maart 24th, 2017

De wonderen zijn de wereld nog niet uit: Lauradenkt.nl bestaat zes jaar!!!

Bloggen schijnt al heel lang dood te zijn (en toch zijn er nog oneindig veel mommyblogs) en daar zeuren we dan ook graag over met zijn allen. Op onze blog, wat heel ironisch is. Want bloggen leeft dus gewoon, jongens, nog steeds. Het is alleen steeds een ander soort blog dat met name leeft. Nu is het de mindstyle, hiervoor de lifestyle, daarvoor de foodblogger en als we even helemaal teruggaan naar iets wat voor lange tijd helemaal hip was: de persoonlijke blog. Maar dat is nu niet meer zo trendy en daarom denken al die bloggers dat het dood is, waardoor ze er zelf ook mee kappen en nou ja, dan wordt het een soort van selffulfilling prophecy. WAAR IK WEIGER AAN MEE TE DOEN. IK BEN GEEN MOORDENAAR.

Goed, dat gezegd hebbende: die van mij bestaat dus zes jaar vandaag. Het doet me eigenlijk vooral beseffen dat ik al pijnlijk lang studeer, aangezien ik begon met bloggen tijdens mijn eerste jaar van de bachelor Literatuurwetenschap. Maar ik ben echt bijna klaar met mijn s-woord, beloofd.

Beginnen met deze blog was mijn beste beslissing ooit, zelfs beter dan mijn beslissing om een Cinevillepas te kopen. Ik heb er zoveel leuke mensen door leren kennen, gekke dingen meegemaakt en het heeft me van de straat gehouden. Dat er nog maar vele jaren mogen komen.

LONG LIVE THE BLOG!

Tags:
maart 19th, 2017

Ergernissen in de bioscoop

Ja joh, af en toe lekker zeuren mag. Zoals jullie misschien wel weten, heb ik een Cinevillepas (#nogsteedsgeenspon) en dat betekent dat ik minimaal een keer in de week in een bioscoop te vinden ben. Niet die van Pathé (te druk en te commercieel), maar filmhuizen, want ik ben niet voor niets een elitaire linkse semi-hipster. Meestal is de ervaring goed (ga Paterson zien, mensen!), maar zoals altijd zijn er kleine ergernissen. Ik ben de vervelendste niet, dus ik deel die gewoon met jullie:

– Mensen die de hele tijd praten. Af en toe fluisteren is niet erg (is het jullie opgevallen dat mannen niet kunnen fluisteren, omdat ze een bromstem hebben?), maar hardop praten gedurende de hele film? :@ Ik heb dus een keer in een bioscoopzaal gezeten met allemaal vrouwen van 70+ die hun mond niet hielden. Als je dan ‘ssst’ zei, waren ze dertig seconden stil. Just kill me.
– Mensen die op hun telefoon kijken naar de film. Dat licht van de telefoon is zo fel dat het enorm afleidt. En wat kan er nou in godsnaam zo belangrijk zijn om je telefoon tijdens een film te checken? Zet hem gewoon uit.
– Rokers. Als je zelf rookt, ruik je het natuurlijk niet, maar die walm blijft je gewoon achtervolgen.
– In hetzelfde kader: mensen die hun halve parfumfles hebben leeggespoten.
– Eigenlijk erger ik me niet zoveel aan mensen die chips eten, maar ik weet dat die er wel zijn en daarom voel me altijd erg ongemakkelijk als ik zelf iets eet dat kraakt. Bij elk hapje denk ik: ‘Omg, de hele bioscoopzaal kan dit horen. Het is alsof er een bom ontploft in mijn mond.’
– Lange mensen. Behoeft geen uitleg.
– Duizend keer dezelfde trailer zien (is alleen mogelijk als je dus heel vaak naar de bios gaat). Ik ken die van Manchester by the Sea en Jackie inmiddels uit mijn hoofd.

Ik had ’s nachts nog een goed einde voor deze blog bedacht, maar ik ben hem vergeten. Scusi. #anticlimax

maart 13th, 2017

Heel Laura bakt

‘Ik heb zin om te bakken,’ zei ik een keer tegen Charmander.
‘Niet doen zonder begeleiding,’ was haar antwoord.
Geen idee waarom eigenlijk. Omdat het brandalarm afging toen ik een keer ging bakken in mijn vorige huis? Ik zie het probleem niet. Maar vooruit, Charmander wilde ook wel een keer met mij bakken, want ze houdt wel van een uitdaging.

Het werden scones. Dat moest toch niet al te moeilijk zijn. Al zuchtend begon ik de boter in blokjes te snijden. Wie heeft dit ooit bedacht? Het voelde alsof ik mijn handen insmeerde met een kilo vaseline. Charmander stelde voor om het hele proces te vloggen en ik vind het jammer dat we dat niet hebben gedaan, zodat de waarheid eindelijk eens getoond wordt. Heel Holland Bakt en al die foodvlogs zijn een leugen, jongens, een leugen. Af en toe gaat er wel wat mis, maar ze vloeken nooit. Hoe dan? De vloeken rolden bij ons over de tafel (eigenlijk alleen maar van mijn kant). Ik heb nog nooit zoveel stress gevoeld in mijn leven en dan deden we het nog met zijn tweeën.
‘Bakken is zoooo vermoeiend,’ zeurde ik tegen Charmander. ‘Je moet afwassen, terwijl je nog bezig bent en daarna moet je wéér afwassen.’ (ik haat afwassen)

Om de een of andere reden heb ik allemaal bakspullen in mijn keuken (nooit gebruikt en geen idee waar je ze überhaupt voor moet gebruiken), behalve wat we nodig hadden. Uit pure armoede hebben we de rondjes voor de scones maar met theeglazen uitgedrukt. Maar na veel vloeken, zweet en tranen was het toch gelukt en zaten de scones in de oven.

In plaats van dat we gewoon clotted cream hadden gekocht moesten we het zo nodig zelf maken. Weet je wat er altijd gebeurt bij Heel Holland Bakt? Dat iets gaat schiften. Die dag kwamen we erachter wat dat nou precies was. Tip van de dag: alleen mascarpone gebruiken bij wijze van clotted cream is ook een prima alternatief.

Uiteindelijk waren de scones best wel goed te eten. Alleen jammer dat Martine Bijl er niet bij was.

 

maart 5th, 2017

Laura’s liefdesletteren: de beheerder van ontroerende zaken

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Al twintig jaar was meneer de Haas beheerder van ontroerende zaken. Als iemand het moeilijk had in het dorp, kwamen ze naar zijn winkel op de dijk toe.
‘Ach heden,’ zei meneer de Haas dan. ‘Jij hebt het zwaar te pakken. Hier is een ijsje met spikkels, ook al ben je geen kind meer.’
Soms kwam er iemand die hulp vroeg met onroerend goed.
‘Oei,’ zei meneer de Haas daarop. ‘Dan zit u hier verkeerd.’
Het was een fout die veel werd gemaakt.
Vaak vulden zijn ogen zich met tranen als hij na sluitingstijd de winkel goed doorkeek. Een toevallige voorbijganger zag het wel eens en dacht ontroerd dat meneer de Haas wel elke dag ontroerd moest zijn door dat omringen van ontroerende zaken. Maar dit waren geen tranen van klein geluk, dit was van groot verdriet. Een ontluikende narcis aan de rand van de vijver, de schaterlach van een kind of de eerste keer dat je een mooi liedje hoort, het deed hem niets meer. Elke dag zag hij het aan, maar zelfs de blije klanten deden hem niets meer. Hij voelde zich leeg van binnen. Het donker kwam pas na sluitingstijd, wanneer niemand meer om zijn hulp vroeg en hij stilletjes in zijn huis bij de haard zat. Alleen.

februari 26th, 2017

Complicaties in het leven van de kleine medemens

Het leven is niet makkelijk als je 1.55 meter bent.

– Lange mensen die voor je gaan staan tijdens een concert of voor je zitten in de bioscoop.
– Lange mensen überhaupt, gewoon altijd en overal. Behalve als ze familie, vrienden of gewoon leuk zijn.
– Niet bij de melk kunnen, zelfs niet als je op een krukje staat en dan aan een Lang Persoon vragen of ze het voor je willen pakken.
– Bungelende benen op elke stoel. Op een barkruk proberen te komen is een hindernisbaan.
– In het gezelschap van Lange Mensen zijn en dat je dan last van je nek krijgt en ze ook al niet bij kunt houden bij het lopen, want korte beentjes.
– ‘Zo, jij bent echt klein.’
– Hakken dragen en dan alsnog klein zijn.
– Mensen die zeggen dat je hakken moet dragen.
– Dat lange kleding altijd in is en jurkjes dus vaak twee keer mijn lengte zijn.
– Altijd met een kabouter geassocieerd worden, terwijl je helemaal geen baard hebt.
– Mensen die door hun benen zakken, zodat ze op gelijke hoogte met je zijn. Ben geen kleuter.
– Mensen die denken dat je twaalf bent.
– Handschoenen zijn altijd te groot.
– Geen gitaar kunnen spelen, want je vingertjes zijn te kort voor al die akkoorden.
– Mensen die tegen je aanleunen.
– Brugklassers die langer dan jij zijn.

Er zitten natuurlijk ook oneindig veel voordelen aan. Mensen vinden je schattig en je benen komen nooit over de rand in welk bed je ook slaapt (zelfs niet in kinderbedden), maar hallo, zeuren mag soms.

Tags:
februari 21st, 2017

Let’s dance

Let's dance. Ook al kan ik niet bij je schouder.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Als klein Laura’tje (nóg kleiner?!) ging ik op dansles. Dat moest van mijn ouders, want dat vonden ze onderdeel van de opvoeding. Tegenwoordig vindt niemand dat meer deel van de opvoeding, stijldansen of met twee woorden antwoorden of gewoon aardig doen tegen mensen. Maar in die tijd vonden mijn ouders dat wel. Mijn broer werd mijn danspartner.

Een detail: mijn broer is zes jaar ouder. Dat is een groot verschil als je acht jaar bent. Vooral qua lengte.

De eerste les was nog zonder de jongens (mannen kon je het niet echt noemen). We dansten op Mambo No 5, wat daardoor altijd een speciaal plekje in mijn hart zal hebben, ook al ken ik de pasjes niet meer. Een dansles werd twee, werd duizend en uiteindelijk haalde ik het niveau goud (dat klinkt heel fancy, maar dat valt wel mee).

Maar toen had ik het er eigenlijk wel mee gehad. Ik bedoel, ik was tien, je hebt maar beperkt de tijd en ik wilde op toneel. Ik danste nog een keer af (inmiddels kon ik wel bij de schouder van mijn broer) en c’est ca.

Als student begon het echter te kriebelen. Ik schreef me in voor een cursus bij het universitair sportcentrum, maar mijn ex-vriend kon die dag niet (en kon/wilde sowieso niet dansen), dus vooruit dan maar. Bij die cursus waren er allemaal stelletjes en een paar vrouwen. Eigenlijk moest je rouleren, maar NO WAY dat de stelletjes met iemand anders zouden dansen. En met een meisje danst het toch anders. Ik hield het al vrij snel voor gezien.

En nu wil ik nog steeds dansen. Maar ik heb geen geld, tijd noch partner. Alle hulp is welkom, bijvoorbeeld iemand die me financieel bijstaat of iemand die mijn huis schoon wil maken en natuurlijk een leuke man die met me wil dansen. Bij voorbaat dank.

februari 12th, 2017

Fictief interview met Dikkie

 

Al een paar jaar is er geen fictief interview meer te vinden op mijn blog en dat is natuurlijk jammer. Er zouden meer fictieve interviews in de wereld moeten zijn. Voor iemand die door haar vrienden als kattenvrouwtje bestempeld wordt (tss, alleen maar omdat ik maandelijks naar het kattencafé ga), schrijf ik bizar weinig over mijn eigen kat. Daarom vandaag een fictief interview met Dikkie.

‘Psst, slaaf!’
Verbaasd kijk ik om. Waar komt dat geluid vandaan?
‘Slaaaaaaf, slaaf, slaaf, slaaf.’
Ik kijk naar beneden en zie daar de schattigste kat ooit staan. Maar waarom noemt Dikkie me slaaf, ik ben toch gewoon haar baasje? Ze rolt met haar ogen.
‘Ik ben hier de baas.’
Oké, ik laat haar gewoon in de waan.
‘En ik ben niet tevreden over jouw prestaties.’
Mijn mond valt wijd open. Haar bakje is altijd met brokjes gevuld en er staan meerdere bakken met water. Als ze me ’s nachts wakker maakt, omdat mevrouw geaaid wil worden, word ik niet boos. Nee, ik aai haar gewoon. Wat valt er nog meer te presteren?
‘Ik heb het over je zangtalenten, of eerder het gebrek daaraan.’
Ik voel mijn wangen rood worden en hoop dat ze niet verder gaat. Niemand weet dit en dat wil ik graag zo houden. Laat staan dat al mijn miljoenen bloglezers dit te weten komen.
‘Weet je wel, dat liedje dat je altijd zingt. ‘Ik hou van Dikkie’ op het deuntje van ‘Ik hou van Holland’. Of ‘Dikkie, je bent de mooiste van de hele wereld’ op het deuntje van ‘Mama, je bent de liefste van de hele wereld’. Ik word helemaal gek. Het is vast aardig bedoeld ofzo, maar JE KAN NIET ZINGEN. KAP ERMEE.’
Verslagen zit ik op mijn stoel. Het lukt me niet eens meer om haar aan te kijken, dit monster dat me nu verraadt. Alles heb ik haar gegeven, álles. Behalve de Griekse yoghurt die ik eet of meer dan een klein stukje kip of kaas. Maar voor de rest toch wel heel veel. En nu vertelt ze mijn grootste geheim aan de hele wereld. Toch draai ik na een paar minuten mijn hoofd om en kijk in die groene, giftige ogen.
‘Dikkie,’ zing ik. ‘Je bent de stomste van de hele wereld.’

Sindsdien heb ik haar niet meer gezien.

februari 5th, 2017

WCMS: hoe het wél moet

Ja sorry not sorry hoor dat ik weer over WCMS (Warme Chocolademelk Met Slagroom voor de n00bs onder jullie) blog, maar dit is gewoon een belangrijk onderwerp. Zeker aangezien het weer gaat vriezen. Ik ben aan het bedenken hoe ik dat nogmaals ga overleven, maar verder dan nooit mijn bed verlaten kom ik niet (en hoe kan ik dan WCMS drinken?). Dilemma’s.

Oké, vandaag ga ik jullie vertellen hoe WCMS moet. Want er zijn zoveel mensen in cafés die het fout doen. Gelukkig weet ik inmiddels waar de goede in Rotterdam zitten (Dudok!), maar soms wil je ook gewoon iets nieuws proberen. Dus, lieve café-eigenaren, hier is een handleiding voor als ik op bezoek kom. Beter houd je je eraan, anders ga ik een nare blog over je schrijven.

1. Reageer niet raar als Laura een WCMS bestelt. Oké, ze ziet er jong uit (16), maar ook weer niet zo jong als een kind (8), dus waarom bestelt ze WCMS, doe eens volwassen ofzo en waarom zegt ze het ook alsof ze zich een beetje kinds voelt. Reageer gewoon alsof ze een rode wijn bestelt: ‘Komt eraan, dé Laura.’

2. Zorg dat je slagroom hebt. Zeg dus niet als Laura WCMS bestelt dat jullie alleen WC hebt (echt, gadver), maar dat dit van Tony Chocolonely is dus dan kan het wel of dat er volle melk in zit, dus het is wel romig genoeg. Alsof er zoiets als romig genoeg bestaat.

3. Geef niet zo’n blokje chocolade die je zelf nog moet roeren in warme melk. Dit duurt te lang. Laura is ongeduldig en er blijft altijd een beetje chocolade hangen aan dat stokje en dat is gewoon zonde. Bovendien zorgen mensen met zo’n chocoladestok ervoor dat er geen slagroom bij zit, want hoe kun je dan nog roeren en dat is verkeerd, kijk maar naar punt 2.

4. Zorg voor een lepeltje. Hoe moet je anders WCMS drinken/eten? Volgens de enquête moet je eerst met een lepeltje alle slagroom ‘eten’ met een laagje chocolademelk en dan de rest van de chocolademelk opdrinken, voordat die koud is. Je gaat niet drinken als er allemaal slagroom in zit, want dan zit er slagroom op je neus en dat is zonde.

5. Vergeet het koekje niet. Laura heeft net twintig euro betaald voor deze WCMS, dus het minste wat je kunt doen, is er een koekje bijleggen. Let wel: dit moet een lekker koekje zijn. Een stroopwafeltje, chocoladekoekje, maar onder geen beding iets van boterkoek.

6. Zorg dat de chocolademelk van Chocomel is. Die is het lekkerst en de speciale mok waarin hij komt, is het perfecte formaat. #geensponhelaas

Zo, nu weet je alles over WCMS. Ik wens je (drink)plezier en vergeet niet te roepen dat Laura zo’n geweldige blogger is. Bedankt voor je aandacht.

januari 26th, 2017

Ja, ik doe de boodschappen, boodschappen, boodschap

Klassiekertje.

Toen ik in Rotterdam kwam wonen, was ik blij om te zien dat er (weer) op loopafstand van mijn huis een supermarkt was. Vol goede moed ging ik erheen. Rugzak mee met wat extra tasjes erin, boodschappenlijstje, mijn portemonnee. Verstandiger kan niet. Net voordat ik op mijn allervolwassenst naar binnen wilde stappen, kwam er een medewerkster op me af.

‘Op welke school zit jij?’ vroeg ze.
Achter haar stond een bord met de tekst dat scholieren niet welkom waren tussen elf en vier uur.
‘Ik zit niet op een school,’ snauwde ik naar haar en wilde al bijna mijn collegekaart in haar gezicht duwen.
Maar ik hield me sterk, zoals een echte volwassene dat zou zijn en vervolgde mijn weg. Misschien heb je me toen tussen de schappen met broodbeleg en blikken soep een traantje weg zien pinken. Ik was niet aan het huilen hoor, echt niet, omdat ik blijkbaar er als (toen) 24-jarige nog steeds uitzag als een scholier. Ik dacht gewoon aan iets zieligs.

(Waag het niet om nu te zeggen ‘Als je ouder bent, ben je er blij mee!’ Als ik ouder ben, zie ik er waarschijnlijk nog steeds uit als twaalf).

januari 22nd, 2017

Op naar het kattencafé

Soms is de wereld grauw. Bijvoorbeeld als er een nare man president van Amerika wordt of als je je teen stoot tegen de bank. Maar sinds vorig jaar is mijn leven een stuk verbeterd (en die van jou vanaf nu ook) en wel hierom: kattencafés.

Het begon met die in Amsterdam. Die is redelijk klein en in 020, maar vooruit. Ze hebben heerlijke brownies en natuurlijk geweldige katten. Dit is een van weinige goede redenen voor mij om wél naar de hoofdstad af te reizen.

Maar daarna kwam er geweldig nieuws. Twee nieuwe kattencafés, eentje in Den Haag (waar ik sinds mijn stage bij het toen nog Letterkundig Museum, nu Literatuurmuseum een beetje verliefd op ben geworden) en een in mijn eigen stad: Rotterdam, ja toch niet dan.

Oh jongens en deze kattencafé is toch echt de beste. Dat zeg ik totaal onbevooroordeeld. Het is lekker groot (ongeveer drie keer zo groot als die in 020), ze hebben in de winter red velvet chocolademelk met slagroom en er zijn kittens! Er is zelfs een kat die Roffa heet.

Het zal je dan ook niet verbazen dat ik minimaal een keer per maand in een kattencafé te vinden ben. Laatst zelfs twee keer in een week, al is dat zelfs voor mijn doen wat extreem.

Ik zit alleen met een probleem: hoe leg ik mijn eigen kat dat ik naar cafés ga om andere katten te aaien…