaring goed (ga Paterson zien, mensen!), maar zoals altijd zijn er kleine ergernissen. Ik ben de vervelendste niet, dus ik deel die gewoon met jullie:

– Mensen die de hele tijd praten. Af en toe fluisteren is niet erg (is het jullie opgevallen dat mannen niet kunnen fluisteren, omdat ze een bromstem hebben?), maar hardop praten gedurende de hele film? :@ Ik heb dus een keer in een bioscoopzaal gezeten met allemaal vrouwen van 70+ die hun mond niet hielden. Als je dan ‘ssst’ zei, waren ze dertig seconden stil. Just kill me.
– Mensen die op hun telefoon kijken naar de film. Dat licht van de telefoon is zo fel dat het enorm afleidt. En wat kan er nou in godsnaam zo belangrijk zijn om je telefoon tijdens een film te checken? Zet hem gewoon uit.
– Rokers. Als je zelf rookt, ruik je het natuurlijk niet, maar die walm blijft je gewoon achtervolgen.
– In hetzelfde kader: mensen die hun halve parfumfles hebben leeggespoten.
– Eigenlijk erger ik me niet zoveel aan mensen die chips eten, maar ik weet dat die er wel zijn en daarom voel me altijd erg ongemakkelijk als ik zelf iets eet dat kraakt. Bij elk hapje denk ik: ‘Omg, de hele bioscoopzaal kan dit horen. Het is alsof er een bom ontploft in mijn mond.’
– Lange mensen. Behoeft geen uitleg.
– Duizend keer dezelfde trailer zien (is alleen mogelijk als je dus heel vaak naar de bios gaat). Ik ken die van Manchester by the Sea en Jackie inmiddels uit mijn hoofd.

Ik had ’s nachts nog een goed einde voor deze blog bedacht, maar ik ben hem vergeten. Scusi. #anticlimax

maart 13th, 2017

Heel Laura bakt

‘Ik heb zin om te bakken,’ zei ik een keer tegen Charmander.
‘Niet doen zonder begeleiding,’ was haar antwoord.
Geen idee waarom eigenlijk. Omdat het brandalarm afging toen ik een keer ging bakken in mijn vorige huis? Ik zie het probleem niet. Maar vooruit, Charmander wilde ook wel een keer met mij bakken, want ze houdt wel van een uitdaging.

Het werden scones. Dat moest toch niet al te moeilijk zijn. Al zuchtend begon ik de boter in blokjes te snijden. Wie heeft dit ooit bedacht? Het voelde alsof ik mijn handen insmeerde met een kilo vaseline. Charmander stelde voor om het hele proces te vloggen en ik vind het jammer dat we dat niet hebben gedaan, zodat de waarheid eindelijk eens getoond wordt. Heel Holland Bakt en al die foodvlogs zijn een leugen, jongens, een leugen. Af en toe gaat er wel wat mis, maar ze vloeken nooit. Hoe dan? De vloeken rolden bij ons over de tafel (eigenlijk alleen maar van mijn kant). Ik heb nog nooit zoveel stress gevoeld in mijn leven en dan deden we het nog met zijn tweeën.
‘Bakken is zoooo vermoeiend,’ zeurde ik tegen Charmander. ‘Je moet afwassen, terwijl je nog bezig bent en daarna moet je wéér afwassen.’ (ik haat afwassen)

Om de een of andere reden heb ik allemaal bakspullen in mijn keuken (nooit gebruikt en geen idee waar je ze überhaupt voor moet gebruiken), behalve wat we nodig hadden. Uit pure armoede hebben we de rondjes voor de scones maar met theeglazen uitgedrukt. Maar na veel vloeken, zweet en tranen was het toch gelukt en zaten de scones in de oven.

In plaats van dat we gewoon clotted cream hadden gekocht moesten we het zo nodig zelf maken. Weet je wat er altijd gebeurt bij Heel Holland Bakt? Dat iets gaat schiften. Die dag kwamen we erachter wat dat nou precies was. Tip van de dag: alleen mascarpone gebruiken bij wijze van clotted cream is ook een prima alternatief.

Uiteindelijk waren de scones best wel goed te eten. Alleen jammer dat Martine Bijl er niet bij was.

 

maart 5th, 2017

Laura’s liefdesletteren: de beheerder van ontroerende zaken

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Al twintig jaar was meneer de Haas beheerder van ontroerende zaken. Als iemand het moeilijk had in het dorp, kwamen ze naar zijn winkel op de dijk toe.
‘Ach heden,’ zei meneer de Haas dan. ‘Jij hebt het zwaar te pakken. Hier is een ijsje met spikkels, ook al ben je geen kind meer.’
Soms kwam er iemand die hulp vroeg met onroerend goed.
‘Oei,’ zei meneer de Haas daarop. ‘Dan zit u hier verkeerd.’
Het was een fout die veel werd gemaakt.
Vaak vulden zijn ogen zich met tranen als hij na sluitingstijd de winkel goed doorkeek. Een toevallige voorbijganger zag het wel eens en dacht ontroerd dat meneer de Haas wel elke dag ontroerd moest zijn door dat omringen van ontroerende zaken. Maar dit waren geen tranen van klein geluk, dit was van groot verdriet. Een ontluikende narcis aan de rand van de vijver, de schaterlach van een kind of de eerste keer dat je een mooi liedje hoort, het deed hem niets meer. Elke dag zag hij het aan, maar zelfs de blije klanten deden hem niets meer. Hij voelde zich leeg van binnen. Het donker kwam pas na sluitingstijd, wanneer niemand meer om zijn hulp vroeg en hij stilletjes in zijn huis bij de haard zat. Alleen.

februari 26th, 2017

Complicaties in het leven van de kleine medemens

Het leven is niet makkelijk als je 1.55 meter bent.

– Lange mensen die voor je gaan staan tijdens een concert of voor je zitten in de bioscoop.
– Lange mensen überhaupt, gewoon altijd en overal. Behalve als ze familie, vrienden of gewoon leuk zijn.
– Niet bij de melk kunnen, zelfs niet als je op een krukje staat en dan aan een Lang Persoon vragen of ze het voor je willen pakken.
– Bungelende benen op elke stoel. Op een barkruk proberen te komen is een hindernisbaan.
– In het gezelschap van Lange Mensen zijn en dat je dan last van je nek krijgt en ze ook al niet bij kunt houden bij het lopen, want korte beentjes.
– ‘Zo, jij bent echt klein.’
– Hakken dragen en dan alsnog klein zijn.
– Mensen die zeggen dat je hakken moet dragen.
– Dat lange kleding altijd in is en jurkjes dus vaak twee keer mijn lengte zijn.
– Altijd met een kabouter geassocieerd worden, terwijl je helemaal geen baard hebt.
– Mensen die door hun benen zakken, zodat ze op gelijke hoogte met je zijn. Ben geen kleuter.
– Mensen die denken dat je twaalf bent.
– Handschoenen zijn altijd te groot.
– Geen gitaar kunnen spelen, want je vingertjes zijn te kort voor al die akkoorden.
– Mensen die tegen je aanleunen.
– Brugklassers die langer dan jij zijn.

Er zitten natuurlijk ook oneindig veel voordelen aan. Mensen vinden je schattig en je benen komen nooit over de rand in welk bed je ook slaapt (zelfs niet in kinderbedden), maar hallo, zeuren mag soms.

Tags:
februari 21st, 2017

Let’s dance

Let's dance. Ook al kan ik niet bij je schouder.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Als klein Laura’tje (nóg kleiner?!) ging ik op dansles. Dat moest van mijn ouders, want dat vonden ze onderdeel van de opvoeding. Tegenwoordig vindt niemand dat meer deel van de opvoeding, stijldansen of met twee woorden antwoorden of gewoon aardig doen tegen mensen. Maar in die tijd vonden mijn ouders dat wel. Mijn broer werd mijn danspartner.

Een detail: mijn broer is zes jaar ouder. Dat is een groot verschil als je acht jaar bent. Vooral qua lengte.

De eerste les was nog zonder de jongens (mannen kon je het niet echt noemen). We dansten op Mambo No 5, wat daardoor altijd een speciaal plekje in mijn hart zal hebben, ook al ken ik de pasjes niet meer. Een dansles werd twee, werd duizend en uiteindelijk haalde ik het niveau goud (dat klinkt heel fancy, maar dat valt wel mee).

Maar toen had ik het er eigenlijk wel mee gehad. Ik bedoel, ik was tien, je hebt maar beperkt de tijd en ik wilde op toneel. Ik danste nog een keer af (inmiddels kon ik wel bij de schouder van mijn broer) en c’est ca.

Als student begon het echter te kriebelen. Ik schreef me in voor een cursus bij het universitair sportcentrum, maar mijn ex-vriend kon die dag niet (en kon/wilde sowieso niet dansen), dus vooruit dan maar. Bij die cursus waren er allemaal stelletjes en een paar vrouwen. Eigenlijk moest je rouleren, maar NO WAY dat de stelletjes met iemand anders zouden dansen. En met een meisje danst het toch anders. Ik hield het al vrij snel voor gezien.

En nu wil ik nog steeds dansen. Maar ik heb geen geld, tijd noch partner. Alle hulp is welkom, bijvoorbeeld iemand die me financieel bijstaat of iemand die mijn huis schoon wil maken en natuurlijk een leuke man die met me wil dansen. Bij voorbaat dank.