Posts tagged ‘rotterdam’

juni 4th, 2017

Laat me je de stad tonen, waarvan ik ben gaan houden


Weglopen voor de paparazzi, een dagtaak voor mij.

De bel ging. Opeens kwam het besef binnen: ik heb mijn adres gegeven aan iemand die ik niet in het echt ken en ik ga de hele dag met haar spenderen. Het voelde als een Tinderdate. Wat als ze een vies, oud mannetje was? Of gewoon ontiegelijk saai?

Mylène bleek gewoon hetzelfde te zijn als op haar blog: lief, leuk, beetje gek. Op haar blog had ze een oproep gedaan aan mensen om hun stad aan haar te laten zien. Ik ben de vervelendste niet, dus ik wilde haar mijn Rotterdam wel showen. En zo geschiedde.

Uiteraard heb ik haar alleen de dingen laten zien die ík leuk vond. Zoals Mylène al goed omschreef, betekent dat vooral boeken, eten en de bioscoop. Ik zal jullie de route vertellen, ook al dacht mijn reisgenoot dat dat niet boeiend zou zijn, maar ze weet duidelijk niet hoe fabulous ik ben:

– De Statensingel. Hier kun je lekker op het gras zitten en naar de mooie, oude huizen aan de overkant staren. Of mensen zien die hun konijn uitlaten. Alles kan in Rotterdam. Ondertussen wees iemand me erop dat heel de stad mijn ondergoed kon zien, aangezien mijn jurkje was blijven haken achter mijn tas. Ik foeterde Mylène uit en eiste dat ze mijn achterkant in de gaten hield.

Rotterdam is niet romantisch/heeft geen tijd voor flauwekul/is niet vatbaar voor suggesties/luistert niet naar slap gelul/’t Is niet camera-gevoelig/lijkt niet mooier dan het is/Het ligt vierkant hoog en hoekig/gekanteld in het tegenlicht/Rotterdam is geen illusie/door de camera gewekt/Rotterdam is niet te filmen/Rotterdam is vééls te ècht

– Proveniersstraat: hier kun je het gedicht Rotown Magic vinden van Jules Deelder, maar ook een kruispunt met allemaal leuke zaakjes zoals Booon (om te lunchen).
– Altijd in de Buurt op het Weena. Hier hebben ze heel lekkere American pancakes, waar Mylène duizend foto’s van maakte, zodat het koud werd en ik al mijn pancakes naar haar hoofd gooide, echt zonde.


Dit was ongeveer 192 foto’s voor het pannenkoekenincident. 

– Lopen langs de beelden bij de Westersingel. Ik fiets hier altijd langs, dus dan heb ik geen tijd om de beelden echt te bekijken en dat is maar goed ook, want sommigen zijn echt disturbing.


Hipsteralarm is ringing.

– Nieuwe Binnenweg, een van mijn favoriete straten. Hier zit bijvoorbeeld Rotown (om uit te gaan), Koekela (voor taart en koekjes) en de Leeszaal (voor gratis boeken). In een zijstraat (Gouvernestraat) zit Kino, een natte droom van een bioscoop voor alle hipsters. Weer kwam er iemand naar me toe om te melden dat de hele wereld kan zien wat voor kleur ondergoed ik aan had. Ik sloeg Mylène met een gratis boek uit de Leeszaal om de oren en dreigde om een vervelende blog over haar te schrijven. De rest van de trip bleef ze naar mijn derrière kijken, wat me zenuwachtig maakte. Dit was toch niet echt een Tinderdate?


In mijn natuurlijke habitat. Ben er niet helemaal gerust op dat er zoveel foto’s van me gemaakt worden. Wat gaat ze daar in godsnaam mee doen, boven haar bed hangen?

– Uiteraard moesten we even naar Cinerama, een ouderwetse bioscoop die al duizend keer gesloopt zou worden, maar gelukkig is dat nooit gebeurd. In de volksmond (aka door mijn broer) ook wel Cinedrama genoemd.


Jammer dat ik er niet in mag. GET OUT. Lekker verwelkomend hoor.

– We pakten de metro naar Wilhelminaplein, waar we plotseling een andere uitgang namen en ik compleet in de war was. Ik wist wel dat we minimaal een keer moesten verdwalen, want ik heb het ruimtelijk inzicht van een legoblokje. Maar het kwam allemaal goed.
– Even spieken bij LantarenVenster. Nog een bioscoop, jawel. Deze bios was ooit hip, maar inmiddels hebben alle gepensioneerden het ook ontdekt en is de gemiddelde leeftijd van de bezoekers 95+.
– We dronken wat bij hotel New York, waar heel erg vroegah de boot naar Amerika ging (de naam verraadt het al enigszins). Ik had eigenlijk zin om de rest van mijn leven te blijven zitten, want volgens Mylènes mobiel hadden we al  7,7 kilometer gelopen en dat vond ik wel genoeg voor de rest van de maand. Maar natuurlijk moest zij weer zo nodig foto’s maken. Ik heb gedreigd haar camera af te pakken en voor vijftig euro op Marktplaats te zetten. Dat mocht helaas niet. Wel voor honderd euro.


Waarom doen we alsof fotografen cool zijn, terwijl ze heel creepy foto’s maken van random mensen? Stop deze overlast!

– Uiteraard moesten we naar de Fenix Food Factory, want Mylène woont in Utrecht en ik wilde laten zien dat Rotterdam echt wel kan concurreren met Uutje op het gebied van hipsterigheid.


Even laten zien wie de baas is.

– Het Deliplein wilde ik haar ook niet onthouden, want daar zit Kopi Soesoe (inclusief huiskat) en de Ouwehoer (inclusief schilderijen van naakte vrouwen).


Katendrecht was vroeger de buurt waar de dames van plezier rondhingen. Nu zijn er vooral hipsters van plezier.

– Als laatste bezienswaardigheid bezochten we metrostation Rijnhaven. Mylène was zo ontroerd dat ze niet kon ophouden met huilen.

Bovenstaande foto’s zijn dus allemaal van die huilie (Mylène Sopacua), maar ik snap het wel als jullie niet geloven dat ik echt met haar was. Ik bedoel, is er ook maar een foto waar ze zelf op staat? Nee. Nog nooit van een selfie gehoord en dat noemt zichzelf dan fotograaf.

Op Rotterdam Centraal namen we weer afscheid. Ik zei tegen Mylène dat ik het erg gezellig vond, maar dat ik het meer als iets vriendschappelijks zie. Het lag niet aan haar, het lag aan mij. Ik hoopte dat we nog Facebookvrienden kunnen blijven. Ze rende huilend weg. Jankebalk.

(Trouwens, ik zou graag weer met bloggers/lezers willen afspreken, want dat is gewoon leuk. Dus als je dat leuk lijkt, misschien in combinatie met een gekke actie zoals dat ik een paar jaar geleden wel eens warme chocolademelk heb uitgedeeld tijdens de winter op station Delft, let me know)

augustus 26th, 2016

Een jaar in Roffa

Een beetje Roffa in Rotterdam, gewoon omdat het kan. #jatochnietdan

A photo posted by Laura Bosua (@lauradenktwel) on

Vandaag woon ik een jaar in Rotterdam. Ik zal eerlijk zijn: het was niet een makkelijk jaar. Mijn relatie ging uit en binnen een maand (want we woonden samen) verhuisde ik naar 010. Dat was puur geluk hebben, want ik bleek nog ingeschreven te staan voor sociale huurwoningen in Rotterdam, zo’n vijf jaar, en bij de eerste bezichtiging had ik al een huis.

In dit jaar moest ik natuurlijk dealen met liefdesverdriet en de onverwachtheid van de hele situatie. Daarnaast verhuisde ik van een dorp (ik heb altijd in dorpen gewoond) naar een grote stad. En dat is waar ik nu wel achter ben: de (grote) stad is niets voor mij. Te druk, veel rare of onaardige mensen, weinig groen. Als ik hier wil hardlopen (wat ik niet wil), dan moet ik eerst minimaal tien minuten fietsen voordat ik bij een park kom waar dat kan. Ja, ik kan ook op straat hardlopen, maar daar word je niet vrolijk van met alle stoplichten en mensen. ‘Maar Laura, je doet sowieso niet meer aan hardlopen.’ ‘Nou en, het gaat om het idee.’

Ik woon op vijf minuten lopen afstand van Rotterdam Centraal, maar als ik weet dat ik ’s nachts terugkom met de trein pak ik altijd de fiets. Nu ben je in een dorp ook nooit volledig veilig, maar achter het station heb je wel eens louche types staan waar ik liever niet in mijn eentje langs loop. In Leiden en omgeving heb ik niet zoveel engerds meegemaakt (oké, een keer een jongen die vroeg of ik seks met hem wilde op de wc van de universiteit, nee bedankt).

Nee, het beste was toen ik in Oegstgeest en Voorschoten woonde. Veel groen, lekker rustig, maar wel op een kwartier fietsen afstand van de stad (en die stad was niet immens). Niet dat Rotterdam zo verschrikkelijk is, want je hebt hier ook veel leuke dingen (en natuurlijk het geweldige Rotterdamse taalgebruik), maar ik ben er niet zo geschikt voor. Maar voordat ik uit huis ging, wilde ik altijd al een keer in de stad gewoond hebben, voordat ik een burgerlijk leven ging leiden. Dus dat kan ik in ieder geval weer van mijn niet bestaande bucketlist afstrepen.

Wat ook lastig was, is dat ik voor het eerst helemaal in mijn eentje ging wonen. Oké, met Dikkie, maar die doet de afwas niet. Voorheen heb ik altijd met familie, een huisgenoot of een vriendje gewoond. Zelfs als introvert had ik er moeite mee. Want als je mensen wil doen, moet je de deur uit. Maar mijn vriendengroep is nogal verspreid, dus ik kon niet naar iedereen even op de fiets (of het kon wel, maar dan gaan ze verhuizen naar Den Haag, ik noem geen namen, Jeannine).

Gelukkig is dat nu al een stuk beter. Ik ben er inmiddels aan gewend. Op mijn verjaardag had ik besloten dat komend jaar gewoon veel beter gaat worden (niet alleen door liefdesverdriet en verhuizen, maar ook andere dingen die jullie geen drol aangaan). Is ook niet zo moeilijk, maar toch. En er is slechts een maand voorbij sinds mijn verjaardag, maar echt waar: het is nu al een beter jaar.

december 10th, 2015

Rotterdam

rotterdam-547646_1920

De stad die lelijk is, maar waar zoveel moois in verborgen ligt.
De stad waar de ene straat chique is en die ernaast drugsdealers herbergt.
De stad waar je gewoon zegt waar het op staat en subtiliteit een zonde is.
De stad van de natte t, een bakkie doen, tebbie nou gedaan, opgepleurd!
De stad van de Koopgoot, de Kuip, Kabouter Buttplug en vele andere bijnamen.
De stad die dan wel veroverd, maar nooit overwonnen is.

Rotterdam. Omdat ik niet meer zonder je kan.

oktober 17th, 2015

In het Rotterdamse: klein meisje in de grote stad

Als je 24 jaar lang in verschillende dorpen hebt gewoond, dan is het wel even wennen in een stad. Laat staan een stad als Rotterdam, toch niet de minste.

– Fietsen doe je met gevaar voor eigen leven. In de stad denkt iedereen dat hij voorrang heeft. Vrolijk en relaxt op je fietsje zitten gaat niet, want er is altijd wel één of andere debiel waar je boos op wordt (of die boos op jou wordt, maar dat is natuurlijk nooit terecht).
– Er is altijd, ALTIJD, wat te doen. Dat is aan de ene kant leuk, want vervelen is er niet bij. Maar daar komt ook bij dat je altijd wel een leuk evenement mist. FOMO*, zeg ik je, FOMO.
– Gekkies. Gekkies everywhere.
– Je kan uren rondlopen zonder een bekende tegen te komen, terwijl ik nu juist dichterbij familie en (veel) vrienden woon.
– Je gaat vanzelf Rotterdamser praten. Oh ja joh?
– Al met al vind ik het leuk dat ik mag ervaren hoe het is om te wonen in een stad, ook al is de reden waarom ik hier nu woon minder fijn. Bovendien is het Rotterdam, de stad die ik als eerste leerde kennen en waar mijn familie vandaan komt.
– Oftewel: er zijn heel veel leuke dingen en ook heel veel vervelende dingen aan een stad. Rotterdam is in ieder geval voorlopig nog niet van me af. Muwhaha.

*Fear of Missing Out. Een irritante kwaal onder mensen van mijn generatie.

september 2nd, 2015

In het Rotterdamse: de eerste week

‘Alweer een verhuisupdate?’ Ja hallo, de laatste maand van mijn vakantie (die nu officieel voorbij is) bestond alleen maar uit het wennen aan mijn pasverworven single lady-status en de daarbij behorende verhuizing, can I live?!

Dus. De eerste week. Het was een week zonder werkend fornuis, wasmachine en het belangrijkste: zonder wifi. Als blogger, community manager en parttime internetverslaafde was dat best wel dat je zegt van: goh, wat uitdagend. Ik had me uiteraard wel voorbereid, maar weet je wat het is met dit soort dingen? Je weet nooit wat je te wachten staat.

Zo had ik duizend films gedownload gekocht en alle artikelen voor het eerste blok uitgeprint, zodat ik tenminste iets nuttigs kon doen, die twaalf dagen zonder internet (ik heb het nu dus nog steeds niet). Ik bedacht me dat ik alle tijd zou hebben om alles op te ruimen in het nieuwe huis, uitvoerige knuffelsessies met Dikkie te houden en eindelijk eens te gaan hardlopen met Zombie Run.

Daar kwam allemaal niets van terecht. Kijk, het is de eerste keer dat ik in een stad woon en bovendien wonen hier ook allemaal vrienden familie van me. Dat betekent dat je spontaan (!!!) dingen kunt doen. Als compulsieve planner had ik daar totaal geen ervaring mee, maar na deze week ben ik een pro.

De eindstand is dus als volgt:
– Ik heb twee afleveringen van Once Upon a Time gezien.
– Alle artikelen voor college liggen nog ongelezen op mijn bureau.
– Opgeruimd zou ik mijn huis niet bepaald noemen.
– Dikkie krijgt af en toe een aai.
– Hardlopen? Wasda?

Oftewel, als ik deze eerste week kan overleven, dan lukt dat de rest van de tijd hier me ook wel.

augustus 28th, 2015

De horror van het verhuizen

Kijk, ik ben sowieso niet dol op verhuizen. 21 jaar lang in hetzelfde huis gewoond en nu in drie/vier jaar al drie keer verhuisd. Er zijn dingen die ik leuker vind om te doen (zelfs stofzuigen).

Helaas was het universum weer tegen me gekeerd, nadat ik megageluk had door dit huis te krijgen.

Het begon al met het bestellen van het fornuis, de wasmachine en de koelkast/vriescombinatie bij Coolblue. Zij hebben een ‘vandaag besteld, morgen in huis’-garantie. Om een lang zeikverhaal kort te maken: ik zit na twee weken nog steeds te wachten op de wasmachine en de monteur om het fornuis aan te sluiten.

Dan de verhuisdag zelf. Het begon allemaal dikke prima, maar toen moest de eettafel uit elkaar en daar heb je een sleutel voor nodig. Die we niet hadden. Buur 1 langs. Buur 2 langs. Veel buren spreken niet zo goed Nederlands, dus die hadden geen idee wat ik wilde. Uiteindelijk kwam ik aan bij buren tachtigduizend en jawel, die hadden een sleutel.

Dit is nog niet zo erg. Maar toen gingen we rijden. Van Voorschoten naar Rotterdam, over de snelweg. Dat is normaal gesproken niet zo’n probleem, maar wel als het zulk noodweer is dat je de auto voor je amper kunt zien. We hebben het overleefd, maar vraag me niet hoe.

Inmiddels was het in Rotterdam al donker, want we konden alleen maar ’s avonds verhuizen, omdat er mensen waren die overdag moesten werken (losers). Dat zou in principe geen probleem zijn als er elektriciteit was. Maar die was er niet, want die was kaputti. Dus hebben we met het licht van één staande lamp moeten werken (via een haspel in de gang). Om elf uur ’s avonds waren we soort van klaar (als in: alle noodzakelijke dingen waren uitgepakt).

Jullie snappen wel dat ik nog geen foto’s kan laten zien. Ik ben sowieso geen opgeruimd typje, maar zo erg als het er nu uitziet, is het nog nooit geweest. Ik weet dat ik nu een slechte laifstailblawger ben, maar ik hoop dat jullie het me kunnen vergeven. Ik zal wel een recept voor banaaneipannenkoekjes plaatsen als goedmakertje.

augustus 22nd, 2015

Dag Leiden

Leiden

Drie jaar studeerde ik in Leiden. Literatuurwetenschap, want dat allitereert allemaal zo lekker met Laura. In het derde jaar daarvan ging ik op kamers, in Oegstgeest (of all places). Want dat is zo literair (terug naar Oegstgeest). Toen kwam de liefde, en nog meer liefde en nog meer, totdat we van gekkigheid maar gingen samenwonen in Voorschoten, waarbij alliteratie niet mogelijk is.

Ik heb altijd in dorpen gewoond, maar de laatste drie jaar bevond ik me op fietsafstand van Leiden. Ach Leiden, met haar singels, haar oude gebouwen, een dorp met het gezicht van een stad. Oh, ik heb haar ook vervloekt. Het onoverzichtelijke kruispunt bij Noordeinde, de lallende studenten, het gebrek aan woonruimte, de overdaad aan snorfietsen. Maar ze bleef me lief. En nu zeg ik haar gedag.

Oh nee, dit is geen vaarwel. Ik zal me er vaak genoeg bevinden. Maar het is anders, als je na je afspraak in een kwartier terug fietst naar huis, als haar aanwezigheid altijd dichtbij is. Voortaan neem ik afscheid op het station, nadat ik eerst langs de vele kebabzaken op de Stationsweg heb gelopen. Terug naar Rotterdam.

Ik zal je niet vergeten, maar ik ruil je wel in. Voor een echte stad. Dag Leiden, je was fijn.

augustus 12th, 2015

In het Rotterdamse: een eigen huis!

IMG_20150812_122855

20150812_10214820150812_102214 20150812_102227 20150812_103359

Na wat ongeluk (verbroken relatie, moeten verhuizen) kreeg ik opeens heel veel geluk op mijn dak. En terecht.

Goed, het zit zo: ik dacht dat ik niet meer ingeschreven stond bij Woningnet Rijnmond (voor sociale huurwoningen in de regio Rotterdam). Maar wat bleek: mijn inschrijving van 2011 (!!!) was nog steeds geldig. Een huis vinden in Rotterdam is niet zo moeilijk als in Leiden, wat betekende dat ik best wel kans maakte. Ik reageerde op het eerste huis, stond derde en bleef derde: u mag komen kijken voor een bezichtiging, mevrouw!

Bloednerveus was ik. Want het klonk nogal perfect. In een gebouw uit de jaren 30 (ik heb een zwak voor oude gebouwen) met glas in lood-ramen. Een goede wijk. En dan had ik de studio nog niet gezien.

De bezichtiging was om tien uur. Om kwart voor tien stond er nog niemand. Mijn hart begon harder te bonken, maar om vijf voor tien kwam er een auto aanrijden. Ja hoor, nog een twintigennogwat-meisje met haar moeder. Kutzooi.

We gingen naar boven. De studio was perfecto. Vloer lag er al in, er hoefde niet geverfd te worden, de tegels in de badkamer waren blauw (één van mijn eerste vereisten, dat snap je wel), ramen waren groot, het was veertig vierkante meter en het belangrijkste: binnenkatten toegestaan.

Het gaat altijd hetzelfde met perfecto dingen: je krijgt ze niet.
‘Ben je geïnteresseerd in de woning?’ vroeg de woningmevrouw aan het meisje.
‘Ja!’ riep ze meteen.
Poef, daar ging mijn hoop.
‘En jij?’
De woningmevrouw keek me aan. Ik knikte.
‘Je staat derde toch?’
Dat bevestigde ik. En ik zag het meisje en haar moeder naar elkaar te kijken, maar ik wilde hun triomfantelijke blik in hun ogen niet zien.
‘Wat is je telefoonnummer?’
Het meisje gaf haar telefoonnummer. Voor het geval dat. Wacht, voor het geval dat… ik de woning niet aannam? Betekende dit? Maar echt?
‘We wachten nog tien minuten of nummer 1 of 2 komt en anders kun je bevestigen dat je de woning wil.’
Nummer 1 en 2 kwamen niet. Sukkels. Perfecto bestaat dus wel: het huis is vanaf vandaag officieel van mij.

Voor het eerst ga ik helemaal in mijn eentje wonen. Oké, met Dikkie, maar die is niet (volledig) menselijk. Geen broer(tje) met keiharde boemboemmuziek, geen huisgenootje die het dopje van de afwasmiddel openlaat (IK.BEN.GEEN.NEUROOT.HOOR.), geen vriendje. Over twee weken verhuis ik en ben ik een Rotterdammert. En ik kan je vertellen: ik heb er zin an.

juli 31st, 2015

In het Rotterdamse: een eigen huis?

Leiden is een mooie stad. Daar kunnen we het wel over eens zijn. Maar er zijn een paar problemen met Leiden (en omgeving) voor mij:
– Ik heb er wel vrienden, maar de meeste dinnies (ieuw) zijn verspreid over de gehele Randstad.
– Dus ik heb er feitelijk niet meer zoveel te zoeken.
– Want ik studeer in Utrecht.
– En mijn familie en een paar vrienden zitten in de omgeving Rotterdam.
– Maar stel dat ik toch in Leiden en omgeving zou willen blijven, dan kan ik niet eens een huis vinden. Want niet te vinden en duur.

Oftewel: ik ga naar Rotterdam, Roffa, 010, de gekste.

Het liefst met Dikkie, maar als dat niet kan, gaat ze naar mijn ouders toe. Jullie moeten niet denken dat ik in een kamer van acht vierkante meter op Zuid ga zitten (voor de mensen die het niet kennen: je wil het ook niet kennen). Ik woon nu drie jaar op mezelf, waarvan twee jaar op kamers met één huisgenootje en één jaar met een ex-lover en een kat. Ik ben dus een verwend rotkind en bovendien niet echt de ideale huisgenoot (chaotisch, rommel, altijd muziek luisteren, een kat, heel veel spullen, kan niet koken, lui, onhandig etc.).

Dat wil ik andere mensen, maar vooral mezelf, niet aandoen en daarom wil ik voor het eerst in mijn leven helemaal in mijn eentje, all by myself Bridget Jones-stijl, gaan wonen. In Rotterdam. Maar niet overal in Rotterdam, want ik heb twee dagen in de week college tot tien uur ’s avonds (kut deeltijders) en het is dan wel de bedoeling dat ik nog thuis kom, levend en al. In principe.

Kortom: ik zoek iets in Rotterdam-Noord/Centrum/Blijdorp. En jullie mogen mij helpen, want zo ben ik ook wel weer. Dus, zie je toevallig een studio/appartement voorbij komen? TELL ME. Okbye.

(En voor de mensen die me al sinds ‘Terug naar Oegstgeest’ volgen, ja, ‘In het Rotterdamse’ wordt een terugkerend thema. Deal with it.)

november 14th, 2012

Je jas of je leven?

Afgelopen zaterdag was ik op het Lezersfeest in de bibliotheek van Rotterdam. Daar waren allerlei dingen georganiseerd, zoals lezingen (door Paulien Cornelisse!), signeersessies en optredens. Manon en ik wilden net op de foto gaan, toen er opeens een snerpend geluid klonk: het brandalarm.

Dit is wat je zou verwachten dat er gebeurde: iedereen kijkt paniekerig om zich heen, laat wat ze dan ook in hun handen hebben (jus d’orange, boeken, baby’s) vallen en rennen als gekken naar de deur, waarbij een aantal mensen onder de voet wordt gelopen. Er klinkt geschreeuw, gehuil en gevloek. Mensen proberen zo snel mogelijk naar beneden en naar buiten te komen en denken maar aan één ding: hun eigen leven redden.

Dit is wat er gebeurde: verbaasd kijkt iedereen om zich heen. Huh, waarom gaat het brandalarm nou af? Hmm nee, niets te ruiken of te zien. Zullen we naar beneden gaan of niet? Tja, andere mensen gaan ook niet naar beneden. Nou ja, weet je wat, laten we gewoon gaan. Op hun dooie gemakje lopen mensen naar beneden, na eerst getwijfeld te hebben of ze het boek waarmee ze in hun handen stonden toch hadden moeten kopen. Beneden is het dringen bij de garderobe, iedereen wil zijn of haar jas hebben, want tja, is toch koud buiten, zo zonder jas. Ze hebben absoluut geen haast om zich naar de uitgang te begeven, terwijl het loeiharde alarm ondertussen nog steeds afgaat.
‘Brrr koud.’ zeggen de mensen die zonder jas buiten staan. ‘Ik had toch beter mijn jas kunnen halen.’

Toegegeven, ik dacht ook: wat moet ik nou doen? En keek naar de anderen om te zien wat zij deden. Maar ik snap niet waarom mensen eerst hun jas gingen halen. Ik weet niet hoor (ook al zie of ruik je niets, toch kan er iets aan de hand zijn en misschien was er wel beneden brand), ik vind persoonlijk mijn leven belangrijker dan mijn jas, maar dat kan ook aan mij liggen.

Het belangrijkste is natuurlijk dat we allemaal nog leven en dat er geen brand of iets dergelijks was. Maar ik blijf het raar vinden.