juni 27th, 2016

Mijn ware aard

Laten we het hebben over het drinken van alcohol. Als je 1.55 m bent.

Nu weet ik niet of dit voor iedereen geldt die twee keer zo klein is als de gemiddelde inwoner van Nederland, maar jeetje, wat kan ik weinig hebben. Eén glas wijn voel ik. Bij twee ben ik sowieso aangeschoten. Meer dan drie kan ik beter niet nemen. Een goedkope drinker noemen ze dat ook wel.
‘Ah joh, dat gaat wel over als je vaker drinkt.’
Waarom zou ik dat doen? Ik ben een sociale drinker. Ik kan niet eens iets anders dan een sociale drinker zijn, want in mijn eentje doe ik vijf weken over een fles wijn.

Oefening heb ik bovendien wel gehad. Het begon al op mijn dertiende (ik weet eigenlijk niet of mijn ouders, die dit ook lezen, dat wel weten…). Het was op een verjaardag van een vriendin die een paar klassen hoger zat (dat was toen heel cool) en we dronken Blue Curaçao met sinaasappelsap. Dat is dus niet te drinken. Maar groepsdruk en cool zijn enzo.

Gelukkig ben ik, dronken droppie, van het goede soort. Ik word niet agressief wanneer aangeschoten. Ik ga niet schreeuwen of tegen onbekende mannen aanrijden. Nee, het is veel erger.

Ik word affectief en emotioneel.

Ik kijk mijn vrienden aan, die ik heb uitgezocht op hun aversie tegen knuffelen en zoenen op de wang, en roep: ‘Ik ben ZO BLIJ dat we vrienden zijn.’ Ik steek mijn armen uit en ze kijken me aan van wat ben jij nou aan het doen en beseffen dan dat ze zelf ook aangeschoten zijn en vliegen me in de armen.

Ja, ik ben een snel aangeschoten sociale drinker. En alleen na een paar wijntjes komt mijn ware aard naar buiten. Ik kan het bijna mijn strot (oké toetsenbord) niet uitkrijgen, maar… ik kan dus best lief zijn. Eerlijk waar.

Pfffff.

juni 2nd, 2016

Een droevige dag

Gisteren was een droevige dag. Zoals altijd liep ik naar het station. De zon scheen en om me heen leek iedereen te lachen, te fluiten of te kussen. In mijn hoofd vormde zich echter een donderwolk.

Duizenden ritjes. Een paar jaar lang bus, metro, trein, alles. Naar Utrecht. Leiden. Den Haag. Amsterdam. Rotterdam. Mijn god, waar ben ik niet geweest? Je zou me een reiziger kunnen noemen, ware het niet dat ik moet kotsen van het woord ‘wanderlust’ en nou ja, ook omdat het alleen in Nederland was.

Optimaal heb ik ervan genoten. Oké, ik ben er niet heel vaak mee naar Groningen gegaan, maar hallo, dat is dan ook honderd uur reizen. Mijn studentenov heeft me van hot naar her gebracht, omdat ik op een jaar na (en ik studeer al vijf a zes jaar, dus reken maar uit) nooit in dezelfde stad woonde als waar ik studeerde. Ik las boeken, artikelen, deed een armzalige poging tot flirten of staarde gewoon uit het raam, allemaal op kosten van de staat.

En nu is dat voorbij. Het studeren echter nog niet. Mijn rijke en vrije dagen zijn geteld. Voortaan moet ik zoals het een gewone burger betaamt betalen voor het ov. Maar god, ik ben er nog lang niet klaar voor.

mei 28th, 2016

Dit is voor iedereen die over mijn s-woord begint (de hele wereld dus)

‘Eh s-woord?’
‘Ja.’
‘Bedoel je je seksleven?’
‘NEE. Scriptie. En nu gaan we dat woord niet meer noemen.’
‘Oké dan…’

Goed, het s-woord dus. Ik heb er wel eerder blogs over geschreven dat mensen er gewoon niet over moeten beginnen, tenzij ze me willen zien huilen of een pak slaag willen. Maar mensen luisteren niet naar mij, ook al heb ik altijd gelijk.

De laatste paar dagen is het alleen nog wat pijnlijker geworden, die vraag. Het plan was namelijk om over een paar weken mijn s-woord af te hebben en dan tegen iedereen te vertellen dat ze me nu ook officieel Master kunnen noemen. Maar dat liep wat anders.

Van tevoren had ik al zo’n vermoeden, maar zo eigenwijs als ik ben, negeerde ik dat gewoon. Normaal gesproken schrijf je je masterscriptie in twee blokken met een vak ernaast of in één blok zonder vak ernaast. Ik zou het doen in één blok met een vak ernaast (waarnaast ik ook werk en nou ja, ik zie mijn vrienden wel eens weet je) vanwege mijn fulltime stage (+ één dag werken) in het vorige blok. Vorige week leverde ik mijn eerste hoofdstuk in en deze week las ik het commentaar en toen dacht ik oh mijn god, hoe ben ik ooit toegelaten op de universiteit: oké, hoe ga ik dit herschrijven en nog twee hoofdstukken schrijven in minder dan drie weken?

Je kunt het antwoord misschien al raden: dat ga ik niet doen. Hoewel mijn scriptiebegeleider wel schijnt te snappen waarom ik toegelaten ben op de universiteit denkt ook hij dat het verstandiger is om wat meer tijd te nemen voor mijn scriptie, omdat ik anders het risico loop dat de tweede lezer zegt dat ik nooit toegelaten zou moeten worden op de universiteit het niet goed genoeg vindt en alsnog uitloop heb en een burn-out en geen familie en vrienden meer, omdat ik die allemaal geslagen en uitgescholden heb.

In de zomer mogen ze bij mijn universiteit geen begeleiding geven, omdat de docenten dan aan hun eigen onderzoek moeten zitten, dus ga ik er wel zoveel mogelijk aan zitten in de zomer en hopelijk daarna in een paar maanden afstuderen. Het is niet leuk, want dit is niet waar ik vanuit ging, maar er zijn ergere dingen. Ik moet toch tot ik dood neerval mijn honderdtachtigste werken, dus wat maken die paar maanden nou uit?

En nu niet meer over beginnen hè, flapdrollen.

mei 17th, 2016

Ik ben geen echt kattenvrouwtje, scusi

IMG_20160419_192411

Dat had je vast wel verwacht toen ik Dikkie in huis nam en al helemaal toen ik verklaarde weer vrijgezel te zijn. Maar helaas:

– De blogjes en foto’s van Dikkie zijn op een hand te tellen. Oké, twee.
– Ik app mijn vriendinnen (van wie bijna niemand zelf een kat heeft en de helft allergisch is, dus ik heb ook niet de juiste vrienden) niet elke dag met: WAT DIKKIE NOU WEER GEDAAN HEEFT. KIJK HOE SCHATTIG ZE IS OP DEZE FOTO.
– Maar toen ik samenwoonde, deed ik dat wel met ex-lover.
– Ik noem mezelf niet ‘het vrouwtje van’.
– Of Dikkie ‘mijn kindje’.
– Ik zeg mijn kat geen gedag als ik wegga. 
– Ik heb maar één kat, niet tien.
– Ik heb Dikkie nog nooit iets van kleding aangetrokken, hoogstens een dekentje over haar heen gelegd.
– Er hangt geen canvasfoto van mijn kat aan de muur.
– Ik praat niet met een hoog stemmetje tegen mijn kat. 
– Over foto’s gesproken: ik plaats niet dagelijks een foto van haar op Instagram. Niet eens wekelijks.
– Ik geef niet mijn halve maandsalaris uit aan kattenspeeltjes.

Valt reuze mee dus.

mei 5th, 2016

Tinder Trouble

Sinds ik vrijgezel ben, heb ik een andere functie gekregen bij mijn (vooral bezette) vrienden. De functie van verhalenverteller. Ze smullen van mijn date-avonturen, gruwelen bij vieze openingszinnen en troosten als ik weer eens een sukkel heb ontmoet.
‘Je moet erover bloggen!’ zei een van hen.

Iets hield me tegen, maar ik weet niet precies wat. Misschien schaamde ik me ervoor. Of wilde ik al die jongens niet te kijk zetten. Maar nu ik op het punt sta om voor de duizendste keer Tinder te verwijderen (en te herinstalleren), zal ik toch een paar observaties doen:

– Mannen vinden het belangrijk om hun lengte te vernoemen. Let wel: alleen als ze bóven de 1.80m zijn.
– ‘Ik zal niet vertellen dat we elkaar op Tinder ontmoet hebben.’ is een bio die vaak voorkomt. Als jij te laf bent om dat te zeggen, dan wil ik je überhaupt niet ontmoeten, gast.
– Foto’s van halfnaakte mannen, mannen op exotische plaatsen en afgeknipte (ex)vriendinnen zijn overvloedig. Maakt geen indruk op me.
– Originaliteit voert geen hoogtij op Tinder. Het lijkt soms net MSN: ‘Hey.’ ‘Hoi.’ ‘Hoe gaat het?’ ‘Goed met jou?’ ‘Met mij ook goed. Nog wat gedaan in het weekend?’ etc.
– Vertrouw het niet als ze maar één foto hebben.
– Het is awkward om bekenden tegen te komen.
– Het is nog awkwarder als je een match met ze hebt.
– Niet iedereen gaat voor een one night stand. Sommige mannen doen zelfs de deur voor je open tijdens een date. Ja ja.
– Superlikes zijn voor sukkels en het zijn ook alleen de sulletjes die ze aan je geven. Helaas.
– Zelf geef ik wel vaak superlikes weg, maar dat is altijd per ongeluk en vaak als ik ze juist naar links wil swipen. Oeps.
– Ik heb ‘bloggen’ in mijn bio staan (nee, niet alleen dat). Soms vragen ze naar mijn blog en geef ik de url. Dat is nog eens een goede manier van marketing kan ik je vertellen en je bereikt zo ook een moeilijke doelgroep #tipvandedag #blogbaas.
– Ze zijn daarna wel bang dat ik over ze ga bloggen.
– Maar ik zou zeggen: doe gewoon leuk en je hoeft je geen zorgen te maken.
– Tenzij we gaan trouwen, dat mag de hele wereld weten.

Oftewel: verwacht voorlopig maar niet een uitnodiging voor mijn bruiloft.

april 29th, 2016

Het was een (Filosofie) Nacht

Laatst kwam ik mijn filosofieleraar van de middelbare school tegen. Ik was net uit de trein gestapt na een lange dag stage.
‘Meneer!’ riep ik, zoals ik jaren daarvoor vaker had gedaan.
Hij keek om en meteen verscheen er een grote glimlach op zijn gezicht. Vrijwel direct begon hij over de Filosofie Nacht en dat ik hem daar maar mee bleef bestoken op Facebook. Ik kon een grijns niet onderdrukken.

Zeven jaar geleden zijn we namelijk met de filosofieklas (vier mensen) naar de Filosofie Nacht gegaan. En die ervaring heb ik gebruikt in de sollicitatiebrief voor mijn stage (ik houd niet van standaard sollicitatiebrieven):

De eerste keer dat ik naar de Filosofie Nacht ging, was een cultuurshock voor mij. Als zestienjarig provinciaaltje ging ik met de filosofieklas en bijbehorende docent voor het eerst naar Amsterdam. In Rotterdam was ik wel vaker geweest – dat was dan ook dichterbij -, maar het grote Amsterdam was daar niets bij.
Op de heenweg liepen we langs de Wallen, ik probeerde maar niet naar de halfnaakte vrouwen of de blik van mijn docent te kijken en op de terugweg waren toeristen cocaïne aan het snuiven op de inklaptafels in de trein. Dit alles kon me echter niet afleiden van het enthousiaste gevoel dat ik had gekregen van de Filosofie Nacht. Wat wij in de schoolbanken leerden, kon blijkbaar ook in de praktijk worden gebracht!

Wist ik veel dat ik daar jaren later zelf stage zou lopen. Dat ik de Nacht zelf zou organiseren (en mijn begeleider natuurlijk). En dat dat nu voorbij is.

Man, wat heb ik veel geleerd. Mijn liefde voor filosofie begon met publieksfilosofie, maar door de academische filosofie verdween hij ergens in een hoekje, als een stout kind. Want is publieksfilosofie wel echte filosofie? Ik wist het niet. Ik weet het nog steeds niet helemaal, maar daarom ga ik er ook mijn scriptie over schrijven (weer s-woord genaamd vanaf nu). Mijn stage bij de Filosofie Nacht heeft me weer teruggebracht bij de publieksfilosofie.

Want wat ik in ieder geval wel weet: publieksfilosofie is awesome. En nog lang niet van mij af.

april 17th, 2016

De Filosofie Nacht 2016: een verslag

Wow. Zo zou ik afgelopen vrijdag beschrijven. Het klinkt stom, maar toen ik aan deze stage begon (productie en programmering van de Filosofie Nacht) had ik niet bedacht dat die Nacht er daadwerkelijk zou komen. Als in: dat ik van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds laat (drie uur ‘s nachts) in de weer moest zijn en verantwoordelijkheid zou hebben. Dat waar we al 3,5 maand mee bezig waren echt plaats zou vinden. Dat de sprekers die ik had uitgenodigd zouden komen en naast hen ook heel veel bezoekers. Umglaublich.

Een paar dagen voor de Filosofie Nacht was ik dan ook enorm zenuwachtig en gestrest. Ik lag in bed, want alle angstige gedachten komen natuurlijk pas als je wil slapen. Hoe ging ik dit in godsnaam doen? Ik had de verantwoordelijkheid gekregen voor de vrijwilligers, 22 mensen. Ik heb nog nooit 22 mensen gecoördineerd. Was mijn begeleider gek geworden dat ze mij deze taak had gegeven? Ik. Kon. Het. Niet.

Dat bleek enorm mee te vallen. Ik deelde mijn onzekerheid met mijn begeleider en die had er vertrouwen in. Naarmate de dagen vorderden, begon de stress af te nemen, tot vlak voor de Nacht, want je moet op zo’n dag altijd meer doen en die dingen kosten meer tijd dan je denkt.

Maar jongens, oh mijn god. Het is helemaal goed gekomen. Je zou denken dat er een heel team achter de Filosofie Nacht zit, maar het was eigenlijk mijn begeleider en ik (en een programmadeel dat DOTTED LINES heette, wat Renate Schepen heeft opgezet), natuurlijk wel met hulp en advies van onder andere de redactie van Filosofie Magazine. Een spreker zei tegen me: ‘Ik wil niet weten hoeveel mailtjes je hebt gestuurd.’ Dat wil ik inderdaad ook niet weten.

Naast de vrijwilligers was ik ook druk bezig met andere dingen. Het filosofisch bordspel Nomizo werd gespeeld (aanrader, lees hier de recensie van Filosofie Magazine), Nieuwsuur kwam langs (!!!) en ik mocht met ze overleggen (!!!). Ik sprak sprekers aan zonder starstruck te zijn, vertelde de vrijwilligers duizend keer hoe fijn ik het vond dat ze er waren en pleegde oneindig veel telefoontjes. De adrealine stroomde door mijn lijf, maar ik raakte het overzicht niet kwijt en de paniek bleef ook afwezig. Ik heb zelfs een paar dingen mee kunnen pikken (dat is het jammere van organiseren, je bent te druk met alles regelen, waardoor je de programma’s die je zelf hebt bedacht niet kunt bekijken, gelukkig bestaan er podcasts en video’s), zoals het uitgevers-spreekuur (ik ga as we speak een mail sturen met wat blogjes, iemand toevallig nog een idee wat mijn beste blogs zijn?) en het gesprek over vrije liefde, hedonisme en erotiek.

Nu zijn we twee dagen verder, maar eigenlijk kan ik het nog steeds niet bevatten. Iets organiseren is één ding, maar het daadwerkelijk meemaken en ontdekken dat je de controle kunt behouden, terwijl er zoveel tegelijkertijd gaande is. Het is awesome.

Ik ben best een beetje trots op mezelf.

april 7th, 2016

Nog heeeeel even en dan komt hij al: de Filosofie Nacht

Het is raar als een evenement waar je minimaal drie maanden fulltime aan gewerkt hebt, opeens ook echt plaats gaat vinden. Nou ja, zó raar nou ook weer niet, want anders zou je het voor niets doen, maar je snapt wat ik bedoel.

Dat je hebt nagedacht met je begeleider over programma-onderdelen. Dat je mensen daarvoor gaat mailen. Dat die mensen terugmailen. Dat ze ook echt komen spreken. En dat keer tachtigduizend, want er komen meer dan veertig sprekers voor 33 programma’s naar de Filosofie Nacht.

(als jullie trouwens denken dat ik extra stagevergoeding krijg om dit te promoten: I wish)

Volgende week vrijdag, de 15e, gaat het dus echt gebeuren. Mijn taak is vooral om de vrijwilligers te coördineren. Die groep bestaat voor een deel uit mijn eigen vrienden, wat geniaal is, want nu kan ik officieel de baas over ze spelen (officieus deed ik dat al).

Dus mocht je mij aan het werk willen zien of überhaupt zien, heel begrijpelijk, kom naar de Filosofie Nacht! Je kunt hier een kaartje kopen. Of meemaken hoe ik de baas over je speel? Momenteel zijn alle shifts voor de vrijwilligers vervuld, maar ik heb nog niet van iedereen een bevestigingsmail gehad, dus er kunnen nog plekken vrijkomen. Mail naar filosofienacht[@]veenmedia.nl en je krijgt een hoogstpersoonlijk mailtje terug met meme als je dat wil.

Dit betekent trouwens ook dat mijn stage na april voorbij is en ik dan aan het, jawel, gevreesde s-woord moet. Wie huilt er met me mee?

maart 25th, 2016

Mijn blog bestaat vijf jaar en dat was ik echt niet vergeten hoor

Oké, laten we even doen alsof het nog 24 maart is of dat jullie niet weten dat het eigenlijk gisteren was dat mijn blog vijf jaar bestond in plaats van vandaag. Ja? Oké, gaan we dan.

Vijf jaar geleden begon ik deze blog (vanaf mijn 12e had ik wel een andere blog, maar dat was meer een mengelmoes van alle leraren zijn stom, kijk mij diepzinnig zijn en andere saaie blogjes). Weet je niet hoeveel er kan veranderen in vijf jaar? Nou, heeeeeel veel dus, want vijf jaar geleden:

– Begon ik met deze blog op aanraden van mijn ex-vriend die ik toen ‘het vriendje’ noemde. Inmiddels is er alweer een andere ex-vriend en allerlei dates tussengekomen en ben ik dus single (hopelijk leest Joseph Gordon-Levitt dit).
– Zat ik in het eerste jaar van mijn bachelor Literatuurwetenschap. Totaal geen gedachten of angst over wat ik daarna zou doen, wel af en toe een paar vragen. Nu zit ik aan het einde van de master Wijsbegeerte en moet ik huilen als iemand vraagt hoe ik daar mijn geld mee ga verdienen.
– Woonde ik thuis in een niet nader te benoemen dorp bij mijn ouders, nog lang niet met plannen om uit huis te gaan. Nu woon ik in Rotterdam, een heuse stad, in mijn eigen studio met de leukste kat van de wereld, Dikkie. In de tussentijd heb ik op kamers en samengewoond, dus het enige wat nog mist in het rijtje is wonen in een echt huis met hypotheek.
– Werd ik meteen heel fanatiek met bloggen. Na het succes van mijn blog over Nico Dijkshoorn had ik de smaak te pakken en blogde ik anderhalf jaar lang elke dag. Nu ben ik al blij als ik één keer in de week iets heb en dat red ik meestal al niet.

Er kan dus veel veranderen in vijf jaar. Geen zorgen, de komende vijf jaar bloggen maak ik ook nog wel vol. Misschien ben ik dan wel echt famous. Of getrouwd met een nog famouser persoon. Of rijk. Of moeder. Of heb ik een écht huis met een hypotheek en dat soort enge dingen. Of allemaal tegelijkertijd.

We gaan het zien. Spreek jullie over vijf jaar weer.

maart 2nd, 2016

De horror van WCMS

Ik ga wel eens borrelen met mijn filosofievriendjes. We hebben het dan over seks, filosofie en nooit over het weer.
‘Willen jullie wat drinken?’ vraagt de ober altijd, want dat is zijn werk.
Een biertje, wijn, nog een biertje en…
‘Ja,’ zeg ik met enigszins rode wangen. ‘Doe mij maar warme chocolademelk met slagroom.’
Tegenover mij zie ik een paar rollende ogen.
‘Neeee, Laura, niet weer! Neem gewoon een biertje.’
Maar ik houd niet van bier. Ik houd van warmte en calorieën.

Nooit schaam ik me genoeg om geen warme chocolademelk met slagroom (WCMS) te bestellen. Zo vroeg ik er een keer om in een bruin café in Den Bosch. Het was zo’n café waar alleen de echte Bosschenaren (?) (Of zullen we de inwoners gewoon Bossche Bollen noemen) kwamen. Kinderen, bejaarden, grote mensen, iedereen kwam er naar toe. Op de grond lagen de schillen van de pinda’s. Het was namelijk niet de bedoeling dat je die schillen netjes op tafel bij elkaar veegde, nee, het was handiger om die op de grond te pleuren. Prima, al hoorde ik wel ergens mijn moeders stem op de achtergrond (‘NIET OP DE GROND!).
Goed. Daar, waar IEDEREEN aan het bier zat (oké de bejaarden en kinderen aan de Fristi) zat ik dus aan mijn WCMS. Wat je met een beetje moed niet allemaal kan bereiken.

Maar nu was ik een keer in het meest hipsterige hipsterzaakje dat er maar bestaat (Gys in Utrecht, voor de nieuwsgierige mensen). Natuurlijk bestelde ik daar warme chocolademelk met slagroom.
En ik kreeg de shock van mijn leven.
‘Mevrouw,’ zei de serveerster. ‘We hebben geen slagroom…’
Mijn hart stond stil.
‘Maar het is wel chocolademelk van Tony Chocolonely! Geniet ervan!’
Met een veeg en ook een beetje met pijn in mijn hart (want Tony Chocolonely!) gooide ik de mok van tafel. Geen slagroom? GEEN SLAGROOM?! Dan kun je net zo goed niets drinken.

En sindsdien durf ik niet altijd even goed WCMS te bestellen. Want wat, the horror, als ze het niet hebben? Of nog erger: als ze alleen maar WC (dat klinkt toch ook niet) hebben? Gelukkig is het bijna lente, dan kan ik weer aan de chocolademilkshakes.