‘Wat moeten ze wel niet van me denken?’

Er is een eigenaardig fenomeen waar we allemaal last van hebben: we zijn enorm egocentrisch. Dat is ook logisch: jij bent toch de persoon met wie je je hele leven opgescheept zit, waarom zou je niet zo vaak aan jezelf denken? Maar wat we niet beseffen is dat dus ie-de-reen egocentrisch is (ja, zelfs moeder Theresa was dat).

Je loopt op straat in je lievelingsshirt, kijkt omlaag en ziet: een enorme vlek. Het ziet er werkelijk niet uit. Maar je kan niet meer terug naar huis, je moet echt naar je afspraak en oh mijn god, wat moet iedereen wel niet denken. De hele dag kijk je ofwel angstig om je heen (‘Nu denkt iedereen dat ik een smeerkees ben die zijn kleding niet wast en dat ik onverzorgd ben en en en.’) of beschaamd naar de grond.
Maar tot je verbazing zegt niemand er wat van. Je collega’s, vrienden, familie, niemand valt het op. Hoe kan dat nou?

Het is winter. De fietspaden lijken wel ijsbanen. Terwijl je het schoolplein zo voorzichtig mogelijk oprijdt, knijp je hard in je stuur (alsof dat helpt), maar je voelt je banden slippen en voor je het weet, lig je op de grond met een lachsalvo van heel het schoolplein galmend in je oren. Echt gênant. En de jongen/het meisje dat jij leuk vindt, lacht nog het hardst van iedereen. Dagenlang negeer je hem/haar, totdat je eindelijk weer de moed hebt om wat te zeggen.
‘Stom he, dat ik viel? Deed best wel pijn, maar zag er vast grappig uit haha.’
Je crush (stom woord, maar bij gebrek aan een ander woord) kijkt je raar aan.
‘Eh waar heb je het in hemelsnaam over?’
Huh, hoe kan dat nou?

Nou, simpel. Niet iedereen is zoveel met jou bezig als jijzelf. Iedereen denkt aan zichzelf en hoe zij op anderen overkomen, terwijl anderen dus ook zo denken (die zin klopt niet helemaal, maar jullie snappen wat ik bedoel). Het moraal van dit verhaal? Maak je niet zo druk om wat anderen over je denken. De kans is groter dat ze helemaal niet aan je denken.

(en dat klinkt misschien ook negatief, maar jullie snappen wat ik bedoel)

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet


C’est moi. De enige echte.

Ik ben Laura. Ik heb bruinrood haar, blauwe ogen en een rond gezicht. Ik ben klein en heb een normaal postuur. Elke dag kijk ik minstens twee keer in de spiegel (tijdens het tanden poetsen), dus ik weet echt wel hoe ik eruit zie. Toch? Of niet?

Als je erover nadenkt, is het heel raar. Je ziet jezelf bijna nooit. Ja, op foto’s, in de spiegel en misschien in een filmpje. Maar de meeste tijd toch echt niet. Weet je eigenlijk wel hoe je er van de achterkant uitziet? Hoe zie je eruit als je boos bent of verbaasd? Wat voor lichaamstaal gebruik je bij je familie en hoe zit je erbij als die leuke jongen/dat leuke meisje in de buurt is? Natuurlijk, je ziet wel een deel van jezelf, maar je gezicht niet.

Is dat niet raar? Je kent jezelf het beste, van binnen dan. Van gezicht kennen anderen jou beter (dan bedoel ik vooral de mimiek).

En als je jezelf dan in de spiegel ziet, dan zie je het weer anders dan anderen. Maar dat is sowieso natuurlijk. Ik vind Ryan Gosling (om maar even iemand te noemen) een hele knappe man, maar misschien vind jij hem wel niet om aan te zien.

En als je jezelf dan op film ziet, dan is het soms best confrontrerend: doe ik echt zo? Waarom zit ik de hele tijd aan mijn haar te plukken? Wat heb ik eigenlijk een grote/platte/kleine/vulmaarin kont!

Daarom was ik ook erg blij dat ik het filmpje niet terug kon vinden op de website van een bepaalde regionale zender toen aan Lianda en mij gevraagd werd, voor de camera, wie de burgemeester van Den Haag is. En de videoband (Jawel! Toen hadden we nog videobanden!) van de eindmusical op de basisschool durf ik ook niet terug te kijken. Om maar niet te spreken over het hele ohmijngodklinkikechtzo-gebeuren ;)

Wat denk jij hierover? En hoe vind jij het om jezelf terug te zien op film? Raar, vervelend of normaal? (‘Ik kom dagelijks op tv.’)

Shake it like a polaroid picture

Ik als klein meisje. En nee, ik had geen kort haar, mijn haar zat in een staart. 

Soms heb je van die momenten. Je komt het tegen bij het opruimen. Of je zag laatst die vriendin van vroeger weer. In ieder geval, je gaat ze weer bekijken: de foto-albums van vroeger. Herinneringen komen terug, je moet glimlachen bij het zien van je door oma gebreide trui en oh, wat had je toen nog een babyface.

Maar er zit iets raar hieraan, aan het bekijken van de foto’s van je vroegere zelf. Je kijkt bijvoorbeeld naar een foto van toen je tien jaar was. Jij bent het, dezelfde ogen, die bolle wangetjes. Mensen die jou nu kennen, maar vroeger niet, zouden je in één klap herkennen. Maar tegelijkertijd ben je het ook niet. Je haar is donkerder geworden, je hebt lachrimpels rond je ogen gekregen.

Het is zo raar. Want dat meisje/die jongen op die foto, dat ben jij. Jij bent dat meisje/die jongen ooit geweest. Maar je bent nu zo anders. Ouder, wijzer. Je kijkt naar iemand die er niet meer is, maar ook weer wel, want jij bent het.

Ik weet niet of jullie mij zo goed snappen, maar zo ja: vinden jullie het ook niet raar, als je erover nadenkt? Ik bedoel, door foto’s en filmpjes wordt het allemaal tastbaarder, lijkt het alsof je die persoon van vroeger weer terug kunt halen, maar je bent veranderd, jij bent die persoon niet meer. Je zou misschien zelfs kunnen zeggen dat je vervreemd bent van jezelf.

Bovendien zien we onszelf niet zo vaak (in de zin van: je kunt niet naar jezelf kijken, behalve in een spiegel, maar dat doe je ook niet de hele dag), dus daar komt het rare gevoel ook vandaan. Denk er maar eens over na als iemand een foto van je maakt en jij bekijkt het: ‘He? Maar zo zie ik er toch helemaal niet uit?’
Nou, wel dus. Maar je kunt jezelf niet zien zoals anderen je zien (denk maar terug aan dit blogje, maar dan in relatie tot identiteit). En daarom is een foto eigenlijk ook heel raar.

Ik voel me vreselijk schuldig, want de volgende keer dat jullie foto-albums gaan kijken (als je vriend(in) bijvoorbeeld voor het eerst bij je thuis komt en je ouders zeggen: ‘En dat was Laura naakt in het badje toen ze één was.’) (dat is me overigens niet echt overkomen hoor, thank God), kunnen jullie alleen maar aan dit blogje denken: ‘Oh mijn god, wat is dit eigenlijk raar!’

Jullie zullen nooit meer normaal naar foto’s kunnen kijken. Het spijt me zeer.

(Ik merk dat mensen me verkeerd begrijpen: ik bedoel er niet mee dat ik het negatief vind, maar dat het gewoon raar is, als je er verder over na denkt.)