Terug naar Oegstgeest: de buurtjes

20121217_142809

Ik woon nu meer dan drie maanden in Oegstgeest. Dit is geen vrijstaande villa (wat je waarschijnlijk zou verwachten), maar een studentenwoning die ik deel met één huisgenootje. Dit betekent vanzelfsprekend ook dat ik buren heb.

Ze zeggen wel eens: beter een goede buur dan een verre vriend. Ik heb geen idee hoe mijn buurtjes heten, maar toch zal ik ze even aan jullie voorstellen (hieronder reken ik ook de buurtjes van de buurtjes en daar weer de buren van).

– De plantjesburen (zie foto).
Groen is cool. Dat weten deze buren ook wel. Bij gebrek aan een tuin (ja, we hebben allemaal een balkon dat we moeten delen met onze buren van de ene kant, maar daar past krap één stoel op, dus dat mag de naam balkon niet eens krijgen) gebruiken ze de galerij. Want ja, die plantjes zijn toch wel erg leuk. Je eigen bieslook kunnen knippen enzo. Ik heb er dan ook geen bezwaar tegen (behalve als het gewaaid heeft en ik mijn lenigheid moet gebruiken om ze te ontwijken). Ik vind het wel handig. Als ik munt nodig heb, kan ik dat gewoon pakken (dat is een grapje, want ik gebruik nooit munt). Handig, zulke buren!

– De luie buren.
Deze buren hebben een probleem. Ze hebben namelijk geen kracht in hun armpjes. Ze kunnen nog net de energie opbrengen om de vuilniszak op de galerij neer te zetten, maar om dan heeeeeelemaal de trap af te gaan met zo’n zak, nee, dat is echt veel te zwaar. Gelukkig staat dat wel mooi, vijf van die stinkende vuilniszakken op een rij.

– De rookburen.
Roken is zó gele zwemslip, dat weet iedereen, behalve mijn buurtjes. Soms kom ik ze tegen, terwijl ze gezellig staan te blauwbekken in de kou. Een plastic bekertje vol afgebrande peuken staat ter uitnodiging voor de deur. Als ik ze groet, krijg ik een schorre ‘Goedemorgen.’ terug. Hoestend weet ik nog net de trap te bereiken. De volgende keer ga ik de andere kant op (dat kan namelijk ook, zo functioneel, die flat van mij).

– De ik groet je altijd chagrijnig terug, behalve als ik mijn pakketje bij je af moet halen-buren.
De meneer van Post NL heeft mij gevonden. Eén keer vroeg hij mij of ik een pakketje in ontvangst kon nemen voor de buren en ik, engel dat ik ben, zei ja. Sindsdien komt hij elke dag langs met minimaal tien pakketjes. Die pakketjes zijn altijd voor meneer de chagrijn. Wanneer ik hem tegenkom en groet (ik groet mijn buurtjes altijd, beter een goede buur…), kan hij er nog net met moeite een ‘Hallo’ uitpersen. Maar als ik een pakketje van hem in bezit heb en hij aanbelt, straalt hij als een mooie zondagmorgen. Ik vind het verdacht.

– De toneelburen.
Technisch gezien niet mijn buren, aangezien ze op een andere verdieping wonen, maar who cares? Iedereen in de flat is mijn lieve buur! Dit zijn de beste buren, want ze roken niet, groeten vriendelijk, ik kan hun vuilniszakken toch niet ruiken en ze zitten bij de leukste toneelvereniging van Leiden.

U merkt het al: we zijn één grote familie. De gezelligste familie van Nederland (oh nee wacht…).

Verschrikkelijke trend: vuilnisjassen


De kwaliteit van deze foto congrueert wel met de kwaliteit van deze jas (ja, ik gebruik expres het woord ‘congrueren’, zodat jullie denken dat ik heel slim ben, wat ook zo is natuurlijk).

U kent de uitspraak wel (dit gaat meestal over een topmodel): ‘Ja, zelfs een vuilniszak zou haar nog goed staan!’

Blijkbaar zijn er veel mensen die denken dat dit ook over hen gezegd kan worden en dat nemen ze nogal serieus. Het begon vorig jaar en ik hoopte dat het een snel voorbij vliegende trend zou zijn, maar ja: uggs en Marlies Dekkers-bh’s worden ook nog steeds gedragen, dus wat dacht ik wel niet?

Het zijn van die jassen zoals je hierboven ziet. Ze zijn net zo goedkoop als ze eruit zien, want dit heeft u er namelijk alleen maar voor nodig:

1. Een vuilniszak.
2. Watten.
3. Een konijn.

Je stopt de vuilniszak vol watten, drapeert je konijn over de hals en klaar is je jas.

Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik gebruik vuilniszakken om afval in te gooien. Die neiging krijg ik dan ook als ik mensen met zulke jassen zie rondlopen: ‘Hé wacht even, ik moet even mijn kauwgompje weggooien!’

Dus mensen, alsjeblieft, pas toch eens op met spreekwoorden en uitdrukkingen. Want dit is dus het gevolg: mensen die het serieus nemen. Luister naar mij: een vuilniszak is voor, het woord zegt het al, VUILNIS. En tenzij je jezelf als troep beschouwt, moet je hem dus niet als jas gebruiken.

Tot zover Laura’s gratis mode-advies. Graag gedaan.