april 19th, 2015

Detective Laura B. en het mysterie van de verdwenen fiets

Zoals altijd was ik nog nét op tijd vertrokken. Mobiel en een flesje water nog even snel in mijn tas gepropt, de kat aaien en daarna rennen naar de schuur. Krakend ging de deur open.

Mijn fiets stond er niet.

Het kwam pas na een paar seconden bij me binnen. Mijn fiets was verdwenen. Nu moet je weten dat een fiets het belangrijkste in je leven is als je in Voorschoten woont. Je moet namelijk OVERAL naar toe fietsen: het station, Leiden, de sportschool, de supermarkt. Als ik moest kiezen tussen mijn fiets en mijn slaaf… Dan verhonger ik liever.

Mijn eerste gedachte was: dit ga ik niet tegen mijn moeder zeggen. Huh? Ja, kijk, ik heb een geschiedenis met fietsen. Iets met twee fietsen die na een paar weken gestolen werden in Leiden, lekke banden, kapotte spaken en geld van mijn ouders. Als ik zou vertellen dat mijn fiets gestolen was uit mijn eigen schuur (‘Heb je hem wel goed op slot gedaan?’ ‘Uh…’), dan zou ik onterfd worden.

Dus in plaats daarvan zette ik het op een hollen, want ik moest naar het station (gelukkig die op tien minuten lopen van mij vandaan en niet Leiden Centraal), anders zou ik te laat komen. Ondertussen vlogen de vloeken over de straten van Voorschoten. Verdomme. Welke buurman/vrouw/kat heeft dit op zijn/haar geweten? Mijn fiets is mijn allesie. Wat moet ik nou?

Na het werken kwam mijn slaaf mij ophalen. ‘Heb je al bij het winkelcentrum gekeken?’ probeerde hij voorzichtig. Ik schold hem uit, want waarom zou hij daar staan? Het is verdomme één minuut lopen vanaf ons huis. Maar ja, ik had geen zin in meer gezeik, dus ik ging toch maar kijken.

U voelt hem al aankomen: hij stond bij het winkelcentrum. Normaal ga ik altijd lopend, maar een paar dagen geleden kwam ik vanuit Leiden en had ik geen zin om eerst naar huis te gaan en dan weer naar de winkels te lopen (nee joh, ben niet lui). Maar eenmaal uit het winkelcentrum met mijn gekochte spullen vergat ik dat mijn fiets daar stond.

Behalve een hoop frustratie, rimpels en woede heeft dit alles me toch wat goeds gebracht: ik doe voortaan ALTIJD mijn fiets op slot, ook in de schuur.

(een paar dagen later werd ik overigens gestraft voor mijn domme actie, want mijn ketting viel eraf, zucht)

Tags:
april 12th, 2015

Vijf dagen zonder slaaf: een verslag

Jeroen ging naar Istanbul. Ja. Niet met zijn minnaar ofzo, maar gewoon met zijn studie. Scholen bezoeken (hij studeert voor leraar economie, I know, boringgg), een beetje cultuur en vooral veel eten en drinken.

Ondertussen zat ik thuis. Zonder slaaf. Ik heb het nog nooit zo moeilijk gehad in mijn leven. Wie moest nu mijn eten koken, mijn rug masseren, horen welke gekke dromen ik nu weer heb gedroomd? Het was een hel. Maar ik heb het overleefd. Hier mijn verslag.

Aantal keer dat ik gekookt heb: 0 (lang leve restjes en patat)
Aantal minuten dat het me kostte om in slaap te vallen zonder een knuffel/kacheltje van 1.85 m naast me: 80.000
Aantal stukjes spekkoek gegeten met Manon als troostvoer: zeg ik niet
Hadden jullie ook niet al een groot stuk kwarktaart genomen daarvoor:
Hoeveel keer genoten, omdat ik kon föhnen zonder dat iemand klaagde over hoofdpijn, of een hersenloze serie kon kijken zonder dat iemand klaagde over hoofdpijn, of klagen zonder dat iemand klaagde over het klagen: 80.000
Aantal keer geskypt met slecht internet en een hoop lawaai op de achtergrond (niet van mijn kant): 2
Aantal kleffe whatsappjes: 50
Hoeveel heb je hem gemist: ontelbaar veel
Wat was het eerste dat hij deed toen hij je zag: klagen over dat de paspoortcontrole zo lang duurde
Hoe houd je het met hem vol: hij kookt voor me
Hoe blij ben je dat hij er weer is: ligt eraan wat hij vanavond gaat koken
Hoe houdt hij het met je vol: ik weet niet waar je het over hebt

Tags:
maart 27th, 2015

Dingen die ik tegen mijn kat zeg


Ik heb de knapste en slimste kat van de wereld.

(niet lezen als je niet van katten houdt en al helemaal niet van mensen die tegen hun katten praten)

Uiteraard inclusief babystemmetje.

Als ze stout is geweest:
– ‘Dat doen we niet he!’ Ik wijs dan ook met mijn vinger, waar ze vervolgens aan begint te ruiken en te likken.
– ‘FOEI, DIKKIE, FOEI.’
– ‘Dat vindt baasje niet zo leuk.’

Als ik wegga:
– ‘Doei Dikkie! Ik ben zo weer terug. Love you!’
– ‘Doei Dikkie.’ (als ik boos op haar ben)
– ‘…’ (als ik heel erg boos op haar ben)

Als ik terugkom en ze met haar pootjes tegen het raam om me zit te wachten:
‘Heb je me zo gemist? Heb je me zo gemist? Ik jou ook hoor. Ja. Jaaa. Wie is een lief poesje? Ja, dat ben jij.’

Als ze lief doet:
‘Ik hou zoveel van jou. Je bent de mooiste kat die er is.’

Als ze stom doet:
‘Je bent echt de stomste kat die ik ken.’

Als ze na tachtigduizend pogingen eindelijk het veertje te pakken krijgt tijdens het spelen:
‘Wat kan jij goed jagen zeg!’

Als ze uitglijdt door de gladde voer of gewoon onhandig doet:
‘Jij bent niet zo’n slim poesje hè?’

Als ze naar me kijkt:
‘Miauw.’ (en dan in stilte juichen als ze terug miauwt).

maart 23rd, 2015

Filosofieslet

Bij filosofie heb je eigenlijk twee soorten mensen: leuke gekkies en stomme gekkies. Gelukkig zijn de premasterstudenten allemaal leuke gekkies (duh).

Eén daarvan is Sarah. Sarah is zo’n vervelend optimistisch posi-meisje. ‘Die is aardig! zegt ze over werkelijk elk persoon. Gek genoeg stoort me dat niet zo bij haar en dat terwijl ik een rasechte pessimist ben.
Maar er is één eigenschap van Sarah waar ik me kapot aan erger.

Ze is een filosofieslet.

Nee, het is niet zo dat er op los floepsedewoepst met elke persoon die een studie wijsbegeerte heeft gevolgd. Het is meer dat ze verliefd is. Meestal op dode filosofen, dus dan wordt floepsedewoepsen ook wel wat lastig.

Tijdens het eerste vak brabbelde ze er al op los, zoals verliefde mensen dat wel vaker doen: ‘Oh Epicurus, dat is echt mijn LIEVELINGSfilosoof!’ ‘Aristoteles is ZO leuk!’
Daarna zag ik haar één blok niet, omdat ze andere vakken deed (de trut). Maar in blok drie (dit blok) ging ze weer vrolijk verder: ‘Ik HOU van Hobbes!’ En zelfs als ze zei: ‘Ik HAAT Leibniz.’, dan kwam ze er na enige verdieping in de desbetreffende filosoof toch nog op terug: ‘Ik vind Leibniz ECHT leuk.’ Vermoeiend om bij te houden, al die verliefdheden.

Na lang nadenken kwam ze eindelijk met een filosoof die ze wél echt stom vindt.

Jesse Prinz. Omdat hij blauw haar heeft.

Een gekkie dus. Maar wel een leuke!

maart 15th, 2015

Myrthe van der Meer – UP (+ winactie voor de materialistische boekenjunkies onder jullie)

20150306_161451 (1)

Heftig.
Dat is wat ik zou zeggen als iemand me vroeg om UP van Myrthe van der Meer te beschrijven in één woord.

Het is geen boek wat je in een dag leest, lekker liggend op het strand. Eerder een boek dat je oppakt en weer weglegt, omdat het verdrietig maakt. Toch lees je uiteindelijk verder, want het houdt je vast en laat je niet meer los.

Het is het vervolg op PAAZ , dat gaat over dezelfde Emma die opgenomen wordt op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis. In UP gebeurt dat voor de tweede keer en krijgt ze naast het etiketje Asper ook de diagnose manisch-depressief te horen.

Ik vind het heel goed dat er zoveel aandacht wordt besteed aan dit boek. Er heerst nog steeds een enorm stigma op psychische ziekten. Denk aan mensen die tegen iemand die depressief zeggen: ‘Je moet gewoon naar het positieve kijken.’
Waarom accepteren we het wel als iemand een gebroken been heeft, maar ben je gek of een aansteller als je een psychische stoornis hebt? Misschien, omdat we er niet genoeg kennis van hebben. Gelukkig zijn er boeken.

Dus ik zou zeggen: lees het. Je hoeft niet eens aan te komen met smoesjes als ‘Geen geld.’, want je kunt namelijk een UP-goodiebag winnen! Op de foto zie je waar dat allemaal uit bestaat (exclusief enorm grote boekenkast vol boeken, die ik eigenhandig met collega’s erin heb gezet, want The House of Books, de uitgeverij van Myrthe van der Meer, is namelijk onderdeel van mijn oude stage).

Wat je ervoor moet doen? Gewoon reageren, het liefst iets origineels (Geen ‘Leuk geschreven!’ of ‘Ik volg jou, volg je mij ook?’ dus). En voor de mensen die enkel meedoen voor het winnen of om de boeken later weer door te verkopen: alleen mensen die al vaker gereageerd hebben of van wie ik weet dat ze mijn blog lezen mogen meedoen.

22 maart mail ik de winnaar!

(Voordat jullie denken dat ik een shady bitch ben: ik heb een boek opgestuurd gekregen als recensie-exemplaar)

maart 4th, 2015

BREAKING: ik ga meedoen aan een hardloopwedstrijd

Welke wedstrijd: The Color Run.
Waar: Amsterdam.
Welke afstand: 5 kilometer.
Hoe lang mag je daarover doen: 4 uur.
Serieus? Ja, er zijn selfieposts en-
SERIEUS? Ja. Selfies nemen kost veel tijd.
Met wie: Dionne, Lianne, Lisa en Rosa, mijn gezellie blogdinnies.
Hoe goed zijn zij in hardlopen: Beter dan ik of ze hebben een goed excuus zoals astma.
Waarom doen jullie mee: We doen ironisch mee.
Oké dan:
Wie is team captain: Ik uiteraard.
Wat houdt dat precies in: Dat ik over de finish word gedragen.
Omdat je het niet kan, bedoel je: Nee, dat hoort bij team captain zijn.
Oké dan: Houd je mond.
Heb je eigenlijk al geoefend: Ja en ik werd bijna aangevallen door een Duitse herder.
Succes: Ja. Bedankt.

februari 23rd, 2015

Laura’s liefdesletteren: tekening

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Vandaag zou ze de allermooiste tekening maken die mama ooit had gezien. Met het puntje van haar tong uit haar mond kleurde ze het bruine haar van papa in, de rode jurk van mama en zelfs Loebas kwam erop, naast Lisa zelf. Nauwkeurig zette ze de streepjes die ledematen voor moesten stellen, korte streepjes voor haarzelf en papa en mama op gelijke hoogte.
Ze ging zelfs door toen de punt brak van haar lievelingspotlood – blauw -, terwijl ze normaal gesproken woedend op de grond zou stampen. Nu sleep ze hem rustig met de puntenslijper die ze van oma had gekregen. Na twee uur (ze had nog nooit zo lang gedaan over een tekening) overhandigde ze hem vol trots aan haar moeder.
‘Voor jou, mama!’
Haar moeder bekeek de tekening vluchtig, drukte een kus op het voorhoofd van haar dochter en typte weer verwoed verder op haar laptop.
‘Bedankt lieverd, heel mooi.’

De volgende dag hadden ze weer ruzie.
‘Ruim je troep eens op, Lisa! Ik ga het niet voor je doen, ik moet werken.’
Mopperend pakte Lisa het lege pakje vruchtensap op dat ze net hard op de grond had gegooid. Met haar voet op de klep ging de prullenbak open. Onder sinaasappelschillen en een melkpak was nog net een stukje van mama’s rode jurk te zien.

februari 17th, 2015

What’s going on? No. 2

tumblr_mgl2qh5cfR1r0wrmjo1_500
Flauw filosofische woordgrapjes zijn tha best (hier gevonden). 

Laura de prefilosofe
Het lijkt wel alsof elk semester bestaat uit één leuk vak en één minder leuk vak. Dat was in ieder geval bij dit tweede blok wel het geval. Ik had een vak dat ik in deeltijd volgde (want het viel samen met het andere vak), wat betekende dat ik elke maandag tot tien uur ‘s avonds college was en om half twaalf ‘s nachts thuis kwam.

Laat ik het zo zeggen: ik ben erachter gekomen dat avondcolleges niets voor mij zijn.

Het paper voor dit vak (wijsgerige antropologie, wat op zich leuk kan zijn, als je er niet elke week tachtigduizend teksten doorheen jaagt) was, nou ja, de ergste paper die ik ooit heb moeten voltooien. We moesten een paper schrijven over Heidegger in combinatie met een andere tekst van Nietzsche met drie andere bronnen die samen minstens zeventig pagina’s besloegen en dat allemaal in slechts 1500 woorden (dat is dus heel weinig). En oh ja, we moesten ook een intervisieverslag maken (nooit gedaan, maar dan moet je dus het commentaar van een medestudent verwerken) en notities bij elke tekst.

Ik weet niet of je Heidegger ken, maar hij heeft me aan het huilen gemaakt (of nou ja, de paper over hem dan).

Maar goed, alle avondcolleges en tranen en Heideggerhaat heeft er toch voor gezorgd dat ik het vak heb gehaald (echt nét, maar hé, zesjescultuur).

Wat betreft het andere vak: dat ging over ethiek. We hadden elke vrijdag vier uur lang werkcollege en dat klinkt als een hel, maar het was eigenlijk heel leuk. Mijn paper schreef ik naar aanleiding van jullie suggesties over Tinkebell, die een handtas maakte van de vacht van haar kat. Gezellig. Ook dit vak heb ik gehaald en dat betekent dat ik het eerste semester gehaald! Wat op zich wel handig is aangezien wij de laatste studenten zijn die de master kunnen gaan doen volgend jaar, omdat hij daarna afgeschaft wordt.

Ja, dat heb je goed gelezen: binnenkort kun je nergens in Nederland meer wijsbegeerte studeren, want tja, wat levert het nou op?

Cursus stem- en presentatiecoaching
Daarnaast ben ik dus begonnen aan een cursus Parnassos (waar je als UU-student korting krijgt, yeah). Ik heb inmiddels de eerste bijeenkomst gehad en man, wat was ik zenuwachtig. Nergens voor nodig, want werkelijk ieder persoon in de groep (het zijn er vijf, maar toch) is superleuk. En je leert er ook nog eens wat van.

Sportschool
Laten we zeggen dat ik nog steeds elke week ga, maar dat ik het niet heel erg kan merken aan mijn lichaam. Wat, of ik te veel chocolade en dergelijke eet? Neeeee joh.

Project F
Samen met Char Mander ben ik bezig met een nieuw project dat ik maar even project F noem (project X heeft een nare bijsmaak). Het wordt awesome, tenminste, als we ooit eens de tijd krijgen om samen te brainstormen onder het genot van warme chocolademelk met slagroom.

To be continued.

februari 13th, 2015

Waarom ik een falende #fitgirllaura ben

- Ik houd niet van havermout, dadels en alleen van banaan an sich, niet in combinatie met iets anders.
– Ik plaats geen foto’s van mijn buik op Instagram. Niet eens selfies in de sportschool. Laat staan van de dingen die ik eet.
– Oh ja, over die buik: het lijkt eerder dat ik meedoe aan de zwangerebloggerstrend dan de fitgirltrend.
– Ik heb nog nooit meegedaan aan een hardloopwedstrijd, ook niet die ene waarbij je bespoten wordt met verf, want hoe ga je dat in godsnaam van je kleding en haar krijgen?
– Ik heb geen lichtblond haar.
– Ik draag niet van die Nikes die op hardloopschoenen lijken, maar die mensen gewoon recreatief dragen. Of überhaupt Nikes. Of überhaupt sneakers.
– Ik heb geen suikervrije week gedaan. Niet eens een dag. Ik haal met moeite een suikervrij uur.
– Ik ben te lui voor smoothies en sapjes.
– Bovendien vind ik detoxen onzin.
– Ik heb geen recept voor banaaneipannenkoekjes op mijn blog gezet (veel te moeilijk joh).
– Mijn blog heet niet www.fitgirllaura.nl of www.laurafitgirlt.nl of www.lauragirltfit.nl
– Ik sport niet samen met andere bloggers.
– Chocolade (echte chocolade, niet dat vieze raw spul) is mijn grootste liefde (sorry, Jeroen, jij bent ook wel oké).

februari 7th, 2015

Hiep hoi, nóg een scriptie!

Bij een pre-master hoort ook een scriptie. Gelukkig ben ik dol op het schrijven van scripties, ik heb er immers twee jaar geleden een hele zomer mee gespendeerd (artikelen lezen, terwijl buiten de zon schijnt is heerlijk). Wat nou vrije tijd? Wat een geluk heb ik dat ik in mijn leven wel drie scripties mag schrijven. Dat komt sowieso op mijn dankbaarheidslijstje.

Maar goed, die scriptie van filosofie dus. Eigenlijk is het gewoon een veredelde paper (tussen de 5000 en 7500 woorden, mijn bachelorscriptie van Literatuurwetenschap moest rond de 10.000 zijn) en dat klinkt meteen ook veel beter.

Alleen dat onderwerp, dat is lastig. Toch kwam ik eruit, na een brainstormsessie met de studiecoördinator. Houden jullie je vast? Ik weet dat het ongelooflijk spannend is, dat jullie het bijna niet aankunnen, dus hier komt het dan (de onderzoeksvraag onder voorbehoud, maar wel dit onderwerp): in hoeverre ben je als schrijver verantwoordelijk voor wat er in je boeken gebeurt?

Waarom ik (of de studiecoördinator, dat weet ik niet meer) hierop kwam? Ik wilde graag filosofie combineren met literatuur. Het is al vaker gebeurd dat auteurs aangeklaagd zijn voor iets wat in hun boeken voorkomt of wat hun personages doen (denk aan Oscar Wilde en homoseksualiteit). Leuk onderwerp, maar ik heb wel een paar case studies nog. En aangezien tachtigduizenden (‘Heb je zoveel bezoekers?’ ‘Ehm… bijna.’) meer weten dan één, komt hier dan mijn vraag.

Kennen jullie toevallig zo’n casus?

(‘Dit is wel weer echt misbruik maken van je lezers hè.’ ‘Ja kom op zeg, ik loop maar te zwoegen op die blogjes, ze mogen ook wel eens wat terugdoen.’ ‘Jeetje, je bent er niet bescheidener op geworden sinds je zo succesvol en famous bent.’ ‘Houd je mond, anders ban ik je.’)