februari 9th, 2018

Een stappenplan voor de bioscoop

Je besluit weer eens een avondje naar de bios te gaan. Maar hoe moet dat eigenlijk? Tante Laura legt het uit.

Stap 1. Koop of reserveer een kaartje. Je kan natuurlijk ook een Cinevillepas hebben (#nosponhelaas), maar ik gok dat je dit stappenplan dan niet nodig hebt.
Stap 2. Check hoe de film heet. Vergeet het. Check het nog een keer. Zeg de verkeerde titel tegen de bioscoopkaartjespersoon die je gelukkig wel begrijpt.
Stap 3. Zeur tegen je bioscoopgenoot dat die kaartjes steeds duurder worden.
Stap 4. Zeur tegen je bioscoopgenoot dat het eten en drinken steeds duurder wordt en check ondertussen even of je meegesmokkelde flesje cola en dropjes nog in je tas zitten.
Stap 5. Draal een beetje in de ruimte, terwijl je wacht tot je de zaal in mag.
Stap 6. Kijk nog even in welke zaal je zit.
Stap 7. Vergeet direct wat er op het kaartje stond en kijk nog een keer in welke zaal je zit.
Stap 8. Ga de zaal binnen. Ren naar een van de bovenste rijen en ga dan in de middelste stoel zitten.
Stap 9. Complimenteer jezelf dat je het beste plekje van iedereen hebt.
Stap 10. Vloek inwendig dat er een lang persoon voor je gaat zitten.
Stap 11. Vloek inwendig dat er iemand naast je komt zitten, terwijl je strategisch een plek naast je vrij had gelaten voor je jas.
Stap 12. Gooi je jas dan maar op de grond.
Stap 13. Praat met je bioscoopgenoot over werk, het weer of de kinderen.
Stap 14. Check of je nog appjes heb en zet je telefoon dan uit.
Stap 15. Kijk stiekem op het mobieltje van degene voor je.
Stap 16. Reclames! Praat met je bioscoopgenoot verder over werk, het weer of de kinderen.
Stap 17. Filmreclames! Bespreek met je bioscoopgenoot welke film jullie wel of niet zouden willen zien.
Stap 18. De film gaat beginnen, houd je mond, ga nog even goed zitten en zorg dat je flesje cola en zakje drop in handbereik staan.
Stap 19. Pak niet de chips aan die je bioscoopgenoot heeft meegenomen (‘Ja, hier betaal je tien euro voor een klein zakkie, dus ik heb bij de Appie een XL-zak gehaald voor de helft van de prijs. Oplichters zijn het, oplichters!’), maar sla die uit zijn of haar handen. Wat je ook doet, eet geen chips in de bioscoop.
Stap 20. Ga een beetje schuin zitten, want je kan de helft niet zien door de lange persoon voor je.
Stap 21. De lange persoon is verschoven, dus nu wat meer naar links.
Stap 22. Pakt hij nou echt zijn telefoon?
Stap 23. Zucht diep.
Stap 24. Probeer je te focussen op de film, niet op de mensen die praten tijdens de film.
Stap 25. Kijk geïrriteerd achterom.
Stap 26. Bedenk waar je die acteur ook alweer van kent.
Stap 27. Kijk weer geïrriteerd achterom en zucht diep.
Stap 28. Besef dat je teveel drop op hebt.
Stap 29. Zet wijsvinger op je lippen en maak een ‘Ssssst’-geluid.
Stap 30. Geniet van de film.
Stap 31. Wat duurt deze film lang.
Stap 32. Zou je nog een appje hebben gekregen van -.
Stap 33. Heeft er nou iemand een scheet gelaten?
Stap 34. De aftiteling, eindelijk.
Stap 35. Recenseer de film met je bioscoopgenoot.
Stap 36. Ga naar huis en zeg tegen je partner/huisgenoten/kinderen/huisdieren dat het altijd leuk is, een avondje naar de bios.

(Eigenlijk vind ik naar de bios gaan wel leuk, behalve als heel veel mensen gaan praten, zoals gisteren tijdens ‘Call me by your name’ en dat er dan iemand ‘HOUD JE MOND OF ANDERS OPDONDEREN’ moet roepen, voordat het stil is, maar goed, dat is niet leuk voor het verhaal)

februari 1st, 2018

Slaap kindje slaap

Vroeger was het leven magisch. Je speelde dat je een piraat was en samen met je vriendjes verdedigde je het schip. Ademloos luisterde je naar de juf als ze een verhaal voorlas over de prins Paris. Een ijsje met spikkels erop maakte je dag. En je zou voor altijd jong blijven.

Nou, we weten allemaal hoe dat afloopt. Opeens moet je rekeningen betalen, het huis schoonmaken en denk je bij een ijsje: ‘Maar dat is slecht voor me en ik kan als volwassene toch geen smurfenijs met spikkels meer bestellen?’Maar toch, als je wil, kun je nog piraat spelen, al dan niet met je kind. Of een boek lezen en er helemaal in verdwijnen. En smurfenijs met spikkels? Het is het allemaal waard. Er is alleen één magisch ding wat je niet meer terugkrijgt.

Je kent het wel. Op de bank, in de auto of zelfs op de grond. Je bent namelijk naar de dierentuin geweest en al dat wijzen, vragen en ijs eten is ontzettend vermoeiend. Het is maar een half uurtje rijden naar huis, maar dat redt je niet. Je ogen worden zwaarder en zwaarder en… je wordt wakker in je eigen bed de volgende ochtend.

Huh?

Als je nu in slaap valt op de bank, dan word je daar ook wakker. Meestal midden in de nacht, rillend van de kou. Geen ouder die je optilt, zachtjes de trap op en je in bed legt. Soms heb je het door, in je halfslaap, maar no way dat je dat laat merken. Er is niets fijners. Iemand die voor je zorgt, bij wie je veilig bent en die je nog een kus op je voorhoofd geeft. Slaap kindje slaap.

januari 22nd, 2018

Hallo, wie heb ik (niet) aan de lijn?

Opeens kon je iets op Whatsapp doen wat natuurlijk helemaal niet de bedoeling was: daadwerkelijk praten. We hielden juist zo standvastig vast aan de getypte woorden, waarin je de nuance niet kon lezen en je geheid ruzie kreeg, maar onze stembanden gebruiken, ho maar. Dat was zo ouderwets. Dat deden onze ouders nog, kun je nagaan.

Maar toen kwam de voice message.
‘Jeetje,’ dachten we. ‘Dat typen is toch best onhandig. We maken best vaak fouten (ik zeg bijvoorbeeld altijd ‘njet’ in plaats van ‘niet’ en dat is niet, omdat ik er zo Russisch uit zie met veel make-up op), het duurt oneindig lang en ain’t nobody got time for that.’
Dus begonnen we onze berichten in te spreken. Wat we van de laatste aflevering van Boer zoekt Vrouw vonden, dat er een leuke jongen in de trein zat, wat we gingen eten die avond.

Eerst alleen in de veiligheid van ons eigen huis. Hoogstens de kat hoorde je praten en dacht: huh, heeft die vrienden of is ze weer tegen zichzelf aan het lullen? Maar daarna ook al lopend naar het station, ’s avonds, als er weinig mensen op straat waren. En oké, op een gegeven moment zelfs in de trein waar die leuke jongen zat. Schaamte bestond niet meer voor ons.

En zo bewogen we ons voortaan over de wereld. Pratend in onze telefoons tegen onze vrienden. Net als vroeger.

januari 16th, 2018

Typerdetyp

Laatst was ik in een sneakerwinkel. Dat is heel bijzonder, want ik kom nooit in zo’n winkel. Mijn stijl is namelijk niet sportief of stoer en ik draag nooit sneakers, laat staan dure. Maar ik had last van mijn knie en van mijn fysio moest ik schoenen met demping voor tijdens Taiwan. Ik had toevallig eens een keer geld. Het was overigens nog heel lastig om sneakers te vinden zonder metersdikke zolen (ik vind dat zo lelijk #sorrynotsorry), maar het is me gelukt.

Ze waren alleen te groot. Ja mensen, maat 36 en ze waren te groot. Maat 35 is een kindermaat, dus die hadden ze niet. Het is allemaal gefixt met een zooltje, alleen hadden ze geen nieuwe schoenen in maat 36, dus die moesten besteld worden.

‘Wil je hier je adres intypen?’ vroeg de sneakerjongen.
Ik typte het adres in. Het bleef lange tijd stil.
‘Wooooooow,’ zei de sneakerjongen. ‘Wat kan jij snel typen!’
Ik glimlachte en knikte van ja, ja, dat klopt op zich wel.
‘Nee, maar echt!’
Ik deed stoer en vertelde dat ik normaal nog sneller typte, omdat ik dit toetsenbord niet gewend was.
‘Nou, ik kan hier uren naar kijken,’ zei de sneakerjongen. ‘Ik raak gewoon in trance, ik word helemaal zen.’
Ik knikte nog maar van ja, ja, maar vond het toch wel ongemakkelijk worden. Snel rekende ik af.

Eenmaal buiten besefte ik pas dat dit misschien zijn heel rare manier van flirten was.

januari 6th, 2018

Laura’s liefdesletteren: opa’s

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Opa’s zijn van een andere wereld. Ze weten niet wat mobieltjes zijn, maar wel hoe de bomen in het bos heten. Ze hebben grote handen die ze soms op je hoofd leggen. Ze weten wat ze moeten zeggen als je valt. Soms brommen ze naar oma’s, maar ze geven ook stiekem knipogen als ze niet kijkt. Ze zijn stil bij dat ene liedje op de radio en dan zie je het verleden in hun ogen.

Opa’s verjagen de monsters onder het bed. Ze kijken naar sport op tv, maar zeggen er niets van als je er doorheen praat. Opa’s geven je snoepjes ‘en niet tegen mama zeggen hè’. Ze stoppen je een euro toe voor je rapport, ook al sta je onvoldoende voor rekenen. Ze tillen je op en draaien net zo lang totdat je duizelig wordt en ze even bij moeten komen in hun stoel. Opa’s zeggen dat ze voor altijd bij je blijven en dat ze wel honderd jaar oud worden, als het niet duizend is. Ze willen met je trouwen en laten nooit je hand los. Opa’s liegen niet.

Je merkt pas op hoeveel het over opa’s gaat in de wereld als ze er niet meer zijn.

januari 2nd, 2018

Zuur over kool

Kijk, zo van een afstand gezien lijken mijn ouders leuke mensen. Ze lachen, ze zeggen je vriendelijk gedag en ze slaan hun kinderen niet. Maar binnenshuis was het op een gegeven moment niet meer uit te houden. Eerst moet ik coltruien aan, daarna kreeg ik een gênant vlaggetje op mijn fiets en vervolgens besmeurde mijn moeder me met haar lippenstift. Wat een mens toch moet doorstaan.

Maar ik hield mezelf moedig staande. Als nog kleinere Laura dacht ik: ooit kan ik dit gebruiken voor mijn blog. Ik kan hier alleen maar sterker uit komen. Dus ik ging door met mijn leven, basisschool, middelbare school, eerste twee jaar van mijn studie, je weet toch. Ondertussen bleven mijn ouders me Laura’tje noemen, terwijl ik toch al Heel Volwassen was. Ik deed alsof ik het niet hoorde. Maar toen kwam het moment dat ze te ver gingen.

Wekelijks had ik al gekookte aardappelen moeten eten.
‘Is goed voor je,’ zeiden mijn ouders tegen me.
Nou, ik heb het gemerkt met mijn 1 meter 55.
Soms moest ik zelfs krootjes (dat is Rotterdams voor rode bieten) eten. Probeer dat maar eens niet uit te spugen. Maar het allerergste was de winter.

‘Wat gaan we eten vandaag?’ vroeg ik die ene beslissende dag.
‘Zuurkool,’ was het antwoord.
Mijn wereld stortte in. Al jarenlang moest ik elke winter zuurkool eten. Van die viezige draadjes. Vermengd met gestampte aardappelen. Kon het nog erger? Ik besloot het niet af te wachten.
‘IK GA UIT HUIS!’ riep ik.
Mijn ouders lieten een zucht van opluchting los.

Sindsdien heb ik nooit meer gekookte aardappelen gegeten, laat staan zuurkool. En is het leven weer mooi.

december 28th, 2017

A(l)so

Zoals ik al eerder vertelde, had ik een tijdje een Annie M.G. Schmidt-obsessie. Vorige week was dan eindelijk de dag dat ik naar de musical ‘Was getekend, Annie M.G. Schmidt’ ging met mijn Mutti. We hadden er zin in, zelfs toen we zagen dat er geen enkele bezoeker onder de vijftig jaar was, behalve ik. Iets met een oude ziel, weet je wel.

En de musical was ook echt leuk en een aanrader. Oké, af en toe zongen er mensen heel vals mee met de muziek, maar ik was nog wel bereid dat te laten gaan. Totdat er een schermpje opflikkerde in het donker.

De vrouw voor ons vond het blijkbaar niet echt leuk en een aanrader. Even Facebook checken, waarom ook niet. Nou, omdat het heel storend is, mevrouw. Het meest irritante wat je kan doen tijdens een voorstelling, naast praten, is op je telefoon kijken. Ik ben geen boos persoon, behalve in het verkeer en als mijn broertje irritant doet en als mensen harde muziek luisteren in de trein en als mijn kat niet geaaid wil worden en met dit soort dingen.

Dus zat ik in een dilemma. Deze vrouw zat namelijk schuin voor ons, dus het was moeilijk voor mij om bij haar te komen (ik ben niet zo lang). Maar ik wilde er wel wat van zeggen, want dat licht is enorm storend voor iedereen boven haar en het is gewoon enorm asociaal. Maar wat zeg je dan? En moet je überhaupt iets zeggen?

Ik kwam er niet uit en heb uiteindelijk niets gezegd, maar zo’n situatie komt onvermijdelijk nog een keer voor. En daarom wil ik jullie advies: moet je iets zeggen (ik vind van wel) en zo ja, hoe moet je het dan zeggen? Of moet je gewoon die telefoon uit haar handen slaan? Ik hoor graag jullie wijze woorden.

december 18th, 2017

Moeilijke momenten in het leven van de kleine medemens

Ik ga echt nieuwe vrienden zoeken.

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ik zou niet willen zeggen dat ik een heel zwaar leven (nee, maar echt héél zwaar) heb, maar of is het nou makkelijk is om zo klein te zijn? Nee, zeker weten niet. Regelmatig moet ik het kleine beetje waar ik uit besta bij elkaar rapen en de moed hervatten om door te gaan in deze lange, lange wereld. Ja, het is een moeilijk bestaan voor uw kleine medemens:

– Er zijn nooit broeken voor mijn lengte. Gelukkig bestaat er zoiets als kleermakers. Maar hoe zit het dan met sportbroeken? Hier is uw gratis tip van de dag: koop een driekwart sportbroek en u zult merken dat die het hele been bedekt doch niet de grond raakt.
– Over kleding gesproken: een leuk shirtje zien dat heel hoog hangt en dan maar niet de moeite doen om erbij te komen.
– Sowieso altijd Lange Mensen om hulp moeten vragen in de supermarkt, omdat je er soms zelfs met krukje niet bij kan.
– Als ik twee staartjes in doe en een kleurrijk T-shirt aantrek, kan ik dus echt door voor twaalf jaar. Oké, veertien.
– Mijn favoriete hobby is om mijn handen te vergelijken met die van random mensen, omdat niemand kleinere handen heeft (kinderen niet meegeteld).
– Kleine handen zijn alleen best wel lastig als je probeert gitaar te leren spelen. Missie mislukt.
– Barkrukken zijn het equivalent van een klimwand en mijn voeten raken de grond zelden als ik op een stoel zit.
– Heel misschien moest ik een keer in een restaurant van tafel wisselen, omdat de tafel te hoog was om goed aan te kunnen eten.
– Zelfs in Azië ben ik niet lang (maar wel normaler).
– Chronische nekpijn van het omhoog kijken gegarandeerd.
– Net heel strategisch een plekje in de bios gekozen (zo hoog mogelijk in het midden) en dat er dan net een Lang Persoon voor je gaat zitten.
– Ik had nieuwe handschoenen nodig en dacht: laat ik voor de grap kinderhandschoenen passen bij de Hema. Nou jongens, mijn leven is tot een nieuw dieptepunt gekomen: ik pas handschoenen voor achtjarigen.
– Waarom verbaasde me dat zo? Ik was er immers een paar maanden geleden achtergekomen dat mijn negenjarige achterneefje net zo lang is als ik. Tot groot vermaak van de de rest van de familie.
– En de uitspraak die nooit niet gedaan zal worden: ‘Huh, je bent echt klein??????’ (meestal door lezers van deze blog, #danmaarnietfamous).

december 12th, 2017

Eerlijk over reizen #faketravelblogger

Fake travelblogger coming through.

Iemand vroeg zich na deze blog met de dubieuze titel af of ik mijn vakantie in Taiwan nou leuk vond. Ik kan me die vraag wel voorstellen, want ik weet het antwoord eigenlijk niet zo goed. Oh ja hoor, tegen kennissen zeg ik ‘Leuk!’ als ze vragen hoe het was. Maar ik zeg ook ‘Goed!’ als ze vragen hoe het gaat, terwijl dat ook niet altijd zo is. Het was namelijk niet alleen leuk in Taiwan.

Laat ik beginnen met dat ik niet aan wanderlust lijd. Hiervoor was ik nooit buiten Europa geweest en daar zat ik ook niet zo mee. Mijn moeder heeft vliegangst, dus vroeger waren we aangewezen op de auto en daarna had ik nooit echt veel geld (of: nooit echt veel geld ervoor over). Reizen schijnt je leven te verrijken en hoewel dat deels ook klopt, vind ik mijn leven op deze manier ook gewoon prima. Er zijn ook andere manieren om je leven te verrijken (boeken, mensen, boeken!).

Bovendien ben ik een semi-verwend kind. Kamperen deden we niet aan. Onder geen enkele voorwendsel zal ik in een tent slapen. Dat heb ik dan ook nooit gedaan. Ik zie er echt niet de lol van in om op vakantie primitiever te gaan leven dan je normaal doet. Met een wcrol ’s nachts over de camping naar de wc lopen? ’s Ochtends uit je tent branden? Het zal wel erg zen en alles zijn, maar ik zou er doodongelukkig van worden. Ook backpacken (hallo, mijn rug doet al pijn als ik mijn laptop in mijn rugzak doe) gaat hem echt niet worden. Die gatachtige constructies wat ze wc’s noemen in Taiwan vond ik al erg genoeg. Niet dat ik all inclusive op een strand mijn billen wil branden (doe mij maar iets meer cultuur) of nooit meer op vakantie zou willen, maar reizen zoals de echte ékte travelbloggers doen? Niet voor mij.

Dus. Taiwan. Het was mooi, het was anders, er was lekker eten. Maar na anderhalve week wilde ik gewoon naar huis. Niet vanwege heimwee, maar álles was anders daar. En ik wilde weer iets bekends zien. Ik was bijna blij om af en toe de grote, gele M te zien, terwijl ik daar nooit eet. Kun je nagaan.

Ik ben blij dat ik Taiwan heb gezien, want het was een kans (hoeveel vrienden kennen jullie die in Taiwan wonen?) en ik wist echt niet wat ik kon verwachten. Ik heb me er ook zeker wel vermaakt en er van geleerd. Maar voorlopig wil ik het vliegtuig niet inspringen en al helemaal niet naar een of ander ver land. En dat is oké. Er zijn al genoeg travelbloggers.

december 5th, 2017

Laura’s liefdesletteren: (g)een betekenis

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Maandag hadden ze nog gekibbeld over het eten. Hij wilde iets met mie, zij wilde pizza bestellen. Hij wees haar op hun uitgaven. Zij wees hem op de exclusieve koffie die hij per se moest drinken. Maar dat betekende niks. Zij hadden geen ruzie, maar meningsverschillen die altijd eindigden in kussen en grapjes.
Soms legde hij voor het slapen zijn hand op haar dijbeen. De laatste tijd duwde ze die steeds vaker weg. Maar dat betekende niks. Ze was moe. Druk op werk. Iedere relatie kent die momenten.
Via Facebook kwam ze weer in contact met vriendinnen van de middelbare school. Hij hoorde ze lachen in de woonkamer, zelf verbannen naar het kantoortje. Ze stopten als hij binnenkwam en keken hem meewarig aan. Maar dat betekende niks. Gepraat over vrouwendingen, dat was niet bestemd voor mannenoren.

En nu belde ze hem op, terwijl ze normaal gesproken altijd appen. Maar dat betekende niks. Ze liet een stilte vallen toen hij ‘Hallo lieverd’ zei. Maar dat betekende niets. Ze zei: ‘We moeten praten.’ Maar dat betekende niets. Als je het niet ziet, is het niet aanwezig.