Drie dagen Berlijn in drie minuten

vogel

Wat: een weekend dat niet in een weekend viel naar Berlijn
Met wie: Jeroen, beter bekend als mijn slaaf
Wanneer: 4 t/m 6 mei
Waarom: gewoon
Wat hebben jullie gedaan: vooral gegeten en een beetje cultuur
Wat hebben gegeten: niet-Duits eten zoals crêpes met Nutella en ijs (oeps)
Wat voor rare dingen deed Jeroen: Nederlands terug praten als iemand in het Duits iets tegen hem zei
Wat voor rare dingen deed jij: ik doe nooit rare dingen
Wat was het hoogtepunt: het eten en het musje dat rijst van mijn wijsvinger at (zie foto)
Was er nog een hoogtepunt: de schommelstoel bij het eerste terras en dat Jeroen er vanaf pleurde
Welke zin werd het meest gesproken: ‘Ik heb pijn in mijn voeten.’
Door wie: geen commentaar
Zijn jullie nog uit geweest: we zijn alleen out gegaan in bed (als in: slapen)
Hoe vaak zeiden jullie dat jullie Dikkie misten: minstens vijfentwintig keer per dag
Hoe blij was Dikkie dat jullie er weer waren: net zo (niet) blij als wanneer we tien minuten weg zijn geweest
Wat gaan jullie nu doen: huilen om de verplichtingen die we probeerden te vergeten toen we in Berlijn waren

Back to reality.

(Waar wil Laura trouwens heen de volgende vakantie: Engeland
Waar wil Jeroen heen de volgende vakantie: daar heeft hij niets over te zeggen)

Hoe een etentje bij ons eruit ziet

‘Floeperdewoepwoep.’ klinkt het als je op de bel drukt, alleen hoor jij dat niet, want jij staat beneden en je gastheer- en vrouw boven.
‘JA?! hoor je.
‘Eh, ik ben het.’ zeg je. ‘Eén van je vrienden, weet je wel.’
‘WACHTWOORD?!’
Je denkt even na. Chocoladekruidnoten, blauw of- ‘Katten?’ probeer je hoopvol.
Een zoemer gaat en het is je gelukt: je bent binnen.

Een klein meisje en een jongen met blond krulhaar staan je op te wachten met de gebruikelijke vragen: ‘Hé hoe is het, goed, met jou, ja, nog wat te vertellen, nee, ik ook niet, oké, doei, doei.’ Nee joh, het is toch geen msngesprek. Ze zeggen gewoon hoi en wat wil je drinken en wat heb je een leuke jas.

Je komt binnen in een grote zooi (gastvrouw: ‘Ik heb speciaal voor jou opgeruimd.’), maar op zich wel een leuke zooi. Boeken zijn her en der verspreid en vanuit je ooghoek zie je de bonbons al liggen. Dit belooft een goede avond te worden. De gastvrouw maakt het gebruikelijke grapje over dat zij nooit kookt, waarop de gastheer rolt met zijn ogen.
Vandaag staat er risotto op het menu. Net zoals de dag daarvoor en eten ze eigenlijk ooit wel eens wat anders?
‘Ja, chocolade,’ zegt de gastvrouw als je het voorzichtig ter sprake brengt.
Stelletje vreetzakken.

Na de risotto en het toetje (vla, altijd vla mét hagelslag) gaan jullie op pad. De enige reden waarom je namelijk bent gaan eten bij dit aparte stel is vanwege de kabelbaan. Voordat je ook maar in de buurt bent van dat ding gaat de gastheer er echter al op zitten.
‘Woehoeee!’ roept hij en kijkt je dolgelukkig aan.
Wat een lul. Hij kan er elke dag naar toe, maar springt er meteen als een aso op. Na een uur krijg je dan ein-de-lijk de kans om te gaan roetsjen. Maar dan begint het te regenen. En te bliksemen. En het houdt maar niet op.

Verdomme. Helemaal voor niets naar dat bejaarde Voorschoten gegaan.

Ik mag mezelf eindelijk een echte blogger noemen

IMG-20140811-WA0007
Hongerrrrr.

Goed, ik eet nog steeds geen havermout. Met instagram heb ik sinds januari niets gedaan. Eyeliner opdoen lukt ook niet. Maar ik eet nu wel minstens één keer in de week risotto.

Ja, risotto. Het lievelingsmaaltje van een bepaalde beautyblogger. Gadverdamme, dacht ik. Wat ziet dat er smerig uit. Eigenlijk net zo vies als havermout en dat beloofde niet veel goeds. Maar mijn moeder (‘Wat? Zelfs je moeder heeft het eerder gegeten dan jij?!’) had het gegeten en vond het heerlijk.

Ik kwam er gewoon niet onderuit.

Mijn vriend kookte (ja, sorry hoor, denk je dat ik het zelf ga doen?) en we proefden… Mijn leven had opeens weer zin weet je. Ik huilde tranen van geluk.

Sindsdien eten we het dus elke week. Maar ik ga nog níet zo ver dat ik het op Instagram zet. (‘Wacht maar, Laura, wacht maar.’)

Laura, een healthy hip(ster) foodblogger?

20140701_213207

Naar de Albert Heijn To Go ga je niet voor iets gezonds. Nee, ik ook niet. Ik wilde chocolade en ik wilde het NU. Maar toen viel mijn oog op bovenstaand product. Ergens in mijn hoofd klonk een stemmetje: ‘Je zou toch beter eten, Laura? Minder chocolade en meer bewegen enzo? Misschien is dit een goed idee.’
Goed, daar had dat stemmetje gelijk in. Dus ik pakte de zak op en een reep chocolade en rekende hem af bij de kassa.

Ik moet natuurlijk wel een beetje meekomen als blogger. Eerlijk is eerlijk: als je niet iets doet met gezond eten hoor je er niet bij. Ik eet geen havermout, dan is wel het mínste wat ik kan doen groentechips eten.

Vol verwachting opende ik de zak. Zou dit dan de oplossing zijn van al mijn problemen? Zou ik al mijn keukenkastjes vullen met deze chips en kilo’s afvallen? Zou ik nu eindelijk een echte blogger worden?

Ik rook en dat viel niet tegen. Langzaam haalde ik er een chipje uit, een gele.

Het was ongelooflijk smerig.

Oké, een oranje.

Ik moest bijna overgeven.

Aan de rode durfde ik bijna niet te beginnen, maar ik deed het toch.

Na tien keer tandenpoetsen was de gore smaak nog steeds niet uit mijn mond.

Het spijt me, lieve lezers. Ik ben geen echte blogger. Het enige waar ik vol overtuiging over kan bloggen, zijn chocoladekruidnootjes. Het spijt me dat ik jullie teleur moet stellen. Ik ga nu even huilen in een hoekje en daarna een lachende selfie op Instagram plaatsen. Be right back.

Dit doen alleen sadistische barbaren

Veel dingen zijn irritant. Mensen die met hun voeten tikken. Dat je de trein niet uit kunt, omdat de mensen op het perron zich al naar binnen dringen. Muggen. Maar dit alles is niets vergeleken met het volgende.

Het is onmenselijk. Sadistisch. Mensonterend. Bij het idee alleen al wil ik in huilen uitbarsten en gillend wegrennen.

Ik heb het natuurlijk over mensen die ijs eten. ETEN ja, in plaats van het gebruikelijke likken. Ze nemen happen uit hun Ben & Jerry’s/Calippo/IJslolly’s alsof het niets is. Alsof het geen ondeugd is.

Er zijn natuurlijk twee dingen mis met dit barbaarse gedoe:

1. Een ijsje eten is hetzelfde als in drie happen je toetje wegwerken: superduperzonde. Door te likken geniet je er veel langer van.
2. Hoe kunnen je tanden dit aan? Even serieus. Mijn tanden springen uit mijn mond als ik er alleen maar aan denk dat ze zoiets kouds aan zouden moeten raken.

Nee, ik kan er echt niet tegen. En dat is een groot probleem, want mijn vriend kauwt op ijs. Heeft iemand raad of zit er echt niets anders op dan hem te dumpen? Help me alsjeblieft!

‘Zo, jij eet gezond zeg!’

Op mijn stage denken ze dat ik heel gezond eet. Het eerste wat ik doe als ik binnen kom, is namelijk een grote zak met komkommer en paprika tevoorschijn halen of zo’n bekertje met snacktomaatjes.

Laatst kwam er een andere stagiaire naar me toe.
‘Eet jij eigenlijk wel eens brood?’ vroeg ze.
‘Nee,’ zei ik. ‘Zoals het een echte blogger betaamt, eet ik alleen nog maar avocado en havermoutpap.’
Ze keek me heel raar aan.

En elke week heb ik er wel weer eentje aan mijn bureau: ‘Zo, jij eet gezond zeg!’
‘Ja,’ zeg ik dan. ‘Dat klopt als een bus.’
Als je de chocolade niet meetelt, voeg ik er in stilte aan toe.

In werkelijkheid dacht ik aan het begin van mijn stage: ik moet op zijn minst gezonde tussendoortjes nemen. Dan kom ik tenminste niet over als een veelvraat, een vuilnisbak, een schranser.
Het pakte geweldig uit. Mensen namen naar mijn voorbeeld ook gezonde tussendoortjes mee, worteltjes, aardbeien, noem het maar op. Ik werd op handen gedragen en ze maakten er zelfs bijna een Facebookpagina voor aan.

Tot die dag kwam. Rutger (winnaar van Heel Holland Bakt) was in the building. En hij bracht de lekkerste brownies EVER mee.

Je snapt wel dat ik toen grandioos door de mand viel. Samen met de hele doos brownies…

Tip van de dag: nooit meer zelf koken

mijnkokislief
Mijn persoonlijke kok. Niet in te huren.

Bah, koken. Eerst tachtigduizend minuten besteden aan het snijden van groenten en dan nog wachten totdat de rijst is gekookt, het vlees gaar is en na afloop weer afwassen. Gelukkig ben ik jouw redder in nood en zorg ik ervoor dat jij je persoonlijke kok krijgt. Het is allemaal gebaseerd op eigen ervaring. Dit is wat je moet doen:

Stap 1. Sla een leuke jongen of een leuk meisje aan de haak.
Mocht dat niet zo makkelijk gaan, dreig dan met geweld in de vorm van de kieteldood. Werkt altijd.

Stap 2. Stel voor om bij jou te eten op één van de eerste dates.
Niet op de eerste date, dan kun je beter wat gaan drinken en laten zien hoe fabulous je bent, maar prima voor een tweede of derde date.

Stap 3. Begin pas met koken als je potentiële lover er is.
No way dat je alles al klaar hebt als je date er is. Anders hebben de volgende stappen geen zin.

Stap 4. Doe net alsof je niet kan koken, ook al ben je er superdupergoed in (zoals ik).
Niemand weet het, maar ik kan heel goed koken. Er is een reden dat niemand dat weet. Snijd gewoon per ongeluk in je vinger met een mesje (‘Aaah, ik ga dood!’), laat iets aanbranden en klaar is Kees.

Stap 5. Vraag je potentiële kroeliewoelie om hulp.
‘Oh jij geweldige superstoere, slimme, knappe man/vrouw, wil je me helpen? Jij ziet er wel uit alsof je goed kan koken.

Stap 6. Krijg een relatie met je mannetje/wijffie.
Op de ouderwetse manier: schrijf een briefje met ‘Wil je verkering met mij? Omcirkel ja of nee.’ of pas gewoon je Facebookstatus aan.

Stap 7. Laat je Tijgertje/Beertje voor altijd in de waan dat je niet kan koken en geniet van het eten.
Zo simpel is het.

Alvast graag gedaan!

Klein is niet fijn

Ik ben een klein meisje (‘Dat meen je niet, Laura, daar heb je nou nog NOOIT over geblogd.’). Echt waar. Mensen geloven het nooit, want elke blogger zegt bij onze ontmoeting: ‘Oh, je bent ECHT klein.’ Pfff, alsof ik altijd overdrijf ofzo.

Maar goed. Kleine meisjes eten kleine hoeveelheden. Ik was een keer naar de bioscoop met mijn petite mama, haar vriendin Pinda (no worries, dat is een bijnaam) en haar zoon. Na de film besloten we nog wat te drinken. Bij dat drinken namen we wat brood met kruidenboter. Stokbrood na stokbrood werd verslonden en dan vooral door de vijfmeterslange zoon van Pinda.

Mutti en ik hadden elk misschien vijf stukjes stokbrood gegeten. We kwamen echter thuis alsof we een hele kerstman hadden verslonden. ‘Wij hoeven niet meer te eten,’ zeiden we tegen de rest van het gezin. ‘We hebben nog nooit zo vol gezeten.’
Later vertelde Mutti dit verhaal aan Pinda en die is nog steeds niet bijgekomen van het lachen.

Nu moet je niet denken dat dat leuk is hoor, weinig eten. Mensen zeuren steeds aan je hoofd dat je meer moet eten (vooral dingen als groenten en aardappels, bij patat vragen ze het nooit) of ze scheppen uit zichzelf voor je op en dan natuurlijk veel te veel. Het erge zijn nog wel die all you can eat-restaurants. Die maken winst op mensen zoals wij. Oplichterij vind ik het, stelletje afzetters.

Het is niet allemaal kommer en kwel. Mijn maag is dan klein, maar er is één soort voedsel dat er met kilo’s in gaat: chocolade.

(ik ga mezelf maar niet vertellen dat als ik dat nog vaak doe ik niet meer een klein meisje ben, maar eerder een groot bolletje)

Eindelijk! De langverwachte OOTD


De originaliteit spat er duidelijk vanaf bij deze outfit en dan zien jullie mijn pofmouwen niet eens. 

Sinds ik op mezelf woon, voel ik soms de onverklaarbare dwang om mijn avondeten op de foto zetten. Ik ben geen culinair wonder. Ik eet dingen als rijst met een sausje en salades. Geen masterchef zou hier zijn hand voor omdraaien. Maar toch wil ik het dan delen. God knows why.

Ik heb nu ook zo’n spiegel waarin je jezelf helemaal kan zien. Ik sta wel eens voor de spiegel. En dan krijg ik opeens de behoefte om een foto te maken van mezelf (zo’n slechte half in spiegel foto) in mijn Outfit Of The Day (OOTD). Nu moet u weten: ik draag helemaal geen boeiende kleding. Ik ben echt zo’n Vero Moda-meisje (dat ik steeds minder kleding van de Vero Moda draag laten we even buiten beschouwing). Ballerina’s, spijkerbroek, topje, vestje enzo. Saaier kan werkelijk niet. En dan ook echt zo gecombineerd dat ik zwarte ballerina’s met een zwart topje heb. De fashionista’s zouden ervan walgen.

Het is zelfs zo erg (ik durf het haast niet te zeggen) dat ik laatst de Android-app van Instagram heb gedownload. Ik heb hem verwijderd toen ik erachter kwam dat je met die geen GIF-jes kunt maken zoals bij de iPhone-app, want daarom wilde ik hem eigenlijk.

Elke keer als ik zo’n gevoel krijg, tel ik tot tien en dan gaat het weg. Maar er komt een moment dat ik me niet kan tegenhouden. En dat moment is nu. Kijk maar naar de foto hierboven.

En nu allemaal even zeggen wat voor fashionista ik ben en dat ik zo’n geweldig figuur heb. En liken natuurlijk. Is goed voor mijn ego. Zodat ik dan weer kan zeggen: oh ja, even snel bij elkaar geraapt en oooh nee joh, ik ben echt veel te dik. Alvast bedankt.

(Nee grapjes, jongens. Die foto is ergens in juli gemaakt, toen ik op mijn bijleskindje aan het wachten was en ik geen internet noch smartphone had en me dusdanig ernstig verveelde dat ik dit soort foto’s ging maken. Dus dit was helaas alweer de laatste OOTD, jammer hoor)

Fictief interview met patatje met

Vandaag had ik een afspraak met Patatje Met. Onze relatie is, nou ja, nogal ambivalent. Ik houd van PM, maar bij het idee dat ik hem elke week zou zien, moet ik braken. Hij is zo’n kennis met wie je af en toe afspreekt. Voor de afspraak heb je er heel veel zin in, maar wanneer het achter de rug is, denk je: oh god, wat heb ik een spijt!
Ik wist het. Maar tóch sprak ik met Patatje Met af om hem te interviewen. Hoe dom kan een mens zijn.
‘Alles goed?’ begon ik.
‘Ja hoor.’ zei PM, die er overigens een beetje geeltjes uit zag. ‘Ik heb me net ingesmeerd met olie, moet je ruiken!’
Ik bracht mijn neus tot aan zijn gele huid en rook een heftige frituurlucht.
‘Eh ja, lekker luchtje hoor.’
De volgende keer geef ik hem parfum voor zijn verjaardag, nam ik me voor.
‘Weet je, PM, misschien moeten we het een keer over jouw functioneren hebben.’
PMs ogen werden spleetjes.
‘Hoezo?’
Oppassen, Laura. Voorzichtig.
‘Ik denk niet dat het zo gaat werken tussen ons.’
PM snoof en zijn gele huidje werd langzaam zwart.
‘Waarom niet?’
Ik pakte mijn lijstje met redenen erbij.
‘Je hebt geen goede invloed op me.’ noemde ik op. ‘Je vieze geur doet mijn kleding stinken. Ik krijg vette vingers van je. Je neemt altijd nét iets teveel mayonaise. En als ik te vaak met je afspreek, maak je me dik.’
Patatje Met werd nu echt helemaal zwart. Hij rook aangebrand.
‘En waarom bevat je zoveel calorieën?’
‘EN NU IS HET GENOEG!’ schreeuwde PM. ‘Ik word er ziek van, altijd dat gezeur. Wanneer mijn vrienden zich verdrietig of ongelukkig voelen, nodigen ze me uit om me daarna verrot te schelden. Ze geven mij ervan de schuld dat ze vijf kilo zwaarder zijn geworden, maar zij zijn toch degene die me uitnodigen? Ik word gewoon gebruikt!’
Ja, daar had hij wel een punt. Het was nooit PM die míj uitnodigde, altijd andersom.
‘Weet je wat.’ zei ik. ‘Ik denk dat het beter is als we elkaar even niet meer spreken.’
Beledigd draaide Patatje Met zich om en sindsdien heb ik hem niet meer gesproken. Jullie snappen wel hoe verdrietig ik ben. Ik wilde PM niet voor altijd uit mijn leven bannen, maar hem gewoon wat minder vaak zien. Maar nu is het te laat…