maart 24th, 2019

Don’t stop me now

View this post on Instagram

Cadeaus en fanbrieven zijn welkom.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Er is al een tijdje een trend gaande in de bloggerswereld en die trend is stoppen met bloggen. Ik zal eerlijk met je zijn: ik vind het ontzettend jammer. Vroeger (sprak de oude vrouw) was de bloggerswereld een community. Je reageerde op elkaars blog, wist alles van elkaar en op een gegeven moment sprak je met elkaar af (wat raar was, want je had het gevoel dat je die persoon al kende). Met sommige van die mensen ben ik nog steeds bevriend. Ik heb zoveel mensen ontmoet via mijn blog dat ik het niet meer bij elkaar op kan tellen. En nu gaan ze weg.

Het betekent natuurlijk niet dat ze voor altijd weg zijn, want er is nog social media en jawel, real life. Maar ik vind het jammer. Vloggen is natuurlijk helemaal hip, maar ik ben meer van het lezen (kun je tenminste ook zelf het tempo bepalen). Alleen zijn er dus steeds minder blogs om te lezen.

Gelukkig heb ik goed nieuws voor jullie: mijn blog bestaat vandaag acht jaar en ik ben nog lang niet van plan te stoppen. Ik heb immers een keer (niet op mijn blog) gezegd dat ik een feestje geef als mijn blog tien jaar bestaat en dat duurt nog even. Bovendien heb ik zoveel bizarre en leuke dingen meegemaakt dankzij mijn blog (nog steeds) en blijft schrijven een van mijn lievelingsdingen om te doen. En waar moet ik anders mijn narcistische neigingen kwijt? Nee, no worries, jullie zijn nog lang niet van me af.

maart 16th, 2019

Laura’s liefdesletteren: wat kon zijn

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Het meisje bij stijldansen dat zo lief lachte elke keer als hij haar rond zwierde. Of de vrouw die hij altijd tegenkwam tijdens zijn wekelijkse wandeling in het park. Misschien was het toch zij die naar hem staarde tijdens het feest, terwijl hij te veel bezig was met anderen.

Op de een of andere manier kwamen ze altijd als hij een relatie had, de opties. Als vrijgezel leken ze ver weg, in de trein starend naar buiten, maar nooit naar hem. Ze roken het als hij over ze heen was en kwamen dan op hem af als krijsende meeuwen op broodkruimels.

Waarom zou je voor één persoon kiezen als er zoveel mogelijkheden waren? Er was altijd wel iemand knapper, leuker, slimmer. Ze wachtten op hem in datingapps, cafés of misschien wel om de hoek van de straat. Ze liepen hand met hand met hem op het strand, fluisterden lieve woorden in zijn oor en kusten hem met eindeloze zachte lippen. Alle liedjes gingen over die ene tot er een andere kwam. Achter in de rij aansluiten alstublieft.

Dat het de keuze was die het juist mooi maakte, dat de reden was waarom mensen vijftig jaar bij elkaar bleven en niet de verplichting, dat wist hij nog niet.

maart 8th, 2019

Thuis

View this post on Instagram

Thuis.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ik weet nog de eerste paar dagen in dit huis. Er stond een bank (alleen geschikt voor kleine mensen), een krabpaal en in het slaapgedeelte een luchtbedje met allemaal dozen. Op het raam had ik vuilniszakken geplakt, die er ’s nachts vanaf vielen. Die week kwamen er allemaal mannetjes in huis. Ikeamannetjes, gordijnmannetjes en internetmannetjes. Ze lieten een vieze geur achter, alsof dat bij hun takenpakket hoorden.

Dit is waar ik al die maanden zo naar toe had geleefd. Weer mijn eigen plek in een stad waar ik op mijn gemak was en mijn vrienden woonden. Maar waarom was ik dan niet blij?

Nou, dat kan ik mezelf inmiddels wel vertellen na vijf verhuizingen in zeven jaar: het kost tijd om je thuis te voelen. In mijn geval betekent dat mijn boeken in de kast zetten, mijn accessoires op orde hebben (je hebt misschien al door dat blauw mijn lievelingskleur is door de foto) en de buurt verkennen. Ik weet nu dat er veel katten slapen in de volkshuisjes om me heen, dat de automatische deuren niet zo automatisch zijn bij de plaatselijke supermarkt en hoe de postbode eruit ziet.

Ik fiets door de straten van Utrecht en bedenk naar welke cafeetjes ik nog wil. Ik loop door de buurt en zie dat het huis dat te koop stond nu eindelijk bewoond is. Ik kom thuis en blijf veel te lang praten met mijn buurmeisje.

Ja, ik kom thuis en het is goed zo. Eindelijk.

februari 24th, 2019

Flikker op

Er zijn natuurlijk blogs vol dankbaarheidslijstje, maar vandaag ga ik me gewoon weer ouderwets ergeren.

Want kijk, ik ben gewoon aan het fietsen, ’s avonds. Muziekje op, naar binnen gluren bij mensen die de gordijnen open hebben en mijn lichtjes aan. Ja ja politie, ik ben heel braaf. Maar dan word ik opeens ingehaald door een fietser die ook denkt braaf te zijn. Mijn ogen knijpen samen, er vormt zich een fronsrimpel op mijn voorhoofd en ik denk: *vul hier een scheldwoord in*.

Flikker. Flikker. Flikker.

Dat is namelijk wat ik zie. Deze persoon heeft heel netjes een Hemalampje aan zijn bagagedrager geknoopt, maar het lichtje FLIKKERT. Ik heb nog nooit een epileptische aanval gehad, maar ik sta op het punt om er eentje te krijgen. Ik probeer het niet te zien, ik kijk naar de winkels waar ik langs fiets, maar het is onmogelijk.

Flikker. Flikker. Flikker.

Ik ben een heel rustig meisje, maar hier word ik agressief van. Een tijdje geleden begon ik aan mezelf te twijfelen: is het wel zo erg dat dit soort mensen bestaan? Ze houden zich toch aan de regels? Maar toen las ik dit en kon ik opgelucht ademhalen.

Dus, lieve mensen: laat jij jouw fietslampje altijd knipperen, flikkeren, schitteren? Niet doen! Het is verboden en superirritant. Bedankt voor uw aandacht.

februari 17th, 2019

I get by with a little help from my friends

Vroeger was het makkelijk. Je liep naar iemand toe in de speeltuin en zei: ‘Wil je vrienden worden?’ ‘Ja,’ zei de ander en de vriendschap was een feit.

Op een gegeven moment bereik je de leeftijd dat het niet meer zo makkelijk is. Je houdt je bezig met werk en de vrienden die je al hebt. Daar vallen er ook een paar van af. Je hebt het gewoon te druk voor al dat sociale gedoe. Dat is hoe het gaat toch?

Nou, bij mij eigenlijk niet. Sinds ik in Utrecht woon, kan ik het bijna niet meer bijhouden met al die leuke mensen. Ik heb de mensen die in Utrecht wonen en met wie ik al bevriend was. Dan heb ik de vrienden verspreid door het land. En dan zijn er opeens allemaal mensen die ik ontmoet.

Ik ga verhuizen naar Utrecht en kom erachter dat mijn buurvrouw óók Laura heet (heb ik weer). Zoals het de naam betaamt, blijkt ze ook nog eens aardig te zijn. Nu is het ook niet zo moeilijk om een betere buur te zijn dan mijn vorige buurman, maar toch.

Ik ga op theatersport en kom erachter dat een van mijn medespelers hetzelfde werk doet en fijn is om mee te praten.

Ik ga naar zelfverdediging en blijf uren buiten in de kou praten met degene tegen wie ik moest ‘vechten’.

Ik ga op improvisatietheater en ik speel met iemand van wie ik meteen denk: wij zouden vrienden kunnen zijn.

Ik weet niet of ik al echt vrienden ben met deze mensen (kan iemand dit even bevestigen ofwel ontkennen), maar de potentie is er in ieder geval. Ligt het aan Utrecht? Ligt het aan mijn houding? Ben ik gewoon een fantastisch persoon? Ik weet het niet, maar ik ben er blij mee.

januari 30th, 2019

Een klap voor je kanis

Na een leuk feestje fiets je terug naar huis. De lichten in de huizen branden niet meer, alleen je voorlamp schijnt nog door de nacht. Je hoort dat er iemand achter je fietst, maar je durft niet achterom te kijken. Je begint steeds harder te trappen en kijkt of er iemand op dit tijdstip nog op straat loopt, iemand die er betrouwbaar uitziet. Maar er is niemand. Wat als er nu iets gebeurt?

Ik denk dat elke vrouw dit wel herkent. De angst als je ’s avonds alleen op straat loopt. De sleutels in je handen, voor het geval dat. De snelle passen. Je voelt je machteloos in dat soort situaties, het voelt alsof er niets is wat je ertegen kunt doen. Ik wilde van dat gevoel af, dus ben ik een cursus zelfverdediging (voor vrouwen) gaan doen.

Natuurlijk is het te debiel voor woorden dat je zoiets moet doen. Wij zijn niet probleem. Maar toch liever dat dan dat ik niet weet wat te doen. Al eerder had ik Krav Maga geprobeerd, maar dat vond ik behoorlijk heftig. Ook naar deze cursus ging ik met tegenzin. We werkten met stootkussens, waardoor het geen pijn doet als iemand je slaat, maar je voelt de impact wel. De laatste les deden we examen: we moesten oefenen op een man (in beschermend pak en met een helm op) die gewoon door zou gaan met op je aflopen of je optillen als je niet hard genoeg sloeg of trapte. Dat was heftig, want voorheen oefenden we op elkaar, maar wanneer krijg je nou de kans om dit te oefenen? Als het gebeurt, gebeurt het echt.

Het is fijn om te weten dat je niet per se sterk of groot hoeft te zijn om toch iets te kunnen doen. Zo heb ik geleerd dat je niet eerst een knietje moet geven (daarvoor moet iemand echt dichtbij je staan), maar moet slaan (palm strike heet dat). Als je je handen tegen iemands heupbotten zet, dan kunnen ze je niet meer optillen. Je kan harder slaan en schoppen dan je denkt.

Ik ben blij dat ik het gedaan heb en ik kan het iedereen aanraden. Maar laten we hopen dat er een tijd komt waarin we het niet meer hoeven te gebruiken.

januari 17th, 2019

‘Kom je uit Rotterdam?’ ‘Ken je dat niet horen dan?’

View this post on Instagram

Rotterdam is niet te filmen, de beelden wisselen te snel

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Drie jaar heb ik in Rotterdam gewoond. Roffa, 010, Maasstad, hoe je het noemen wil. Ik moet het eerlijk toegeven: het waren niet de beste jaren uit mijn leven. Liefdesverdriet, een buurman die me bedreigde en de drukke stad. Ik dacht dat ik opgelucht zou zijn als ik eenmaal in Utrecht zou wonen.

Maar nu wil de ironie van mijn leven dat ik een baan vond in Rotterdam, terwijl ik net naar Uutje verhuisd was.
‘Ga je weer terug?’ vraagt iedereen.
Mijn antwoord is dan altijd: ‘No way.’
Rotterdam is te groot, onveilig en ik houd van oude stadjes.

Maar nu ben ik er toch steeds weer te vinden. Met de tram ga ik langs plekken waar ik eerst fietste, gewoon, zonder na te denken, richting bestemming. Elke keer als ik op Rotterdam Centraal ben, heb ik de neiging om naar huis te lopen. Maar dat huis is er niet meer. Er woont iemand anders.

En dan de Rotterdamse taal en mentaliteit. De natte T. Het niet lullen, maar poetsen. Alle leuke plekken (de filmhuizen, de Leeszaal, Koekela, Witte de With, Museumpark, Blijdorp en ik kan nog doorgaan) en leuke mensen (die weten zelf wel dat ze het zijn). Dichterbij familie zijn.

Maar nu woon ik in Utrecht (geen zorgen, 030, jij krijgt ook je eigen blog). En Utrecht heeft zo zijn eigen plekjes, mensen en taal. Plekjes en mensen waarbij ik me heel erg op me gemak voel. Alleen het accent heb ik nog niet door. Voorlopig houd ik dus toch maar bij de natte T. Maar dan wel in Utrecht.

december 30th, 2018

Theater is net sport

Het eerste wat ik deed toen ik in Utrecht kwam wonen, was op zoek gaan naar een cursus toneel. Geduld was een schone zaak, want in de zomervakantie wordt er weinig aan toneel gedaan (‘FAKE NEWS, wat dacht je van de Parade?’ ‘Ik bedoel qua cursussen.’ ‘Oh.’). Dit keer was ik op zoek naar iets wat me nog meer zou uitdagen: theatersport. De naam is enigszins misleidend (‘Ik dacht al: Laura die aan sport doet???’), want er komt gelukkig weinig sport aan te pas. Denk maar aan de Lama’s met hun onderdelen als het moordspel en de draaideur: allemaal games die je doet tijdens theatersport.

Uitdagend was het zeker. Waar het bij theatersport namelijk om gaat, is in het hier en nu zijn en falen. Laten dat nou net twee dingen zijn waar ik niet per se heel erg goed mee om kan gaan. Vooruit denken is geen optie bij theatersport, want er gebeurt iets NU en je hebt er geen controle over, want je speelt met een ander die zo zijn eigen interpretatie van de situatie heeft. Dit zorgt voor lastige situaties waarbij je soms wel moet falen en dat is helemaal niet erg. Huh? Ja echt.

Wat ik leuk vond, is dat je de eerste les allemaal serieuze mannen en vrouwen (in tegenstelling tot toneel zijn er bij theatersport veel meer mannen dan vrouwen) ziet en dat je bij de laatste les hebt gezien hoe ze steeds losser zijn geworden. Eigenlijk zijn we allemaal nog kinderen. Ik zou willen dat iedereen eens een cursus theatersport doet.

Als je naar theatersportwedstrijden gaat, dan weet je dat er soms ook zang aan te pas komt. Ik vreesde voor de zangles, want ik kan niet zingen en voor publiek zingen vind ik dan ook een van de engste dingen.  Op mijn elfde moest ik bij theater Hofplein een liedje zingen voor de groep, geen idee hoe ik dat heb overleefd ooit. Gelukkig was het hier minder erg. Ik bleek niet eens de slechtste te zijn en het is bevrijdend om niet goed te hoeven zingen. Waar iedereen eenvoudige kinderliedjes zong (‘Sinterklaas Kapoentje’) kwam ik met ‘Bloed, zweet en tranen’ aanzetten. Wat kan ik zeggen, gevoel voor dramatiek.

En toch ga ik niet door met theatersport. Ik merkte dat ik het serieus spelen zoals je bij toneel doet toch wel miste. Humor is leuk, maar serieus spelen is misschien nog wel uitdagender. Een combinatie van die twee zou helemaal goed zijn. Perfectie blijkt dan toch te bestaan: een cursus improvisatietheater. Kan niet wachten tot ik daarmee mag beginnen!

december 23rd, 2018

Het Harry Pottergevoel

Dezer dagen ontkom je er niet aan: kerst. Je kunt nog geen winkel inlopen of de kerstliedjes vliegen je al tegemoet, overal hangen lichtjes en ’s nachts schrik je wakker, omdat je nog niet voor iedereen een cadeautje hebt gekocht. Maar er is nog iets anders wat ik bij kerst vind horen: het Harry Pottergevoel.

Vroeger, toen er nog zoiets als een kerstvakantie bestond (werkende mensen be like ???), herlas ik altijd alle boeken. Ik krulde me op op de bank en je hoorde me dagen niet. Ik las hoe Harry Potter erachter kwam dat hij een tovenaar was, ergerde me elke keer weer als Ron en hij de auto namen toen ze niet door het hek kwamen op het station, probeerde de verloren bladzijden terug te vinden van het stukgelezen deel drie, huiverde bij het lot van Carlo Kannewasser, voelde de zware sfeer van het vijfde deel, was geschokt door de identiteit van de halfbloed prins en probeerde het laatste hoofdstuk van deel zeven te vergeten (who’s with me?).

Maar het mooiste was als het ook daar kerst was. Hoe zo’n fictief kasteel dan toch zo knus kan voelen. Vliegende bezemstelen als cadeautjes. Aan een tafel een kerstdiner in de Grote Zaal met docenten. De truien van mevrouw Wemel.

Ik geloof dat ik al weet wat ik deze kerst ga doen.

 

december 9th, 2018

Laura’s liefdesletteren: vrijheid

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Haar hele leven lag voor haar open. Nooit meer hoefde ze rekening met iemand te houden. Zijn vuile sokken, het geblèr van de animatieseries en het zeuren over dat zij zo zeurde. Eindelijk kon ze op reis. Naar India. Of Nieuw-Zeeland. Of België. Wat maakte het uit? Nu kon ze weer sjansen met de jongen om de hoek. Als ze wilde, kon ze vanavond al iemand in bed krijgen. En de nacht erop weer. Maar ze wilde hem.
Nee, nee, ze hoefde hem niet meer. Het mooie was dat hij nog steeds gebonden was, maar zij was vrij. Echt alles was mogelijk. De carrière waar hij niet in geloofde. Daar zou ze nu voor strijden. Als ze tenminste niet gewoon al haar spullen wegdeed en in een klein huisje op de hei ging wonen. Met een hond. Hij was allergisch, daar hoefde ze geen rekening meer mee te houden. Hij lag niet meer aan haar voeten, maar de wereld wel.
Zou hij haar eigenlijk ook ‘gekkie’ noemen? En zich verstoppen onder het deken om haar stiekem te kietelen? Misschien kon ze wel tegen kietelen. Mensen die tegen kietelen kunnen, zijn de vervelendste. Zo mooi was ze niet eens. En ze deed logopedie. Wie doet er nu logopedie? Heel saaie mensen. Dat paste wel bij hem, het saaie.
Maar zij was niet saai. Oh nee, ze had wel tachtig plannen en allemaal even goed. Ze hoefde alleen nog maar even zijn spullen op straat te gooien en dan kon het beginnen. Die trui vol gaten, hoppatee. Het kettinkje? Maar die stond zo mooi overal bij. En de foto? De foto bleef. Het verdriet bleef. Hij bleef, maar niet bij haar.