Archive for ‘Laura bedenkt’

maart 24th, 2022

11 jaar Lauradenkt (en ik heb een e-book geschreven over bloggen!)

Mijn blog bestaat elf jaar vandaag! En het afgelopen jaar heb ik af en aan geschreven aan, jawel, een e-book over bloggen: 10 lessen in 10 jaar bloggen. Ik vond dat ik daar namelijk wel wat over te vertellen had na al die jaren ervaring. Waarom een e-book? Omdat het kan. Omdat het leuk is. Omdat ik wilde leren hoe het moet.

Zoals alles ging ook dit met ups en downs. Ik begon vol enthousiasme en schreef aardig wat pagina’s vol. Elke dag probeerde ik er iets aan te doen. Maar toen deed ik er een dagje niets aan. En daarna nog een dag. Dagen werden weken, maanden zelfs. Totdat ik opeens dacht: shit, straks bestaat mijn blog elf jaar en heb ik hem nog niet af. Dus hoppa, ik motiveerde mezelf weer om er elke dag aan te werken en nu, precies op de deadline, is hij af.

Ondertussen heb ik nog geworsteld met Canva, PayPal, WordPress en wat eigenlijk niet, maar toch moet ik zeggen: het is superleuk om te doen. Er is zoveel gebeurd in die tien (nu dus elf) jaar, dat is niet normaal. Mijn leven zou er oprecht zo anders uitzien als ik niet was gaan bloggen. Ik durf wel te zeggen dat dat een van mijn beste beslissingen ever is geweest. En het voelt goed om een keer wat langers te schrijven, want de waarheid mag gezegd worden: mijn blogs zijn meestal kort (maar krachtig?) (net als ik?).

Dus: ben jij benieuwd naar:

  • Hoe mijn bloggen begon (spoiler: het begon niet met Lauradenkt.nl)
  • Wat voor smeuïge dingen ik allemaal heb meegemaakt
  • De leuke kanten van het bloggen
  • Maar ook de stomme dingen
  • Welke bloggers ik heb ontmoet die nu nog steeds bloggen (misschien sta je zelf wel in het lijstje!)
  • En welke wijsheden ik heb opgedaan in al die jaren?

Dan moet je hem zeker kopen. Hij is maar €5,-. Daar koop je tegenwoordig een pak melk van in de supermarkt of een druppel benzine en nu dus een volledig e-book! Maar je mag hem ook kopen als je me aardig vindt of juist niet of als je niet weet wat je moet doen met je geld. Maakt mij niet uit. Je kunt hem hier kopen.

Ik ben heel benieuwd wat jullie ervan vinden en ook al koopt niemand het: ik kan nu in ieder geval zeggen dat ik een e-book heb geschreven!

december 17th, 2021

Laura’s liefdesletteren: veiligheid

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Eva loopt door haar huis. Op de muur hangt een foto van haar ouders. Ze aait er zachtjes overheen met haar vinger en zegt: ‘Goedemorgen, pap en mam.” Door haar raam kan ze zien dat het sneeuwt vandaag, haar favoriete weer. Misschien gaat ze wel een wandeling maken straks. Ze opent de voordeur en aan het einde van de gang is een treincoupé. Natuurlijk, de trein vertrekt bijna! Gelukkig, ze is net op tijd om naar Amsterdam te gaan. Ze wil het Rijksmuseum bezoeken en misschien een ijsje eten. Of is het te koud om ijs te eten? Ze ziet het vlakke landschap voorbij gaan als ze opeens muziek hoort. Haar favoriete muziek. Oh mooi, de trein stopt ook.
Ze danst naar de keuken, meezingend met Frank Sinatra. Vandaag maakt ze pannenkoeken met heel veel stroop. Of nee, stamppot. Of gewoon aardappels, groenten, vlees. Ze doet het fornuis aan. Wat is dat geluid? Het klinkt als… ja, het is Toppop! Ze houdt van dat programma. Ze rent naar het geluid toe, maar valt. Voorbereid op de val maakt ze zichzelf klein, maar de grond is zacht en verend. Geen pleisters nodig.
Het kost haar maar een paar stappen naar de woonkamer. Ze gaat op de bank liggen, onder de plaid die haar moeder heeft gemaakt. Ze is blij dat ze een tv heeft en kan niet wachten om te zien wat de hits zijn deze week. Als er een goeie tussenzit, koopt ze misschien wel een plaatje, want ze heeft nog wat zakgeld over. Maar voordat ze kan nadenken over welke dan valt ze in slaap. Het is een goede droom en als ze wakker wordt, zal het weer sneeuwen. Ze zal naar Amsterdam gaan, voor een ijsje of om het Rijksmuseum te bezoeken. En nadat ze pannenkoeken heeft gemaakt, terwijl ze naar Frank Sinatra luistert, nee stamppot, nee gewoon aardappels, groenten, vlees, is er misschien nog genoeg tijd over om naar Toppop te kijken en een plaatje te kopen van haar zakgeld…

***

Dit verhaal vraagt misschien om wat meer achtergrondinformatie. Voor mijn werk schreef ik tijdens een brainstorm dit verhaal. Het is voor het eerst dat ik een verhaal eerst in het Engels heb geschreven (en daarna voor deze blog in het Nederlands heb vertaald), omdat we in internationaal gezelschap waren. Het idee was om na te denken over de zorg, met name gericht op dementie, in de toekomst. Iets wat een oudere met dementie vaak ervaart, is verwarring en onrust. Ik stelde in dit verhaal het ideale verzorgingstehuis voor waar alles is aangepast op de persoon. Favoriete seizoen, muziek, televisieprogramma: alles is gepersonaliseerd. Je kunt het fornuis gewoon aan laten staan, want hij doet het eigenlijk niet echt. Vallen is geen probleem, want de grond is zacht. Er is geen onrust, maar vertrouwdheid en veiligheid. En dat is wat deze doelgroep nodig heeft. Wie weet, is het ooit mogelijk.

september 27th, 2021

Geelblauw

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Vandaag is het: “Hij is fijn.”
Soms een opmerking over een foto, eet smakelijk en wat een leuk shirt.
“Hij is fijn.”
Het gepiep. De gele, plastic, kaarten.
“Hij is fijn.”
De mensen die in paniek, waar is hij, ik had hem net nog.
‘Hij is fijn.”

Gisteren had hij “In orde.” geprobeerd, maar dat voelde niet lekker in zijn mond. Ook “Prima.” dekte de lading niet.
“Hij is fijn.”
Wat lulde hij nou. Fijn. Fijn. Fijn. Hij kon het woord godverdomme niet meer uit zijn strot krijgen. Zijn mondhoeken trilden bij elke poging tot een glimlach. Het pakken van het pasje, onder het apparaat halen, piep, piep, akkoord, hij is fijn, volgende, volgende, volgende, volgende, komt er ooit een einde aan?

Oh nee, pas als het niet lukt, dat is waar het allemaal om draait.
“Meneer heeft niet ingecheckt?”
Meneer kijkt schuldbewust of juist brutaal, diep in de ogen. Het vragen van het identiteitsbewijs, de kick als die er niet is, en het schrijven van het bonnetje.
“Hij is fijn.”
Ja, dát was pas fijn.

mei 25th, 2021

Work it!


Interpretaties tijdens de workshop poëzie bij het gedicht ‘Moeder’ van Ester Naomi Perquin

Soms lopen dingen anders. Je schrijft je in 2019 in bij de KvK als tekstschrijver, doet er niets mee en besluit een jaar later om aan je collega’s een workshop online improvisatie te geven. En nog één. En nog één. Je vindt het spannend, want nooit gedaan, maar ook verrassend leuk en: het gaat goed! Het blijkt superleuk om oefeningen en scènes te bedenken en die uitgevoerd te zien worden. Dat smaakt naar meer.

En dan word je getagd in een Facebookgroep, een opdracht om een online workshop poëzie te geven. Waarom ook niet? Je schrijft een opzet, verliest je in allerlei gedichten en opties en mag de workshop geven. Het blijkt superleuk, er komen vragen en perspectieven die je niet had verwacht (maar fijn zijn om te horen) en de mensen stellen zich open. Dat smaakt naar meer.

Dus wat doe je dan? Je maakt een website waarin je zowel je diensten als tekstschrijver als je diensten als (online) workshopgever (weet iemand een beter woord?) op kwijt kan.

En nu? Nu ben ik op zoek naar opdrachten (naast mijn werk bij Tover)! Naast schrijven in allerlei vormen zou ik graag meer workshops willen geven, dus mocht jouw werk/(vrienden)groep/je ne sais pas ervoor open staan, let me know. Ik zit er ook over te denken om online workshops improvisatie te geven waarbij iedereen kan aanhaken, dus mocht je dat leuk lijken, dan hoor ik dat ook graag. En natuurlijk zijn tips/feedback altijd fijn! Je mag me altijd mailen op laurabosua[a]gmail.com of neem een kijkje op mijn website.

[einde promotiepraatje Laura]

mei 12th, 2021

Laura’s liefdesletteren: gaten in het plafond

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Er zitten gaten in het plafond van de tandarts. Ik weet niet waarom. Terwijl de tandarts mijn mond controleert en er af en toe een metalen voorwerp in steekt, stelt hij de gebruikelijke vragen.
“Hoe gaat het met je studie?”
Ik denk niet dat hij weet wat ik studeer.
“Woon je al op kamers?”
Nee.
“Hoe gaat het met je vriend?”
Die vraag is nieuw. Ik doe mijn mond dicht. Hij kijkt me verbaasd aan. Dan zie ik het besef in zijn ogen. Ik doe mijn mond weer open.

“Heb je een bijbaantje?”
Wanneer ik met mijn hoofd schud, raakt hij met een tangetje mijn tandvlees aan. Het bloedt.
“Niet met je hoofd bewegen”, zegt hij.
“Geen vragen stellen als je met gevaarlijke voorwerpen in mijn mond zit”, wil ik zeggen, maar de tandartsassistente blaast mijn slijm weg, dus dat gaat niet.
“Geen gaatjes.”
Hij schudt mijn hand en ik schud mijn hoofd. Tandartsen zijn ongevoelig.

januari 24th, 2021

Laura’s liefdesletteren: Douwe Egbertsfabriek

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

De geur van koffie, terwijl ik fiets tegen de brug op. Niet naar rechts kijken, niet naar rechts. Daar ligt tussen het puin het verdriet van een ander. Een verleden waartoe ik niet behoor, waarbij ik in de supermarkt langs hem liep, niet wetende dat hij het was. Hét was. Die ene. Nu ligt er slechts een rotonde tussen de liefde, een vicieuze cirkel.

De verschillende bruggen in de verte, elk een ander leven. Schimmige mannen in auto’s met alleen het razende water als achtergrondmuziek. Geen problemen met de fiets krijgen. Blijven praten tegen de telefoon. Negeren en niet omkijken.

Mijn benen worden zwaarder en zwaarder door de pedalen en de blik van mijn moeder. Afkeuring brengt ze omlaag, maar ik moet omhoog, naar de andere kant waar het beter is, waar het beter wordt. De toekomst bevindt zich slechts 100 meter verderop.

De wind maakt het zwaar. De regen maakt het ondragelijk. De zon maakt het niet om uit te houden.

De geur van koffie vervaagt in de wind en neemt elke keer een stukje van mij mee tot ik verbrokkel in het niets. Ik besta niet meer. Ik besta niet. Ik bestond niet.

oktober 31st, 2020

Een reizen

Eindeloze ritten. Altijd rechts achterin, kijkend uit het raam. Als je ’s avonds je ogen een beetje dichtknijpt, lijken de lantaarnpalen op de snelweg zachter. De dj op de radio kondigt een nieuw liedje aan en de auto zweeft over het asfalt. Ik zak langzaam weg en word wakker in mijn eigen bed.

Elke dag dezelfde route. Langs de dijk, het parkje, de wijk in. Een cd van Marco Borsato op repeat, de andere ouders langs de weg en de lipstickafdruk op mijn wang. Op de terugweg altijd dezelfde vraag: ‘Hoe was het op school?’

Mijn broertje en ik tellen de vogelnesten in de bomen. In december zoeken we de kerstbomen in de ramen. Soms is er ruzie.

Met zijn vieren op de achterbank. De stoelen zijn net iets te klein, wij zijn net iets te groot. Heup tegen heup. Op de borden staan woorden die ik niet begrijp. Ik lees een eindeloze stapel boeken, we zingen mee met Shaffy Cantate ‘Lalala lala la’, we zingen ‘Ze komen niet, ze komen wel’ en zeggen ‘Ik zie, ik zie wat jij niet ziet’. Bij de wegrestaurants is het druk en de auto’s rijden zo snel dat het slechts kleuren zijn. Onze benen zijn opgelucht door het strekken. Het huis voelt raar bij thuiskomst. Vertrouwd en toch anders. Stil. Niet geleefd. Stapeltjes post op de piano wachten geduldig om geopend te worden.

Zijn hand in de mijne als het verkeerslicht op rood staat. Ik geef de mensen op straat een stem, maar ze horen het niet. De carwash voelt als een achtbaan. De metalige geur blijft achter op mijn lichaam.

De terugreis duurt altijd korter dan de heenreis.

september 29th, 2020

Laura’s liefdesletteren: uniek

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Mijn rode jas. De manier waarop ik loop. De lijn van mijn schouders naar mijn onderrug. Soms houdt hij minutenlang mijn handen vast, zich verwonderend over de grootte ervan. Hij heeft nog nooit zo iemand ontmoet.
‘Ik zou jou altijd herkennen in een menigte,’ zegt hij.
Zijn admiratie over de foto’s die ik van mezelf maak, is grenzeloos. Soms betrap ik hem op zijn blik als ik met een deken om me heen op de bank zit, als ik zit te schrijven, als ik niets doe. In elk gebaar van mij zit verborgen schoonheid. Hij kijkt naar niemand zoals hij naar mij kijkt.

Ik durf hem niet te vertellen dat ik eigenlijk maar een heel gewone jongen ben.

september 3rd, 2020

Alles gaat door

We leven in een wereld van maskers, misnoegen en macht. Ik leef bij de gratie dat jij me niet aanraakt. Ons schreeuwen is een moordwapen. Dit hadden ze niet kunnen schrijven in de boeken over de toekomst.

Het went snel. Eerst schrik je van elke hand die je wordt toegereikt, maar daarna schrik je alleen van een omhelzing in een film. Alarmsignalen, DAT MAG NIET, schok, besef. Ontspannen bestaat niet meer.

We selecteren de mensen om ons heen zorgvuldig en altijd met een onzichtbare bubbel die ons van hen scheidt. Slechts die in het huis wonen, mogen dichtbij komen, maar ze komen te dichtbij. We verlangen naar andere handen.

Het is wij tegen zij. Wij, de ongenaakbaren, de onaanraakbaren. Wij strelen slechts onszelf. Contact is als een ziekte, is de ziekte, maar wij staan aan de goede kant. Zij, de aangetasten, de tastenden. Opgepakt, bij elkaar opgehoopt op het grote grasveld, op televisieschermen, maar toch zo eng dichtbij.

We rekken het op met de centimeter, met de ‘als’, met de ‘ja, maar’. Alleen de beschaving staat tussen ons in, maar het glas wordt steeds dunner. De ander zien we scherper, maar het einde niet. 

Toch leven wij nu. Toch gaat alles door. Het gaat altijd maar door. 

januari 12th, 2020

Laura’s liefdesletteren: ik ben niet verliefd

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Mensen leken vriendelijker, de natuur stralender en zelfs de hond van de buren kwispelde als hij haar zag.
‘Ik ben niet verliefd,’ zei ze in zichzelf.
Ze was trots op haar zelfstandigheid. Zij had niet iemand nodig die voor haar kookte, bijna elke avond sprak ze met een andere vriendin af en haar spaarpot zat vol.
‘Ik ben niet verliefd.’
Jongens zijn leuk, maar ook niet meer dan dat.
‘Ik ben niet verliefd.’
Ook niet als ze steeds vaker blijven slapen, ontbijtjes voor je maken, weekendjes met je weg gaan.
‘Ik ben niet verliefd.’
Of als ze blijven. Om niet meer weg te gaan.
‘Ik ben niet verliefd.’