Archive for ‘Columns’

mei 21st, 2017

Watch out for the wasp

Ik dacht dat ik in die zes jaar al mijn trauma’s wel al had verteld. Maar vandaag werd ik weer herinnerd aan een ervan en bleek dat ik er nog nooit uitgebreid over geschreven had. Waarschijnlijk, omdat ik me ervoor schaam.

Het zit zo: het is allemaal mijn moeders schuld. Elke keer als zij een wesp ziet, begint ze te gillen, haar armen om zich heen te maaien (ja, dat werkt averechts, maar vertel dat maar aan de gek) en rent ze keihard weg. Dat heb ik overgenomen. Een keer tijdens vakantie in Italië stootte ik bijna tegen een ober met allemaal gevulde glazen op zijn dienblad aan, omdat er een wesp in de cola zat. De blik die ik toen toegeworpen kreeg, zie ik soms nog steeds voorbij komen in mijn nachtmerries. Ik weet dat je niet doodgaat van een wesp, tenzij ze in je keel zitten of je er allergisch voor bent, maar DAT GELUID. En die GROOTTE. En die ANGEL.

Ooit zat ik achterop bij mijn moeder op de fiets. Er vloog een bij om me heen. Ik ging maaien met mijn armen, want ik ben een flapdrol. De bij stak mij.
‘Mamaaaaaaa,’ gilde ik. ‘Ik ben gestoken.’
Mijn moeder zei dat ik echt heus eerlijk waar niet gestoken was.
Bij thuiskomst bleek het wel zo te zijn. Ik ben dit verraad nooit meer te boven gekomen.

Tegenwoordig, als ik niet in de aanwezigheid van mijn familie ben, gedraag ik me als de coole queen die ik ben. Oh, een wesp? Lekker boeiend. Van binnen schreeuw ik.

Zo zat ik vandaag te netflixen, terwijl ik een mail typte naar een vriendin, op het Ellegirlforum keek en zocht welke films er morgen allemaal draaien. Minding my own business, je weet toch. Opeens hoorde ik het. Dé zoem. Ik had nog de naïeve illusie dat het een dikke bromvlieg was, maar nee hoor. Het immense zwartgele beest had zich genesteld op mijn raam en had het dikke prima naar zijn zin. Ik gilde. De kat keek me meewarig aan. Mijn ouders kon ik niet bereiken, dus appte ik noodlijn 2: mijn broertje. Met zijn hulp (doe je rolluik naar beneden, dan gaan ze naar het licht aka het raam toe) deed ik een poging om het Kwaad weg te krijgen. De kat sprong van het bed en ik gilde van deze onverwachte beweging. Nu is ze bang voor me. Heel mijn leven verpest door een zo’n kutinsect.

Na tientallen doodsbange minuten verdween de wesp uit zicht door het raam. Uitgeput viel ik neer op bed. Morgen ga ik een hor kopen. En een huisgenoot, die wespen weg kan jagen en voor me kookt. Hopelijk to not be continued.

Tags:
mei 16th, 2017

Live Love Laura #1: VLOGGEN GAAT FOUT

Goedemorgeeeeeeeen!

Wat leuk dat jullie naar mijn allereerste vlog kijken. Vanaf vandaag geef ik jullie een blikje in mijn leven. Zoooo spannend!!! Ik ben echt superlui, want ik heb tot half acht uitgeslapen, hihi, gekke ik. Maar nu ga ik snel opstaan, want ik moet ontbijt klaarmaken. Wat denken jullie, zal ik vandaag havermoutpap met goji bessen maken, banaaneipannenkoekjes of een acai bowl? Laat het weten in de comments! Ik zet mijn camera even uit en eet een chocoladereep. Zo’n echte, met calorieën en boter. Pff, wat voelt dat goed.

Goed, even mijn make-up doen. Ik gebruik hiervoor ZZ Cream. Ik gebruik ongeveer het halve bakje, want dan kan ik pan zien en dat is mijn favorite. Zo, nu is het tijd voor de outfit of the day. Ik heb dit mooie roze bomberjack aan, die heb ik #gekregen. Zoooo cute en fluffy! Daaronder heb ik een crop top, zodat jullie mijn abs goed kunnen zien. Ik ben niet voor niets een fitgirl en girlboss hihi.

Ik ga nu een verhaal van vijf minuten afsteken, terwijl ik achter mijn bureau zit, want allerlei effecten en shots maken is echt teveel werk en vloggen is al veel te zwaar. Ik ga ook echt geen drone kopen, dat kost geld. Wacht, ik ga gewoon tien keer in deze vlog zeggen dat ik heeeeeeel graag een drone wil, maar niet weet welke precies. Beter krijg ik er dan eentje. Goed, ik ga een verhaal vertellen. Dit verhaal gaat over een moeilijke periode over mijn leven, namelijk die ene keer (oké, het is me inmiddels al vijftig keer overkomen) dat ik het SD-kaartje van mijn camera in de Uber liet liggen.

Van mijn mediabureau moet ik andere vloggers laten zien, dus ik doe nu net alsof ik al jaren besties ben met iemand die ik niet ken en eigenlijk ook niet zo aardig vind. We doen een of andere challenge zoals elkaar opmaken, terwijl we een blinddoek hebben, hahaha, zo hilarisch #bffs.

Ik probeer een leuk shot van mijn kat te maken, maar ze werkt niet mee. Kutbeest. Alles voor de views, maar dat begrijpt die kutkat blijkbaar niet. Heb ik haar voor niks gekocht. Hm, misschien kan ik een jankfilmpje opnemen met HUISDIER NEMEN GAAT FOUT en zeggen dat het echt niet meer ging. Oooh of een winactie, dat een van mijn fans haar kan winnen. Zoveel opties #lovemylife.

Aan het einde van de dag ben ik mijn geld aan het tellen, maar dat mag er niet in van mijn mediabureau. Ik heb alleen een probleem, want ik heb nu negen minuten materiaal, maar ik moet over de tien minuten heen, want dan krijg ik extra reclame, dus meer moneyssss. What to do? #lifeissohard

Ik besluit dan maar met doen alsof ik zooooo blij met mijn fans (Laulautjes zoals ik jullie liefkozend noem), ook al vind ik dertienjarigen die me stalken eigenlijk best eng. Natuurlijk vraag ik of jullie een reactie willen achterlaten in de comments, abonneren op mijn kanaal en doe een duimpje omhoog. Zoals een goede vlogger eindig ik met een cliffhanger. Ik zoom in op een pakketje en zeg: volgende keer laat ik jullie zien wat er in dit pakketje zit, een unboxing video! Dit pakketje is van Zalando, Zalando, Zalando, Zalando, Zalando, Zalando, Zalando.’ Het beeld beweegt heen en weer en langzaam raken mijn kijkers in trance. Dodelijk vermoeid zet ik de camera uit en ga slapen op een bedje van honderdeurobiljetten. Morgen weer allemaal pakketjes openen, complimenten ontvangen en mijn geld tellen. Het leven van een vlogger is zwaar.

Tags:
mei 5th, 2017

De kunst van het aaien

Laatst was ik op de verjaardag van Lianne. Zoals het een echte kattenliefhebber betaamt, verdween ik na een tijdje naar de slaapkamer samen met Liannes vriend… Om de kat te aaien. Ja, jullie dachten nu een scoop te lezen en hoewel Liannes vriend straalverliefd op me werd toen hij deze foto van me zag, heeft hij uiteindelijk toch voor Lianne gekozen, omdat haar blog een groter bereik heeft. Begrijpelijk.

In ieder geval, we hadden het over katten aaien. Want dat is nog een kunst op zich die niet veel mensen verstaan. Ik heb het gezien in het kattencafé in Amsterdam, waar een kat lekker lag te tukken op zijn rug en iemand vol met haar hand op de buik ging om te aaien. Je kunt wel raden dat die hand er niet goed vanaf kwam.

Waarschijnlijk denken mensen dat katten hetzelfde als honden zijn, wat duidelijk niet zo is, want katten zijn leuker. Een ‘kwispelende’ staart bij een kat is geen goed teken, het tegenovergestelde juist. En als een kat op zijn rug ligt en zijn lieve, harige buikje aan je toont, is dat geen hint om dat buikje ook aan te raken. Die is namelijk erg gevoelig en alleen als ze zich heeeel erg vertrouwd voelen (mij is het na een jaar gelukt bij Dikkie) kun je voorzichtig eroverheen aaien.

Dus hier een paar tips, opdat je niet verminkt wordt door kattenklauwtjes:
– Maak een vuist van je hand of steek je vinger uit en laat de kat daaraan ruiken.
– Als de kat niet wegrent, omdat je stinkt, dan kun je voorzichtig beginnen met aaien. Begin altijd bovenaan de kop of eventueel achter de oortje.
– Aai de kat niet herhaaldelijk languit over het lijf (dus van de kop naar de staart). Een keertje kan misschien wel, dat doe ik ook wel eens, maar als je dat herhaaldelijk doet, gaat ze waarschijnlijk uithalen.
– Staar de kat niet aan, dat voelt bedreigend voor hem.
– Aai niet op het stukje vlak voor de staart.
– Sommige katten vinden het ook lekker als je ze onder de kin aait, maar sowieso is bovenop de kop en achter de oren favoriet.

Gefeliciteerd, u heeft succesvol een kat geaaid. De volgende stap is om vrienden met een kat te vinden die jarig zijn de komende tijd. Werken aan je social skills is niet nodig, je kunt gewoon de kat aaien tijdens de feestjes en ondertussen de chips opeten. Veel plezier!

maart 19th, 2017

Ergernissen in de bioscoop

Ja joh, af en toe lekker zeuren mag. Zoals jullie misschien wel weten, heb ik een Cinevillepas (#nogsteedsgeenspon) en dat betekent dat ik minimaal een keer in de week in een bioscoop te vinden ben. Niet die van Pathé (te druk en te commercieel), maar filmhuizen, want ik ben niet voor niets een elitaire linkse semi-hipster. Meestal is de ervaring goed (ga Paterson zien, mensen!), maar zoals altijd zijn er kleine ergernissen. Ik ben de vervelendste niet, dus ik deel die gewoon met jullie:

– Mensen die de hele tijd praten. Af en toe fluisteren is niet erg (is het jullie opgevallen dat mannen niet kunnen fluisteren, omdat ze een bromstem hebben?), maar hardop praten gedurende de hele film? :@ Ik heb dus een keer in een bioscoopzaal gezeten met allemaal vrouwen van 70+ die hun mond niet hielden. Als je dan ‘ssst’ zei, waren ze dertig seconden stil. Just kill me.
– Mensen die op hun telefoon kijken naar de film. Dat licht van de telefoon is zo fel dat het enorm afleidt. En wat kan er nou in godsnaam zo belangrijk zijn om je telefoon tijdens een film te checken? Zet hem gewoon uit.
– Rokers. Als je zelf rookt, ruik je het natuurlijk niet, maar die walm blijft je gewoon achtervolgen.
– In hetzelfde kader: mensen die hun halve parfumfles hebben leeggespoten.
– Eigenlijk erger ik me niet zoveel aan mensen die chips eten, maar ik weet dat die er wel zijn en daarom voel me altijd erg ongemakkelijk als ik zelf iets eet dat kraakt. Bij elk hapje denk ik: ‘Omg, de hele bioscoopzaal kan dit horen. Het is alsof er een bom ontploft in mijn mond.’
– Lange mensen. Behoeft geen uitleg.
– Duizend keer dezelfde trailer zien (is alleen mogelijk als je dus heel vaak naar de bios gaat). Ik ken die van Manchester by the Sea en Jackie inmiddels uit mijn hoofd.

Ik had ’s nachts nog een goed einde voor deze blog bedacht, maar ik ben hem vergeten. Scusi. #anticlimax

januari 22nd, 2017

Op naar het kattencafé

Soms is de wereld grauw. Bijvoorbeeld als er een nare man president van Amerika wordt of als je je teen stoot tegen de bank. Maar sinds vorig jaar is mijn leven een stuk verbeterd (en die van jou vanaf nu ook) en wel hierom: kattencafés.

Het begon met die in Amsterdam. Die is redelijk klein en in 020, maar vooruit. Ze hebben heerlijke brownies en natuurlijk geweldige katten. Dit is een van weinige goede redenen voor mij om wél naar de hoofdstad af te reizen.

Maar daarna kwam er geweldig nieuws. Twee nieuwe kattencafés, eentje in Den Haag (waar ik sinds mijn stage bij het toen nog Letterkundig Museum, nu Literatuurmuseum een beetje verliefd op ben geworden) en een in mijn eigen stad: Rotterdam, ja toch niet dan.

Oh jongens en deze kattencafé is toch echt de beste. Dat zeg ik totaal onbevooroordeeld. Het is lekker groot (ongeveer drie keer zo groot als die in 020), ze hebben in de winter red velvet chocolademelk met slagroom en er zijn kittens! Er is zelfs een kat die Roffa heet.

Het zal je dan ook niet verbazen dat ik minimaal een keer per maand in een kattencafé te vinden ben. Laatst zelfs twee keer in een week, al is dat zelfs voor mijn doen wat extreem.

Ik zit alleen met een probleem: hoe leg ik mijn eigen kat dat ik naar cafés ga om andere katten te aaien…

januari 15th, 2017

Andere Laura

Iets zegt me dat ik dit al eerder door had kunnen hebben.

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Mijn ouders zijn echte trendsetters. Ze noemden mij, je raadt het misschien al, Laura en plotseling heette de halve wereld ook zo. Jan Smit schreef er zelfs (en helaas) een liedje over. Ik zal het hem nooit vergeven.

Op de middelbare school zat ik dan ook met twee andere Laura’s in de klas. Ik was niet gewoon Laura, niet eens dé Laura, maar Laura Bosua, want nou ja, zo heet ik volledig (gelukkig ben ik dan wel weer de enige in de wereld met die voornaam-achternaam-combinatie). Zelfs bij KCV noemden ze me zo, terwijl die Andere Laura’s niet zo klassiek en dus niet in de buurt waren.

Als je denkt dat het daarbij ophoudt, oh nee hoor. Mijn broer moest zo nodig een vriendin krijgen met dezelfde naam. Om je zusje nou bij haar volledige naam te noemen, gaat te ver, dus werd ik gedegradeerd tot ‘kleine Laura’. Aardig accuraat, daar niet van.

Die relatie ging uit en na de middelbare school dacht ik eindelijk van al die vervloekte Laura’s af te zijn. Maar niets was minder waar. Ik raakte zelfs bevríend met een Andere Laura. Die óók filosofie studeerde. Echt, hoe haalde ze het in haar hoofd, doe origineel ofzo. Oké, daarvoor studeerde ze wiskunde en ik kan niet eens wiskunde C op de middelbare school, dus heel misschien is ze wel origineel, maar NOU EN.

Het probleem met deze Laura is dat zij beweert dé Laura te zijn. Ja, mij maakt het ook aan het lachen, ik hoor je wel grinniken. Er is maar een dé Laura en dat ben ik natuurlijk. Ik bedoel, is zij wel eens herkend op straat? Vergeleken met Beyonce? Zijn er colleges in het buitenland over haar gegeven? Nee, inderdaad. Ze staat dan ook als Andere Laura in mijn telefoon. En ik in die van haar. De trut.

Ik denk dat ik de vriendschap maar ga opzeggen. Er kan maar een Laura de beste zijn. En dat ben ik.

december 2nd, 2016

Hoor wie klapt daar, kind’ren?

Eigenlijk vertel ik nooit wat over mijn werk, want ik weet niet zo goed wat ik wel en niet mag vertellen. Maar vooruit, vandaag maak ik een uitzondering. Ik werk als community manager, wat kort gezegd inhoudt het bijhouden van social media voor allerlei merken. Dat doe ik in het Always On team, waar ik de Always On mama ben, omdat ik de baas ben ik er het langste werk. We werken vooral ’s avonds en in het weekend en dat kan gewoon vanuit huis, want het enige wat je nodig hebt, is een laptop en wifi.

Dat betekent dat we elkaar bijna nooit zien. We hebben elk kwartaal een meeting, maar zijn verspreid over het hele land (er woont zelfs iemand aan het einde van de wereld in Groningen!!!). Als AO-mama acht ik het mijn taak om elkaar tussen de meetings ook een keer te zien voor een broodnodige afspraak met pizza, want daar houden we allemaal van (daar word je ook op geselecteerd tijdens het solliciteren).

Deze maand wilden we graag Sinterklaas vieren, alleen lukte het helaas niet om bij elkaar te komen. Ik ben de kwaadste niet en zei: ‘Als je toch een gedicht van me wil, geef me je adres.’
Zo geschiedde. Dit was al een tijdje geleden, dus die domme kinders waren allang vergeten dat ze een gedicht van me zouden krijgen.

Een paar dagen geleden was het eindelijk zo ver. Het waren ontzettend gemene gedichten (‘Hoe jij in het team bent gekomen, snap ik nog steeds niet/want met je minachting voor katten doe je ons verdriet’ en ‘Ik zie je zo’n vier keer per jaar/maar dat is echt al veel te zwaar), maar toch kreeg ik louter positieve reacties.
‘Ik heb tranen in mijn ogen,’ zei de een. ‘Ik word helemaal warm van binnen.’ zei de kilste van het stel. En ik maar lachen. Want ik had er nog een goede grap in gedaan. Bij iedereen had ik namelijk dit als laatste regel:

‘Lieve *naam*, we zijn zo ver weg en toch ook zo dichtbij
Maar mijn favoriete collega, dat ben jij’

Na het delen van de gedichten in de WhatsAppgroep kwamen ze erachter.

Displaying Screenshot_20161202-172811.png

Ik weet niet hoe lang ik nog AO-mama mag blijven.

november 28th, 2016

Verhip(ster)

Kijk, ik ben natuurlijk een semi-hipster. Ik heb een platenspeler, een kat en draag wel eens een bloemetjesjurk (aan de baard werk ik nog). Maar ik draaf hierin niet te ver door. Ik hoef niet per se een retro wielrenfiets aan mijn muur (liever niet eigenlijk), ik koop nog steeds nieuwe kleding (hoe durf ik) en ik heb wel eens gedanst op top 40-muziek, gewoon vrijwillig.

Toch ga ik wel eens naar hipsterevenementen, want je moet toch zo af en toe de deur uit om niet te verpieteren in je huis vol schoolplaten (check), typemachines (helaas niet check) en oude koffers (check). Dus ging ik naar iets dat Vintage Atelier heet met mijn moeder, dan zie ik haar ook nog eens.

Het was in de Van Nelle-fabriek in Rotterdam, lekker old school. Elk kraampje verkocht wel een schilderijtje met gedroogde bloemen erin. Mijn stiekeme halve hipsterhart ging tekeer door al die spulletjes en mijn moeder herkende alles van vroeger in het huis van haar ouders. We vermaakten ons dus wel. Maar god, wat word je toch dorstig van al dat stof.
‘Ik neem koffie, wat wil jij?’ vroeg mijn mutti.
Ik wilde thee.
‘Koffie graag,’ zei mijn moeder tegen de vrouw van het pop-up karretje in klassiek zwart met witte letters.
‘Met melk?’ vroeg de vrouw.
‘Graag.’
De vrouw haalde diep adem: ‘Wilt u dan een latte, cortado, cappuccino of *nog duizend andere soorten koffie*?’
Het bleef even stil.
‘Eh,’ zei mijn moeder. ‘Ik wil gewoon koffie.’
‘Oh ja, dat hebben we ook!’ antwoordde de vrouw. ‘Filterkoffie.’
Mijn moeder had de kracht niet meer om te antwoorden, dus knikte maar. Ze vroeg welk smaakje thee ik wilde.
‘Oh, maar we hebben hier geen smaakjes,’ zei de tachtigduizendsoortenkoffiemevrouw.
‘GROENE THEE!’ schreeuwde ik, voordat ze kon uitleggen wat ze dan allemaal wel had.
Mijn moeder kreeg haar filterkoffie. Ik kreeg mijn groene thee (met zakje, dus hoezo is dat geen smaakje). We waren er allebei even stil van. Je hoort wel eens dingen van een cabaretier, maar dit was gewoon een live sketch. Verhip(ster).

Tags:
november 22nd, 2016

Papa, ik lijk steeds meer op jou

Ik vond deze oude foto terug. Ik denk dat ik een vies, eng mannetje was in mijn vorige leven.

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Mijn vader zag er wel minder eng uit met snor dan ik.

Tientallen lichtjaren geleden besloot mijn vader om een snor te laten staan. Ik weet niet waarom hij dat heeft besloten. Misschien was dat toen in de mode, net zoals de knotjes die mannen nu dragen. De snor was bruin tijdens de bruiloft met mijn moeder, maar vergrijsde algauw (ik weet niet of het een kwam door het ander). Mijn moeder had hem nog nooit zonder snor gezien, zelfs niet na meer dan 25 jaar samenzijn. Ken je iemand dan wel echt, vroegen wij als kinderen ons af op een gegeven moment. Wie was onze vader nou werkelijk, onder die borstelige snor?

Het moment van de waarheid was gekomen.

De eerste dag van de vakantie schoor hij hem af. Dan kon hij hem altijd nog weer aan laten groeien. De schok was groter dan gedacht. Wie was deze man met dat blotebillengezicht? Hij leek zo… kaal, hoewel hij nog genoeg haar bovenop zijn hoofd had. Het was net alsof onze moeder hem had ingeruild voor een jonger en gladder exemplaar. Elke keer als ze naast hem wakker werd, schrok ze van deze onbekende. Maar toegegeven, het had ook wat. Ze schelen zeven jaar en met dat grijze haar leek het leeftijdsverschil tussen hen toch wel minstens vijftig jaar. Op een gegeven moment glimlachte ze zelfs als ze hem zag. Sterker nog: ze voelde vlinders in haar buik.

De snor is nooit meer teruggekomen. Af en toe verschijnt de baard, iets met te lui om te scheren, maar die bonjourt mijn moeder gauw weg met de woorden ‘Vieze zwerver!’. Deze nieuwe man voelt inmiddels net zo vertrouwd als de vader 1.0. Helaas hebben mijn broer en broertje er niks van geleerd.

Tags:
november 18th, 2016

Spicy nuts

Sinds augustus krijg ik dagelijks bericht van mijn fans en haters.
‘Oh Almachtige Laura Denkt, heb je het al gehoord?’
Goedhartig dat ik ben, antwoord ik maar met: ‘Wat gehoord, jij nederige fan?’
‘De chocoladepepernoten liggen weer in de winkel!’
Mijn goedhartige hart stopt. Om twee redenen.
1. ‘Eindelijk,’ denk ik. ‘Daar heb ik wel een week of zes op moeten wachten.
2. Mijn ogen bloeden. ChocoladePEPERNOTEN? Nee. Nee. Nee. Dit is niet oké.

Ik leg het jullie nog één keer uit. Die dingen op dat plaatje hierboven weet je wel, waar ik verslaafd aan ben en die mensen zomaar naar mij opsturen (dat krijg je als je Goddelijk bent), die hebben een naam. Een nogal duidelijke naam vind ik zelf. Het zijn kruidnoten met een laagje chocolade. Dat maakt de naam dus chocoladekruidnoten.

Maar je hebt mensen. En het zijn er zoveel. Die zeggen: chocoladepepernoten. Nee. Nee. Pepernoten zijn van die kleffe, hoekige dingen. Die blijven plakken aan je kiezen. Als je daar een laagje chocolade om doet, zijn ze al helemaal niet meer te vreten.

En toch blijven mensen het zeggen. Sterker nog, er worden winkels pepernotenwinkels genoemd, terwijl ze kruidnoten verkopen. Ik snap echt niet waarom men het maar verkeerd blijft doen.
‘Ja, maar je begrijpt toch wat ik bedoel?’
Ik begrijp ook wat je bedoelt als je ‘ik wort un beetjuh geck fan de werelt’ schrijft (dat deed enorm veel pijn trouwens), maar dat moeten we toch ook niet willen?

Dus lieve mensen, zeg voortaan chocoladekruidnoten. Mocht je toch het woord ‘chocoladepepernoten’ in de mond nemen, dan gooi ik net zo lang chocoladeKRUIDNOTEN naar je totdat je het begrijpt (om ze vervolgens op te rapen van de grond, want zonde).