december 30th, 2018

Theater is net sport

Het eerste wat ik deed toen ik in Utrecht kwam wonen, was op zoek gaan naar een cursus toneel. Geduld was een schone zaak, want in de zomervakantie wordt er weinig aan toneel gedaan (‘FAKE NEWS, wat dacht je van de Parade?’ ‘Ik bedoel qua cursussen.’ ‘Oh.’). Dit keer was ik op zoek naar iets wat me nog meer zou uitdagen: theatersport. De naam is enigszins misleidend (‘Ik dacht al: Laura die aan sport doet???’), want er komt gelukkig weinig sport aan te pas. Denk maar aan de Lama’s met hun onderdelen als het moordspel en de draaideur: allemaal games die je doet tijdens theatersport.

Uitdagend was het zeker. Waar het bij theatersport namelijk om gaat, is in het hier en nu zijn en falen. Laten dat nou net twee dingen zijn waar ik niet per se heel erg goed mee om kan gaan. Vooruit denken is geen optie bij theatersport, want er gebeurt iets NU en je hebt er geen controle over, want je speelt met een ander die zo zijn eigen interpretatie van de situatie heeft. Dit zorgt voor lastige situaties waarbij je soms wel moet falen en dat is helemaal niet erg. Huh? Ja echt.

Wat ik leuk vond, is dat je de eerste les allemaal serieuze mannen en vrouwen (in tegenstelling tot toneel zijn er bij theatersport veel meer mannen dan vrouwen) ziet en dat je bij de laatste les hebt gezien hoe ze steeds losser zijn geworden. Eigenlijk zijn we allemaal nog kinderen. Ik zou willen dat iedereen eens een cursus theatersport doet.

Als je naar theatersportwedstrijden gaat, dan weet je dat er soms ook zang aan te pas komt. Ik vreesde voor de zangles, want ik kan niet zingen en voor publiek zingen vind ik dan ook een van de engste dingen.  Op mijn elfde moest ik bij theater Hofplein een liedje zingen voor de groep, geen idee hoe ik dat heb overleefd ooit. Gelukkig was het hier minder erg. Ik bleek niet eens de slechtste te zijn en het is bevrijdend om niet goed te hoeven zingen. Waar iedereen eenvoudige kinderliedjes zong (‘Sinterklaas Kapoentje’) kwam ik met ‘Bloed, zweet en tranen’ aanzetten. Wat kan ik zeggen, gevoel voor dramatiek.

En toch ga ik niet door met theatersport. Ik merkte dat ik het serieus spelen zoals je bij toneel doet toch wel miste. Humor is leuk, maar serieus spelen is misschien nog wel uitdagender. Een combinatie van die twee zou helemaal goed zijn. Perfectie blijkt dan toch te bestaan: een cursus improvisatietheater. Kan niet wachten tot ik daarmee mag beginnen!

december 23rd, 2018

Het Harry Pottergevoel

Dezer dagen ontkom je er niet aan: kerst. Je kunt nog geen winkel inlopen of de kerstliedjes vliegen je al tegemoet, overal hangen lichtjes en ’s nachts schrik je wakker, omdat je nog niet voor iedereen een cadeautje hebt gekocht. Maar er is nog iets anders wat ik bij kerst vind horen: het Harry Pottergevoel.

Vroeger, toen er nog zoiets als een kerstvakantie bestond (werkende mensen be like ???), herlas ik altijd alle boeken. Ik krulde me op op de bank en je hoorde me dagen niet. Ik las hoe Harry Potter erachter kwam dat hij een tovenaar was, ergerde me elke keer weer als Ron en hij de auto namen toen ze niet door het hek kwamen op het station, probeerde de verloren bladzijden terug te vinden van het stukgelezen deel drie, huiverde bij het lot van Carlo Kannewasser, voelde de zware sfeer van het vijfde deel, was geschokt door de identiteit van de halfbloed prins en probeerde het laatste hoofdstuk van deel zeven te vergeten (who’s with me?).

Maar het mooiste was als het ook daar kerst was. Hoe zo’n fictief kasteel dan toch zo knus kan voelen. Vliegende bezemstelen als cadeautjes. Aan een tafel een kerstdiner in de Grote Zaal met docenten. De truien van mevrouw Wemel.

Ik geloof dat ik al weet wat ik deze kerst ga doen.

 

december 9th, 2018

Laura’s liefdesletteren: vrijheid

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Haar hele leven lag voor haar open. Nooit meer hoefde ze rekening met iemand te houden. Zijn vuile sokken, het geblèr van de animatieseries en het zeuren over dat zij zo zeurde. Eindelijk kon ze op reis. Naar India. Of Nieuw-Zeeland. Of België. Wat maakte het uit? Nu kon ze weer sjansen met de jongen om de hoek. Als ze wilde, kon ze vanavond al iemand in bed krijgen. En de nacht erop weer. Maar ze wilde hem.
Nee, nee, ze hoefde hem niet meer. Het mooie was dat hij nog steeds gebonden was, maar zij was vrij. Echt alles was mogelijk. De carrière waar hij niet in geloofde. Daar zou ze nu voor strijden. Als ze tenminste niet gewoon al haar spullen wegdeed en in een klein huisje op de hei ging wonen. Met een hond. Hij was allergisch, daar hoefde ze geen rekening meer mee te houden. Hij lag niet meer aan haar voeten, maar de wereld wel.
Zou hij haar eigenlijk ook ‘gekkie’ noemen? En zich verstoppen onder het deken om haar stiekem te kietelen? Misschien kon ze wel tegen kietelen. Mensen die tegen kietelen kunnen, zijn de vervelendste. Zo mooi was ze niet eens. En ze deed logopedie. Wie doet er nu logopedie? Heel saaie mensen. Dat paste wel bij hem, het saaie.
Maar zij was niet saai. Oh nee, ze had wel tachtig plannen en allemaal even goed. Ze hoefde alleen nog maar even zijn spullen op straat te gooien en dan kon het beginnen. Die trui vol gaten, hoppatee. Het kettinkje? Maar die stond zo mooi overal bij. En de foto? De foto bleef. Het verdriet bleef. Hij bleef, maar niet bij haar.

november 29th, 2018

Gezocht: mensen met katten

Laatst vroeg iemand wat ik zou zijn als ik een dier was. Een kat natuurlijk. Niets beter dan de hele dag slapen, eten en geaaid worden. Maar helaas, het leven is niet zoals in Harry Potter, dus zal ik het moeten doen met the next best thing: andere katten aaien.

Zonder Dikkie wordt dat wel lastig. In mijn buurt zijn een paar katten, maar die hebben – heel kateigen- niet altijd zin in dat geaai. Of ze lopen weg als ik ‘Kom maar!’ roep, heel raar. En het kattencafé in Utrecht is nog steeds niet open.

‘Wat dacht je van de mensen in je omgeving?’ roepen jullie dan. Nou, ik zal jullie wat vertellen. Ik ken bijna geen mensen met katten. Ik weet het, het is bizar. Dat komt misschien, omdat de ene helft allergisch is en de andere helft in een bezemkist woont, maar toch. Het is alsof ik ze er expres op uitzoek, maar niets is minder waar.

Ondertussen zit ik wel met die liefde voor katten. Want hoe moet ik die nu uiten? Kattenplaatjes zijn leuk, maar het blijven plaatjes. Dus hierbij mijn wanhopige oproep: heb je een kat en ben je ook wel soort van aardig? Laten we vrienden zijn. Nee wacht, we hoeven niet eens vrienden te zijn. Laat me gewoon eens in de zoveel tijd langskomen en dan ga ik socializen met de kat. Jij ontvangt in ruil daarvoor karmapunten. Ik vind het een goed idee.

november 11th, 2018

Chocoladekruidnoten vergaan niet

View this post on Instagram

DE CHOCOLADEKRUIDNOTEN ZIJN GEARRIVEERD.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Van mijn moeder mag ik niet over chocoladekruidnoten bloggen (censuur, censuur). Want dat doe ik elk jaar al. En wat valt er nou nog over te vertellen? Maar zoals het een kind betaamt, luister ik niet. Elk jaar krijg ik weer tweets met: zijn ze er al??? En als ik ze gevonden heb, deel ik ze (niet letterlijk, alle chocoladekruidnoten zijn voor Laura). Bloggen over CKN is dan ook noodzakelijk om lezers te trekken en behouden.

Nu ben ik er dit jaar wel vrij laat over begonnen, want ze liggen immers al minstens drie maanden in de winkel. Natuurlijk ben ik in augustus meteen naar de Kruidvat gerend (daar zijn de beste, ik heb vergelijkend onderzoek gedaan) om ze al smeltend mee naar huis te nemen. Onderhand mogen we wel beginnen met een voorraadje aanleggen, want over minder dan een maand is Sinterklaas al het land uit.

Na die duizend blogjes over CKN zal ik jullie een geheimpje verklappen: gewone kruidnoten vind ik geen drol aan. Ze zijn niet vies (zoals taai taai, gadverdamme), maar om te smullen? Nee. Chocolade maakt duidelijk alles beter. Behalve alcohol en fruit. Dus ik ga me nog even volstoppen met chocoladekruidnoten, voordat de paaseitjes weer in de winkel liggen!

oktober 31st, 2018

Altijd Always On

Gisteren had ik mijn laatste shift na meer dan 4,5 jaar werken als community manager in het Always On team van Isobar. Ik werk vanuit huis, dus zat ik in mijn eentje mee te zingen met ‘Drie minuten’ van Carlo en Irene (‘Nog een, een minuut nog voordat ik stop, dat ik kap, dat ik nok’), een van de vele tradities van het team waarin ik zat. Ik verwijderde mezelf uit Whatsapp- en Facebookgroepen en vroeg mijn collega’s om nog een laatste kattenplaatje te sturen. Het voelde heel raar.

Ik heb hier nooit veel over mijn werk verteld, omdat ik niet weet wat ik wel en niet kan vertellen. Maar nu kan ik natuurlijk helemaal uit de school klappen (nee hoor, ex-baas, no worries). Ik werkte als community manager, wat inhield dat ik de social media van allerlei merken bijhield. Het begon als bijbaan en is daarna uitgegroeid tot meer. Vele dagen, avonden, weekenden en feestdagen heb ik doorgebracht achter mijn laptop, chattend met mijn collega’s op Facebook en ook nog een beetje werkend.

Veel mensen kwamen en gaan in die jaren. Je zou denken dat je geen band met elkaar opbouwt als je elkaar niet dagelijks op kantoor ziet, maar dat ging wonderwel goed. We deelden kattenplaatjes, dateverhalen en vervelende consumenten. Ik zorgde ervoor dat een deel van mijn vrienden erbij kwam, want waarom zou je werk en privé gescheiden houden? Omdat ik er het langste werkte, bombardeerde ik mezelf tot AO-mama. Hoewel sommige me eerder als AO-tiran zagen, want ik ben niet vies van wat terreur.

Zo gaf ik iedereen een allitererende bijnaam (denk aan Nare Nicole, Karige Kim en Matige Milou), schreef ik gemene Sinterklaasgedichten en had ik altijd wel een snappy comeback. Maar stiekem, heel erg stiekem vond ik iedereen gewoon heel leuk.

Na zoveel jaren is het tijd voor wat nieuws en ik ben heel erg blij met mijn nieuwe baan als content marketeer bij Werf&. Maar eens Always On, altijd Always On.

oktober 23rd, 2018

Volgende keer in een nieuwe aflevering van ‘Laura Denkt’

Ja jongens, ik was weer een beetje van de radar verdwenen, maar er gebeuren allemaal dingen waar ik snel over ga bloggen. Of eigenlijk doe ik dat nu dan al een beetje. Namelijk het volgende:

– Ik heb een nieuwe baan! Vanaf 1 november ga ik beginnen. Spoiler: het is in Rotterdam. Ja echt. Mijn leven is een en al ironie. Later meer.
– Dit betekent ook dat ik na meer dan 4,5 jaar (!!!) wegga bij mijn huidige werk. Mijn collega’s zijn al weken aan het huilen (van geluk).
– Ik doe nu een cursus theatersport en het is awesome. Ik ben natuurlijk een van de besten en heb gehoord dat ik heel goed boos kan kijken en verliefd kan spelen. Ik weet niet wat dat zegt over mij.
– Het hippe leven in een microwoning. Ja, het is even wennen om van 12, naar 21, naar 34, naar 40, naar om en nabij 60 opeens weer terug naar 28 vierkante meter te gaan. Ben ik inmiddels een minimalist geworden of niet? Spannend, spannend.
– Ze liggen al sinds augustus in de winkel, maar ik heb er nog steeds niet over geblogd: chocoladekruidnoten. Hoe vaak kan een mens schrijven over chocoladekruidnoten? Jullie gaan het uitvinden.
– Er zal ongetwijfeld nog een blog over Utrecht volgen. Voelt het al als mijn stad? Nee. Heb ik het naar mijn zin? Ja. Hoe zit het nou met het Utrechtse accent? Ik snap er geen bal van.

Zoals jullie kunnen lezen, staat er heel wat moois te wachten. Zoveel cliffhangers, het lijkt wel de laatste aflevering van een random seizoen van Grey’s Anatomy. Tot snel!

september 30th, 2018

De Nacht van de Poëzie, vrijwilligen en vele ontmoetingen

View this post on Instagram

Gisteravond was helemaal top.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Nadat ik naar het Waanzin festival was geweest (en mocht livebloggen!!!), had ik de smaak van de culturele festivals wel te pakken. Dus hop, ik schreef me in als vrijwilliger voor de Nacht van de Poëzie in Tivoli, Utrecht en was er helemaal klaar voor.

Alleen… ik kon daar eenmaal aangekomen de envelop met mijn naam niet vinden.
‘Oh, hier is ‘ie!’ zei een meisje aan wie ik me helemaal niet had voorgesteld.
Verbijsterd keek ik haar aan. Ze legde uit dat ze mijn blog kende en een enorm fan was (dat laatste weet ik niet meer zeker, maar zal ongetwijfeld zo zijn, want nou ja, duh). Jenneke heette ze. Ik herkende haar naam van reacties, want je hebt alles aan je fans te danken, dus zorg dat je weet wie ze zijn. Het enige vervelende is: je komt ze o-ver-al tegen. Ik wilde gewoon een rustig avondje zonder al die heisa. Maar nee hoor, ze weten me altijd te vinden. Gelukkig stond Jenneke op een andere shift ingedeeld en kon ik rustig programmaboekjes uit gaan delen bij de ingang.

Je raadt het al. Ik kwam Karlijn wéér tegen. Helaas ben ik heel erg professioneel en moest ik dus wel aardig tegen haar doen, maar het begint nu echt wel vervelend te worden. Ook zag ik Mariska en haar vriend, maar die wisten me om te kopen door te beloven dat ik altijd hun katten mocht aaien.

Het hield niet op. Ik kwam mijn lerares Nederlands tegen (op de een of andere manier zijn er overal waar je bent mensen uit de Hoeksche Waard en zoveel mensen wonen daar nou ook weer niet), een oud-collega van mijn stage bij de uitgeverij en iemand van theatersport (later meer hierover, over theatersport dan, niet over die persoon voordat jullie rare dingen gaan denken). Geen moment rust heb ik gehad.

Gelukkig kon ik tussendoor nog Judith Herzberg, Ted van Lieshout, Willeke Albert (jawel) en the Tallest Man on Earth bekijken. Eenmaal in de Grote Zaal met het donkere licht kon ik me gelukkig verschuilen in de anonimiteit.

(oftewel: ik heb een superleuke avond gehad, veel fijne mensen gesproken en mooie poëzie opgesnoven. Utrecht blijkt toch ook gewoon een dorp te zijn)

september 14th, 2018

Het leven zonder kat

Er is een week verstreken sinds Dikkie weg is. Ze heeft haren achtergelaten als souvenirs. Ze zitten op mijn kleding, in hoeken en op de mat voor mijn deur. Een week geleden had ik haar voor het laatst op schoot. Ze is zo zacht. Nadat we haar weg hadden gebracht, heb ik gehuild in de auto. Eenmaal thuis voelde het rustig. Toen wist ik dat ik de juiste beslissing had gemaakt.

In zo’n kleine ruimte heeft een kat veel impact. Ik struikel niet meer over haar als ze me achtervolgt. Maar ze achtervolgt me nog wel. Ik word wakker en vraag me in mijn halfslaap af waar ze is. Ik hoor geluid en denk: Dikkie is aan het eten. Ik kom ’s avonds laat thuis en praat tegen haar, maar Dikkie is er niet meer.

Ik kan nog wel naar andere katten kijken. Glimlachen als ik mijn sokken met kattenkoppen zie. Door het gangpad met het katteneten lopen in de Albert Heijn zonder iets te pakken.

Maar dan ben ik opeens verdrietig. Om alles. Ik wil huilen en een kat op schoot die er niets van begrijpt. Baby’s hebben huidhonger, maar ik heb aaihonger. Dikkie is er niet meer.

Ik kan niet meer zeggen dat ik een kat heb. Tegen nieuwe mensen heb ik het nog over ‘mijn kat’, want anders voelt het niet goed. Hoe moet je het anders noemen, ex-kat, voormalige kat of gewoon niet meer over hebben? Ze wordt steeds minder van mij, later wordt het ‘ik had ooit een kat’ en daar wil ik niet aan. Ze is mijn kat, ze zal altijd mijn kat blijven, alleen woont ze niet meer bij mij.

Ze zit nu in een ander huis met andere mensen. Een huis met veel ruimte en mensen met veel aandacht en liefde. Een huis waar ze haar anders noemen. Dikkie is er niet meer.

september 5th, 2018

In mijn huisje woont een echte prinses

Waar ging je naar toe? Disney.
Hoe lang? Drie dagen.
Met wie? Mijn ouders, broer en broertje.
Waarom? Omdat mijn ouders dit jaar veertig jaar getrouwd zijn.
Waren jullie niet al naar Londen gegaan om dat te vieren? Ja.
Is dat niet een beetje too much? De liefde moet je zo vaak mogelijk vieren.
Oké dan. Oké.
Waar ben je allemaal ingegaan? Pirates of the Caribbean (twee keer), It’s a Small World, Buzz Lightyear Laser Blast (drie keer), Ratatouille (twee keer), het treintje in het park, de bus langs allemaal sets, Crush’s Coaster en misschien wel meer, maar weet ik niet meer.
Ben je niet in een achtbaan gegaan? Nou nee, want ik ben fysiek nog niet honderd procent in orde en ik vind het ook een beetje eng, hoewel ik tien jaar geleden nog wel durfde. Ik had niet door dat Crush’s Coaster ook een halve achtbaan was, dus daar heb ik heel hard gegild.
Waarom sta je niet op de foto met Mickey? Mickey is niet famous genoeg voor mij.
Wat viel je op? Dat kinderen heel veel huilen, dat iedereen zo’n diadeem met Mickey Mouse-oren heeft, dat het eten op het park vies en duur is.
Waar hebben jullie dan gegeten? Het hotel zat buiten Disney, dus we hebben een keer Koreaans gegeten (ik kan nog steeds met stokjes eten, thank you Taiwan) en twee keer bij een brasserie waar ze natuurlijk eerst Frans begonnen te lullen en wij zo reageerden: ??????????.
Wat was een veelvoorkomende uitspraak? ‘De waarheid is niet de waarheid’.
Wat is de achtergrond van deze uitspraak? Ik zou het niet meer weten.
En wat was dat nou met die bus op die filmsets? Er zat een tv in de bus en daar gingen acteurs uit allerlei landen iets zeggen, zoals ‘Auf Wiedersehen, liebe Menschen blablabla’ en nog meer leuke dingen. En toen kwam Famke Janssen, dus dan denk je, die gaat wat leuks zeggen. Wat zei ze? ‘Nou dag!’ Oké, bedankt voor de moeite, Famke.
Heb je die jurk nog gekocht? Nou, ik was aan het klagen dat ik vroeger nooit zo’n prinsessenjurk had gekregen van mijn ouders, maar ik snap het helemaal. Die dingen kosten verdomme zeventig euro!!!!!!!!!!
Maar heb je hem nou gekocht? Nee, want ze hadden de bijpassende schoenen niet in mijn maat (ging maar tot maat 33). Dus ik ben huilend de winkel uitgerend.