Acht dingen die ik geleerd heb over het dragen van hakken

Mijn nieuwste aanwinst. 

Tegenwoordig dragen de meisjes op hun tiende al de eerste hakken, maar ik was zestien toen ik ermee begon. Sindsdien ben ik op dit gebied veel wijzer geworden en die kennis zal ik uiteraard met jullie delen (overigens zijn het niet allemaal fouten die ik zelf heb gemaakt, maar ook een paar die ik bij anderen heb geconstateerd).

1. Nooit rennen op hakken als je je trein moet halen.
Geloof me, je mist nog liever je trein dan dat je dit risico neemt. Waarom? Je verliest altijd wel een hak Assepoesterstyle (op de knappe prins na), je hebt een rentempo van één meter per kwartier en als je geluk hebt, krijg je daar gratis een paar blaren bij. Bovendien  haal je je trein meestal toch niet.

2. Draag geen hakken tijdens concerten of het uitgaan.
De eerste tien minuten gaan nog wel, maar de meeste concerten duren wel wat langer. Op een gegeven moment gaan je voeten zo branden dat je bijna zou willen dat je helemaal geen voeten meer had. Het maakt niet uit hoe leuk ze zijn, je gaat de hakken die je draagt haten. Oh en na die twee uur kun je alleen maar strompelen.

3. Altijd inlopen.
Het is niet de bedoeling dat je een week erna nog niet kunt staan, omdat je zoveel pijn aan je voeten hebt.

4. Draag alleen hakken als je erop kan lopen.
Ik moet toegeven: hilarisch is het wel, om vrouwen te zien die niet op hakken kunnen lopen. Je vermaakt er mensen dus wel mee. Maar uitgelachen worden is niet leuk, dus doe toch maar die ballerina’s aan als je niet op hakken kunt lopen (en altijd eerst thuis oefenen!).

5. Hakken in neonkleuren kun je beter in de schoenenwinkel laten staan.
Ik ken geen enkele outfit die er beter op wordt door neonkleurige hakken. Als je licht nodig hebt in het donker kun je beter een zaklamp kopen.

6. Doe ze aan, omdat jij het leuk vindt. Niet omdat je denkt dat de mannen het sexy vinden.
Ik denk dat mannen stiekem bang zijn voor hakken, omdat je ze ook als wapens kunt gebruiken.

7. In de winkel lopen ze nog lekker, thuis waarschijnlijk niet.
Altijd hetzelfde liedje met die hakken.

8. Het maakt niet uit hoe hoog de hakken zijn, ik zal altijd klein blijven.
Dat is echter niet iets om over te huilen, want: klein maar fijn, groot is idioot. Echt waar (ik hoop niet dat de club van de lange mensen nu boos op me worden…)

Hakkuhhhhhh

Tegenwoordig zie je meisjes van twaalf die colbertjes en hoge hakken dragen. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar toen ik twaalf was, droeg ik t-shirts in vrolijke kleurtjes (ik had nog net niet twee staarten in mijn haar) en zag ik er niet uit alsof ik eenentwintig was. Bij de gedachte aan hoge hakken alleen al was ik bang om te vallen.

Ja, ik was pas zeventien ofzo toen ik hakken begon te dragen (en dan niet dagelijks, maar eerder één keer in het halfjaar). Tegenwoordig lachen ze je uit als je op je veertiende de stilleto’s nog niet uit de kast hebt gehaald.

Het is zielig en grappig tegelijk. Zielig, want kindertjes moeten gewoon kindertjes zijn en kleding aantrekken die ze tien jaar later verafschuwen (‘Oh mijn god, droeg ik echt een t-shirt met Mickey Mouse erop?’). Kindertjes moeten hun gezicht niet dicht plamuren en geen seks te hebben in ruil voor een breezer (oh nee wacht, tegenwoordig drinken ze geen breezers meer, maar gaan ze gelijk over op de sterke drank).

Het is grappig, want: ze kunnen helemaal niet op hakken lopen. Ze wiebelen wat af. Heupenschuddend lopen ze het schoolplein op (‘Kijk eens hoe sexy ik ben.’), maar het is alsof ze op de rand van een klif staan: nog één stap en ze gaan vallen.

Drie keer raden wie ze niet gaat opvangen (‘Oh mijn god, Laura, dit raadsel is te moeilijk.’)