Een terugkerend debat: kruidnoten vs pepernoten

neeneenee

Je hebt twee mensen: de GOEDE mensen die kruidnoten zeggen als ze kruidnoten bedoelen en de SLECHTE mensen die pepernoten zeggen als ze kruidnoten bedoelen.

Jullie snappen wel tot welke groep ik behoor.

Tegenwoordig verbeter ik mensen niet eens meer als ze het verkeerd zeggen. In plaats daarvan begin ik keihard te huilen of sla ik iemand in elkaar, ligt maar net aan mijn stemming die dag.

Kijk, kruidnoten zien er HEEL anders uit dan pepernoten en ze smaken ook HEEL anders. Het is gewoon niet te vergelijken. Ik bedoel, als je chocoladepepernoten zegt, dat moet toch ongelooflijk smerig zijn? Chocoladekruidnoten daarentegen… Laten we het erop houden dat ik op dit moment weer een zakje aan het leeg vreten.

Maar toen kwam die existentiële crisis.

‘Ik heb Friese pepernoten gekocht,’ zei mijn vriend.
Ik bekeek het zakje, begon te huilen, maar proefde er toch eentje.
Ze zien eruit als kruidnoten, maar ze smaken als pepernoten. Verdomme.

Je kunt tegenwoordig nergens meer op vertrouwen in deze wereld.

De kat van de buren

20140918_190010

Zoals jullie misschien nog weten, had ik de liefde van mijn leven ontmoet: het poesje van de buren. Dat was snel over toen hij me beet, terwijl ik hem alleen maar lekker achter de oortjes wilde kriebelen. Gelukkig duurde het met mijn looks en aaivermogen niet lang, voordat er een nieuwe minnaar op mijn pad kwam.

Ik weet alleen niet hoe hij heet.

Maar we noemen hem: de kat van de buren.

Ja ja, het is niet erg origineel, maar in dit geval is het echt zo. Het is de kat van onze buren. Het is een buitenkat, maar zijn baasje woont op de tweede verdieping. Om binnen te komen, moet het baasje eerst op een zoemer drukken, maar ja, die ziet die kat natuurlijk niet buiten staan. Je begrijpt al waar dit verhaal naar toe gaat.

‘Miauw,’ hoorde ik. Het was de langharige kat van de buren, die me normaal geen blik waardig gunde, maar nu klagelijk naar me miauwde. Hij cirkelde om mijn benen, gaf kopjes en liet zelfs toe dat ik hem aaide. Daarna liep hij naar de deur van de buren en ging er met zijn pootjes tegenaan.
‘Doe nou opeeeeen!’ riep hij.
Dus ik druk op de bel van begane grond, de eerste, en de tweede verdieping. Niets. Ik druk nog een keer. Nog een keer.
‘Ja?’ hoor ik.
‘Ehm, je kat staat hier voor de deur en ik vind het zielig, dus vandaar dat ik aanbel…’
Ik zie de buurvrouw (die ik overigens nog nooit heb gezien) al verbaasd kijken, maar toch doet ze open. De kat kijkt nog één keer om, ‘Kom je nou?’ en klautert dan de trap op. Ik zwaai en loop terug naar mijn eigen deur.

Nu is het elke keer dat als de kat van de buren naar binnen wil en hij mij ziet, hij meteen naar me toe komt.
‘Doe nou opeeeen!’
Soms is de buurvrouw er echter niet. Een beetje zielig staan we dan allebei zo te kijken van: wat jammer. Ik zou hem natuurlijk graag mee naar binnen willen brengen, maar ja, mijn vriend is nogal allergisch jaloers aangelegd. Kortom: dit is wederom een smachtende, onmogelijke liefde. Zucht…

Hallo, ik heb een probleem en het is niet leuk

Vaak Soms word ik gek van mezelf. Dat gebeurt meestal als ik in mijn agenda kijk. Hij staat zo volgeschreven dat er niets meer tussen past en dat komt omdat ik alles heb volgepland. Ja, ik ben er zo één.

Ik ben namelijk ambitieus. Perfectionistisch. Onzeker. Een stresskip. Enthousiast. Initiatiefnemend. Een pleaser. Combineer dat, roer het even goed door voor een paar jaar en je hebt een burn-out gemaakt.

Het erge is dat ik het zelf door heb. Ik kijk in mijn agenda en denk: ‘Kappen nou, Laura. Nu even niet.’ Maar dat is lastig. Op maandag werk ik, op dinsdag t/m vrijdag heb ik college en ik werk bijna elk weekend. Niet met tegenzin, want ik vind het allemaal leuk, maar dat is het probleem: het is leuk en het is veel en ik kan geen nee zeggen. En oh ja, ik vind een sociaal leven ook leuk, dus spreek ik tussendoor met allerlei mensen af, mijn vriend wil ook wel eens aandacht en ik blog en slapen en eten schijnt ook te moeten gebeuren.

Ik word onrustig van een dag niets doen (kan me niet meer herinneren wanneer ik dat voor het laatst heb gedaan overigens), maar ook van de chaos. Ik moet zoveel van mezelf. Ik moet goed zijn in mijn studie, ik moet een leuke vriendin (zowel vriendschappelijk als in de liefde) zijn, een fijn dochter, een goed, gezond, perfect persoon.

Newsflash: perfectie bestaat niet. Dat wist ik al, maar toch blijf ik er vrolijk (soms minder vrolijk) mee doorgaan. Ik maak mezelf kapot waar ik zelf bij ben.

Maar nu heb ik laatst een afspraak afgezegd. Ik doe dat nooit, ook al heb ik er geen zin in of eigenlijk geen tijd voor, want beloofd is beloofd. Maar wat luchtte dat op. Een beetje ruimte, een beetje lucht. Misschien kom ik er toch wel.

Ik hoop het.

Ik ben vóór het voordragen

Dinsdag was ik bij Achievers Night. Dat is een avond (nee, dat meen je niet) georganiseerd door uitgeverij Lebowski (onderdeel van Dutch Media Books waar ik stage heb gelopen) en het label Top Notch. Gedichten werden voorgedragen, verhalen voorgelezen, muziek gespeeld. En wat ik al talloze keren had gedacht, kwam nu keihard binnen: ik wil dit ook.

Nu moet je weten dat ik vroeger een superduperverlegen meisje was. Onbekende mensen aanspreken vond ik doodeng, laat staan presenteren voor een groep. Stiekem heb ik voor dat laatste nog steeds wel zenuwen, maar nu alleen op de dag zelf in plaats van een week van tevoren al.

Hoe gaaf zou het zijn als iemand als ik dat zou doen? Dat ik al die mensen die me kennen van vroeger een poepie laat ruiken. Dat ik iets voordraag en mensen moeten lachen. Dat ik al die ogen op me gericht heb, maar niet sta te trillen.

Ik kan je vertellen: dat zou heeeeeel erg gaaf zijn.

Dus ik ga mezelf uitdagen. Ik wil zoiets gaan doen. Maar waar moet ik beginnen? Dat weet ik niet en daarom schakel ik jullie hulp in, omdat jullie de allerliefste, leukste, mooiste, grappigste lezers ever zijn (slijmerdeslijm). Weten jullie iets? Mijn dank zal zo groot zijn als ik klein ben en misschien deel ik dan een keer chocoladekruidnootjes ofzo met je.

(hahaha grapje, ik doe niet aan chocoladekruidnootjes delen)

Ik word geen modeblogger, maar de maxidress is geweldig oké?

Een paar jaar geleden was de maxidress hip. Ik zag hem hangen in de winkel en ik dacht: verdomme, weer een trend die ik niet kan volgen.

Ik ben namelijk een pietpeuterig klein meisje. En pietpeuterig kleine meisjes zijn niet lang genoeg voor een maxidress, dat zou dan eerder een superdupermaxerdemaxidress worden.

Huilend ging ik dan maar op zoek naar jurkjes boven de knie (want ook best lastig is als je 1.55 m bent), zodat ik ietsje langer kon lijken.

Maar toen zag ik een collega van mijn stage met een maxidress en zij is maximaal twee centimeter groter is dan ik. Dus het kon wél.

En nou, ik heb hem gevonden hoor. Twee zelfs. Ik moet gewoon een jurk van een bepaalde lengte hebben (ik ga niet zeggen welke, want ik wil niet dat jullie mij een tuinkabouter noemen) (‘Maar je hebt net je lengte verteld.’) (Oh ja) en dan komt het helemaal goed.

Ik houd van hem, mijn lieve Maxi. Dankzij hem hoef ik mijn benen niet meer te scheren. Ik laat niet per ongeluk mijn ondergoed zien tijdens het fietsen. Ik lijk langer. Ik hoef geen thigh gap tussen mijn benen te hebben (niet dat ik die ooit zal hebben).

Alleen dat struikelen over je eigen toch wel lange Maxi hè. Dat is nog een verbeterpuntje.

Waar je ruzie over krijgt als je samenwoont

– Of het wasmiddel in dat bakje moet of in een bolletje in de trommel.
– De muzieksmaak van de ander (serieus, André Hazes?)
– De tvsmaak van de ander (Mag Comedy Central alsjeblieft verboden worden?)
– Boodschappen (‘MAAR IK WIL EEN TOEEEHOEEETJE!’).
– De interieursmaak van de ander (oftewel: geen smaak).
– Geld (‘Nee schatje, we kunnen geen hypo-allergene kat van tachtigduizend euro kopen.’)
– Lakens die de ander van je afpakt.
– De wekker van de ander die vroeger afgaat dan de jouwe.
– De afwas (‘Was da?’)
– Schoonmaken (‘Was da?’)
– Opruimen (‘Was da?’)
– Het bevestigen van een muursticker.
– Kattennamen (Jeroen wil de toekomstige kat ‘Laura’ noemen en ik ‘Loes’, want ‘Loes de poes’ is geniaal.
– Melk. Ik ging boodschappen doen, kwam thuis en zag dat er al melk was. Ik: ‘Waarom heb je niet gezegd dat we al melk hadden verdomme, stomme flapdrol?!?!’ Hij: ‘Ik heb het gezegd.’ Ik: ‘Niet.’ Hij: *maakt printscreen van whatsappgesprek* Ik: ‘Oh.’
– Massages (‘Ik wil een massage.’ ‘Ik heb je vijf minuten geleden al gemasseerd.’ ‘Nou en.’).

Laura’s liefdesletteren: kermis

hartjeopmijnhandomdathetkan

Ik wil vaker fictie schrijven en daarom heb ik dit onderdeel in het leven geroepen. Verhaaltjes over – je raadt het al – liefde. Omdat liefde fijn is. En stom. En raar. En bijzonder. Allemaal tegelijk.

***

Ze had er het hele jaar naar uitgekeken, maar toen het eenmaal zo ver was, durfde ze niet meer.
‘Gaan jullie maar in de spin,’ zei Louise tegen haar ouders en broers.
‘Gaan jullie maar in de rups, ik wacht hier wel.’
‘Gaan jullie maar in het spookhuis.’
Ondertussen zat ze op een bankje en bekeek met grote ogen de wereld om haar heen. Stoere jongens die beweerden elkaar af te zullen maken in de botsautootjes, stelletjes hand in hand met een gewonnen knuffel, kinderen met een suikerspin in hun plakkerige handjes. De muziek was eigenlijk te hard voor Louises oren en de grond plakte van al het snoep, maar dat merkte ze niet eens.

Misschien volgend jaar. Misschien zou ze dan dapper genoeg zijn voor de attracties.

Al lachend kwamen haar ouders en broers uit het spookhuis gerend. Louise wilde haar hand opsteken, maar ze liepen haar voorbij.
‘Dat was echt te gek!’ hoorde ze Paul zeggen. ‘Waar gaan we nu in?’
‘Laten we maar naar huis vertrekken,’ zei haar vader. ‘Het wordt al laat.’
Een beetje gemor en gezeur, maar vader was de baas.

En zij? Zij liet ze gaan.

***

(Ik weet dat sommige lezers graag langere verhalen zouden willen lezen, maar eigenlijk bevalt het me zo wel. Niet getreurd, want ik ben bezig aan een lang stuk (novelle-achtig) en dat is hopelijk binnenkort af. Ik zoek daarvoor ook lezers, maar ik zal nog wel een oproep doen als het echt af is :))

Why I love this book: Helene Wecker – De golem en de djinn

‘Je MOET De golem en de djinn lezen.’ riep ik al weken naar mijn collega’s bij mijn stage. Ik gaf het boek cadeau aan een paar vriendinnen en raadde het iedereen aan. Nu wil het toeval (of niet) dat Janinke één van die collega’s was en ook voor Why I Love This Book ging werken. Blijkbaar was mijn enthousiasme toch nog ergens goed voor, want ze vroeg of ik er een filmpje over wilde opnemen.

Allereerst het concept Why I Love This Book. Het is bedacht door Marc Barteling en eigenlijk heel simpel: vertel in één minuut (ik hield me niet aan de regels en deed er wat langer over) waarom je een bepaald boek zo goed vindt. Het gevolg is dat je je nooit meer af hoeft te vragen welk boek je nu weer moet lezen (niet dat ik dat ooit heb trouwens), omdat de tips je al tegemoet komen.

Nou, jullie zijn natuurlijk superenthousiast geworden van mijn filmpje waarin ik eruit zie als een twaalfjarige en heftig met mijn ogen knipper (bleek door mijn lenzen te komen, ik dacht al: wat knipper ik veel, maar ik heb dus de verkeerde grootte lenzen). Niet getreurd als je een arme pleb bent, want je kunt hem namelijk gewoon winnen!

Klik hier om te kijken wat je moet doen en mocht je gewonnen hebben: vertel me dan vooral wat je van het boek vindt :)

(Dit filmpje was trouwens ook in het kader van ‘enge dingen moet je doen, want dat is goed voor je’) (ik wil geen presentatrice worden geloof ik)

(Oh en ook wel goed om te melden: dit is allemaal op vrijwillige basis, dus ik kreeg er niet voor betaald ofzo) (was het maar zo’n feest) (als je heel veel medelijden hebt, wat ik goed kan begrijpen, mag je me geld sturen)

Foto’s, de kleur groen en de liefde

DSC_1135
Hoi.

DSC_0797
Hoi, ik zit op een bankje en er zijn allemaal enge mensen, maar ik doe net alsof ik ze niet zie. 

DSC_0953
Was da nou?

Ik was wel een beetje zenuwachtig. Op de foto gezet worden vind ik namelijk niet zo leuk, want onzekerheid en no way, zie ik er echt zo uit? Bah. Maar enge dingen moet je juist doen, dus toen Tamarah op haar blog schreef dat ze bepaalde dingen qua fotografie wilde uitproberen en hiervoor mensen zocht, reageerde ik.

DSC_0814
Lachen joh.

We spraken af in Utrecht op een hele mooie dag. We begonnen in een parkje (Lepelenburg) vlakbij de universiteit, wat vol enge mensen bleek te zitten. Daarna vervolgden we al kronkelend ons weg door Utrecht, vol vallende kastanjes (het was nogal gevaarlijk), mooie gebouwen en… de tuin van de Dom.

DSC_1106
Haha, ik zit op Hogwarts. 

Het leek net alsof we in een scene van Harry Potter waren gestapt gecombineerd met een romantische film. Terwijl Tamarah de één na de andere foto schoot, zagen we vanuit ons ooghoek een verliefd stelletje zitten. Zo verliefd als pubers, maar ze waren rond de zeventig. De liefde straalde er vanaf.
‘Maak een foto!’ beval ik Tamarah en zoals het een goede slaaf betaamt, luisterde ze.
Het bleek een liefdesverhaal te zijn zoals je in het programma Hello Goodbye tegenkomt. Veertig jaar geleden waren ze geliefden, maar raakten elkaar uit het oog, trouwden beiden, verloren allebei hun partner en nu zagen ze elkaar weer voor het eerst.

*pinkt een traantje weg*

DSC_0921
Omg, weer een kastanje die in het water valt. Ik lach maar, maar eigenlijk vind ik het doodeng. 

DSC_0929
‘Ah, wat asociaal! Heeft ze een fotoshoot, is ze gewoon aan het lezen.’ 

DSC_0950
Never not reading. 

Goed, genoeg over hen, laten we over mij praten. Ik verliet Tamarah ook enigszins zenuwachtig achter op het perron van Utrecht Centraal, want hoe zouden de foto’s worden? Maar ik werd niet teleurgesteld. Hoewel ik bij sommige foto’s wel denk: omg, ben ik echt zo dik? (ik blijf een vrouw hè) denk ik vooral: oh, ik wist niet dat ik er ook zo leuk uit kon zien.

DSC_0984
Just chillin’.

DSC_1008
Wanneer komen die chocoladekruidnootjes nou?

DSC_1039
Oeps.

Ik ben zelfs zó blij met de foto’s dat ik ze in mijn bloglay-out heb gebruikt, zoals jullie kunnen zien. Met een beetje verdriet neem ik afscheid van de foto’s door Naomi die ik nog steeds heel leuk vind, maar  het uiterlijk van mijn blog wel verdient wel een update na een jaar of twee.

Dus Tamarah, heel erg bedankt, het was super!

DSC_1161
Ah, daar zijn de chocoladekruidnootjes! 

DSC_1148
Ik ben blij.

De overblijvers en de thuisgangers

Elke middag op de basisschool waren er twee keuzes: bleef je over of ging je naar huis? Zelf had je daar niets over te zeggen, want toen waren je ouders nog de baas.

Je had de thuisgangers. Ze werden opgehaald door vader, moeder, opa, oma, oppas en soms zelfs door een geïrriteerde broer of zus die al op de middelbare school zat (de middelbare school, wow!!!). Zij mochten kiezen: hagelslag of pindakaas? Linda mee of toch ook een keer Ella? Pokémon of Zappelin? Of gewoon lekker nestelen op de bank met een boek zo spannend dat je vergeet je brood op te eten.

Nee, dan de overblijvers. Die waren toch maar sneu. Die naam alleen al. Niets geen keuze, gewoon eten wat mama op je brood had gesmeerd (altijd iets gezond, nooit chocoladepasta). Gedwongen aan tafel zitten met die chagrijnige overblijfmoeder en die suffe jongen uit je klas. Je mocht weer niet met Fleur mee naar je huis, want die had Linda gekozen. Verdomme, zou je gedacht hebben als je dat woord toen al kende.

Combinaties waren ook mogelijk. Door het overblijven waardeerde je het thuis zijn tussen de middag des te meer. Daar zat ook wel wat in.

En nu? Nu zijn we allemaal overblijvers.