Archive for ‘Columns’

februari 15th, 2018

Laura de kleuterjuf

Zoals jullie wel of niet weten, werk ik in de social media (dat klinkt alsof ik een influencer ben, maar helaas niet #nospon). Dit doe ik voornamelijk vanuit huis, maar eens in de zoveel tijd hebben we een meeting met het team op kantoor. Gisteren was dit ook het geval en zouden we bovendien daarna met zijn allen uit eten gaan.

Geen probleem toch? Jawel. Want een deel woont niet in Amsterdam (aka het coole deel) en moest dus met de bus naar locatie. Aan mij als mama (ik werk er het langst) om het stel naar het restaurant te krijgen. Ik had er vrijwel meteen spijt van.

‘Jongens, we moeten echt NU weg!’ riep ik na tien minuten in paniek.
Iemand moest nog plassen, een ander had zijn jas nog niet aan. Als goede juf had ik daar al rekening mee gehouden, maar natuurlijk raakten we op het kantoor zelf al iemand kwijt. Wat bleek? Het kind ging naar de wc, kwam terug, zag ons niet meer en besloot maar naar de bus te lopen, want daar zouden we vast zijn (nee). Dit is waarom je kinderen altijd strak moet houden: om te voorkomen dat ze op eigen initiatief iets gaan doen. Na een belletje (dat is dan wel weer handig van die kinderen van tegenwoordig, dat ze een mobieltje hebben) was ze weer terecht en konden we de bus instappen. Natuurlijk stond de bus in de file (‘Pfff, duurt wel lang zeg.’ ‘Zijn we er al bijna?’ ‘Moeten we nog overstappen?’ ‘Waar moeten we overstappen?’ ‘Hoe lang duurt het nog?’), maar uiteindelijk bereikten we Amsterdam Centraal.

Ik wilde in een rechte lijn, immer gerade aus, naar de tram lopen, maar nee. Twee kinderen moesten hun ovchipkaart nog opladen. Nu moeten jullie weten dat ik de kleinste van het stel was en geen paraplu of vlaggetje bij me had. Gelukkig kan ik wel hard schreeuwen. Oké, ovchipkaart opgeladen, moeten we deze tram, nee, toch die andere, snel erin, de deuren gaan bijna dicht, is iedereen er, koppen tellen, ja iedereen is er.
‘Welke halte is het? Is het ver? Ik haat de tram. Was het nou Keizersgracht of Prinsengracht? Komen we te laat? Ik heb hongerrrrr.’
Heel de tram kon mijn zuchten horen.

Daarna moesten we allemaal de tram uit. We moesten aan de even kant zijn, maar natuurlijk gingen we eerst de oneven kant op. We staken over zonder overreden te worden en eindelijk waren we dan bij het restaurant. Ik had geen stem meer, kon wel wat deo gebruiken en stortte neer op een stoel. Dit doe ik nooit meer.

februari 1st, 2018

Slaap kindje slaap

Vroeger was het leven magisch. Je speelde dat je een piraat was en samen met je vriendjes verdedigde je het schip. Ademloos luisterde je naar de juf als ze een verhaal voorlas over de prins Paris. Een ijsje met spikkels erop maakte je dag. En je zou voor altijd jong blijven.

Nou, we weten allemaal hoe dat afloopt. Opeens moet je rekeningen betalen, het huis schoonmaken en denk je bij een ijsje: ‘Maar dat is slecht voor me en ik kan als volwassene toch geen smurfenijs met spikkels meer bestellen?’Maar toch, als je wil, kun je nog piraat spelen, al dan niet met je kind. Of een boek lezen en er helemaal in verdwijnen. En smurfenijs met spikkels? Het is het allemaal waard. Er is alleen één magisch ding wat je niet meer terugkrijgt.

Je kent het wel. Op de bank, in de auto of zelfs op de grond. Je bent namelijk naar de dierentuin geweest en al dat wijzen, vragen en ijs eten is ontzettend vermoeiend. Het is maar een half uurtje rijden naar huis, maar dat redt je niet. Je ogen worden zwaarder en zwaarder en… je wordt wakker in je eigen bed de volgende ochtend.

Huh?

Als je nu in slaap valt op de bank, dan word je daar ook wakker. Meestal midden in de nacht, rillend van de kou. Geen ouder die je optilt, zachtjes de trap op en je in bed legt. Soms heb je het door, in je halfslaap, maar no way dat je dat laat merken. Er is niets fijners. Iemand die voor je zorgt, bij wie je veilig bent en die je nog een kus op je voorhoofd geeft. Slaap kindje slaap.

januari 22nd, 2018

Hallo, wie heb ik (niet) aan de lijn?

Opeens kon je iets op Whatsapp doen wat natuurlijk helemaal niet de bedoeling was: daadwerkelijk praten. We hielden juist zo standvastig vast aan de getypte woorden, waarin je de nuance niet kon lezen en je geheid ruzie kreeg, maar onze stembanden gebruiken, ho maar. Dat was zo ouderwets. Dat deden onze ouders nog, kun je nagaan.

Maar toen kwam de voice message.
‘Jeetje,’ dachten we. ‘Dat typen is toch best onhandig. We maken best vaak fouten (ik zeg bijvoorbeeld altijd ‘njet’ in plaats van ‘niet’ en dat is niet, omdat ik er zo Russisch uit zie met veel make-up op), het duurt oneindig lang en ain’t nobody got time for that.’
Dus begonnen we onze berichten in te spreken. Wat we van de laatste aflevering van Boer zoekt Vrouw vonden, dat er een leuke jongen in de trein zat, wat we gingen eten die avond.

Eerst alleen in de veiligheid van ons eigen huis. Hoogstens de kat hoorde je praten en dacht: huh, heeft die vrienden of is ze weer tegen zichzelf aan het lullen? Maar daarna ook al lopend naar het station, ’s avonds, als er weinig mensen op straat waren. En oké, op een gegeven moment zelfs in de trein waar die leuke jongen zat. Schaamte bestond niet meer voor ons.

En zo bewogen we ons voortaan over de wereld. Pratend in onze telefoons tegen onze vrienden. Net als vroeger.

januari 16th, 2018

Typerdetyp

Laatst was ik in een sneakerwinkel. Dat is heel bijzonder, want ik kom nooit in zo’n winkel. Mijn stijl is namelijk niet sportief of stoer en ik draag nooit sneakers, laat staan dure. Maar ik had last van mijn knie en van mijn fysio moest ik schoenen met demping voor tijdens Taiwan. Ik had toevallig eens een keer geld. Het was overigens nog heel lastig om sneakers te vinden zonder metersdikke zolen (ik vind dat zo lelijk #sorrynotsorry), maar het is me gelukt.

Ze waren alleen te groot. Ja mensen, maat 36 en ze waren te groot. Maat 35 is een kindermaat, dus die hadden ze niet. Het is allemaal gefixt met een zooltje, alleen hadden ze geen nieuwe schoenen in maat 36, dus die moesten besteld worden.

‘Wil je hier je adres intypen?’ vroeg de sneakerjongen.
Ik typte het adres in. Het bleef lange tijd stil.
‘Wooooooow,’ zei de sneakerjongen. ‘Wat kan jij snel typen!’
Ik glimlachte en knikte van ja, ja, dat klopt op zich wel.
‘Nee, maar echt!’
Ik deed stoer en vertelde dat ik normaal nog sneller typte, omdat ik dit toetsenbord niet gewend was.
‘Nou, ik kan hier uren naar kijken,’ zei de sneakerjongen. ‘Ik raak gewoon in trance, ik word helemaal zen.’
Ik knikte nog maar van ja, ja, maar vond het toch wel ongemakkelijk worden. Snel rekende ik af.

Eenmaal buiten besefte ik pas dat dit misschien zijn heel rare manier van flirten was.

januari 2nd, 2018

Zuur over kool

Kijk, zo van een afstand gezien lijken mijn ouders leuke mensen. Ze lachen, ze zeggen je vriendelijk gedag en ze slaan hun kinderen niet. Maar binnenshuis was het op een gegeven moment niet meer uit te houden. Eerst moet ik coltruien aan, daarna kreeg ik een gênant vlaggetje op mijn fiets en vervolgens besmeurde mijn moeder me met haar lippenstift. Wat een mens toch moet doorstaan.

Maar ik hield mezelf moedig staande. Als nog kleinere Laura dacht ik: ooit kan ik dit gebruiken voor mijn blog. Ik kan hier alleen maar sterker uit komen. Dus ik ging door met mijn leven, basisschool, middelbare school, eerste twee jaar van mijn studie, je weet toch. Ondertussen bleven mijn ouders me Laura’tje noemen, terwijl ik toch al Heel Volwassen was. Ik deed alsof ik het niet hoorde. Maar toen kwam het moment dat ze te ver gingen.

Wekelijks had ik al gekookte aardappelen moeten eten.
‘Is goed voor je,’ zeiden mijn ouders tegen me.
Nou, ik heb het gemerkt met mijn 1 meter 55.
Soms moest ik zelfs krootjes (dat is Rotterdams voor rode bieten) eten. Probeer dat maar eens niet uit te spugen. Maar het allerergste was de winter.

‘Wat gaan we eten vandaag?’ vroeg ik die ene beslissende dag.
‘Zuurkool,’ was het antwoord.
Mijn wereld stortte in. Al jarenlang moest ik elke winter zuurkool eten. Van die viezige draadjes. Vermengd met gestampte aardappelen. Kon het nog erger? Ik besloot het niet af te wachten.
‘IK GA UIT HUIS!’ riep ik.
Mijn ouders lieten een zucht van opluchting los.

Sindsdien heb ik nooit meer gekookte aardappelen gegeten, laat staan zuurkool. En is het leven weer mooi.

november 7th, 2017

Tante Laura bestaat echt

Nietsvermoedend ging ik eten bij vrienden.
‘Proost op tante Laura!’ zeiden ze.
Ik moest wel een beetje lachen. Tante Laura, goeie.
‘Omg, ze gelooft het niet!’ zei de vriendin.
‘Goed geacteerd, jongens!’ antwoordde ik en ondertussen moest ik best wel lachen, de grapjassen.
Maar toen ging de vriend bewijs halen. En kwam hij terug met een boek over zwangerschap.
‘HUH?’ riep ik uit. ‘BEN JE ÉCHT ZWANGER?’
Het kostte me de rest van de week om van deze verrassing bij te komen.

En nu is de vriendin dus zwanger. Voor iemand die zwanger is, praat ze er weinig over (ze heeft zelfs niet zo’n app die vertelt dat je baby nu een appel is), maar af en toe kan ze het niet laten.
‘Ja, ik twijfelde of ik een Stokke zou nemen.’ zei ze.
Ik knikte. Alsof ik begreep waar ze het over had. Want ik begreep waar ze het over had. Het maakt niet uit waar ze het over heeft, want ik kan erover meepraten.
‘Huh Laura, ben je stiekem zwanger geweest zonder dat wij dat wisten en heb je nu een kind van twaalf jaar?’
Gelukkig niet zeg. Nee, het is erger: ik lees mommyblogs.

Op die mommyblogs heb ik natuurlijk over hormonen gelezen, maar wat ze er niet bij vertellen is dat ze nog tienduizend keer erger zijn. Al twee keer heb ik de vriendin laten huilen. De eerste keer was na de onthulling, waarbij ze zelf zei: ‘Nu moet je me niet meer hè, nu ik echt volwassen ben.’
‘Dat klopt,’ zei ik.
Dus nam ik afscheid met de woorden: ‘Nou, dit was het dan.’
Tranen. Overal tranen.

Ik dacht dat ze er wel van geleerd had, maar bij mijn laatste bezoek ging het helemaal mis. De vriend zat er uitgeleefd bij, helemaal kapot door al het gezeur wat hij de hele dag over zich heen kreeg. Ook nu was ze weer bezig, iets met broodtaart: ‘Je vindt het niet lekker hè? Zeg dan. Je vindt het niet lekker. Waarom neem je het dan?’
Met paniek in zijn ogen keek hij me aan.
‘Vriendin,’ zei ik. ‘Je moet niet van die provocerende vragen stellen.’
De stemming sloeg over.
‘GA JE HET NOU VOOR HEM OPNEMEN?’ riep ze.
‘Die arme jongen heeft het zwaar te verduren.’
‘JE BENT MIJN VRIENDIN, WIE KEN JE NOU LANGER?’
Ik keek naar de vriend.
‘Nou, hem.’
(ik ken haar namelijk via hem)
De rest van de avond sprak ze niet meer tegen me.

Bij het afscheid vroeg ze of we nog vrienden waren. Mijn antwoord was nee.
‘Ik moet huilen hoor!’ riep ze.
Ik geloofde haar niet. Ze begon nep te huilen. Ik begon te lachen. Ik keek of er tranen waren. Er waren tranen. Ze zat echt heel hard te huilen en ik zat echt heel hard te lachen.
‘We zijn welllll vrienden,’ riep ik.
Het mocht niet baten. Ze liep naar boven en er kwamen nog meer tranen.
‘Ze vindt jou leuker,’ zei ze tegen haar vriend.
Het ultieme verraad.

Maar stiekem vind ik haar toch leuker. Zelfs als ze zwanger is.

oktober 24th, 2017

Het echte leven

Als jullie dit lezen, zit ik in Taiwan. Waarschijnlijk ben ik aan het relaxen in een hot spring. Of ben ik karaoke aan het zingen met mijn Taiwanese bbfs. Of natuurlijk bao eten op een night market. Dit alles plaats ik op Instagram met #wanderlust #travelblogger #love #veganwater eronder. Jullie zijn allemaal jaloers op mijn perfecte leventje. Ik ben famous, afgestudeerd en een echte reiziger.

En dan kom ik terug. Eerst plaats ik nog throwback foto’s, zelfs als het geen donderdag is. Mijn blog staat vol over Taiwan. Hoe inspirerend het was. Dat ik mezelf heb gevonden. Dat ik de volgende reis naar een ver doch niet toeristisch land al heb geboekt. Wauw, zij heeft het echt gemaakt, denken jullie. Dat is hét leven. Heerlijk vrij zijn, genieten, #blessed. Misschien denken jullie wel dat ik een digital nomad word. En vlogger.

Maar dan blijkt dat ik een nieuw huis heb. Klein maar fijn. Niet op Bali, maar in Utrecht. En een baan. Zo’n echte, met een kantoor en koffiepraat. Mijn reis naar Tuvalu heb ik gecanceld en in de plaats daarvan ga ik een weekendje naar Middelburg. Op Instagram plaats ik een foto van mezelf met een dekentje op de bank en een glas appelsap. Soms schrijf ik een tweet dat ik ‘lekker gek’ met mijn dinnies heb gedaan (bowlen met nog een taartje toe). En uiteindelijk schrijf ik een blog over mijn Blond serviesverzameling. En dat is voor jullie de druppel. Laura denkt? Wat dacht je van Laura dut in! Mij valt het niet eens op, ik ben druk bezig met mijn plantjes verzorgen Maar ergens van binnen schreeuwt de oude Laura.

EDIT: Ik vrees dat mensen deze post verkeerd hebben opgevat. Ik heb dit geschreven nog voordat ik naar Taiwan ging en het is dus hypothetisch. Ik heb helaas (maar wel begrijpelijk, want ik was dus niet in het land) nog geen huis en baan, dit is een hypothetische blog!

oktober 1st, 2017

Hey good lookin’, what you got cooking?

Ik houd niet van koken.

Dat schijn je tegenwoordig niet te mogen zeggen, want je moet wel een superhealthy fitgirlmaaltijd maken en dat ook op de foto zetten (wel een goede foto, dus voordat je dat hebt, is je eten al koud, maar je moet er wat voor over hebben). Daarnaast heb je natuurlijk allerlei kookprogramma’s en als je pech hebt, zit je ook nog vast aan een Hello Fresh-abonnement.

Het probleem is dat ik wél van eten houd, zoals elk normaal mens. Maar ik ben niet rijk. Je snapt wel dat ik elke dag in een dilemma zit: zal ik zelf koken of leef ik deze maand op straat vanwege Thuisbezorgd?

Gelukkig heb ik de oplossing gevonden en die ga ik jou ook vertellen (maar gebruik hem niet tegen mijzelf). De tactiek gaat zo: je laat mensen geloven dat je niet kan koken. Elke keer als ik het met iemand over koken heb, zeg ik: ‘Bluhhh, ik háát koken.’ Dat is geen leugen. Maar mensen denken dat koken haten gelijk staat aan slecht zijn in koken. Nu ben ik geen talent, maar ik laat nooit iets aanbranden (ik brand hooguit mijn eigen tengels).

Nu zijn er twee gevolgen. De eerste is dat ik mensen schoorvoetend uitnodig om bij mij te eten, want je moet toch iets doen om je vrienden te behouden. Versteld staan zij te kijken. De rijst is niet aangebrand! De kip is gaar! Ik hoef niet te kotsen! Het is daarom altijd goed om in alles andermans verwachtingen laag te houden, zodat ze altijd positief verrast zijn #tipvandedag.

Maar het tweede is het beste. Mensen denken: jeetje, die kan nog geen paprika snijden. Dus ze doen het voor je. In je eigen huis. Terwijl jij op de bank TLC zit te kijken.

Het leven kan zo mooi zijn.

Tags:
september 10th, 2017

Waar is dat feestje?

Ik houd van mijn verjaardagen. Dan komen namelijk al mijn vrienden bij elkaar, wat normaal nooit gebeurt, omdat het niet een grote vriendengroep is. Die ken ik van mijn studie, die van de middelbare school etc. Maar als ze bij elkaar zijn, gaat het altijd goed. Dat komt, omdat het allemaal introverte alfanerds zijn (uitzonderingen daargelaten). Dat betekent wel dat ik een homogene vriendengroep heb, maar oké, je kan niet alles hebben in het leven.

Dit is wat er gebeurt op mijn feessies: iedereen rent meteen eerst naar de kat en gaat haar omstebeurt aaien (als ze niet onder het bed zit, want Dikkie is ook nogal introvert). Als ze daarmee klaar zijn, bekijken ze welke boeken ik in mijn kast heb staan. Uiteindelijk komen ze dan naar mij toe (ze geven geen drie zoenen, want menselijk contact is vies), geven een cadeautje (een boek) en pakken wat te eten. Na wat alcohol kijken ze schichtig om zich heen en spreken dan toch maar de eerste de beste persoon aan. Die persoon blijkt ook van filosofie/literatuur/mij te houden en alles komt helemaal goed.

Natuurlijk duurt dit feestje niet tot vijf uur ’s nachts. Dan liggen we al uren in bed, nagenietend van de rust en weer een mooi feestje. Op naar volgend jaar.

mei 21st, 2017

Watch out for the wasp

Ik dacht dat ik in die zes jaar al mijn trauma’s wel al had verteld. Maar vandaag werd ik weer herinnerd aan een ervan en bleek dat ik er nog nooit uitgebreid over geschreven had. Waarschijnlijk, omdat ik me ervoor schaam.

Het zit zo: het is allemaal mijn moeders schuld. Elke keer als zij een wesp ziet, begint ze te gillen, haar armen om zich heen te maaien (ja, dat werkt averechts, maar vertel dat maar aan de gek) en rent ze keihard weg. Dat heb ik overgenomen. Een keer tijdens vakantie in Italië stootte ik bijna tegen een ober met allemaal gevulde glazen op zijn dienblad aan, omdat er een wesp in de cola zat. De blik die ik toen toegeworpen kreeg, zie ik soms nog steeds voorbij komen in mijn nachtmerries. Ik weet dat je niet doodgaat van een wesp, tenzij ze in je keel zitten of je er allergisch voor bent, maar DAT GELUID. En die GROOTTE. En die ANGEL.

Ooit zat ik achterop bij mijn moeder op de fiets. Er vloog een bij om me heen. Ik ging maaien met mijn armen, want ik ben een flapdrol. De bij stak mij.
‘Mamaaaaaaa,’ gilde ik. ‘Ik ben gestoken.’
Mijn moeder zei dat ik echt heus eerlijk waar niet gestoken was.
Bij thuiskomst bleek het wel zo te zijn. Ik ben dit verraad nooit meer te boven gekomen.

Tegenwoordig, als ik niet in de aanwezigheid van mijn familie ben, gedraag ik me als de coole queen die ik ben. Oh, een wesp? Lekker boeiend. Van binnen schreeuw ik.

Zo zat ik vandaag te netflixen, terwijl ik een mail typte naar een vriendin, op het Ellegirlforum keek en zocht welke films er morgen allemaal draaien. Minding my own business, je weet toch. Opeens hoorde ik het. Dé zoem. Ik had nog de naïeve illusie dat het een dikke bromvlieg was, maar nee hoor. Het immense zwartgele beest had zich genesteld op mijn raam en had het dikke prima naar zijn zin. Ik gilde. De kat keek me meewarig aan. Mijn ouders kon ik niet bereiken, dus appte ik noodlijn 2: mijn broertje. Met zijn hulp (doe je rolluik naar beneden, dan gaan ze naar het licht aka het raam toe) deed ik een poging om het Kwaad weg te krijgen. De kat sprong van het bed en ik gilde van deze onverwachte beweging. Nu is ze bang voor me. Heel mijn leven verpest door een zo’n kutinsect.

Na tientallen doodsbange minuten verdween de wesp uit zicht door het raam. Uitgeput viel ik neer op bed. Morgen ga ik een hor kopen. En een huisgenoot, die wespen weg kan jagen en voor me kookt. Hopelijk to not be continued.

Tags: