augustus 23rd, 2016

Ik was in München, hier is het kortste reisverslag ooit

Satan is ready to see you now.

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Waar was je? In München, dat staat al in de titel, dombo.
Met wie was je? Ik ging naar Rosa (die niet meer blogt, maar blogde op o.a. Rosies Fluffie Fantasy World en Emma, Rosa en Maaike), want die woont daar.
Voor hoe lang? Vier dagen.
Wat heb je allemaal gedaan? Naar het kattencafe geweest (3x), films gekeken (4x), musea bezocht inclusief geniale snapchats (3x), cocktails gedronken (2x), gegeten (1000x).
Heb je weer gênante voice messages gestuurd naar mensen en appjes met ‘ik ben drinken’? Geen commentaar.
Jullie gingen toch ook naar de karaoke bar? Ja, maar we waren best laat daar en toen konden we geen goed liedje uitkiezen, want de beste liedjes zijn Nederlands (‘Bloed, zweet en tranen,’ ‘Why tell me why’). Daarna was het te laat om nog aan de beurt te komen en Rosa was ziek.
Oké dan. Was er nog een themaliedje? ‘Why the fuck you lying?’
Is dat een hint? Misschien.
Wat was de beste ontdekking? Dat Earth girls are easy de beste slechtste film ooit is. Plot: harige aliens zijn op zoek naar vrouwen. Storten neer op aarde. Worden geschoren door een kapster en blijken knappe mannen te zijn. Let wel: het is een musical uit de jaren tachtig. Geniaal.
Welke stad staat er voor de volgende keer op de lijst? Gent.
Wat ga je daar doen? Naar het kattencafé.
Hjb.

P.S. Ik ga morgen de Snapchat van Marktplaats overnemen voor mijn werk. Als je benieuwd bent naar leuke plekken voor studenten in Rotterdam (of om mij te zien natuurlijk), voeg dan marktplaats.nl toe op Snapchat! #nospon #okémisschiensemispon

augustus 15th, 2016

Roll over Beethoven

In die meer dan vijf jaar op deze blog heb ik volgens mij nog nooit verteld hoeveel ik van muziek houd. Er schijnen dus mensen te zijn die echt niet van muziek houden, maar dat kan ik me niet voorstellen. Ik heb altijd muziek op staan, tenzij ik mijn goede vriend Netflix bezoek of echt heel erg geconcentreerd moet zijn (iets met het s-woord). Tijdens pubquizen kijk ik uit naar de muziekronde, want dat is waar ik punten maak.

Ik weet namelijk niet alleen iets van de top veertig af (eigenlijk niet zoveel als de meeste mensen van mijn leeftijd vermoed ik, ja heel erg #specialsnowflake van me), maar vooral ook van de jaren zestig en zeventig. Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar muziek is iets wat mijn ouders me hebben overgebracht. Mijn moeder, die zeven jaar jonger is dan mijn Vati, de jaren zeventig en mijn vader de jaren zestig. Donna Summer (door mijn broertje en mij steevast Donna Flubber genoemd, net als in de Donald Duck) kreunde door de auto heen tijdens de vakantie. Daar werd ik niet zo blij van. Of wat dacht je van Tom Jones’ Sex Bomb? Ja, dat luisterde mijn moeder gewoon, terwijl haar kindjes op de achterbank zaten (en geen flauw benul hadden van de betekenis). Liever heb ik the Beatles van mijn vader en Frank Sinatra van mijn opa.

Zoals het een echte hipster betaamt, heb ik dan ook een platenspeler (die eerst van mijn broer en daarvoor van mijn vader was) met platen van bovengenoemde en daarnaast ook namen als Chopin en Debussy. Zoals elke bejaarde luister ik tussen kerst en oud en nieuw naar Top 2000 en ja, ik kijk ook elke aflevering van Top 2000 a gogo. Maar geen zorgen, ik zal niet zeggen dat er geen goede muziek meer wordt gemaakt (Paul McCartney maakt nog steeds muziek).

Dus. Wie heeft er nog muziektips?

augustus 7th, 2016

Volwassen zijn is soms wel een feessie

Vroeger moest ik uiteraard mee naar alle verjaardagen, want toen beseften mijn ouders nog niet dat ik de baas ben. Nu is dat niet zo leuk als je introvert en verlegen bent. Slim als ik was, nam ik altijd een stapel boeken mee. Dit hield namelijk alle vragen tegen (‘Hoe gaat het op school?’ keer duizend) en zo ging de tijd lekker snel. Ondertussen toastjes eten en gesprekken afluisteren en ik was een tevreden kind.

Helaas is het als volwassene niet meer sociaal geaccepteerd om boeken te lezen tijdens verjaardagen. Je mag niet eens te lang de kat des huizes aaien en er worden nóg vervelendere vragen gesteld (‘Hoe gaat het met de studie?’ ‘Wat kun je daar eigenlijk mee worden, filosofie?’ ‘Heb je al een nieuwe vriend?’). Zelfs de hapjes zijn niet meer zo’n feest als toen, want nu moet je letten op wat je eet.

Gelukkig hoef ik daar op mijn eigen verjaardag niet bang voor te zijn. Mijn vrienden aaien Dikkie om de beurt, bekijken mijn boekenkast (ik heb er nu trouwens twee, eat your heart out, Belle!), stellen originele vragen (ik probeer nu heel erg hard zo’n vraag te bedenken, maar er komt niets in me op, oeps) en eten m&m’s. Als ik zou willen, kon ik zo tijdens het feestje een boek lezen.

Oké, misschien is volwassen zijn soms toch wel beter.

juli 31st, 2016

Het is stil aan deze kant

Je hebt van die mensen die heel graag hun eigen stem horen. Ik behoor niet tot die types. In groepen zeg ik alleen iets als ik denk dat het slim of grappig genoeg is (bijna nooit dus), want ik ga niet voor minder wanneer alle ogen op me gericht zijn en ik ongemakkelijk aan mijn mouw pluk. Of het moet een groep zijn waar ik me helemaal op mijn gemak voel (mijn vrienden), dan zijn alle remmen los.

Het probleem hiervan is alleen dat mensen het niet oké vinden. Op mijn zestiende streef ik nog een carrière in de journalistiek na en dat wist mijn collega bij de winkel waar ik toen werkte ook.
‘Waarom zeg je niks? Zeg eens wat meer!’ zei ze. ‘Je wil toch journalist worden? Dan moet je toch praten.’
Dankje. Je hebt een woordenstroom bij me losgemaakt door dit te zeggen, vanaf nu ben ik niet meer verlegen en introvert. Wat fijn dat je me verlost hebt van deze last.

Je zou denken dat het niet zo erg is als iemand niet zoveel praat. Lekker rustig. Maar op de een of andere manier maakt het iets los in mensen. Je bent gevaarlijk, want ze kunnen niets van je aflezen, weten niet wat je denkt. Wie denk je wel niet dat je bent, arrogant wijf. Is er iets mis met je ofzo? Of als ze iets goeds in zich hebben, vragen ze: ‘Gaat het wel goed met je? Je bent zo stil.’ (En, omdat ik nog blanker ben dan de gemiddelde Brit: ‘Ben je ziek? Je ziet zo wit.’) Of het ergste geval: ze vergeten dat je bestaat.

Inmiddels heb ik small talk helemaal onder de knie (‘Wat een weer hè. Ja, het is wel warm/koud/regenachtig.’) en ik zit ik niet meer in een hoekje angstig te kijken naar wat Andere Wezens schijnen te zijn. Toch zal ik nooit degene zijn met de grootste verhalen, de oooh’s en aaah’s, het gelach en alle ogen op me gericht. Bij een stage zei een vrouw die zelf ook niet al te luidruchtig was: ‘Ik zag het meteen toen je binnenkwam bij je sollicitatie. Dat je er een van ons was.’

Want dat is het mooie. Je bent nooit in je eentje. Er zijn er altijd meer.

juli 27th, 2016

De maximalist

sleutelbos
Jullie mogen raden welke sleutelbos van wie is.

Monica is een van mijn beste vriendinnen en een schat van een meid. Ze heeft alleen een gebrek: ze is een minimalist. Wekelijks marie kondo’t ze alle spullen in haar kamer (dat zijn er waarschijnlijk maar een stuk of vijftig) en raakt gefrustreerd als dat niet lukt, omdat ze al zo weinig spullen heeft. Als ze in een kledingwinkel is, denkt ze eerst even na of ze dat ene rokje wel nodig heeft. En wanneer ze thuis komt, ruimt ze haar tas op. Ze bedankt haar sokken nog net niet (dat doet Marie wel), maar het scheelt niet veel.

Mijn studio is altijd een zooitje, tenzij er iemand op bezoek komt (die dan alsnog zegt wat een rommeltje het is). Mijn boekenkast zakt bijna in elkaar door alle boeken (die lukraak door elkaar staan en niet op alfabetische volgorde). Op mijn eettafel liggen kranten van weken geleden en ik heb de gehele collectie van de Flying Tiger in mijn bezit. De laatste keer dat deze ruimte er minimalistisch uitzag, was vlak voordat ik er naar toe verhuisde.

Soms lijkt het me heerlijk. Om ‘s nachts niet te struikelen over een tas als je naar de wc gaat. Of om geld en tijd te hebben (weet je niet hoeveel tijd en geld ik gemiddeld in een boekenwinkel spendeer?). Maar het is gewoon geen optie. Ik heb nu eenmaal het talent om overal een troep te maken en zo’n talent moet je niet onbenut laten.

Ja, ik ben een maximalist. Hopelijk wordt dat de volgende blogtrend.

juli 24th, 2016

They say it’s my birthday

blaasdekaarsjesmaaruit

Mijn geboortedag was heel bijzonder. Natuurlijk, omdat ik – de famous Laura denkt – toen ben geboren, maar ook om andere redenen. Ik kwam namelijk 24 juli op deze aardbol. Dat is 24/7, wat al heel cool is. In het jaar 1991, een palindroom van cijfers. En op welk tijdstip? Je gaat dit niet geloven, maar het is echt waar: om 22.22 uur. Nu jij weer.

Voor de mensen die kunnen rekenen: dat maakt mij dus 25 jaar. Zoals het een echte volwassene betaamt, heb ik donderdag pre Birthday cake op, ga ik vandaag weer taart eten en woensdag nog een keertje. Dat wordt flink sporten, want hoewel ik eruit zie als een veertienjarige, heb ik daar niet meer het metabolisme van.

Ja, 25 is een mooie leeftijd. Precies in het midden. Volgend jaar daarentegen, dan zit ik meer richting de dertig. Laten we het daar nog maar even niet over hebben.

Tags:
juli 19th, 2016

Het Grote Mensenleven

Ik ben bijna 25. Vroeger vond ik mensen van die leeftijd al heel oud en volwassen. 25, dan heb je een huwelijk en kinderen of op zijn minst een Echte Baan en een Echt Huis. Ik heb… een s-woord.

Oh, ik doe heus wel volwassen dingen. Ik betaal rekeningen. Ik doe de was, haal boodschappen en praat met mensen over het weer. Maar het voelt zo raar. Soms heb ik het idee dat ik alleen maar speel dat ik volwassen ben. Vroeger, en soms nog steeds, leek het alsof de Grote Mensen alles voor elkaar hadden. Ze raakten nooit in paniek, wisten wat ze gingen koken ‘s avonds en hadden het allemaal heel erg op een rijtje.

Ik heb bijna niks op een rijtje. Ik weet niet waar ik wil wonen, waar ik wil werken, wat ik vanavond ga eten. Ik doe maar wat. Dat schijnt te mogen als twintiger, maar hoe zit het over tien jaar? Voelt het dan wel echt? Of blijf je stiekem voor altijd een kind dat maar wat aanrommelt?

Ach, wat maakt het ook uit. Als ik maar voor altijd mag schommelen en warme chocolademelk met slagroom mag drinken.

juni 27th, 2016

Mijn ware aard

Laten we het hebben over het drinken van alcohol. Als je 1.55 m bent.

Nu weet ik niet of dit voor iedereen geldt die twee keer zo klein is als de gemiddelde inwoner van Nederland, maar jeetje, wat kan ik weinig hebben. Eén glas wijn voel ik. Bij twee ben ik sowieso aangeschoten. Meer dan drie kan ik beter niet nemen. Een goedkope drinker noemen ze dat ook wel.
‘Ah joh, dat gaat wel over als je vaker drinkt.’
Waarom zou ik dat doen? Ik ben een sociale drinker. Ik kan niet eens iets anders dan een sociale drinker zijn, want in mijn eentje doe ik vijf weken over een fles wijn.

Oefening heb ik bovendien wel gehad. Het begon al op mijn dertiende (ik weet eigenlijk niet of mijn ouders, die dit ook lezen, dat wel weten…). Het was op een verjaardag van een vriendin die een paar klassen hoger zat (dat was toen heel cool) en we dronken Blue Curaçao met sinaasappelsap. Dat is dus niet te drinken. Maar groepsdruk en cool zijn enzo.

Gelukkig ben ik, dronken droppie, van het goede soort. Ik word niet agressief wanneer aangeschoten. Ik ga niet schreeuwen of tegen onbekende mannen aanrijden. Nee, het is veel erger.

Ik word affectief en emotioneel.

Ik kijk mijn vrienden aan, die ik heb uitgezocht op hun aversie tegen knuffelen en zoenen op de wang, en roep: ‘Ik ben ZO BLIJ dat we vrienden zijn.’ Ik steek mijn armen uit en ze kijken me aan van wat ben jij nou aan het doen en beseffen dan dat ze zelf ook aangeschoten zijn en vliegen me in de armen.

Ja, ik ben een snel aangeschoten sociale drinker. En alleen na een paar wijntjes komt mijn ware aard naar buiten. Ik kan het bijna mijn strot (oké toetsenbord) niet uitkrijgen, maar… ik kan dus best lief zijn. Eerlijk waar.

Pfffff.

juni 2nd, 2016

Een droevige dag

Gisteren was een droevige dag. Zoals altijd liep ik naar het station. De zon scheen en om me heen leek iedereen te lachen, te fluiten of te kussen. In mijn hoofd vormde zich echter een donderwolk.

Duizenden ritjes. Een paar jaar lang bus, metro, trein, alles. Naar Utrecht. Leiden. Den Haag. Amsterdam. Rotterdam. Mijn god, waar ben ik niet geweest? Je zou me een reiziger kunnen noemen, ware het niet dat ik moet kotsen van het woord ‘wanderlust’ en nou ja, ook omdat het alleen in Nederland was.

Optimaal heb ik ervan genoten. Oké, ik ben er niet heel vaak mee naar Groningen gegaan, maar hallo, dat is dan ook honderd uur reizen. Mijn studentenov heeft me van hot naar her gebracht, omdat ik op een jaar na (en ik studeer al vijf a zes jaar, dus reken maar uit) nooit in dezelfde stad woonde als waar ik studeerde. Ik las boeken, artikelen, deed een armzalige poging tot flirten of staarde gewoon uit het raam, allemaal op kosten van de staat.

En nu is dat voorbij. Het studeren echter nog niet. Mijn rijke en vrije dagen zijn geteld. Voortaan moet ik zoals het een gewone burger betaamt betalen voor het ov. Maar god, ik ben er nog lang niet klaar voor.

mei 28th, 2016

Dit is voor iedereen die over mijn s-woord begint (de hele wereld dus)

‘Eh s-woord?’
‘Ja.’
‘Bedoel je je seksleven?’
‘NEE. Scriptie. En nu gaan we dat woord niet meer noemen.’
‘Oké dan…’

Goed, het s-woord dus. Ik heb er wel eerder blogs over geschreven dat mensen er gewoon niet over moeten beginnen, tenzij ze me willen zien huilen of een pak slaag willen. Maar mensen luisteren niet naar mij, ook al heb ik altijd gelijk.

De laatste paar dagen is het alleen nog wat pijnlijker geworden, die vraag. Het plan was namelijk om over een paar weken mijn s-woord af te hebben en dan tegen iedereen te vertellen dat ze me nu ook officieel Master kunnen noemen. Maar dat liep wat anders.

Van tevoren had ik al zo’n vermoeden, maar zo eigenwijs als ik ben, negeerde ik dat gewoon. Normaal gesproken schrijf je je masterscriptie in twee blokken met een vak ernaast of in één blok zonder vak ernaast. Ik zou het doen in één blok met een vak ernaast (waarnaast ik ook werk en nou ja, ik zie mijn vrienden wel eens weet je) vanwege mijn fulltime stage (+ één dag werken) in het vorige blok. Vorige week leverde ik mijn eerste hoofdstuk in en deze week las ik het commentaar en toen dacht ik oh mijn god, hoe ben ik ooit toegelaten op de universiteit: oké, hoe ga ik dit herschrijven en nog twee hoofdstukken schrijven in minder dan drie weken?

Je kunt het antwoord misschien al raden: dat ga ik niet doen. Hoewel mijn scriptiebegeleider wel schijnt te snappen waarom ik toegelaten ben op de universiteit denkt ook hij dat het verstandiger is om wat meer tijd te nemen voor mijn scriptie, omdat ik anders het risico loop dat de tweede lezer zegt dat ik nooit toegelaten zou moeten worden op de universiteit het niet goed genoeg vindt en alsnog uitloop heb en een burn-out en geen familie en vrienden meer, omdat ik die allemaal geslagen en uitgescholden heb.

In de zomer mogen ze bij mijn universiteit geen begeleiding geven, omdat de docenten dan aan hun eigen onderzoek moeten zitten, dus ga ik er wel zoveel mogelijk aan zitten in de zomer en hopelijk daarna in een paar maanden afstuderen. Het is niet leuk, want dit is niet waar ik vanuit ging, maar er zijn ergere dingen. Ik moet toch tot ik dood neerval mijn honderdtachtigste werken, dus wat maken die paar maanden nou uit?

En nu niet meer over beginnen hè, flapdrollen.