augustus 7th, 2017

Minimale minimalist

Ik heb anderhalve maand om een minimalist te worden.

Ja, dat leest u goed. Ik, dé Laura denkt en dé maximalist. Mijn favoriete winkel is de Flying Tiger, dat zegt al genoeg. Daarnaast houd ik van boeken en jurkjes. Gedoemd om hoarder te worden.

Zoals jullie al eerder konden lezen, ben ik op zoek naar een huis in Utrecht. Ik wilde sowieso verhuizen, maar eigenlijk pas over een half jaar oid, maar de situatie waar ik nu in zit, dwingt me eigenlijk om zo snel mogelijk weg te gaan voor mijn eigen veiligheid en gemoedsrust. Hier zal ik misschien later meer over bloggen (moet ik even over nadenken wat verstandig is en hoe ik het ga zeggen).

Probleem is alleen dat je niet zo snel een huis vindt in Utrecht. En zeker niet als je een kat hebt (niet overal mag je een kat en het zorgt er ook voor dat ik niet op 25 vierkante meter wil zitten, want zielig) en een beperkt budget. Door recente ontwikkelingen (dit klinkt allemaal lekker vaag he, maar ik zweer dat ik het niet doe om jullie lekker te maken, maar vanwege voorzorgsmaatregelen) kwam ik erachter dat ik eigenlijk gewoon zo snel mogelijk hier weg moet. Dus wat doe je dan? Binnen Rotterdam verhuizen. Tijdelijk. En van daaruit een woning in Utrecht zoeken.

Gelukkig staat er al veel in het nieuwe huis, aangezien ik met een huisgenoot ga wonen. Dat betekent dat er veel van mijn spullen die ik al vanaf dat ik op mezelf ging heb(VIJF JAAR GELEDEN, DE TIJD GAAT ZO SNEL, WAT WORDEN ZE SNEL GROOT, ZE ZIJN GROOT, VOORDAT JE HET DOOR HEBT) weg kan doen. Zoals mijn bank, die alleen geschikt is voor kabouters zoals ik, maar niet voor lange bezoekers. Een deel kan naar mijn ouders toe, maar ik heb veel prullaria, troepjes, boeken, noem het hoe je wil.

Dus er zit niks anders op: ik moet marie kondo’en voor mijn leven. Alleen sparkt alles wel joy (omg, er staat een kat op!!!!!!!!). Heeft iemand een spoedcursus minimaliseren voor me? Dan zal ik je op mijn dankbaarheidslijstje zetten #blessed.

juli 24th, 2017

26 and still counting

blaasdekaarsjesmaaruit

Ja, die mooie dag is weer aangebroken: ik ben jarig! Vandaag ben ik 26 geworden en ik wil geen woord horen over dat dit dichterbij de 30 dan de 20 is. Laat dat jullie verjaardagscadeau aan mij zijn.

Elk jaar begin ik mijn verjaardag minder boeiend te vinden, maar ik zeg geen nee tegen taart. Daarom vier ik mijn verjaardag vandaag zoals ik het liefste heb: taart eten met een vriendin en daarna naar mijn ouders, broer en broertje toe. Wat ik het meest waardeer in deze mensen is dat ze met niet toezingen. Serieus, zijn er mensen die dat wél leuk vinden?

Mijn verjaardag is ook altijd een moment voor mij om te reflecteren op het afgelopen jaar en te kijken wat het volgende jaar me brengt. Hoewel ik nog niet ben, waar ik zou willen zijn dit jaar, heb ik toch veel persoonlijke overwinningen geboekt. Ik ben weer op toneel gegaan en heb daar veel geleerd (zoals dat ik het zo ontzettend leuk vind en dat ik er zeker mee door moet gaan). Ik ben op dansles gegaan (Tranky Doo) en heb ontdekt hoe belangrijk het is om niet alleen met je hoofd, maar ook eens met je lichaam bezig te zijn. Ik heb weer lieve mensen leren kennen en ben erachter gekomen dat de lieve mensen die ik al kende nóg liever zijn dan ik al dacht.

En dan komend jaar, wanneer ik in ieder geval ga verhuizen. Ik vond het ontzettend moeilijk om te kiezen waar ik naar toe wilde (Leiden of Utrecht), maar na een gesprek met mijn moeder (dat helpt altijd) ben ik eruit: ik wil in Utrecht gaan wonen. En ik kan al jullie tips gebruiken! Ik wil graag een studio (of appartement, but ain’t gonna happen) for max 700 euro (met mogelijkheid tot huurtoeslag). Dus als je iets weet of weet hoe ik het beste een huis kan zoeken, laat het me weten en je krijgt tachtigduizend karmapunten.

Tags:
juli 21st, 2017

I’m ready for my close-up

Weten jullie nog dat ik blogde over mijn voorstelling? Liesbeth was een van de mensen die reageerden en wel met een heel lief voorstel: ze wilde wel foto’s maken. Helaas ging het door omstandigheden niet door. Ze voelde zich schuldig (nergens voor nodig) en bood me daarom een fotoshoot aan. Ik houd er niet van om gefotografeerd te worden (ik ben zo’n persoon die dan heel awkward wordt en enorm bewust van alles wat ik doe), maar zoiets sloeg ik niet af.

Dus op naar Eindhoven. Eerlijk gezegd twijfelde ik of Eindhoven wel mooie plekken had voor zoiets (hoop dat er niet teveel Eindhovenaren/Eindhovers/Eindjes??? mijn blog lezen), maar er bleek nog een stukje groen te vinden. Ik probeerde de studenten op de campus te negeren, terwijl ik als een schaap in de camera keek. Gelukkig kon Liesbeth goed aanwijzingen geven (een hand in de heup, haar naar een kant, kijk nu hier heen, kijk nu daarheen). Dus bedankt, Liesbeth!

Ik denk niet dat ik gefotografeerd worden ooit leuk ga vinden, maar het is leuk om dit soort foto’s van jezelf te hebben. Ik vond het nu wel weer best met op de foto staan, maar toen kwam mijn moeder met wat ze voor haar verjaardag wilde: jawel, foto’s van haar kinderen, zodat ze aan de wereld kan showen hoe famous die zijn. Zucht.

juli 13th, 2017

Mijn allergrootste fan: mevrouw Veltmuis

Ik stond laatst voor een poppenkraam, daar zag ik mooie poppen staan.

Je zou denken dat mijn ouders mijn grootste fans zijn. Dat ze elk uur van de dag verheugd achter de computer zitten, hopend op een nieuwe blog. Ik bedoel, daar zijn het ouders voor toch? Maar nee, niets is minder waar. Ik had het tegen mijn moeder over een blog die ik had geschreven.
‘Oh, die heb ik niet gelezen,’ zei ze.
Deze blog was al van tienduizend weken geleden, dus ik moest huilen en eiste dat ik door andere ouders geadopteerd werd.

En toen kwam daar mevrouw Veltmuis.*

Het erge is, dat mevrouw Veltmuis een jaar boven mij zat tijdens mijn studie Literatuurwetenschap in Leiden. Nu moet je weten dat het gemiddelde jaar daar uit twintig mensen bestond (mijn jaar zelfs uit vijftien) en je soms een vak had met het jaar boven je (wereldliteratuur, whoop whoop), dus je kende ze. Ik kende mevrouw Velthuis niet. Als ze had gezegd dat ze wiskunde studeerde, had ik het ook geloofd (oké niet echt, ze is duidelijk een alfa).

Maar ze begon te reageren op mijn blog en langzamerhand raakten we bevriend. Elke dag vroeg ze wanneer er een nieuwe blog komt en als die er dan eindelijk was, reageerde ze binnen een minuut met een heleboel regenboogsmiley’s, omdat ze zo blij was.

Kijk, vader en moeder, zó hoort het.

Nu beschouwde ik mevrouw Veltmuis als een van de vele fans. Als je zo famous bent als ik kun je ze gewoon niet allemaal uit elkaar houden. Goed, ik ben zo groot geworden vanwege mijn fans, maar hallo, het is zó vervelend dat ik niet eens normaal naar de supermarkt kan. Dat iedereen maar met me wil trouwen. En dan al die spondeals die ik aangeboden krijg, vermoeiend.

Maar toen onthulde mevrouw Veltmuis iets wat ze al die tijd voor mij verborgen had: ze is ook famous. En nog bekender dan ik. Ze heeft namelijk in een Bassie en Adriaanaflevering gezeten (zie hierboven de roze ‘pop’ bij 4:03).

Consider me defeated.

*Ze heet niet echt zo, maar leeft nu in anonimiteit, omdat ze niet kon dealen met alle publiciteit.

Tags:
juli 6th, 2017

Laura’s liefdesletteren: belofte maakt schuld

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Er zijn zoveel dagen voorbij gegaan waarop ik niet aan je denk. En dagen waarop ik denk dat ik niet aan je denk. Ik ben vergeten hoe je rook als je net de douche uitstapte. Hoeveel moedervlekjes je linkerschouder versierden. Soms bel ik je, maar de stem van de voicemail ‘Dit is Sanne, ik ben er even niet. Misschien bel ik je terug.’ klinkt steeds minder vertrouwd en meer blikkerig. Op jouw nachtkastje liggen nu andere boeken. In de spiegel kijkt iemand hoe de lijntjes op haar gezicht veranderen. Waar je kleding heen is, weet ik niet. De rode jurk had je aan, toen.
Inmiddels heb ik een kind dat jij nooit hebt gedragen. Ik draag polo’s, waar jij zo’n hekel aan had. Soms is het alsof je nooit hebt bestaan en soms is het alsof je nooit weg bent geweest.

Er zijn zoveel dagen voorbij gegaan waarop ik niet aan je denk. Omdat ik het niet durf. Omdat schuld een gevoel is dat in alle hoeken kruipt en me nooit meer laat gaan. Omdat ik zou willen dat ik je nooit had gekend.

Tags:
juli 2nd, 2017

Uw blogger heeft weer wat meegemaakt

Ja, mijn leven zit vol spanning en sensatie. Ik zou een vlogger moeten worden (mensen die nu ‘Jaaa!’ zeggen, zijn af). Dit keer was het geen domheid van mijn kant, maar… Ja, van wie eigenlijk? En was er überhaupt wel sprake van domheid? U leest het allemaal in deze spannende blog!

Het is vrijdagnacht en ik kan niet slapen. Opeens hoor ik een harde knal. Alles trilt. Ik slaap met oordopjes in, dus mijn eerste gedachte is een blikseminslag ergens dichtbij. Ik neem mezelf voor om in de ochtend te googelen hoe dat zit met blikseminslagen. Maar dan hoor ik sirenes. Ik besluit toch even naar buiten te kijken. De politiewagen gaat mijn straat in. Het zal toch niet…? Ik doe mijn deur open en hoor het brandalarm (ja, die hoor je dus niet als je binnen in je hus bent, wat echt heel erg handig is) en ruik rook. Meteen slaat mijn hoofd op hol. Er is brand, maar waar en hoe kom ik eruit is en hoe moet dat dan met Dikkie en kut, kut, kut. Ik spreek een willekeurige buurman aan, die me vertelt dat er een auto in de fik is gevlogen op de parkeerplaats. De paniek maakt plaats voor verwarring. Ramptoerist als ik ben, kijk ik uit zijn raam en zie de brandweer blussen. De brandweer komt langs om te vragen of ik last heb van rook in mijn huis (ja, ook al heb ik mijn deur niet lang open gehad) en gebiedt me om ramen en deuren gesloten te houden. Ik ga weer in bed liggen en maak me zorgen om de kat. Als ik al last heb van de rook (pijnlijke keel), hoe zit dat dan met haar? Rampscenario’s gaan door mijn hoofd (kat dood, dagen rook in huis, alle kleding in de wasmachine, failliet door rekening waskosten, zwerven op straat, bevroren onder een brug, pas twintig maanden later wordengevonden) en de adrenaline stroomt nog door mijn aderen (kan dat?). Pas een paar uur later lukt het me om in slaap te komen en ik word nog een paar keer wakker.

Dit verhaal eindigt met een anti-climax. De kat leeft nog (die lag lekker te tukken toen ik wakker werd), de rook is verdwenen, alleen de vuile kleding hoeft in de wasmachine en het is hier 24 graden in huis, dus bevriezen zal ik niet zo snel, laat staan onder een brug. Ik heb geen idee waarom die auto ontploft is. Maar dit alles betekent wel dat ik nog steeds blogjes kan schrijven, dat dan weer wel.

juni 24th, 2017

I’m stuck

Hallo, u leest hier de blog van een heel dom meisje uit Rotterdam.

Ik ging in mijn broers huis zitten, aangezien het bij mij binnen 31 graden was (ik ben letterlijk de duivel) en ik last van geluidsoverlast heb (lang verhaal dat ik misschien ooit ga vertellen als ik hier niet meer woon). Mijn broer woont bij me om de hoek, dus dat was handig. Op een gegeven moment was ik wel klaar en wilde ik weer naar huis gaan, aangezien ik zou afspreken met een vriendin. Alleen: ik kreeg de deur met geen mogelijkheid open. Bij binnenkomst had ik hem op slot gedaan, wat ik normaal niet doe, maar ik kreeg opeens paniekgedachtes van inbrekers, maar nu ging dat verdomde slot niet open. Ik zat opgesloten in mijn broers huis. Buiten hoorde ik de vrolijke stemmen van voorbijgangers, die wel vrij waren. Nog nooit had ik zo verlangd naar buiten. Ik appte mijn vrienden dat ze me waarschijnlijk een tijd niet zouden zien. Beschaamd belde ik mijn broer op, die gelukkig klaar was met werken en mij een uur later bevrijdde van de opsluiting (wel pas, nadat hij me uitgelachen had).

Laten we even een flashback doen naar toen ik nog in Oegstgeest woonde en wat een voorbode was, voor wat gisteren gebeurde.

Ik ging naar de bus, maar was mijn ovchipkaart kwijt. Snel rende ik terug naar mijn kamer, maar ook daar kon ik hem niet vinden. Woedend gooide ik de deur keihard dicht, terwijl mijn sleutels er nog inzaten. Gevolg: een deel van mijn sleutels (ik heb nogal een grote sleutelbos) kwam tussen de deur en was met geen mogelijkheid meer los te krijgen. Waarschijnlijk ben ik de eerste ter wereld die dit overkomen is. Ik kon nergens heen. Mijn kamer niet in, want de deur ging niet open, niet uit huis, want geen sleutels en mijn ovchipkaart was nog steeds kwijt. Je kunt je voorstellen hoe gênant het was om de studentbeheerder van het gebouw te bellen of ze me wilde helpen. Na een uur vol verbazing te hebben gekeken (‘Hoe heb je dat in godsnaam gedaan?’), wrikte ze wat met een mes en konden mijn sleutels gered worden. Oh en mijn ovchipkaart? Die lag beneden bij de vuilniscontainers op de grond. Shame on you, Laura, shame on you.

Tags:
juni 15th, 2017

Sorry, ik weet geen leuke titel voor deze blog

'Als ik dan nog iets overhoud, dan koop ik eten en kleren.'

A post shared by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Ik deed bijvoorbeeld lekker literair in de bieb.

Ik ga jullie niet vervelen met een ‘ik weet niet waar ik over moet bloggen of nou ja, ik heb wel duizend concepten staan, maar ik heb geen zin om daaraan te werken’-opmerking (oeps toch gedaan), maar ik dacht: ik ga eens vertellen waar ik zo ongeveer mee bezig ben deze dagen. Ik kan niet garanderen dat het erg interessant is.

– Work, work, work. Zoals jullie misschien weten, doe ik iets met social media (lekker vaag houden, zo kom je interessant over, je kan natuurlijk ook gewoon op mijn LinkedIn kijken als je nieuwsgierig bent) en dat doe ik vanuit huis. Dat betekent vooral dat ik zit weg te zweten achter mijn bureau (iets met een oud huis en plat dak en bovenste verdieping en kleine kiepramen en volle zon op de ramen en de hel), terwijl ik de kat aai.
– Vrijdag heb ik weer een voorstelling. Dit keer hebben we een festival en omdat ik zo geweldig ben, speel ik in twee van de drie stukken. Het ene stuk is een reprise en het andere is in het Engels en gebaseerd op de mythe over Helena. Ik speel onder andere Zeus, dus ik ben content (op zijn Nederlands, niet op zijn Engels).
– Een minimalist zal ik nooit worden met mijn tachtigduizend boeken (en kleren en haarelastiekjes), maar ik wilde even hip zijn en die challenge doen dat je honderd dingen weggooit. Het is me gewoon gelukt en ik ben nog niet eens klaar (is dat een goed of een slecht teken). Ik heb zelfs een paar boeken weggedaan. De literatuurwetenschapper in me huilt (al waren de boeken die ik heb weggedaan niet echt literatuur te noemen), maar Marie Kondo mag trots op me zijn.
Lindy Hop zat vol, daarom ben ik begonnen met Tranky Doo, een solo jazz dance choreografie in dezelfde stijl. Het is best moeilijk, maar ook heel leuk en ik zou het zeker meer willen doen. Laatste danste ik zo enthousiast dat de zool van mijn schoen eraf viel, ik bedoel maar (is dat een goed of een slecht teken).
– Ik ben Chinees aan het leren voor straks in Taiwan. Misschien denk je: waar slaat dat op, je bent daar maar twee weken. Maar het lijkt me zo raar om in een land te zijn waar je echt geen drol van de taal snapt (maar echt geen drol) en bovendien is het leuk om nieuwe talen te leren en zo een doel te hebben. En ik kan met Enya oefenen. Wist je bijvoorbeeld dat je het Chinese woord voor kat uitspreekt als ‘mau’? Ik vind dat persoonlijk hilarisch, maar wie ben ik.

Nou, ik hoop dat dit genoeg was om een beetje voyeuristisch genoegdoening bij jullie naar boven te brengen en anders kunnen jullie altijd vragen stellen die ik niet ga beantwoorden. Bedankt voor het kijken, vergeet niet te reageren, laat een reactie achter in de comments (ik vind het altijd zo dom als mensen dat zeggen) en doe een duimpje omhoog!

juni 4th, 2017

Laat me je de stad tonen, waarvan ik ben gaan houden


Weglopen voor de paparazzi, een dagtaak voor mij.

De bel ging. Opeens kwam het besef binnen: ik heb mijn adres gegeven aan iemand die ik niet in het echt ken en ik ga de hele dag met haar spenderen. Het voelde als een Tinderdate. Wat als ze een vies, oud mannetje was? Of gewoon ontiegelijk saai?

Mylène bleek gewoon hetzelfde te zijn als op haar blog: lief, leuk, beetje gek. Op haar blog had ze een oproep gedaan aan mensen om hun stad aan haar te laten zien. Ik ben de vervelendste niet, dus ik wilde haar mijn Rotterdam wel showen. En zo geschiedde.

Uiteraard heb ik haar alleen de dingen laten zien die ík leuk vond. Zoals Mylène al goed omschreef, betekent dat vooral boeken, eten en de bioscoop. Ik zal jullie de route vertellen, ook al dacht mijn reisgenoot dat dat niet boeiend zou zijn, maar ze weet duidelijk niet hoe fabulous ik ben:

– De Statensingel. Hier kun je lekker op het gras zitten en naar de mooie, oude huizen aan de overkant staren. Of mensen zien die hun konijn uitlaten. Alles kan in Rotterdam. Ondertussen wees iemand me erop dat heel de stad mijn ondergoed kon zien, aangezien mijn jurkje was blijven haken achter mijn tas. Ik foeterde Mylène uit en eiste dat ze mijn achterkant in de gaten hield.

Rotterdam is niet romantisch/heeft geen tijd voor flauwekul/is niet vatbaar voor suggesties/luistert niet naar slap gelul/’t Is niet camera-gevoelig/lijkt niet mooier dan het is/Het ligt vierkant hoog en hoekig/gekanteld in het tegenlicht/Rotterdam is geen illusie/door de camera gewekt/Rotterdam is niet te filmen/Rotterdam is vééls te ècht

– Proveniersstraat: hier kun je het gedicht Rotown Magic vinden van Jules Deelder, maar ook een kruispunt met allemaal leuke zaakjes zoals Booon (om te lunchen).
– Altijd in de Buurt op het Weena. Hier hebben ze heel lekkere American pancakes, waar Mylène duizend foto’s van maakte, zodat het koud werd en ik al mijn pancakes naar haar hoofd gooide, echt zonde.


Dit was ongeveer 192 foto’s voor het pannenkoekenincident. 

– Lopen langs de beelden bij de Westersingel. Ik fiets hier altijd langs, dus dan heb ik geen tijd om de beelden echt te bekijken en dat is maar goed ook, want sommigen zijn echt disturbing.


Hipsteralarm is ringing.

– Nieuwe Binnenweg, een van mijn favoriete straten. Hier zit bijvoorbeeld Rotown (om uit te gaan), Koekela (voor taart en koekjes) en de Leeszaal (voor gratis boeken). In een zijstraat (Gouvernestraat) zit Kino, een natte droom van een bioscoop voor alle hipsters. Weer kwam er iemand naar me toe om te melden dat de hele wereld kan zien wat voor kleur ondergoed ik aan had. Ik sloeg Mylène met een gratis boek uit de Leeszaal om de oren en dreigde om een vervelende blog over haar te schrijven. De rest van de trip bleef ze naar mijn derrière kijken, wat me zenuwachtig maakte. Dit was toch niet echt een Tinderdate?


In mijn natuurlijke habitat. Ben er niet helemaal gerust op dat er zoveel foto’s van me gemaakt worden. Wat gaat ze daar in godsnaam mee doen, boven haar bed hangen?

– Uiteraard moesten we even naar Cinerama, een ouderwetse bioscoop die al duizend keer gesloopt zou worden, maar gelukkig is dat nooit gebeurd. In de volksmond (aka door mijn broer) ook wel Cinedrama genoemd.


Jammer dat ik er niet in mag. GET OUT. Lekker verwelkomend hoor.

– We pakten de metro naar Wilhelminaplein, waar we plotseling een andere uitgang namen en ik compleet in de war was. Ik wist wel dat we minimaal een keer moesten verdwalen, want ik heb het ruimtelijk inzicht van een legoblokje. Maar het kwam allemaal goed.
– Even spieken bij LantarenVenster. Nog een bioscoop, jawel. Deze bios was ooit hip, maar inmiddels hebben alle gepensioneerden het ook ontdekt en is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers 95+.
– We dronken wat bij hotel New York, waar heel erg vroegah de boot naar Amerika ging (de naam verraadt het al enigszins). Ik had eigenlijk zin om de rest van mijn leven te blijven zitten, want volgens Mylènes mobiel hadden we al  7,7 kilometer gelopen en dat vond ik wel genoeg voor de rest van de maand. Maar natuurlijk moest zij weer zo nodig foto’s maken. Ik heb gedreigd haar camera af te pakken en voor vijftig euro op Marktplaats te zetten. Dat mocht helaas niet. Wel voor honderd euro.


Waarom doen we alsof fotografen cool zijn, terwijl ze heel creepy foto’s maken van random mensen? Stop deze overlast!

– Uiteraard moesten we naar de Fenix Food Factory, want Mylène woont in Utrecht en ik wilde laten zien dat Rotterdam echt wel kan concurreren met Uutje op het gebied van hipsterigheid.


Even laten zien wie de baas is.

– Het Deliplein wilde ik haar ook niet onthouden, want daar zit Kopi Soesoe (inclusief huiskat) en de Ouwehoer (inclusief schilderijen van naakte vrouwen).


Katendrecht was vroeger de buurt waar de dames van plezier rondhingen. Nu zijn er vooral hipsters van plezier.

– Als laatste bezienswaardigheid bezochten we metrostation Rijnhaven. Mylène was zo ontroerd dat ze niet kon ophouden met huilen.

Bovenstaande foto’s zijn dus allemaal van die huilie (Mylène Sopacua), maar ik snap het wel als jullie niet geloven dat ik echt met haar was. Ik bedoel, is er ook maar een foto waar ze zelf op staat? Nee. Nog nooit van een selfie gehoord en dat noemt zichzelf dan fotograaf.

Op Rotterdam Centraal namen we weer afscheid. Ik zei tegen Mylène dat ik het erg gezellig vond, maar dat ik het meer als iets vriendschappelijks zie. Het lag niet aan haar, het lag aan mij. Ik hoopte dat we nog Facebookvrienden kunnen blijven. Ze rende huilend weg. Jankebalk.

(Trouwens, ik zou graag weer met bloggers/lezers willen afspreken, want dat is gewoon leuk. Dus als je dat leuk lijkt, misschien in combinatie met een gekke actie zoals dat ik een paar jaar geleden wel eens warme chocolademelk heb uitgedeeld tijdens de winter op station Delft, let me know)

mei 29th, 2017

Terug naar mijn eigen land

Tijdens de eerste halfjaarlijkse cursus die ik volgde, leerde ik Enya kennen. Enya heet niet echt zo, dat is haar Engelse naam. Aziaten hebben namelijk dusdanig moeilijke namen (het kostte me twee maanden om Enya’s echte naam uit mijn hoofd te leren) dat ze eenmaal in Europa een zelfverzonnen naam aannemen. Enya dus. Zoals die zangeres uit Ierland.

Vrijwel meteen klikte het. Ik maakte gemene grapjes en Enya lachte erom. Ik liet haar kennismaken met bitterballen en wraps (Ik: ‘Do you want to eat wraps?’ Enya: *maakt rapbewegingen* ‘Like a rap?’). Zij deed de ene slimme opmerking (Crucial waar ze cruel bedoelde: ‘I think it’s crucial that people eat rabbits.’) na de andere (‘I think we’re all gonna die someday.’).

Inmiddels zijn we begonnen aan de tweede halfjaarlijkse cursus en zijn we al duizend keer naar de bios geweest, want ik heb haar een Cinevillepas aangesmeerd (Cineville, sponsor me please #nosponyet). Dat was allemaal leuk en aardig, maar opeens raakte het besef me als een dreun: Enya komt uit Taiwan. En daar gaat ze weer naar terug. Zonder mij. Wiens leven moet ik dan zuur maken?

‘Come with me!’ zei Enya wel eens. En dat begon ik steeds serieuzer te nemen. Nog langer Enya treiteren, een land ontdekken met een local (ben even aan het oefenen met mijn taalgebruik, want jullie snappen dat ik nu een travelblogger wordt: laurareist.nl) en dan ook nog terug naar mijn roots: ik ben namelijk twee keer in mijn leven voor een Aziaat uitgemaakt (ik ben wel erg wit en blond voor een Aziaat, maar details) en bovendien zijn de mensen in Taiwan gemiddeld 1.55 meter. Drie keer raden hoe lang ik ben.

Dus, mijn volk, nog een paar maanden en dan kom ik eraan!